Inhoudsopgave van deze pagina
Initiatiefvoorstel-Van der Staaij Twee derden meerderheid van stemmen voor goedkeuring EU-verdragen
Met dit initiatiefvoorstel van Rijkswet wil Tweede Kamerlid Van der Staaij (SGP) via een wijziging van de Grondwet goedkeuring en wijziging van EU-verdragen in Nederlandse wetgeving regelen via dezelfde procedure als Grondwetsherzieningen. Met dit voorstel wordt de procedure als volgt: twee lezingen met tussentijdse Tweede Kamerverkiezingen en een twee derden meerderheid van stemmen in de tweede lezing in beide Kamers der Staten-Generaal.
De (wijzigingen van de) verdragen van Europese Unie worden grondwettelijk nog steeds beschouwd als oprichtingsbepalingen van een gewoon volkenrechtelijk samenwerkingsverband. Met dit voorstel krijgen de Kamers meer zeggenschap bij de goedkeuring en wijziging van EU-verdragen, besluiten tot vereenvoudigde wijziging en verdragen tot toetreding van nieuwe lidstaten. Volgens de initiatiefnemer wordt met een procedure van twee lezingen recht gedaan aan de wijze waarop de EU ingrijpt in nationale wetgeving.
Dit wetsvoorstel werd oorspronkelijk mede-ingediend door het Tweede Kamerlid Herben. Bij brief van 17 juli 2007 (TK 30.874, nr. 4
) heeft Van der Staaij gemeld de behandeling van het initiatiefvoorstel alleen voort te zetten.
Deze samenvatting is gebaseerd op het wetsvoorstel en de memorie van toelichting zoals ingediend bij de Tweede Kamer.
ingediend
20 november 2006titel
Voorstel van rijkswet van het lid Van der Staaij houdende verklaring dat er grond bestaat een voorstel in overweging te nemen tot verandering in de Grondwet, strekkende tot invoering van het vereiste van een meerderheid van twee derden van het aantal uitgebrachte stemmen in de Staten-Generaal voor de goedkeuring van verdragen betreffende de Europese Unieschriftelijke voorbereiding
ondertekening
inwerkingtreding
Artikel 91, vierde tot en met zesde lid, treedt eerst na vijf jaar of op een bij of krachtens wet te bepalen eerder tijdstip in werking.
-
19 augustus 2009
brief van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, met name inzake de afhandeling van een aantal moties en toezeggingen rond de interpretatie van artikel 91, derde lid, van de Grondwet
EK, G -
17 juni 2009
voortzetting behandeling
nr. 96, blz: 7559-7580 -
26 mei 2009
behandeling
nr. 87, blz: 6807-6825



Volg via