Debat over wetsvoorstellen passend onderwijs



Op dinsdag 2 oktober heeft de Eerste Kamer gedebatteerd over twee wetsvoorstellen over passend onderwijs en kwaliteitsverbetering in het speciaal (voortgezet) onderwijs. Het debat ging met name over de verzamelwet passend onderwijs, die de leerlinggebonden financiering in het basisonderwijs, speciaal (voortgezet) onderwijs, voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs afschaft. Een deel van het budget gaat in plaats daarvan naar nog op te richten samenwerkingsverbanden. Die verbanden gaan het geld over de scholen verdelen. In het debat uitten verscheidene woordvoerders hun zorgen over de gevolgen hiervan voor scholen, ouders en leerlingen. Dit leidde tot drie moties, over: de oprichting van een arbitragemogelijkheid,schorsing van leerlingen met gedragsproblemen en onderzoek naar de bekostiging van passend onderwijs. 

Bezuinigingen

Senator Flierman (CDA) gaf aan dat de uitgaven voor extra zorg aan leerlingen in het primair en voortgezet onderwijs tussen 2003 en 2009 zijn gegroeid van 800 miljoen naar 1,6 miljard euro. Dit illustreert volgens de CDA-fractie de noodzaak van het beheersen van overheidsuitgaven in deze sector. Senator Linthorst (PvdA) gaf echter aan dat volgens de PvdA-fractie de financiële rek er uit is. Scholen kunnen nu alleen nog bezuinigen op het aantal leerkrachten en dit komt het onderwijs volgens haar bepaald niet ten goede. Linthorst diende een motie in die de regering verzoekt om de Algemene Rekenkamer te laten onderzoeken of de structurele bekostiging van het regulier onderwijs voldoende is om het passend onderwijs verantwoord in te voeren. 

Thuiszitters

Senator Ganzevoort (GroenLinks) uitte in het debat zijn bezorgdheid over het risico van groter aantal 'thuiszitters': leerlingen die niet naar school kunnen omdat er voor hen geen passend onderwijs is en daarom noodgedwongen thuis zitten. Ganzevoort wees erop dat de zorgplicht van een school vervalt als de ouders van een kind het niet eens zijn met het aanbod dat de school doet voor passend onderwijs. Bij druk op de begroting kan dit er volgens hem toe leiden dat scholen en samenwerkingsverbanden uit financieel belang minder passend onderwijs aanbieden, en er dus meer thuiszitters komen. Ook gaf Ganzevoort aan zorgen te hebben over de mogelijkheid van scholen om kinderen onder de twaalf met een gedragsstoornis via schorsing van school te weren. Hij diende een motie in die de regering verzoekt om voorzieningen te treffen die schorsing van deze leerlingen zo veel mogelijk voorkomt. 

Samenwerkingsverbanden

Senator Kuiper (ChristenUnie) merkte op dat bovenregionale schoolverenigingen ook nu al met heel veel samenwerkingsverbanden te maken krijgen. Hij benadrukte dat het komen tot overeenstemming met al deze verschillende belangenbehartigers niet eenvoudig is. Door de verplichte aansluiting bij een samenwerkingsverband, worden scholen gedwongen een deel van hun vrijheid van onderwijs af te staan. 

Senator Huijbregts-Schiedon (VVD) stelde dat het voorstel in lijn is met het liberale uitgangspunt dat het niet gaat "om wat de leerling heeft, maar wat de leerling kan". Wel uitte zij zorgen over het in het wetsvoorstel opgenomen 'op overeenstemming gericht overleg' tussen samenwerkingsverbanden en gemeenten. Zij benadrukte dat de samenhang tussen passend onderwijs en jeugdzorg noodzaakt tot een doorslaggevende stem van de gemeente. Gemeenten zijn immers eindverantwoordelijk voor zowel jeugdzorg als de uitvoering van de leerplicht en de zorg voor goed onderwijs. Zij betreurde dat de minister voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap gemeenten deze doorslaggevende stem niet verleent. 

Senator Smaling (SP) gaf in het debat aan dat voor leerlingen met opvoedkundige problemen een "bestaan in de marge dreigt wanneer wij gedurende hun kinderjaren niet met volle kracht voor ze opkomen". Hij betreurde het dat het wetsvoorstel alle regio's dezelfde voorzieningen geeft. Zijns inziens zijn probleemsituaties niet gelijkelijk verdeeld over het land en is het bovendien aan de professionals zelf om te bepalen welk kind extra zorg nodig heeft. 

Senator Sörensen (PVV) pleitte in het debat voor het aannemen van afzonderlijke specialisten in de samenwerkingsverbanden en dit werk niet langer uit te besteden aan orthopedagogische didactische centra. Hij gaf aan dat hij een sterk vertrouwen heeft in de bestuurlijke capaciteiten van samenwerkingsverbanden. 

Permanente arbitrage

Senator Backer (D66) stelde in het debat dat hij de grote stelselwijziging die het wetsvoorstel mee brengt ernstig betreurt. Hij wil wachten met het wijzigen van de financiën tot er beter zicht is op het budget van het ministerie van OCW, de hoeveelheid gevallen waar het om gaat en de financiële toestand van de scholen. Om tegemoet te komen aan de problemen die hij voorziet bij de samenwerkingsverbanden, diende hij een motie in die de regering verzoekt een permanente arbitragemogelijkheid mogelijk te maken die conflicten binnen samenwerkingsverbanden kan afdoen. De minister zegde in het debat toe dat zij deze arbitrage mogelijk zal maken. Onder het huidige wetsvoorstel kunnen de samenwerkingsverbanden zelf in hun statuten opnemen dat zij conflicten bij dit orgaan zullen voorleggen, het is niet verplicht. De minister zegde toe ook te onderzoeken hoe samenwerkingsverbanden hier wettelijk toe kunnen worden verplicht. 

Senator De Lange (OSF) uitte in het debat kritiek over het 'naast zich neerleggen' van de adviezen van de Raad van State door het huidige demissionaire kabinet. Minister Van Bijsterveldt-Vliegenthart stelde hiertoe dat zij deze kritiek sterk betreurt en benadrukte dat de Raad van State uiteindelijk geen algeheel negatief oordeel heeft gegeven. Ten aanzien van de medezeggenschapsraad bij scholen zegde zij toe aan onder andere de senatoren Ganzevoort en Flierman met de Raad van State te gaan overleggen over een variawet die het mogelijk maakt dat ook ouders die niet in de medezeggenschapsraad van de school zitten, deel uit kunnen maken van de 'ondersteuningsplanraad' van het samenwerkingsverband. Op deze manier is dubbel lidmaatschap niet verplicht en worden ouders (hierin) dus niet overvraagd.

Over de wetsvoorstellen en de moties wordt op dinsdag 9 oktober 2012 gestemd.



Deel dit item: