Debat Prostitutiewet wederom geschorst

28 mei 2013

De behandeling van de wet regulering prostitutie en bestrijding misstanden seksbranche in de Eerste Kamer is voor de tweede keer geschorst. Op 30 oktober 2012 verzocht minister Opstelten de plenaire behandeling van het wetsvoorstel te schorsen. De minister gaf destijds aan zich naar aanleiding van de geuite bezwaren te willen herbezinnen op het wetsvoorstel. Deze bezwaren betroffen met name de registratieplicht voor prostituees en de vergewisplicht voor klanten. In een brief van 19 april 2013 gaf de minister aan dat hij alles afwegende geen heil ziet in alternatieve maatregelen. Verscheidene woordvoerders uitten bij de hervatting van het debat op 28 mei opnieuw hun zorgen over deze twee punten. Aan het eind van de tweede termijn zegde de minister toe dat hij gelet op deze bezwaren de vergewisplicht niet in werking zal laten treden; hij is echter niet bereid dit onderdeel middels een wetswijziging uit de wet te schrappen. De registratieplicht voor prostituees wil de minister handhaven.

De Eerste Kamer gaf in reactie daarop, bij monde van senator Duthler (VVD), aan behoefte te hebben aan nadere motivering en toelichting en besloot het debat te schorsen in afwachting van een brief van de minister. 

De Eerste Kamer wil in deze toelichting ook een reactie van de minister op twee moties van senator Strik (GroenLinks). De eerste motie verzoekt de regering om het wetsvoorstel via een zogenoemde novelle te splitsen, waardoor de invoering van de uniforme vergunningplicht voortvarend ter hand kan worden genomen. De tweede motie verzoekt de regering te onderzoeken op welke wijze zelforganisaties van prostituees bij de totstandkoming en uitvoering van het prostitutiebeleid kunnen worden betrokken en hoe het representeren van de belangen van sekswerkers, het voorlichten van sekswerkers over entree tot en exit uit de prostitutie, directe dienstverlening, conflictbemiddeling, en beleidsadvisering mede bij hen kan worden belegd. Beide moties werden door de minister ontraden.

Het derde punt waarop de minister schriftelijk dient in te gaan is het punt van de handhaving, zoals opgeworpen door senator Witteveen (PvdA). Senator Witteveen vroeg de minister om klare cijfers over de inzet van politie- en hulpverleningscapaciteit.

Het 'waterbed-effect'

Senator Ester (ChristenUnie) gaf aan dat zijn fractie voorstander is van een landelijk verplicht vergunningenstelsel. Dit voorkomt het zogeheten 'waterbed-effect': dat prostitutie zich verplaatst van gemeentes waar de vergunningsplicht wel geldt naar gemeentes waar deze niet geldt. Ester stelde ten aanzien van de vergewisplicht dat het goed is dat de klant in de ketenaanpak wordt betrokken, maar dat de handhaafbaarheid hiervan betwistbaar is.

Senator Van Bijsterveld (CDA) stond geheel achter het doel van het wetsvoorstel en de daarin opgenomen algemene vergunningplicht en verhoging van de minimale leeftijd. Dat geldt echter niet voor de registratie- en de vergewisplicht. Volgens Van Bijsterveld zijn er recente ontwikkelingen in de gemeentelijke praktijk waar met nadruk naar moeten worden gekeken. Zij noemde daarbij het voorbeeld van de onlangs in de Amsterdamse gemeenteraad aangenomen Nota 'Aanpak dwang en uitbuiting', waarin niet de registratieplicht maar de vergunningplicht centraal staat.

Certificering

Senator Reynaers (PVV) zag meerwaarde in de verhoging minimumleeftijd en de invoering van een registratieplicht, maar ook hij had bezwaren bij (de handhaafbaarheid van) de vergewisplicht voor klanten. Zo vroeg de senator bijvoorbeeld of wordt bijgehouden welke nummercombinaties hoe vaak worden opgevraagd. Reynaers vroeg de minister verder of er is overwogen om naast registratie een certificatieplicht in te voeren, waarbij voor prostituees een aantal minimumvoorwaarden gaan gelden. Minister Opstelten beschouwt dit vooralsnog niet als een optie, maar is wel bereid hiernaar te kijken als uit de evaluatie blijkt dat registratie alleen niet werkt.

Averechtse werking

Senator Strik (GroenLinks) stelde dat de registratieplicht zelfs averechts kan werken. Dat wordt het geval als meer prostituees - doordat ongeregistreerd zijn strafbaar wordt - in de illegaliteit raken of bij bedrijven zonder vergunning gaan werken. Strik diende een motie in die de regering verzoekt het wetsvoorstel te splitsen opdat de algemene vergunningsplicht wel doorgang kan vinden, maar de registratie- en vergewisplicht achterwege blijven. Minister Opstelten reageerde hierop door te stellen dat de vergunningsplicht, de registratieplicht en - in mindere mate - de vergewisplicht sterk met elkaar verbonden en splitsing daarom niet kan. Ook de tweede motie van senator Strik, over het betrekken van prostituee-organisaties bij het maken van beleid ontried de minister. De minister gaf aan dat hij momenteel al overleg pleegt met de branche en dat hij deze volledig zal betrekken bij de uitwerking. Extra financiële steun is daar niet voor nodig.

