E060110
Laatste revisie: 17-07-2007

E060110 - Mededeling: Richtsnoeren betreffende de detachering van werknemers met het oog op het verrichten van diensten



In dit document stelt de Europese Commissie richtsnoeren op om ervoor te zorgen dat Richtlijn 96/71/EG (de detacheringrichtlijn) op een juiste manier wordt uitgevoerd in het kader van artikel 49 EG-Verdrag (vrijheid van het verrichten van diensten). De Europese Commissie beoogt dat beperkingen voor het detacheren van werknemers naar een ander EU-land (met name administratieve beperkingen) worden weggenomen terwijl de rechten van gedetacheerde werknemers gewaarborgd blijven. De Europese Commissie herinnert de lidstaten eraan dat artikel 49 EG stelt dat controles in het kader van een richtlijn geen ongerechtvaardigde en onevenredige beperkingen op mogen leggen op het vrij verrichten van diensten.


Stand van zaken

Behandelfase Eerste Kamer: behandeling in Eerste Kamer afgerond.


Kerngegevens

document Europese Commissie

COM(2006)159PDF-document, d.d. 4 april 2006

commissie Eerste Kamer

beleidsterreinen

verwant dossier


Behandeling Eerste Kamer

De commissie voor Europese Samenwerkingsorganisaties heeft tijdens de vergadering d.d. 12 september 2006 besloten de onderhavige mededeling onder de aandacht te brengen van de commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Op 17 oktober 2006 heeft de commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) besloten het dossier nogmaals te agenderen op 14 november 2006.

De commissie SZW heeft op 14 november 2006 besloten het advies, opgesteld door de daarvoor aangewezen rapporteur, te volgen en regering te vragen naar de reden van de discrepantie tussen haar antwoord terzake van het gebruik van bestuurlijke boeten bij wetsvoorstel 30678 en de privaatrechtelijke verantwoordelijkheid van sociale partners inzake de controle op de Wet minimumloon. Deze vragen zijn verwerkt in het voorlopig verslag met betrekking tot wetsvoorstel 30678. De antwoorden leest u in het memorie van antwoord dat op 13 november 2006 ontvangen werd.


Standpunt Nederlandse regering

In fiche vier stelt de regering positief te zijn over de subsidiariteit en proportionaliteit van de voorliggende mededeling. De regering meldt dat de Europese Commissie via deze mededeling toe wil zien op de naleving van de detacheringrichtlijn en daarvoor is een mededeling het geschikte instrument.

In haar standpuntbepaling geeft de regering aan de richtsnoeren te verwelkomen. Zij is daarentegen geen voorstander van een meldingsplicht voor personeel van de oude EU-15, Malta en Cyprus. Hiernaast is de regering voorstander van intensivering van de samenwerking tussen lidstaten om illegale activiteiten aan te pakken. De regering geeft aan dat zij reeds een aantal initiatieven heeft lopen waarbij met andere lidstaten wordt samengewerkt. Dit proces wordt daarentegen begrensd door de nationale wettelijke stelsels. Een voorbeeld van het Nederlandse stelsel is dat de controle op algemeen verbindend verklaarde CAO-bepalingen en het minimumloon door de sociale partners gedaan wordt en niet door de Arbeidsinspectie. De regering geeft hierover aan dat zij het Nederlandse stelsel niet aan zal passen.

De regering stelt dat in de nieuwe opzet van de Dienstenrichtlijn grensoverschrijdende uitzendarbeid mogelijk met meer beperkingen te maken krijgt. Het aangekondigde onderzoek van de Europese Commissie in de voorliggende mededeling zou volgens de regering gebruikt kunnen worden om beperkende regels af te schaffen.

Ten slotte stelt de regering dat zij reeds actie ondernomen heeft om websites te verbeteren zoals in de mededeling wordt voorgesteld. De Engelstalige website van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wordt aangepast om meer en beter informatie te bieden. Hiernaast biedt de regering de sociale partners de mogelijkheid via haar website informatie ter beschikking te stellen.

