Dit wetsvoorstel voert het wetgevingspakket van de EU over elektronisch bewijsmateriaal uit, ook bekend als het e-evidencepakket. Dit pakket bestaat uit de EU-verordening 2023/1543 en de EU-richtlijn 2023/1544.
Met dit wetsvoorstel krijgen opsporingsdiensten en strafvorderlijke autoriteiten voor strafrechtelijk onderzoek onder voorwaarden de bevoegdheid om elektronisch bewijsmateriaal (zoals data en gebruikersgegevens) op te vragen bij dienstaanbieders die hun diensten in twee of meer lidstaten van de EU aanbieden. De wet geldt niet voor dienstaanbieders die in Nederland zijn gevestigd en enkel diensten in Nederland aanbieden. Bij een dienstaanbieder kan gedacht worden aan telecom- en internetbedrijven. Financiële diensten zijn hiervan uitgezonderd. Op dit moment loopt het opvragen van elektronisch bewijsmateriaal via de lidstaat waarin de dienstaanbieder is gevestigd. Onderhavig wetsvoorstel bepaalt dat dienstaanbieders een ‘geadresseerde’ (een ‘aangewezen vestiging’ of ‘wettelijke vertegenwoordiger’) moeten aanwijzen, waarheen de nationale autoriteiten een verstrekkings- of bewaringsbevel kunnen sturen. Hierdoor hoeft deze vergaring van elektronisch bewijsmateriaal niet meer via lidstaten zelf plaats te vinden. Het wetsvoorstel beoogt daarmee het makkelijker te maken om grensoverschrijdend elektronisch bewijsmateriaal te krijgen voor de opsporing en vervolging van strafbare feiten.
In Nederland kunnen het Europees verstrekkingsbevel en het Europees bewaringsbevel worden uitgevaardigd door de officier van justitie en de rechter-commissaris. Daarnaast functioneert de officier van justitie voor Nederland als tenuitvoerleggingsautoriteit. De Autoriteit Consument en Markt is aangewezen als toezichthouder.
De richtlijn had op 18 februari 2026 geïmplementeerd moeten zijn in Nederlandse wetgeving. De verordening is van toepassing met ingang van 18 augustus 2026.
Deze samenvatting is gebaseerd op het wetsvoorstel en de memorie van toelichting zoals ingediend bij de Tweede Kamer.
Het voorstel is in behandeling bij de Tweede Kamer.
ingediend
18 februari 2026titel
Regels ter uitvoering van Verordening (EU) 2023/1543 van het Europees parlement en de Raad van 12 juli 2023 betreffende het Europees verstrekkingsbevel en het Europees bewaringsbevel voor elektronisch bewijsmateriaal in strafzaken en de tenuitvoerlegging van vrijheidsstraffen als gevolg van een strafprocedure en Richtlijn (EU) 2023/1544 van het Europees parlement en de Raad van 12 juli 2023 tot vaststelling van geharmoniseerde regels inzake de aanwijzing van aangewezen vestigingen en de aanstelling van wettelijke vertegenwoordigers ten behoeve van de vergaring van elektronisch bewijsmateriaal in strafprocedures (Uitvoeringswet elektronisch bewijsmateriaal)schriftelijke voorbereiding
ondertekening
inwerkingtreding
Op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.