E100073
  ruit icoon
Laatste revisie: 24-06-2011

E100073 - Commissiemededeling over het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid tot 2020



Op 18 november 2010 heeft de Europese Commissie de langverwachte mededeling over de toekomst van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) gepubliceerd. Eerder circuleerde al een conceptversie. Onder de titel "Het GLB tot 2020: inspelen op de uitdagingen van de toekomst inzake voedsel, natuurlijke hulpbronnen en territoriale evenwichten" beschrijft de Commissie in deze mededeling de uitdagingen waarvoor het GLB zich gesteld ziet, de redenen waarom hervorming van het huidige GLB nodig is en de doelstellingen van een toekomstig GLB.


Stand van zaken

Behandelfase Eerste Kamer: behandeling in commissie Eerste Kamer.

Europees

Het Europees Parlement heeft op 23 juni 2011 een resolutiePDF-document aangenomen over het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid.

Tijdens de Landbouw- en Visserijraad op 17 maart 2011 zijn enkele conclusiesPDF-document aangenomen over de mededeling van de Europese Commissie.

Nationaal

De reactie op commissievragen van 18 februari 2011 werd besproken op 22 februari 2011 en vooralsnog voor kennisgeving aangenomen. De commissie blijft dit dossier wel volgen.


Kerngegevens

volledige titel

Commissiemededeling: Het GLB tot 2020: inspelen op de uitdagingen van de toekomst inzake voedsel, natuurlijke hulpbronnen en territoriale evenwichten

document Europese Commissie

COM(2010)672PDF-document, d.d. 18 november 2010

commissie Eerste Kamer

beleidsterrein


Behandeling Eerste Kamer

De commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) heeft op 23 november 2010 gesproken over onderhavige mededeling en besloten dat er op 14 december 2010 inbreng geleverd kan worden voor schriftelijk overleg met de regering.

Ten behoeve van een commissiebrief aan de regering werd op 14 december 2010 inbreng geleverd door de fracties van het CDA en de SP. De commissiebrief werd op 15 december 2010 verzonden. De commissie mist onder andere een heldere vaststelling waar het Europees mandaat stopt en het nationaal mandaat begint of andersom.

De staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie heeft op 18 februari 2011 de brief van de commissie beantwoord. De staatssecretaris gaat onder meer in op de afbakening tussen het Europese en nationale mandaat en op het door de commissie geconstateerde gebrek aan invulling van de mededeling met concrete instrumenten.

De reactie van de staatssecretaris werd op 22 februari 2011 besproken en vooralsnog voor kennisgeving aangenomen. De commissie blijft het dossier wel volgen.


Behandeling Tweede Kamer

Op 25 november 2010 vond er in de Tweede Kamer een algemeen overleg plaats voorafgaand aan de Landbouw- en Visserijraad van december waar onderhavige mededeling gepresenteerd wordt door de Europese Commissie.

Op 7 december 2010 gingen de commissies voor Europese Zaken en Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I) in overleg met de staatssecretaris EL&I over onder andere de reactie van het kabinet op het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid 2014-2020.

Op basis van een initiatief van de toenmalige minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) zijn er vier boerencollectieven uitgenodigd deel te nemen aan een GLB-pilot. Hierin wordt onderzocht of overeenkomsten met boerencollectieven een meerwaarde kunnen opleveren voor de inzet van het GLB. De staatssecretaris van EL&I liet in een brief van 10 januari 2011 weten dat hij dit initiatief voorzet en zal de Kamer op de hoogte houden van de ontwikkelingen.

De staatssecretaris van EL&I stuurde op 11 januari 2011 een brief aan de Tweede kamer met een verklaring van elf EU-lidstaten over de toekomst van het GLB. In deze verklaring pleiten deze lidstaten (Bulgarije, Cyprus, Estland, Letland, Litouwen, Polen, Portugal, Roemenië, Slowakije, Tsjechië en Zweden) voor een versterking van het EU-plattelandsbeleid en daarmee voor een versterking van de tweede pijler van het GLB.

Deze brief plus verklaring werden besproken tijdens een algemeen overleg met de staatssecretaris van EL&I op 19 januari 2011.

