E060085
Laatste revisie: 11-06-2008

E060085 - Voorstel voor een verordening tot vaststelling van het communautair douanewetboek (gemoderniseerd douanewetboek) - Uitvoering van het Lissabon-programma van de Gemeenschap



COM(2005)608PDF-document betreft een voorstel voor een verordening tot vaststelling van een gemoderniseerd communautair douanewetboek. De Europese Commissie stelt dat het huidige douanewetboek (oorspronkelijk vastgesteld in 1992) verouderd is. Het wetboek gaat uit van een verouderde rol van de douanediensten en procedures (voornamelijk op papier) .Om een soepele werking van de interne markt te waarborgen is modernisering van het wetboek essentieel. Het bestaande wetboek heeft in de eerste plaats niet voorzien in de snelle ontwikkeling op het gebied van informatie- en communicatietechnologie (ICT). Het voorliggende voorstel beoogt de administratieve procedures te vereenvoudigen, meer coherentie tussen de regelingen aan te brengen en het e-governementinitiatief te implementeren op het gebied van de douane.

Het voorstel gaat bij de invoering van het gemoderniseerde douanewetboek uit van een one-stop-shop-gedachte. Een bedrijf hoeft zijn gegevens maar één keer te verstrekken om bekend te zijn bij alle douanediensten in de EU. De dertien verschillende douaneregelingen worden terug gebracht tot drie basisregelingen: invoer, uitvoer en bijzondere procedures waarvoor aparte voorschriften gelden. De bijzondere procedures gelden met name voor vergunningen, zekerheidstelling en douaneschuld. Voor het bedrijfsleven zal een vereenvoudigd wetboek de douanekosten doen verminderen, wat de internationale handel ten goede zal komen. De ontwerpverordening brengt de volgende verandering met zich mee ten opzichte van het huidige wetboek. De uitwerking van de maatregelen zullen in richtsnoeren worden vastgelegd.

  • Een nieuw element in het douanewetboek zal een mission statement zijn over de vernieuwde rol van de douane. Tevens zal het douanetarief worden bepaald.
  • Aangiften dienen elektronisch ingediend te worden middels een uniform formulier. De douanediensten wisselen elektronisch informatie uit.
  • Het voorstel verwerkt de voorschriften van het programma geautoriseerde marktdeelnemers en het Handvest van de Grondrechten.
  • Verscheidene internationale afspraken worden verwerkt, zoals die in het kader van het Wereldhandelsorganisatie, de ontwikkelingsagenda van Doha, de Kyoto-overeenkomst op het gebied van de douane en de Overeenkomst van Marrakech inzake oorsprongregels.
  • Het beginsel wordt ingevoerd dat iedere persoon het recht heeft gehoord te worden voordat een beslissing wordt genomen die nadelige effecten heeft voor die persoon.
  • De lidstaten zullen zorgdragen voor voldoende afschrikwekkende strafrechtelijke sancties bij overtreding.
  • Alle situaties waarin de douane betaling kan eisen of vergoedingen kan aanrekenen vanwege gemaakte kosten zijn in één artikel ondergebracht.
  • Er wordt een nieuwe procedure van gecentraliseerde douane-afhandeling ingevoerd. Dit houdt een ontkoppeling in tussen de plaats waar een douane-aangifte wordt ingediend en de plaats waar de goederen de EU in komen.
  • De bepalingen over douaneschuld worden aanzienlijk gewijzigd. Het voorstel bepaalt dat, via de procedure van gecentraliseerde douane-afhandeling, een douaneschuld wordt opgebouwd op de plaats van vestiging van de vergunninghouder, wanneer deze vestigingsplaats in de EU is. Wanneer een vergunninghouder niet in de EU gevestigd is, zijn aparte voorschriften van kracht die gelijk zijn aan de huidige regels.
  • Voor wat betreft de invoer van goederen is de mogelijkheid tot instelling van vrije zones van douanetoezicht afgeschaft ter bevordering van de veiligheid. De bestaande ontheffingsregels voor de verplichting tot het indienen van een douane-aangifte blijven van kracht.
  • In het wetboek wordt een hoofdstuk opgenomen over het vrije verkeer van goederen en over bijzondere procedures op basis waarvan goederen de EU in kunnen komen.
  • De schorsingsprocedures zijn gestroomlijnd en teruggebracht tot vier bijzondere regelingen: douanevervoer, opslag, bijzonder gebruik en veredeling.
  • De Europese Commissie geeft aan dat er in de uitvoeringsbepaling een nieuw artikel wordt vastgesteld over bijzondere gevallen van tijdelijke uitvoer waar het voorliggende voorstel geen rechtsgrondslag voor bevat.
  • Het Comité douanewetboek wordt omgezet van een regelgevend comité in een beheercomité om de vaststelling van uitvoeringsbepalingen efficiënter te laten verlopen.

