Inhoudsopgave van deze pagina
Rechtsbescherming van biotechnologische uitvindingen
Dit voorstel van rijkswet implementeert richtlijn 98/44/EG
van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 6 juli 1998 betreffende de bescherming van biotechnologische uitvindingen (PbEG L 213) in de Rijksoctrooiwet, de Rijksoctrooiwet 1995 en de Zaaizaad- en Plantgoedwet.
De richtlijn heeft als doel het onderscheid te verduidelijken tussen wat wel of niet octrooieerbaar is met betrekking tot uitvindingen op het terrein van de biotechnologie. Zij waarborgt het vrije verkeer van geoctrooieerde biotechnologische producten door harmonisatie van de nationale wetgeving van de lidstaten.
Deze samenvatting is gebaseerd op het wetsvoorstel en de memorie van toelichting zoals ingediend bij de Tweede Kamer.
Het voorstel is op 23 april 2002 aangenomen door de Tweede Kamer. SP, PvdA, D66, CDA, ChristenUnie en SGP stemden voor.
Na advisering door de Eerste Kamercommissie voor Economische Zaken (fracties VVD, CDA en D66) heeft het College van Senioren op 14 mei 2002 besloten het wetsvoorstel als politiek controversieel aan te merken. Aanleiding voor dit besluit was de val van het Kabinet-Kok II.
Op verzoek van de fracties van VVD, GroenLinks, ChristenUnie en SGP is het voorstel in verband met de val van het Kabinet-Balkenende op 29 oktober 2002 door de Eerste Kamer opnieuw controversieel verklaard.
Door het aantreden van het Kabinet-Balkenende II is de politieke controversialiteit vervallen.
De plenaire behandeling door de Eerste Kamer vond plaats op 8 juni 2004. De behandeling is op verzoek van de staatssecretaris van Economische Zaken in afwachting van een novelle aangehouden. De Eerste Kamer heeft het voorstel op 9 november 2004, tezamen met de Novelle Rechtsbescherming van biotechnologische uitvindingen (29.739) (R1767), als hamerstuk afgedaan.
De wet is opgenomen in Staatsblad 590
van 18 november 2004.
ingediend
28 mei 1999titel
Wijziging van de Rijksoctrooiwet, de Rijksoctrooiwet 1995 en de Zaaizaad- en Plantgoedwet ten behoeve van de rechtsbescherming van biotechnologische uitvindingenschriftelijke voorbereiding
inbreng geleverd door
ondertekening
inwerkingtreding
Op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip
-
11 mei 2005
brief van de staatssecretaris van Economische Zaken over de beëindiging van de infractieprocedure wegens niet tijdige implementatie van richtlijn 98/44/EG betreffende de rechtsbescherming van biotechnologische uitvindingen
EK, F -
18 november 2004
publicatie wet
nr. 590 -
9 november 2004
stemming (hamerstuk)
nr. 4, blz: 61-62 -
26 oktober 2004
korte aantekening commissie Economische Zaken (EZ)
-
8 juni 2004
voortzetting behandeling
nr. 31, blz: 1672-1685 -
8 juni 2004
behandeling
nr. 31, blz: 1660-1670 -
1 juni 2004
eindverslag commissie Economische Zaken (EZ)
EK, E -
24 mei 2004
nadere memorie van antwoord
EK, D -
29 april 2004
nader voorlopig verslag commissie Economische Zaken (EZ)
EK, C -
24 februari 2004
memorie van antwoord
EK, B -
7 oktober 2003
voorlopig verslag commissie Economische Zaken (EZ)
EK, A -
29 oktober 2002
vaststelling controversialiteit van het wetsvoorstel na de val van het Kabinet-Balkenende
nr. 4: blz. 44 -
23 april 2002
stemmingsoverzicht Tweede Kamer
-
23 april 2002
gewijzigd voorstel van wet
nr. 435 -
23 april 2002
stemming (aangenomen, voor: SP, PvdA, D66, ChristenUnie en SGP)
nr. 71: blz. 4603-4605 -
4 april 2002
voortzetting behandeling
nr. 64: blz. 4313-4326 -
7 juni 2000
behandeling brief staatssecretaris Economische Zaken
nr. 84: blz. 5424-5430 -
30 mei 2000
behandeling
nr. 81: blz. 5217-5249


Volg via