Europese werkwijze van de Eerste Kamer der Staten-Generaal


Europese Werkwijze

Een belangrijk deel van de werkzaamheden van de Eerste Kamer is gericht op de Europese Unie. In het nationale wetgevingsproces is de Eerste Kamer pas aan zet na de Tweede Kamer, maar voor het Europese wetgevingsproces ligt dit anders. De Eerste Kamer heeft hierin in beginsel dezelfde bevoegdheden als de Tweede Kamer: zij kan controle uitoefenen op de totstandkoming van Europese wet- en regelgeving. De Kamer vaart daarbij op de in 2009 ontwikkelde ‘Europese werkwijze van de Eerste Kamer’.

Deze Europese werkwijze heeft als uitgangspunt dat de behandeling van Europese beleids- en wetgevingsvoorstellen in de Eerste Kamer volledig is geïntegreerd in het reguliere werk van de Kamer. Dit betekent dat alle vakcommissies naast nationale wetgeving, ook Europese dossiers op hun beleidsterrein behandelen. Reden hiervoor is dat nationale wetgeving en Europese wetgeving steeds meer verweven zijn.

De vakcommissies van de Eerste Kamer hebben een centrale rol in de behandeling van de Europese voorstellen. De Eerste Kamer heeft in haar Europese werkwijze een selectieprocedure opgenomen, waarmee de commissies de voor hen belangrijkste voorstellen uit het jaarlijkse werkprogramma van de Europese Commissie uitkiezen. Het gaat dan om ontwerpverordeningen, -richtlijnen en besluiten, maar ook om mededelingen, witboeken en groenboeken. De selectie heet het ‘Europees werkprogramma van de Eerste Kamer’. Ook aan de regering wordt verzocht om met deze selectie rekening te houden, zodat de Eerste Kamer tijdig en adequaat kan worden geïnformeerd over deze Europese voorstellen.

Zodra de Europese Commissie een Europees voorstel publiceert dat voorkomt in het ‘Europees werkprogramma van de Eerste Kamer’, wordt het voorstel automatisch op de agenda van de verantwoordelijke vakcommissie geplaatst. Vervolgens maakt de commissie een eigen afweging in hoeverre en op welke wijze zij een prioritair Europees voorstel in behandeling neemt. Daarnaast biedt de wekelijks aan de Kamerleden aangeboden lijst 'nieuwe Europese Commissievoorstellen' de mogelijkheid om bijkomende voorstellen te selecteren en in behandeling te nemen.

De commissie heeft voor de behandeling de keuze uit een aantal beïnvloedingsinstrumenten. Zoals ook voor de behandeling van nationale wetsvoorstellen gebruikelijk is, verloopt de behandeling van een Europees voorstel in de Eerste Kamer voornamelijk schriftelijk.


Instrumentarium Eerste Kamer bij Europese werkwijze

De vakcommissies van de Eerste Kamer hebben een aantal beïnvloedingsmogelijkheden om hun betrokkenheid bij de totstandkoming van Europese wetgeving vorm te geven:

1. Schriftelijk overleg met de regering (regulier instrumentarium)

Om parlementaire controle uit te kunnen oefenen op het Europese wetgevingsproces, richt de Eerste Kamer zich voornamelijk op het controleren van het optreden van de Nederlandse regering in de Raad. Zij maakt daarbij gebruik van haar reguliere Kamerinstrumentarium. In een zogenaamde BNC-fiche (Beoordeling Nieuwe Commissievoorstellen) wordt het kabinetsstandpunt over een Europees voorstel aan de Kamers kenbaar gemaakt uiterlijk 6 weken (of eerder) na publicatie van het voorstel. Omdat behandelprocedures in de commissies doorgaans schriftelijk worden gevoerd, zullen vragen over de kabinetsinzet in een Raadsvergadering of beïnvloeding van het kabinetsstandpunt via brieven aan de regering verlopen.