Herbezinning

Senator Quik-Schuijt (SP) haalde aan dat de Kamer een half jaar geleden zich unaniem tegen het wetsvoorstel heeft uitgesproken. Zij vroeg waarom het nu wel aanvaardbaar zou zijn, aangezien de minister geen blijk heeft gegeven van een tegemoetkoming aan de Kamer. Zij gaf aan dat de SP-fractie de invoering van een vergunningenstelsel toejuicht, zij het zonder de optie voor gemeenten om geen enkel bedrijf een vergunning te verlenen. Tegen de registratie- en vergewisplicht uitte de senator echter sterke bezwaren, met name vanwege onvoldoende bescherming van persoonsgegevens en het ontbreken van een voldoende zwaarwegend algemeen belang om deze twee plichten in te voeren. 

Ook senator Scholten (D66) vond het teleurstellend dat de door de minister aangekondigde herbezinning niet heeft geleid tot een andere oplossing voor misstanden in de prostitutie. Volgens de senator kan meer capaciteit bij politie en opvang- en voorlichtingsinstituten juist wel een belangrijke bijdrage leveren. Dit in combinatie met een goede controle op bedrijven met vergunning  en het opsporen van bedrijven zonder vergunning. Bovendien kost volgens senator Scholten invoeren van het registratiesysteem, nog los van de privacy-aspecten, veel geld.

Senator De Lange (OSF) betreurde eveneens dat de herbezinning van de minister niet tot nieuwe inzichten heeft geleid. De Lange merkte op dat de overheid met het vergunningenstelsel aan de ene kant de prostitutiebranche ziet als een bedrijfstak en aan de andere kant allerlei vormen van regulering oplegt die in geen enkele bedrijfstak gelden. Ten aanzien van de vergewisplicht merkte hij op dat de klant hiermee in feite ongevraagd wordt bevorderd tot onbezoldigd opsporingsambtenaar. Senator De Lange sprak in zijn bijdrage mede namens de PvdD.

Tussenstation

Senator Witteveen (PvdA) gaf aan dat oorspronkelijke doel van het bordeelverbod niet uit de verf is gekomen en dat er nog steeds een stigma aan het beroep kleeft . Er is niet één effectieve keten van betrokken professionals  om misstanden uit te bannen.  De wet is volgens de senator verre van volmaakt en is ze niet meer dan een tussenstation naar een meer definitieve oplossing. De vergewisplicht noemde senator Witteveen "een kafkaëske, absurde maatregel".

Senator Holdijk (SGP) stelde dat prostitutie een onuitroeibaar kwaad zal blijven en merkte op dat deze activiteiten nooit goed zullen functioneren in een sfeer van legaliteit en openheid. De senator  verwacht niet dat het wetsvoorstel een einde zal maken aan de prostitutie dan wel de misstanden daarbinnen, maar "nietsdoen is geen optie".

Senator Duthler (VVD) gaf aan dat de belangrijkste aarzelingen van haar fractie liggen in de registratie- en de vergewisplicht. Zij merkte op  tevreden te zijn dat het register volgens de eisen van privacy and security by design wordt ontwikkeld. Wel vroeg zij of bij de periodieke audit niet alleen wordt gekeken naar beveiligingsmaatregelen maar ook naar naleving van privacywetgeving. Daarnaast vroeg zij hoe voorkomen kan worden dat het registratiesysteem wordt gekoppeld aan andere overheidssystemen.

Minister Opstelten gaf aan dat hij zich sterk zal inzetten voor waterdichte waarborgen voor het registratiesysteem. Daarnaast benadrukte de minister dat er geen politieke implicaties vastzitten aan het wel of niet aannemen van dit wetsvoorstel en dat er bij de gemeentes Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht de wens bestaat om deze wet in te voeren. Volgens de minister is dit "geen ideale wet" en moet ze inderdaad gezien worden als tussenstation.

Over de registratieplicht stelde de minister dat de drempel voor registratie zo laag mogelijk wordt gemaakt. De vergunningplicht is heel ruim: alleen zelfstandige prostituees vallen er niet onder. Voor deze groep geldt overigens wel een registratieplicht. De minister verwacht dat de sociale positie van de prostituee met dit wetsvoorstel wordt versterkt. Opstelten: "Waarom zouden we het niet proberen, want de risico's zijn niet groot."

Aan het eind van het debat gaf de minister aan dat hij de vergewisplicht, gezien de geuite praktische bezwaren van de Eerste Kamer , in ieder geval niet uit zal voeren tot aan de over drie jaar geplande evaluatie. Hij wilde het artikel niet op voorhand uit de wet schrappen, maar tot dode letter verklaren. Enkele woordvoerders stelden dat zij meer zien in het schrappen van de plicht door middel van een novelle. De Kamer gaf vervolgens aan behoefte te hebben aan nadere motivering en toelichting van de minister en schorste de derde termijn op in afwachting van een brief.  


Zie ook: