E090209
Laatste revisie: 21-07-2011

E090209 - Groenboek over de omzetting van het Verdrag van Rome van 1980 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst in een communautair instrument, alsmede over de modernisering ervan



De Europese Commissie streeft naar een verdere realisatie van de interne markt met vrij verkeer van goederen, personen, diensten en kapitaal met een gemeenschappelijke rechtsruimte waarin iedere burger zijn rechten in een andere lidstaat even goed kan doen gelden als in de lidstaat waar hij zijn woonplaats heeft In het op 14 januari 2003 gepubliceerde groenboekPDF-document worden vragen voorgelegd over mogelijkheden om in het internationaal privaaterecht tot betere afspraken te komen.


Stand van zaken

Behandelfase Eerste Kamer: behandeling in Eerste Kamer afgerond.

Europees

Op 14 januari 2003 is dit groenboekPDF-document met vragen op het terrein van internationaal privaatrecht gepubliceerd. De Commissie heeft de reactietermijn gesteld op 15 september 2003.

De Europes Commissie heeft de reacties op het Groenboek gepubliceerd op internet.


Kerngegevens

document Europese Commissie

COM(2002)654PDF-document, d.d. 14 januari 2003

commissie Eerste Kamer

beleidsterreinen


Standpunt Nederlandse regering


Samenvatting voorstel Europese Commissie

Een van de gevolgen van het toenemende handels- en reizigersverkeer binnen de Europese Unie en in de hele wereld is dat Europese burgers of in een lidstaat gevestigde bedrijven meer en meer de kans lopen betrokken te worden bij een geschil waarvan niet alle elementen zijn gelokaliseerd binnen de lidstaat waar zij hun gewone verblijfplaats of vestigingsplaats hebben. Door de onderlinge onverenigbaarheid of complexiteit van de nationale juridische en administratieve stelsels worden partijen vaak afgeschrikt om hun rechten in een vreemd land te doen gelden.

Omdat de Europese Commissie streeft naar een verdere realisatie van de interne markt met vrij verkeer van goederen, personen, diensten en kapitaal met een gemeenschappelijke rechtsruimte waarin iedere burger zijn rechten in een andere lidstaat even goed kan doen gelden als in de lidstaat waar hij zijn woonplaats heeft, worden in het op 14 januari 2003 gepubliceerde groenboekPDF-document vragen voorgelegd over mogelijkheden om in het internationaal privaaterecht tot betere afspraken te komen.

Het internationaal privaatrecht bestaat uit mechanismen om internationale geschillen gemakkelijker op te lossen. Het geeft een antwoord op drie vragen:

a Van welke staat zijn de rechters bevoegd om kennis te nemen van een geschil?

b Welk nationaal materieel recht wordt toegepast door de rechter die kennis neemt van het geschil?

c Kan de beslissing die is gegeven door de rechter die zich bevoegd heeft verklaard worden erkend en, in voorkomend geval, ten uitvoer gelegd in een andere lidstaat?

De Europese Commissie legt 20 vragen voor:

1 Beschikt u over informatie omtrent de daadwerkelijke kennis die de economische subjecten en de juridische beroepsbeoefenaren, met inbegrip van de rechters, hebben van het verdrag van Rome van 1980 en de erin vervatte regels? Weten de contractpartijen dat zij het op hun overeenkomst toepasselijke recht vrij kunnen kiezen? Indien u van oordeel bent dat de economische subjecten het verdrag van Rome onvoldoende kennen, heeft dit dan ongunstige gevolgen voor het verloop van contractbesprekingen of gerechtelijke procedures?

2 Acht u het wenselijk dat het verdrag van Rome van 1980 wordt omgezet in een communautair instrument? Wat zijn uw argumenten voor of tegen?

3 Bent u op de hoogte van moeilijkheden die worden ondervonden door de toename van het aantal regels dat gevolgen heeft voor het toepasselijke recht en door het feit dat deze over verschillende sectorale instrumenten van afgeleid recht verspreid zijn? Zo ja, wat is volgens u de beste oplossing om dit te verhelpen?

4 Indien een communautair instrument "Rome I" wordt aangenomen, vindt u het dan wenselijk dat een bepaling van algemene aard wordt ingevoerd om de toepassing van een communautaire minimumnorm te waarborgen wanneer alle aspecten van het contract, of zelfs slechts bepaalde, zeer belangrijke aspecten, in de Gemeenschap gelokaliseerd zijn? Zou de in punt 3.1.2.2 voorgestelde redactie geschikt zijn om dat doel te bereiken?

5 Hebt u commentaar op de beschreven krachtlijnen in verband met de interactie tussen een eventueel instrument "Rome I" en de bestaande internationale verdragen?

