31.505

Actualisering Wet financieel statuut van het Koninklijk Huis



Dit wetsvoorstel actualiseert de Wet financieel statuut van het Koninklijk Huis (WFSKH). De WFSKH regelt de grondwettelijke uitkeringen aan de Koning en aan een aantal leden van het koninklijk huis. Een aantal onderdelen komen te vervallen, omdat ze overbodig zijn geworden.

Met dit voorstel worden een aantal regelingen die speciaal voor prinses Juliana en prins Bernhard waren vastgesteld omgezet in regelingen voor de Koning die afstand heeft gedaan van het koningschap of de overlevende echtgenoot of echtgenote van een lid van het Koninklijk Huis. Daarnaast worden de overige personele en materiële kosten, de zogenaamde functioneel declarabele kosten, die berusten op een afzonderlijke voorziening in de begroting van de ministeries verduidelijkt. De terbeschikkingstelling aan de Koning van paleis Soestdijk vervalt en de terbeschikkingstelling van de paleizen Noordeinde, Huis ten Bosch en op de Dam wordt in de wet opgenomen. Daarnaast wordt ook de eventuele openstelling van de paleizen geregeld.

Deze samenvatting is gebaseerd op het wetsvoorstel en de memorie van toelichting zoals ingediend bij de Tweede Kamer.


Stand van zaken

Het voorstel is op 3 juli 2008 met algemene stemmen aangenomen door de Tweede Kamer. 

De Eerste Kamer heeft het voorstel op 18 november 2008 na stemming bij zitten en opstaan met algemene stemmen aangenomen.


Kerngegevens

ingediend

13 juni 2008

titel

Technische aanpassing en actualisering van de Wet financieel statuut van het Koninklijk Huis

schriftelijke voorbereiding

inbreng geleverd door

ondertekening

inwerkingtreding

Met ingang van 1 januari 2009. Indien het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 31 december 2008, treedt zij in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst en werkt zij terug tot en met 1 januari 2009.


Documenten

3