E040064
Laatste revisie: 17-09-2010

E040064 - Verordening betreffende samenwerking tussen de nationale instanties die verantwoordelijk zijn voor handhaving van de wetgeving inzake consumentenbescherming ("Verordening betreffende samenwerking met betrekking tot consumentenbescherming")



In COM(2003)443PDF-document stelt de Europese Commissie dat een effectieve werking van de interne markt vraagt om een aanzienlijke verbetering van de manier waarop de wetgeving ter bescherming van de collectieve economische belangen van de consument wordt gehandhaafd bij grensoverschrijdende handel.

Dit voorstel voorziet in een kader van wederzijdse bijstandsrechten en verplichtingen waarmee handhavingsinstanties grensoverschrijdende inbreuken kunnen bestrijden. Tevens voorziet de verordening in een ruimere administratieve samenwerking tussen de lidstaten en de Commissie bij projecten van gemeenschappelijk belang die zijn bedoeld om de consument voor te lichten, op te voeden en mondig te maken. De reikwijdte van de voorgestelde verordening is beperkt tot alleen grensoverschrijdende inbreuken en om die reden hoeven de lidstaten de regels inzake inbreuken op nationaal niveau niet te veranderen.


Stand van zaken

Behandelfase Eerste Kamer: implementatietraject gestart.

Europees

Verordening (EG) Nr. 2006/2004PDF-document werd gepubliceerd in Pb EU L364 d.d. 9 december 2004.


Kerngegevens

document Europese Commissie

COM(2003)443PDF-document, d.d. 18 juli 2003

rechtsgrondslag

EG-Verdrag artikel 95

commissies Eerste Kamer

beleidsterrein


Implementatie

Mede ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 2006/2004PDF-document heeft de minister van Economische Zaken een wetsvoorstel Handhaving Consumentenbescherming ingediend bij de Tweede Kamer (zie kamerstukken in de serie 30411). De Eerste Kamer heeft het wetsvoorstel op 7 november 2006 als hamerstuk afgedaan.


Behandeling Eerste Kamer

De commissie Europese samenwerkingsorganisaties heeft in haar vergadering d.d. 6 april 2004 besloten het onderhavig voorstel voor een verordening onder de aandacht te brengen van de commissies Justitie en Economische Zaken.

Op 27 april 2004 is het voorstel voor een verordening geagendeerd in de commissie voor Economische Zaken alwaar besloten werd het door de minister toegezegde beleidskader implementatie Richtlijnen af te wachten.

Onderhavig voorstel voor een verordening is voor kennisgeving aangenomen.


Standpunt Nederlandse regering

De Nederlandse regering is in fiche 2 van mening dat er vraagtekens geplaatst moeten worden bij de subsidiariteitstoets van onderhavig voorstel. Het daarvoor gebruikte argument is dat het creëren van publiek toezicht in tegenstrijd is met het subsidiariteitbeginsel. De regering erkent echter dat bij grensoverschrijdend handelsverkeer een communautair optreden logisch zal zijn indien de collectieve consumentenbelangen worden geschaad en dit zou leiden tot een positief oordeel van de subsidiariteit. De reikwijdte van onderhavig voorstel betreft alleen de grensoverschrijdende aangelegenheden.

Ook de proportionaliteit is twijfelachtig volgens de Nederlandse regering. Omdat er al een aantal (Europese) instrumenten zijn die het doel van de verordening dienen is het de vraag of er daarnaast nog een verordening moet komen. De vraag is of een verordening niet onnodig ver gaat: "laat het zoveel mogelijk ruimte voor nationale besluiten, die in overeenstemming zijn met het doel van de Verordening"?.

Bij deze argumentatie dient aangetekend te worden dat de Nederlandse regering niet de voorkeur geeft aan het instellen van een nationale handhavingsautoriteit wat wel conform de bepalingen in de verordening zal moeten geschieden. Nederland is een van de weinige lidstaten die (nog) niet over een dergelijke instantie beschikt.

  • bnc-fiche Ministerie van Buitenlandse Zaken - 22.112, 309[2]
    5 maart 2004

Samenvatting voorstel Europese Commissie

In COM(2003)443PDF-document stelt de Europese Commissie dat een effectieve werking van de interne markt vraagt om een aanzienlijke verbetering van de manier waarop de wetgeving ter bescherming van de collectieve economische belangen van de consument wordt gehandhaafd bij grensoverschrijdende handel.

Dit voorstel voorziet in een kader van wederzijdse bijstandsrechten en verplichtingen waarmee handhavingsinstanties grensoverschrijdende inbreuken kunnen bestrijden. Tevens voorziet de verordening in een ruimere administratieve samenwerking tussen de lidstaten en de Commissie bij projecten van gemeenschappelijk belang die zijn bedoeld om de consument voor te lichten, op te voeden en mondig te maken. De reikwijdte van de voorgestelde verordening is beperkt tot alleen grensoverschrijdende inbreuken en om die reden hoeven de lidstaten de regels inzake inbreuken op nationaal niveau niet te veranderen.