Anders dan in de Tweede Kamer, houden de vakcommissies in de regel geen mondeling overleg waarin zij een bewindspersoon bevragen voorafgaand aan een Raadsvergadering. Over complexe Europese dossiers kan op verzoek van de commissieleden een mondeling overleg plaatsvinden met de betrokken bewindspersoon, een technische briefing of een deskundigenbijeenkomst worden georganiseerd. De bespreking van het jaarlijks in te dienen Nederlands Stabiliteits- en Hervormingsprogramma in het kader van de begrotingscyclus is een jaarlijks terugkerend mondeling overleg van de commissies FIN, EZ en EUZA met de minister van Financiën. Een mondeling overleg kan ook leiden tot het doen van toezeggingen door de minister.

Een enkele keer vindt een plenair debat plaats over grote Europese beleidsthema's. Zo wordt jaarlijks in de Eerste Kamer een beleidsdebat gehouden over Europa, de Algemene Europese Beschouwingen (AEB). Tijdens de AEB wordt ook de 'Staat van de Europese Unie' besproken, waarin het kabinet een balans opmaakt van de Europese ontwikkelingen en een visie uiteenzet voor de Europese agenda van het komende jaar. In een plenair debat kunnen ook moties worden aangenomen die de regering richting geven in Europese dossiers.

2. Informele politieke dialoog met de Europese instellingen

Gedurende de behandeling van een Europees voorstel kunnen de leden van een vakcommissie vragen stellen aan de Europese Commissie, bijvoorbeeld over de onderbouwing van bepaalde delen van het voorstel of de interpretatie van begrippen en bepalingen. Dit gebeurt dan in het kader van de zogenaamde 'informele politieke dialoog'. Omdat het om een informeel instrument gaat, kan de brief vragen of opvattingen bevatten van een of meerdere fracties. De brief kan bovendien betrekking hebben op zowel een wetgevend voorstel als een niet-wetgevend voorstel, zoals een mededeling of groenboek. Dergelijke brieven hoeven niet plenair te worden vastgesteld. De Europese Commissie tracht doorgaans haar reactie binnen 3 maanden toe te zenden.

De politieke dialoog tussen de vakcommissies en de Europese instellingen voltrekt zich niet alleen schriftelijk. Eerste Kamerleden gaan ook geregeld met de leden van de Europese Commissie en met Europarlementariërs in gesprek over Europese voorstellen in Den Haag, Brussel of tijdens interparlementaire conferenties elders.

3. Subsidiariteitstoets

Het subsidiariteitsbeginsel is een van de grondbeginselen in de werking van de Europese Unie: de Europese Unie mag slechts optreden wanneer dat is gewenst of noodzakelijk is. Nationale parlementen hebben de bevoegdheid om toe te zien op de eerbiediging van het subsidiariteitsbeginsel. Zij kunnen bezwaar aantekenen tegen wetsvoorstellen van de Europese Commissie die naar hun oordeel niet op Europees niveau thuishoren. Beide Kamers der Staten-Generaal hebben elk één stem in de bezwaarprocedure. De Kamers zoeken steeds naar samenwerking om te bezien of er een (vrijwel) identieke brief verzonden kan worden naar de Europese Commissie. In een enkel geval dient slechts één Kamer een bezwaar in.

De uitgaande brief met een subsidiariteitsbezwaar ('gemotiveerd advies') dient - op voorstel van de vakcommissie - plenair vastgesteld te worden en dient binnen 8 weken na publicatie van het betreffende voorstel bij de Europese Commissie ontvangen te zijn.

Bij de beoordeling van de vraag of een Europees wetgevingsvoorstel in strijd is met het subsidiariteitsbeginsel, verricht de Eerste Kamer een integrale toetsing van het Europese wetgevingsvoorstel. Dit betekent dat de Kamer zich niet strikt beperkt tot het toetsen of het subsidiariteitsbeginsel in acht is genomen. Zij beoordeelt het gehele voorstel, kijkt of de voorgestelde maatregelen proportioneel zijn tot het beoogde doel en of er een goede rechtsbasis voor het voorstel is.

De Eerste Kamer kan door het indienen van een bezwaar geen nieuwe Europese voorstellen tegenhouden. Alleen bij voldoende subsidiariteitsbezwaren vanuit nationale parlementen is de Europese Commissie gehouden het oorspronkelijke voorstel te heroverwegen (een zogenoemde 'gele kaart' of 'oranje kaart'-procedure).

