Inhoudsopgave van deze pagina
Context
Vermindering aantal leden provinciale staten en gedeputeerde staten
Dit wetsvoorstel verkleint het aantal leden van provinciale staten en van gedeputeerde staten. Hiertoe wordt de Provinciewet gewijzigd.
Het voorstel vloeit voort uit de notitie 'Beperking van het aantal leden van provinciale staten' (26.422 nr. 2
en de aanvulling daarop 26.422 nr.3
).
Deze samenvatting is gebaseerd op het wetsvoorstel en de memorie van toelichting zoals ingediend bij de Tweede Kamer.
Het voorstel is op 12 juni 2001 aangenomen door de Tweede Kamer. PvdA, D66, en VVD stemden voor.
Na advisering door de Eerste Kamercommissie voor Binnenlandse Zaken en Hoge Colleges van Staat (fracties CDA, GroenLinks, ChristenUnie, SGP en OSF), heeft het College van Senioren op 23 april 2002 besloten dit wetsvoorstel als politiek controversieel aan te merken. Aanleiding voor dit besluit was de val van het Kabinet-Kok II. Door het aantreden van het Kabinet-Balkenende I is de politieke controversialiteit vervallen.
De Eerste Kamer heeft op 29 oktober 2002 na hoofdelijke stemming - 37 stemmen voor en 34 stemmen tegen (tegen stemden de fracties van de PvdA, VVD en SP) - besloten het voorstel niet op korte termijn te agenderen.
De Eerste Kamercommissie voor Binnenlandse Zaken en Hoge Colleges van Staat heeft later besloten het wetsvoorstel voorlopig niet plenair af te handelen, in afwachting van de door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties vóór 1 januari 2006 toegezegde evaluatie van de bestaande situatie.
De commissie heeft op 11 mei 2004 de brief van 26 maart 2004
van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over de evaluatie besproken. Bijgevoegd bij deze brief is de stand van zaken
met betrekking tot de evaluatie van de dualisering van het gemeentebestuur (inclusief het plan van aanpak
) en het provinciebestuur. De commissie heeft op 7 september 2004 de brief van de ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties van 23 augustus 2004, zoals opgenomen in het verslag van een schriftelijk overleg van 31 augustus 2004 besproken.
De plenaire behandeling door de Eerste Kamer vond plaats op 1 februari 2005. Het voorstel is op 22 februari 2005 na hoofdelijke stemming met 35 stemmen voor en 34 stemmen tegen aangenomen.
De wet is opgenomen in Staatsblad 185
van 12 april 2005.
De inwerkingtreding is opgenomen in Staatsblad 186
van 12 april 2005.
ingediend
29 juni 2000titel
Wijziging van de Provinciewet in verband met vermindering van het aantal leden van provinciale staten en gedeputeerde statenschriftelijke voorbereiding
inbreng geleverd door
- CDA - M.L. Bemelmans-Videc
- VVD - P.J.H.M. Luijten
- PvdA - W.J. Witteveen
- GroenLinks - L.H.G. Platvoet
- D66 - J.C. Terlouw
- ChristenUnie, SGP - G. Holdijk
- OSF - M. Bierman
ondertekening
inwerkingtreding
Op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip
Voor provincies met 400.001 inwoners en minder komt een aantal van 39 statenleden te gelden; voor provincies met meer dan 2.000.000 inwoners 55 statenleden.
Er is tevens voorzien in een kleine vermindering tot een maximum aantal van zeven voltijd-gedeputeerden, dan wel negen gedeputeerden ingeval er een of meer deeltijd-gedeputeerden zijn.
-
19 april 2006
brief van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over restzetelverdeling en de gevolgen voor de toegang van verschillende partijen tot provinciale staten en de Eerste Kamer
EK, C -
19 april 2006
restzetelverdeling Provinciale Staten en Eerste Kamer
ter inzage gelegd bij EK 27.214, C onder griffienummer 134916 -
19 april 2006
appendix restzetelverdeling Provinciale Staten en Eerste Kamer
ter inzage gelegd bij EK 27.214, C onder griffienummer 134916 -
12 april 2005
publicatie inwerkingtreding
nr. 186 -
12 april 2005
publicatie wet
nr. 185 -
22 februari 2005
stemming (aangenomen, met 35 voor en 34 tegen)
nr. 16, blz: 745-746 -
1 februari 2005
voortzetting behandeling
nr. 14, blz: 658-670 -
1 februari 2005
behandeling
nr. 14, blz: 632-645 -
12 oktober 2004
korte aantekening commissie Binnenlandse Zaken en Hoge Colleges van Staat
-
7 september 2004
korte aantekening commissie Binnenlandse Zaken en Hoge Colleges van Staat
-
31 augustus 2004
verslag schriftelijk overleg van de commissie voor Binnenlandse Zaken en Hoge Colleges van Staat met de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
EK, B -
5 april 2004
verslag schriftelijk overleg van de commissie voor Binnenlandse Zaken en Hoge Colleges van Staat met de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
EK, A -
29 oktober 2002
stemming over agendering van het voorstel
nr. 4: blz. 44 -
1 oktober 2002
behandeling proceduredebat
nr. 2: blz. 23-31 -
18 september 2002
brief minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over spoedige plenaire behandeling van dit wetsvoorstel
nr. 2 -
3 september 2002
brief minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over spoedige plenaire behandeling van dit wetsvoorstel
nr. 51e -
26 maart 2002
eindverslag commissie Binnenlandse Zaken en Hoge Colleges van Staat
nr. 51d -
20 maart 2002
nadere memorie van antwoord
nr. 51c -
8 februari 2002
nader voorlopig verslag commissie Binnenlandse Zaken en Hoge Colleges van Staat
nr. 51b -
20 december 2001
memorie van antwoord
nr. 51a -
9 oktober 2001
voorlopig verslag commissie Binnenlandse Zaken en Hoge Colleges van Staat
nr. 51 -
12 juni 2001
gewijzigd voorstel van wet
nr. 318 -
12 juni 2001
stemmingsoverzicht Tweede Kamer
-
12 juni 2001
stemming (aangenomen, voor: PvdA, D66 en VVD)
nr. 85: blz. 5380 -
7 juni 2001
behandeling
nr. 84: blz. 5332-5357


Volg via