De sterk uiteenlopende, door de lidstaten toegepaste systemen van handhaving van de wetgeving inzake consumentenbescherming zijn meestal wel operationeel in het kader van de nationale markten, maar blijken veelal geen bijdrage te leveren aan de doelstelling van een goed functionerende interne markt. De nationale autoriteiten -daar waar ze bestaan - zijn vaak niet bevoegd onderzoek te verrichten en grensoverschrijdende inbreuken te vervolgen.

Het streven naar een goede interne marktwerking uit zich in twee doelstellingen en deze hebben beide te maken met de manier waarop de lidstaten en met name hun bevoegde autoriteiten met elkaar en met de Commissie samenwerken om de economische belangen van de consument te beschermen. Die doelstellingen luiden als volgt:

  • De verordening moet zorgen voor samenwerking tussen de handhavingsinstanties in hun optreden tegen intracommunautaire inbreuken die de interne markt verstoren
  • bijdragen tot een betere en consequentere handhaving van de wetgeving inzake consumentenbescherming en tot het toezicht op de bescherming van de economische belangen van de consument.

De verordening vergt een aantal veranderingen in de handhavingsregels van alle lidstaten. Het is echter duidelijk dat de gevolgen voor enkele lidstaten zwaarder zullen zijn dan voor andere. In de grote meerderheid van de lidstaten en de toetredingslanden zijn er overheidsinstanties die specifiek verantwoordelijk zijn voor de handhaving van de consumentenbescherming. Echter kent Nederland (en Duitsland en Luxemburg) geen dergelijke instanties. Nu wordt er in de onderhavige verordening voorgesteld een communautair netwerk van door de lidstaten aan te wijzen, publieke handhavingsinstanties op te richten, alsmede één enkel verbindingsbureau in elke lidstaat, teneinde een goede coördinatie mogelijk te maken tussen de bevoegde autoriteiten van de lidstaten.

Vooral in het licht van de uitbreiding van de EU is de Commissie van mening dat de voorgestelde verordening zo spoedig mogelijk moet worden goedgekeurd door de Raad en het Parlement.

Volgens de onderhavige verordening dient de in te stellen publieke handhavingsautoriteit de volgende opsporings- en handhavingsbevoegdheden te hebben:

  • Toegang verkrijgen tot elk document
  • Informatie opvragen bij elke persoon, zonodig d.m.v. een rechterlijk bevel tot verstrekking van die informatie
  • Uitvoeren van inspecties ter plaatse
  • Doen van schriftelijk verzoek aan een verkoper of dienstverlener tot het staken van de inbreuk
  • Eisen van een bindende toezegging van de verkoper tot het staken van de inbreuk; en publiceren toezegging
  • Eisen van staking van of verbod van een inbreuk of het verzoeken van rechterlijk bevel tot staking of verbod daarvan; en publiceren uitspraken ("stop now order")
  • Verzoeken van rechterlijk bevel jegens in het ongelijk gestelde gedaagde tot betaling van dwangsom in geval niet in overeenstemming met bevel wordt gehandeld
  • Verzoeken van rechterlijk bevel tot bevriezing en/of beslaglegging van activa.

Naast deze bevoegdheden moet ieder land een van de publieke handhavingsautoriteiten aanwijzen als verbindingsbureau (liaison). Deze liaison fungeert dan als aanspreekpunt voor de nationale handhavingsinstanties uit de andere lidstaten. Via deze liaison lopen dan de verzoeken om assistentie en deze maakt deel uit van een Europees netwerk dat onderling informatie uitwisselt.

  • PDF-document commissievoorstel Europese Commissie - COM(2003)443
    18 juli 2003

Behandeling Raad

Verordening (EG) Nr. 2006/2004PDF-document werd gepubliceerd in Pb EU L364 d.d. 9 december 2004.

De Raad heeft tijdens haar zitting van 7 oktober 2004 de onderhavige verordening aangenomen (doc. 3674/04PDF-document en 12619/04 ADD 1PDF-document). Ingevolge een akkoord tussen de Raad en het Europees Parlement in het kader van de medebeslissingsprocedure kon deze verordening in eerste lezing worden aangenomen.

In de databank EUR-Lex wordt de laatste stand van zaken in de Europese behandeling van het voorstel weergegeven.

  • PDF-document raadsdocument Raad Vervoer en Telecommunicatie - 3674/04 PE-CONS
    23 september 2004
  • PDF-document raadsdocument Raad Vervoer en Telecommunicatie - 12619/04 ADD 1
    23 september 2004

Behandeling Europees Parlement

In de databank OEIL van het Europees Parlement wordt de laatste stand van zaken in de behandeling van het voorstel weergegeven.


Alle bronnen