Op 16 februari 2011 hebben de commissies voor EL&I en Europese Zaken gesproken over onder andere het verslag van de Landbouwraad van januari en de agenda voor de Landbouwraad van februari 2011.

Naar aanleiding van schriftelijke vragen van 15 december 2010 stuurde de staatssecretaris EL&I op 21 februari 2011 een brief naar de Tweede Kamer met de antwoorden. Zo gaat deze in op de drie tekortkomingen die de Tweede Kamercommissie heeft geconstateerd, te weten de discrepantie tussen en het visonaire verhaal en de praktische invulling van het GLB, de afbakening tussen het Europese en nationale mandaat en het gebrek aan invulling van de mededeling met concrete instrumenten.

Op 8 maart 2011 stuurde de staatssecretaris van EL&I een reactie op commissievragen inzake de vormgeving van het GLB naar de Kamer. Deze werden samen met de brief van 21 februari 2011 onder andere besproken tijdens een algemeen overleg op 15 maart 2011.


Standpunt Nederlandse regering

Op 26 november 2010 heeft de Nederlandse regering een reactie gepubliceerd op de commissiemededeling over de toekomst van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB). Het kabinet stelt dat de mededeling op diverse punten goed aansluit bij het kabinetsbeleid. Het constateert met genoegen dat de Europese Commissie de Nederlandse benadering gericht op versterking van concurrentiekracht en innovatie en het belonen van maatschappelijke prestaties via het GLB heeft omarmd.

Kritisch is de regering over onder andere de volgende punten. Zij is van mening dat betalingen aan voedselproducenten niet nodig zijn om de voedselzekerheid in stand te houden. Meer dan de Europese Commissie doet, wenst zij bovendien de voedselzekerheid in een mondiaal perspectief te plaatsen. Het Europese plattelandsbeleid (de zogenaamde tweede pijler van het GLB) zou naar het oordeel van de regering gericht moeten zijn op agrarische activiteiten en daarom zou er een heldere afbakening tot stand moeten komen tussen de Europese fondsen waaruit het GLB moet worden bekostigd en andere Europese fondsen, zoals voor regionale ontwikkeling. Het kabinet acht de aandacht die in de Commissiemededeling wordt gegeven aan vereenvoudiging, deregulering en administratieve lastenverlichting te mager. Bij de discussie over de eventuele herverdeling van middelen voor directe betalingen tussen de lidstaten en de afbakening tussen de Europese fondsen, wenst de regering ook de middelen voor het plattelandsbeleid en de structuurfondsen te betrekken. Het kabinet stelt tevens dat een hervormd GLB zich dient te voegen naar budgettair krappere totaalkaders. 


Samenvatting voorstel Europese Commissie

Op 18 november 2010 heeft de Europese Commissie de langverwachte mededeling over de toekomst van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) gepubliceerd. Eerder circuleerde al een conceptversie. Onder de titel "Het GLB tot 2020: inspelen op de uitdagingen van de toekomst inzake voedsel, natuurlijke hulpbronnen en territoriale evenwichten" beschrijft de Commissie in deze mededeling de uitdagingen waarvoor het GLB zich gesteld ziet, de redenen waarom hervorming van het huidige GLB nodig is en de doelstellingen van een toekomstig GLB.

Het GLB zou volgens de Commissie moeten zorgdragen voor een rendabele voedselproductie, duurzaam beheer van natuurlijke hulpbronnen en het tegengaan van klimaatverandering en een evenwichtige territoriale ontwikkeling binnen Europa. De kern van de mededeling wordt gevormd door een opsomming van door de Europese Commissie wenselijk geachte aanpassingen aan het GLB-instrumentarium, te weten rechtstreekse betalingen, marktmaatregelen en plattelandsontwikkeling. Daarbij gaat de Commissie grotendeels uit van de bestaande tweepijlerstructuur van het GLB: markt- en prijsbeleid enerzijds en plattelandsbeleid anderzijds. Met betrekking tot de rechtstreekse betalingen aan actieve landbouwers gaat de Commissie uit van inkomenssteun aan actieve landbouwers, ongeacht hun productie, ten einde een soort basisinkomen te garanderen. De Commissie stelt voor deze steun te "plaffoneren" door een bovengrens in te stellen voor rechtstreekse betalingen die grote individuele landbouwbedrijven ontvangen. Ook zouden de rechtstreekse betalingen kunnen worden "vergroend" door financiële steun aan milieumaatregelen die agrarische ondernemers leveren boven de gestelde minimumvereisten.