Stand van zaken

Behandelfase Eerste Kamer: gepubliceerd in Europees publicatieblad.


Kerngegevens

document Europese Commissie

COM(2005)608PDF-document, d.d. 30 november 2005

commissie Eerste Kamer

beleidsterrein


Behandeling Eerste Kamer

De commissie Europese Samenwerkingsorganisaties (ESO) heeft tijdens de vergadering op 27 februari 2007 besloten het onderhavige verordeningsvoorstel onder de aandacht te brengen van de commissie voor Financiën.

Na bespreking van onderhavig dossier in de vergadering d.d. 13 maart 2007, vraagt de commissie voor Financiën verduidelijking van de schatting van de regering als zou Nederland als gevolg van de gecentraliseerde vrijmakingsprocedure 200 miljoen euro per jaar minder aan douanerechten kunnen heffen. In het bijzonder is de vraag of er minder douanerechten in Europa zullen worden geheven, dan wel dat er een verschuiving plaatsvindt waardoor er in andere landen meer wordt geheven en in Nederland minder. Deze vragen werden op 15 maart 2007 verstuurd.

Het ministerie van Financiën heeft op 10 juli 2007 per brief deze vragen beantwoord en de commissie voor Financiën heeft de antwoorden van de minister op 11 september 2007 voor kennisgeving aangenomen.


Behandeling Tweede Kamer

De modernisering van het douanewetboek kwam aan de orde tijdens een Algemeen Overleg d.d. 21 juni 2007 ter voorbereiding op de Raad voor Concurrentievermogen van 25 juni 2007.


Standpunt Nederlandse regering

In fiche twee oordeelt de regering positief over de subsidiariteit, maar twijfelachtig over de proportionaliteit van het onderhavig voorstel. Het treffen van maatregelen op dit beleidsterrein valt onder de exclusieve bevoegdheid van de Europese Gemeenschap waardoor een subsidiariteitstoets niet van toepassing is. De regering stelt dat de uitvoering van het beleid daarentegen een verantwoordelijkheid van de lidstaten is. Voor de invoering van een gemoderniseerd wetboek is de regering van mening dat een verordening het juiste instrument is. De regering is een voorstander van de modernisering en vereenvoudiging van het douanewetboek, maar stelt tegelijkertijd dat dit voorstel daar niet geheel in slaagt. Veel van de oude procedures blijven in stand, terwijl de beleidsvrijheid van de lidstaten op een aantal fronten wordt ingeperkt. De regering vindt deze ontwikkeling een relatieve achteruitgang. Er zou meer in het voorstel gedaan moeten worden om, naar voorbeeld van het BTW-systeem, procedures te vernieuwen en administratieve lasten voor de overheid en bedrijven te verminderen. Voor de invoering van de voorliggende maatregel is tot 2013 ruim 45 miljoen euro beschikbaar op de Europese begroting.

