25.338

Verandering in de Grondwet inzake de regels over het ouderlijk gezag en de voogdij over de minderjarige koning



Dit wetsvoorstel heft het verwarrende verschil tussen het grondwettelijke begrip 'voogdij' en het begrip 'voogdij' in het Burgerlijk Wetboek op.

Er wordt vastgelegd dat er voor een minderjarige koning een raad van toezicht op voogdij en ouderlijk gezag moet komen, waarvan de inrichting, samenstelling en bevoegdheden wettelijk worden geregeld.

Deze samenvatting is gebaseerd op het wetsvoorstel en de memorie van toelichting zoals ingediend bij de Tweede Kamer.


Stand van zaken

Schriftelijke voorbereiding
Eerste Kamer
Afkondiging
Staatsblad(en)

Het voorstel is op 15 januari 1998 met algemene stemmen door de Tweede Kamer aangenomen. Het voorstel is op 17 februari 1998 zonder beraadslaging en zonder stemming door de Eerste Kamer afgedaan.

De wet is opgenomen in Staatsblad 122 van 5 maart 1998.


Kerngegevens

ingediend

1 mei 1997

titel

Verklaring dat er grond bestaat een voorstel in overweging te nemen tot verandering in de Grondwet van de bepaling inzake de voogdij en het ouderlijk gezag over de minderjarige Koning

schriftelijke voorbereiding

ondertekening

  • minister van Binnenlandse Zaken
  • minister van Justitie

inwerkingtreding

Niet van toepassing.


Documenten

3
  • 17 februari 1998
    stemming (hamerstuk) PDF-document Handelingen EK 1997/1998, nr. 20: blz. 905
  • 15 januari 1998
    stemming (met algemene stemmen aangenomen) Handelingen TK 1997/1998, nr. 16: blz. 3383-3384
  • 13 januari 1998
    behandeling Handelingen TK 1997/1998, nr. 14: blz. 3279-3286