De mededeling spreekt voorts over steun aan landbouw in gebieden met natuurlijke handicaps, over aan oppervlakte, opbrengst of aantal dieren gekoppelde steun aan landbouwers in specifieke regio's en steun aan kleine landbouwers. De Commissie stelt voorts voor om de bestaande marktmaatregelen verder te stroomlijnen en te vereenvoudigen, zodat deze onder andere gebruikt kunnen worden bij prijscrises. Daarbij zou het onder andere moeten gaan om invoering van een "toolkit" voor risicobeheer die inkomensonzekerheid en marktvolatiliteit moet tegengaan. Tevens bepleit zij een betere werking van de voedselvoorzieningsketen en versterking van kwaliteitsbeleid en afzetbevorderingsbeleid. In de slotparagraaf drie beleidsopties voor de toekomst, variërend van aanpassing van het huidige GLB tot ingrijpende hervorming van het Europese landbouwbeleid. De Commissie concludeert dat de consequenties van deze opties nader moeten onderzocht, alvorens definitieve keuzes worden gemaakt.


Behandeling Raad

Tijdens de Landbouw- en Visserijraad van 29 en 30 november 2010 vond een eerste gedachtewisseling plaats over onderhavige mededeling. Een oriënterend debat vond plaats tijdens de Landbouw- en Visserijraad op 13 en 14 december 2010.

Op basis van een questionnaire is op 24 januari 2011 wederom een debat gevoerd tijdens de Landbouw- en Visserijraad. Het Voorzitterschap zal nog een beleidsdebat voeren tijdens de raad in februari. De uitkomsten van deze discussies zullen worden gebruikt om raadsconclusies voor te bereiden die naar verwachting in maart aangenomen zullen worden.

De lidstaten van de EU hebben op 21 februari 2011 voor de derde maal gedebatteerd. Om de discussie structuur te geven had het Hongaarse voorzitterschap gevraagd in welke mate de lidstaten het eens zijn met de derde doelstelling. Hiertoe had men enkele vragen geformuleerd. Hoe kan het GLB optimaal bijdragen aan:

  • 1. 
    werkgelegenheid en sociale structuren op het platteland?
  • 2. 
    verbetering van de plattelandseconomie bevordering van diversificatie?
  • 3. 
    verbetering van omstandigheden voor kleine boerenbedrijven en bevordering van lokale markten?

Tijdens de Landbouw- en Visserijraad van 17 maart 2011 zijn enkele conclusiesPDF-document aangenomen over de Europese Commissiemededeling inzake de herziening van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB). Concrete wetgevingsvoorstellen voor de herziening van het GLB worden op een later moment verwacht zodat het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid 2020 op 1 januari 2014 in werking kan treden.

In de databank EUR-Lex wordt de laatste stand van zaken in de Europese behandeling van het voorstel weergegeven.


Behandeling Europees Parlement

Op 23 juni 2011 heeft het Europees Parlement een resolutie aangenomen over het GLB tot 2020: inspelen op de uitdagingen van de toekomst inzake voedsel, natuurlijke hulpbronnen en territoriale evenwichten. Hierin staat onder andere dat zij de Europese landbouwbegroting tot 2020 ongemoeid willen laten om boeren te stimuleren het voedselaanbod op peil te houden, aan natuurbescherming te doen, banen te scheppen en meer concurrerend te worden.  

In de databank OEIL van het Europees Parlement wordt de laatste stand van zaken in de behandeling van het voorstel weergegeven.


Behandeling EESC

Op 19 november 2010 heeft het Europees Economisch en Sociaal Comité een persbericht gepubliceerd waarin het reageert op de publicatie van de Europese Commissie. Volgende stap is een officiële opinie die naar verwachting in maart 2011 zal worden gepubliceerd.


Standpunten andere lidstaten (IPEX)

In de databank IPEX wordt de behandeling van het voorstel in de diverse (kandidaat) lidstaatparlementen weergegeven.


Alle bronnen

Sociale media menu


Volg via