4. Parlementair behandelvoorbehoud

De grondwettelijke informatieplicht (artikel 68 Grondwet) biedt de Kamer de basis om door de regering te worden geïnformeerd over de totstandkoming van Europees beleid en regelgeving en over de rol die de regering daarin heeft. Op basis van de goedkeuringswet van het Verdrag van Lissabon hebben beide Kamers sinds 2009 ook de bevoegdheid gekregen om een parlementair behandelvoorbehoud te plaatsen bij de totstandkoming van Europese wetgeving. Door een voorbehoud te plaatsen, geeft een Kamer aan dat zij een voorstel van bijzonder politiek belang acht en dat zij over de behandeling van dit voorstel uitgebreid wenst te worden geïnformeerd voordat de Raad hierover een besluit neemt. De Eerste Kamer heeft, anders dan de Tweede Kamer, deze procedure tot nu toe nog niet toegepast.

5. Instemmingsrecht

De Eerste Kamer had lange tijd een instemmingsrecht voor een groot aantal Europese aangelegenheden. Dit hield in dat een bewindspersoon slechts kon meewerken aan de totstandkoming van een Europees voorstel in de Raad als beide Kamers hun instemming hadden gegeven. Bij de goedkeuring van het Verdrag van Lissabon heeft de Nederlandse wetgever het instemmingsrecht voor de Kamers ingeperkt. Het instemmingsrecht geldt nu alleen voor voorstellen op het gebied van paspoorten, familierecht en bepaalde vormen van politiesamenwerking. De commissie voor Immigratie & Asiel/ JBZ-Raad neemt het ontwerp dan in behandeling, waarna het al dan niet verlenen van instemming plenair wordt vastgesteld.

Brieven met aanvullende afspraken over het instemmingsrecht:

  • Brief van de minister van Veiligheid en Justitie van 27 mei 2016 inzake afschrift van een brief aan de Tweede Kamer met betrekking tot de parlementaire instemmingsprocedure inzake familierechtdossiers (32317, GK)
  • Brief van de minister van Veiligheid en Justitie van 4 maart 2016  inzake afschrift van een brief aan de Tweede Kamer over het instemmingsrecht bij EU-voorstellen (32317, FY)

Hoe komt u meer te weten over Europese dossiers?

Voor alle Europese voorstellen die de Eerste Kamer in behandeling neemt worden digitale dossiers (e-dossiers) aangemaakt op www.europapoort.nl. Deze website bevat al het nieuws en informatie over de Europese activiteiten van de Eerste Kamer en haar commissies. De website dient niet alleen Kamerleden, maar biedt ook het publiek direct inzicht in de werkzaamheden van de Eerste Kamer en stelt het publiek in staat standpunten aan de Kamer kenbaar te maken.

In de e-dossiers wordt informatie opgenomen over de behandeling van het Europees voorstel in de Eerste en Tweede Kamer, Raad van de Europese Unie, Europees Parlement, standpunt van de Nederlandse regering en andere lidstaten.


Europees Werkprogramma

Het Europees werkprogramma Eerste Kamer voor het parlementaire jaar 2016/2017 vindt u hier  pdf icoon.

Het Europees werkprogramma Eerste Kamer voor het parlementaire jaar 2015/2016 vindt u hier  pdf icoon

Het Europees werkprogramma Eerste Kamer voor het parlementaire jaar 2014/2015 vindt u hier  pdf icoon

Het Europees werkprogramma Eerste Kamer voor het parlementaire jaar 2013/2014 vindt u hier.

Het Europees werkprogramma Eerste Kamer voor het parlementaire jaar 2012/2013 vindt u hier.

Het Europees werkprogramma Eerste Kamer voor het parlementaire jaar 2011/2012 vindt u hier.

Het Europees werkprogramma Eerste Kamer voor het parlementaire jaar 2010/2011 vindt u hier.

Het Europees werkprogramma Eerste Kamer voor het parlementaire jaar 2009/2010 vindt u hier.