De regering stelt dat er nog onduidelijkheid bestaat ten aanzien van de implementatiekosten omdat deze afhangen van toekomstige beslissingen. De procedure van gecentraliseerde douane-afhandeling/vrijmaking zou gevolgen kunnen hebben voor de hoogte van de douanerechten die een lidstaat kan heffen. Volgens een eerste inschatting zou Nederland 200 miljoen euro per jaar minder aan douanerechten minder kunnen heffen. Ondanks deze onzekerheid is de regering een voorstander van het concept van gecentraliseerde vrijmaking. De regering schat de implementatiekosten van ICT-systemen op 41 miljoen euro tot 2010 waarbij na 2010 de investering met 4 à 5 miljoen euro per jaar terug wordt verdiend.

In de standpuntbepaling is de regering voorts van mening dat de strafrechtelijke bepalingen van het voorstel niet tot de bevoegdheid van de Gemeenschap behoren. In uitzonderlijke gevallen worden strafrechtelijke bepalingen opgenomen in communautaire regels, indien zij onontbeerlijk zijn voor de effectiviteit van de maatregel. Volgens de regering is daar in het voorliggende voorstel geen sprake van. De regering is voorts van mening dat in het geval van verminderde inkomsten van douanerechten op Europees niveau compenserende maatregelen getroffen moeten worden. Hiernaast vindt de regering dat de invloed van lidstaten op de uitvoering van de wetgeving in stand moet worden gehouden door het Comité douanewetboek in de huidige status te behouden. Ten slotte stelt de regering dat de uitwerking van regelgeving primair in een verordening plaats moet vinden in plaats van in richtsnoeren.

  • bnc-fiche
    Ministerie van Buitenlandse Zaken - 22.112, 445[2]
    22 mei 2006

Samenvatting voorstel Europese Commissie

Het huidige communautair douanewetboek, dat dateert uit 1992, is verouderd. Het gaat uit van procedures die op papierwerk zijn gebaseerd. Verder is het vooral geschreven vanuit de traditionele rol van de douane: het heffen van rechten bij invoer. De rol van de douane is de laatste jaren verschoven van het heffen van douanerechten naar het toepassen van niet-tarifaire maatregelen. Dit zijn vooral maatregelen in verband met veiligheid, bestrijding van de invoer van namaakartikelen, van het witwassen van geld en van de drugshandel en de toepassing van maatregelen ter bescherming van de gezondheid, het milieu en de consument. Het gebruik van elektronische gegevensuitwisseling is tegenwoordig standaard geworden en het gebruik van papier een uitzondering waardoor, samen met de accentverschuiving in de douanetaken, een grondige herziening en actualisering van de communautaire douanewetgeving noodzakelijk is geworden. Tevens moet rekening worden gehouden met afspraken die de EU voornemens is te maken over de vereenvoudiging van het handelsverkeer in het kader van de WTO, de Ontwikkelingsagenda van Doha. De toetreding per 1 mei 2004 van de EG en de lidstaten tot de herziene internationale (douane) overeenkomst van Kyoto inzake vereenvoudiging en harmonisatie van douaneprocedures wordt eveneens verwerkt.

Het voorstel omvat ten opzichte van het huidige communautair douanewetboek met name de volgende wijzigingen:

