Wijziging van de Wet op de lijkbezorging
Dit wetsvoorstel voegt aan de Wet op de lijkbezorging een procedure toe waardoor in alle gevallen van overlijden van kinderen direct de gemeentelijke lijkschouwer ingeschakeld moet worden. Het kabinet wil hiermee uitsluiten dat kindermishandeling als doodoorzaak onopgemerkt blijft. Daarnaast wijzigt dit voorstel onder meer de termijn waarop de begrafenis of crematie plaats moet vinden (van de vijfde dag naar de zesde werkdag na overlijden), wordt toegestaan het lichaam voor maximaal tien dagen te conserveren en wordt bepaald dat van onbekende doden celmateriaal wordt afgenomen en dat zij niet worden gecremeerd, maar begraven.
Met dit voorstel worden verder nog diverse zaken geregeld. Het gaat onder andere om de mogelijkheid tot het eerder doen vervallen van grafrecht bij verwaarlozing van het onderhoud, aanpassing van bewaartermijn van urnen in crematoria, vastlegging dat degene die is belast met de zorg voor de crematie, ook de zorg krijgt voor de urn als er geen sprake is van bijzetting, verstrooiing of verzending naar het buitenland en het schrappen van de inspectierol van het ministerie van VROM.
Deze samenvatting is gebaseerd op het wetsvoorstel en de memorie van toelichting zoals ingediend bij de Tweede Kamer.
Het voorstel (EK 30.696, A)
is op 30 september 2008 met algemene stemmen aangenomen door de Tweede Kamer. De Eerste Kamer heeft het voorstel op 9 juni 2009 als hamerstuk afgedaan.
De wet is opgenomen in Staatsblad 320
van 28 juli 2009.
De inwerkingtreding is opgenomen in Staatsblad 501
van 1 december 2009.
Het Tweede Kamerlid Arib (PvdA) heeft op 9 mei 2007 een initiatiefvoorstel ingediend om bij alle overlijdensgevallen van minderjarigen standaard een forensisch arts in te schakelen (30.564).
ingediend
14 september 2006titel
Wijziging van de Wet op de lijkbezorgingschriftelijke voorbereiding
inbreng geleverd door
ondertekening
inwerkingtreding
Op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld
-
1 december 2009
publicatie inwerkingtreding
nr. 501 -
28 juli 2009
publicatie wet
nr. 320 -
9 juni 2009
stemming (hamerstuk)
nr. 34, blz: 1554 -
26 mei 2009
eindverslag commissie Binnenlandse Zaken en Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis der Koningin (BZK/AZ)
EK, D -
26 mei 2009
korte aantekening commissie Binnenlandse Zaken en Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis der Koningin (BZK/AZ)
-
19 mei 2009
korte aantekening commissie Binnenlandse Zaken en Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis der Koningin (BZK/AZ)
-
15 mei 2009
memorie van antwoord
EK, C -
17 maart 2009
korte aantekening commissie Binnenlandse Zaken en Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis der Koningin (BZK/AZ)
-
4 november 2008
voorlopig verslag commissie Binnenlandse Zaken en Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis der Koningin (BZK/AZ)
EK, B -
28 oktober 2008
korte aantekening commissie Binnenlandse Zaken en Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis der Koningin (BZK/AZ)
-
7 oktober 2008
korte aantekening commissie Binnenlandse Zaken en Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis der Koningin (BZK/AZ)
-
30 september 2008
gewijzigd voorstel van wet
EK, A -
30 september 2008
stemmingsoverzicht Tweede Kamer
-
30 september 2008
stemming (met algemene stemmen aangenomen)
nr. 7, blz: 401-402 -
23 september 2008
voortzetting behandeling
nr. 4, blz: 219-226 -
4 september 2008
behandeling
nr. 108, blz.: 7909-7943


Volg via