  • bnc-fiche
    Ministerie van Buitenlandse Zaken - 22.112, 449[4]
    13 juni 2006

Samenvatting voorstel Europese Commissie

Naar aanleiding van een op 16 februari 2006 door het Europees Parlement aangenomen wetgevingsresolutie over het voorstel voor een richtlijn betreffende diensten op de interne markt (hierna: Dienstenrichtlijn), waarvoor de Commissie begin 2004 een voorstel indiende bij de Raad en het Europees Parlement, heeft de Commissie een gewijzigd voorstel ingediend waarin de artikelen 24 en 25 van het oorspronkelijke voorstel niet meer voorkomen. Genoemde artikelen bevatten specifieke bepalingen betreffende de detachering van werknemers (uit zowel lidstaten als derdelanden). Aangezien diensten van uitzendbureaus niet onder de werkingssfeer van de dienstenrichtlijn zullen vallen, mogen lidstaten zelf vereisten (o.a. vergunningsvereisten) blijven stellen aan buitenlandse uitzendbureaus. De Commissie heeft hierbij toegezegd richtsnoeren vast te stellen om het bestaande Gemeenschapsrecht inzake de in de artikelen 24 en 25 behandelde administratieve procedures te verduidelijken.

Het doel van deze mededeling is om lidstaten, ondernemingen en werknemers door middel van richtsnoeren duidelijkheid te bieden over hun rechten en plichten wanneer werknemers naar een andere lidstaat worden gedetacheerd. Aan de hand van jurisprudentie van het Hof van Justitie geeft de Commissie richtsnoeren ten aanzien van controlemaatregelen door de ontvangende lidstaat, samenwerking inzake informatie-uitwisseling en handhaving in geval van niet-naleving van verplichtingen op grond van richtlijn 96/71/EG (de Detacheringsrichtlijn).

Ontvangende lidstaten kunnen van de buitenlandse dienstverleners verlangen dat zij zich aan bepaalde controlemaatregelen onderwerpen. Deze maatregelen mogen echter geen ongerechtvaardigde en onevenredige beperkingen van het vrij verkeer van diensten inhouden. Zo is het niet toegestaan de eis te stellen om over een vertegenwoordiger op het grondgebied van de ontvangende lidstaat te beschikken en de verplichting om een vergunning aan te vragen of te registreren. Volgens de Commissie mogen ontvangende lidstaten van de dienstverlener wél verlangen dat er een verklaring met een melding gemaakt wordt van de detachering uiterlijk bij het begin van de werkzaamheden met inachtneming van het evenredigheidsbeginsel. Aanbieders van diensten kunnen voorts door het gastland verplicht worden om documenten zoals een overzicht van gewerkte uren en documenten in verband met de veiligheid en gezondheid op het werk op de werkplek te hebben.

De landen van oorsprong zijn verplicht om loyaal samen te werken met de autoriteiten in de ontvangende landen. Deze laatsten moeten alle informatie verkrijgen die zij nodig hebben voor controles en bestrijding van illegale activiteiten. Ten aanzien van samenwerking inzake informatie uitwisseling verzoekt de Commissie de lidstaten om de informatie over toe te passen arbeidsvoorwaarden gemakkelijker toegankelijk te maken. Voorts moeten verbindingsbureau's en toezichtsinstellingen in staat zijn hun taken daadwerkelijk te vervullen.

Met betrekking tot de handhaving en controle op niet-naleving verzoekt de Commissie de lidstaten om zich ervan te vergewissen dat er een adequaat systeem van handhaving en controle aanwezig is. De Commissie zal met de lidstaten werken aan een verbetering van de grensoverschrijdende samenwerking tussen de arbeidsinspecties op onder de Detacheringsrichtlijn vallende gebieden.

Om de ontwikkeling van de situatie in de lidstaten ten aanzien van de tenuitvoerlegging van deze richtsnoeren te volgen en een objectieve evaluatie te kunnen maken op grond van de mededeling zal de Commissie onder meer een questionnaire toezenden aan de lidstaten en sociale partners, en binnen 12 maanden een evaluatierapport uitbrengen. De Commissie roept de lidstaten op hun nationale wetgeving door te lichten op conformiteit met de richtsnoeren.

  • PDF-document commissievoorstel
    Europese Commissie - COM(2006)159
    4 april 2006
  • [en]PDF-document werkdocument
    Europese Commissie - SEC(2006)439
    4 april 2006

Behandeling Raad

In de databank EUR-Lex wordt de laatste stand van zaken in de Europese behandeling van het voorstel weergegeven.


Behandeling Europees Parlement

Op 11 juli 2007 nam het Europees Parlement een resolutie aan ten behoeve van onderhavige mededeling.

In de databank OEIL van het Europees Parlement wordt de laatste stand van zaken in de behandeling van het voorstel weergegeven.


Standpunten andere lidstaten (IPEX)

In de databank IPEX wordt de behandeling van het voorstel in de diverse (kandidaat) lidstaatparlementen weergegeven.


Alle bronnen

Sociale media menu


Volg via