  • De introductie van een 'mission statement' waarin de accentverschuiving in de taken van de douane tot uitdrukking wordt gebracht.
  • Als standaard wordt ingevoerd dat de aangiften volgens een gemeenschappelijk uniform datamodel elektronisch worden ingediend. Dit maakt een ontkoppeling mogelijk tussen het moment en de plaats waar de aangifte wordt ingediend en het moment en de plaats waar de goederen de EU binnenkomen en heeft mede gevolgen voor de plaats van het ontstaan van een douaneschuld. Voor bedrijven die aan de criteria voldoen, wordt het mogelijk om al hun douaneaangiften op één centrale plek in te dienen ongeacht waar de goederen in het vrije verkeer worden gebracht ('gecentraliseerde vrijmaking'). In dit geval wordt de plaats waar de douaneschuld ontstaat de plaats waar de aangever is gevestigd.
  • Douanecontroles vinden plaats op basis van risicoanalyse en waar mogelijk in combinatie met controles van andere diensten ('one stop shop') op basis van door bedrijven eenmalig aangeleverde gegevens ('single window').
  • De introductie van richtsnoeren waarin een nadere uitleg en interpretatie van de bepalingen van het douanewetboek worden opgenomen. Zij worden door de Commissie na raadpleging van de lidstaten opgesteld. Deze richtsnoeren zijn geen onderdeel van de verordening en hebben formeel in het Europees recht geen bindende status. Zij kunnen in beginsel geen nieuwe verplichtingen voor de burger bevatten. Hierdoor worden nationale instructies ter interpretatie van de communautaire douanevoorschriften overbodig.
  • De introductie van het beginsel dat de belanghebbende het recht heeft te worden gehoord voordat een voor hem individueel nadelige beslissing wordt genomen.
  • De opdracht aan de lidstaten om te zorgen voor doeltreffende, evenredige en afschrikkende douanesancties (zowel administratief als strafrechtelijk) binnen een later door de Commissie in te dienen gemeenschappelijk kader voor sancties bij overtreding van de douanewetgeving.
  • Een sanering van een aantal douaneprocedures waarbij de heffing van de douanerechten werd geschorst. De vroegere schorsingsprocedures worden samengevoegd en in overeenstemming gebracht met andere soortgelijke douanebestemmingen tot 4 bijzondere regelingen. Dit heeft voorts geleid tot een set gemeenschappelijke voorschriften die van toepassing zijn op alle bijzondere regelingen. Er is geen ruimte meer voor nationale vereenvoudigingen.
  • De Commissie stelt voor de status van het Comité Douanewetboek te wijzigen. De inbreng van de lidstaten bij de totstandkoming van uitvoeringsvoorschriften en bij de behandeling van interpretatievraagstukken wordt daarbij gereduceerd. In de huidige wetgeving heeft het comité bij de totstandkoming van uitvoeringsvoorschriften de status van een regelgevend comité en bij interpretatievraagstukken de status van een beheerscomité. In het voorstel wordt de status van het comité bij de vaststelling van uitvoeringsbepalingen omgezet in een beheerscomité (in een beheerscomité hebben de lidstaten minder invloed en kunnen zij voorgenomen wetgeving niet tegenhouden). Voor de vaststelling van richtsnoeren, waarin nadere uitleg en interpretatie van het Douanewetboek komt te staan, wordt de procedure van het raadgevend comité voorgesteld (een raadgevend comité geeft slechts adviezen waaraan de Commissie formeel niet gebonden is).

Het voorstel moet volgens de Commissie leiden tot een:

  • efficiënter verloop van douaneformaliteiten;
  • reductie van de administratieve lasten;
  • facilitatie van de internationale handel;
  • verhoging van de veiligheid van goederen in het internationale handelsverkeer en
  • versterking van de bescherming van het milieu en de consument.

  • PDF-document commissievoorstel
    Europese Commissie - COM(2005)608
    30 november 2005
  • [en]PDF-document werkdocument
    Europese Commissie - SEC(2005)1543
    30 november 2005

Behandeling Raad

Verordening (EG) nr. 450/2008PDF-document werd op 23 april 2008 ondertekend door de raad en het Europees Parlement en gepubliceerd in Pb EU L145 d.d. 4 juni 2008.

In de databank EUR-Lex wordt de laatste stand van zaken in de Europese behandeling van het voorstel weergegeven.

  • PDF-document verslag van raad
    Ministerie van Economische Zaken - 21501-30, 163
    9 juli 2007

Behandeling Europees Parlement

Op 19 februari 2008 nam het Europees Parlement een wetgevingsresolutie aan m.b.t. onderhavig voorstel.

In de databank OEIL van het Europees Parlement wordt de laatste stand van zaken in de behandeling van het voorstel weergegeven.


Alle bronnen

Sociale media menu


Volg via