6 Acht u collisieregels die van toepassing zijn op arbitrage- en forumkeuzeclausules wenselijk?

7 Wat is uw oordeel over de huidige regels inzake verzekeringen? Vindt u de huidige aanpak van de gevallen a) en c) bevredigend? Wat stelt u voor om de moeilijkheden die u eventueel hebt ondervonden op te lossen?

8 Dienen de partijen volgens u rechtstreeks te kunnen kiezen voor een internationaal verdrag, of zelfs voor algemene rechtsbeginselen? Wat zijn de argumenten voor en tegen een dergelijke oplossing?

9 Vindt u dat een toekomstig instrument "Rome I" nauwkeuriger aanwijzingen moet bevatten met betrekking tot de definitie van een stilzwijgende rechtskeuze of acht u het feit dat terzake eventueel bevoegdheid wordt verleend aan het Hof van Justitie voldoende om de rechtszekerheid te waarborgen?

10 Vindt u dat de redactie van artikel 4 moet worden aangepast om de rechter met zoveel woorden te verplichten eerst van het vermoeden van lid 2 uit te gaan en het aldus verkregen recht pas terzijde te stellen als dit duidelijk niet geschikt is om het geval in kwestie te regelen? Zo ja, welke redactie lijkt u het meest geschikt?

11 Dient volgens u, naar het voorbeeld van artikel 22, lid 1, tweede alinea, van de verordening "Brussel I", een bijzondere regel te worden ingevoerd voor vakantieverhuringen van korte duur, of is de bestaande regeling toereikend?

12 Beoordeling van de regels inzake consumentenbescherming

A. Wat vindt u van de bestaande regels inzake consumentenbescherming? Vindt u ze, met name in het licht van de ontwikkeling van de elektronische handel, nog adequaat?

B. Beschikt u over informatie omtrent het effect van de huidige regels op: a) het bedrijfsleven in het algemeen; b) het midden- en kleinbedrijf; c) de consument?

C. Aan welke van de voorgestelde oplossingen geeft u de voorkeur en waarom? Zijn er nog andere oplossingen mogelijk?

D. Wat zou volgens u het effect zijn van de verschillende mogelijke oplossingen op: a) het bedrijfsleven in het algemeen; b) het midden- en kleinbedrijf; c) de consument?

13 Is het wenselijk om de respectieve betekenissen van de in de artikelen 3, 5, 6 en 9, enerzijds, en artikel 7, anderzijds, genoemde "dwingende bepalingen" te omschrijven?

14 Is het wenselijk om in artikel 6 preciseringen met betrekking tot de definitie van het begrip "tijdelijke tewerkstelling in een ander land" aan te brengen? Zo ja, welke preciseringen?

15 Bent u van mening dat artikel 6 andere wijzigingen moet ondergaan?

16 Is een regel met betrekking tot buitenlandse bepalingen van bijzonder dwingend recht volgens u noodzakelijk? Zou het wenselijk zijn nauwkeurigere aanwijzingen met betrekking tot de voorwaarden voor de toepassing van de buitenlandse bepalingen van bijzonder dwingend recht te geven?

17 Dient de collisieregel inzake de vorm van overeenkomsten te worden gemoderniseerd?

18 Acht u het wenselijk dat in een toekomstig instrument wordt aangegeven welk recht van toepassing is op de tegenwerpbaarheid van de cessie van schuldvorderingen? Zo ja, welke collisieregel beveelt u aan?

19 Zou het dienstig zijn de respectieve werkingssfeer van de artikelen 12 en 13 nader te omschrijven? Is het volgens u wenselijk een collisieregel in te voeren voor subrogatoire betalingen welke zonder verplichting worden uitgevoerd?

20 Moet volgens u worden aangegeven welk recht van toepassing is op wettelijke schuldvergelijking? Zo ja, welke collisieregel beveelt u aan?

De Europes Commissie heeft de reacties op het Groenboek gepubliceerd op internet.

  • PDF-document Groenboek
    Europese Commissie - COM(2002)654
    14 januari 2003

Behandeling Raad

In de databank EUR-Lex wordt de laatste stand van zaken in de Europese behandeling van het voorstel weergegeven.


Behandeling Europees Parlement

In de databank OEIL van het Europees Parlement wordt de laatste stand van zaken in de behandeling van het voorstel weergegeven.

  • PDF-document standpunt EP
    Europees Parlement - P5_TA(2004)0097
    12 februari 2004
  • PDF-document definitief verslag EP-commissie
    Europees Parlement - A5-0041/2004
    30 januari 2004

Standpunten andere lidstaten (IPEX)

In de databank IPEX wordt de behandeling van het voorstel in de diverse (kandidaat) lidstaatparlementen weergegeven.


Reacties Derden

  • PDF-document advies
    Economisch en Sociaal Comité - CESE 88/2004
    28 januari 2004

Alle bronnen

Sociale media menu


Volg via