Dit wetsvoorstel introduceert een nieuw wettelijk kader voor handhaving in de sociale zekerheid. Het doel is om evenredig handhaven in grotere mate mogelijk te maken, met de menselijke maat als uitgangspunt.
Uitvoeringsorganisaties, zoals UWV en SVB, en gemeenten krijgen door dit wetsvoorstel meer ruimte om bij het opleggen van sancties, zoals waarschuwingen, boetes en maatregelen, rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van de uitkeringsgerechtigde. Het uitgangspunt is dat niet langer iedere overtreding automatisch streng wordt bestraft, maar dat een zorgvuldige belangenafweging plaatsvindt. Dit betekent dat uitvoerders geen straf hoeven op te leggen bij vergissingen of wanneer dit niet bijdraagt aan het bereiken van het doel van de wet.
Daarnaast worden de boetebedragen verlaagd. Deze zijn op dit moment te hoog waardoor mensen sneller in de financiële problemen komen.
Verder wordt de termijn voor het terugvorderen van onterecht betaalde uitkeringen ingekort van 20 tot 5 jaar. Dit verlaagt de administratieve druk voor zowel uitvoerders als burgers. Ook wordt het mogelijk om in bepaalde gevallen af te zien van terugvordering.
Deze samenvatting is gebaseerd op het wetsvoorstel en de memorie van toelichting zoals ingediend bij de Tweede Kamer.
Het voorstel is in behandeling bij de Tweede Kamer.
ingediend
4 juli 2025titel
Regels met betrekking tot de handhaving in de sociale zekerheid om meer passend handhaven mogelijk te maken (Wet handhaving sociale zekerheid)schriftelijke voorbereiding
ondertekening
inwerkingtreding
Op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
Er zijn geen documenten gevonden.