E090200
Laatste revisie: 20-07-2011

E090200 - Besluit waarbij de lidstaten worden gemachtigd in het belang van de EG het Verdrag inzake de bevoegdheid, het toepasselijk recht, de erkenning, de tenuitvoerlegging, en de samenwerking op het gebied van ouderlijke verantwoordelijkheid en maatregelen ter bescherming van kinderen (het Haags Kinderbeschermingsverdrag van 1996) te bekrachtigen of tot dit verdrag toe te treden



Op 17 juni 2003 heeft de Europese Commissie dit ontwerpbesluitPDF-document gepubliceerd, dat dient om de lidstaten te machtigen - in het belang van de Europese Gemeenschap - het Verdrag inzake de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning, de tenuitvoerlegging en de samenwerking op het gebied van ouderlijke verantwoordelijkheid en maatregelen ter bescherming van kinderen (het Verdrag van 's-Gravenhage van 1996) te bekrachtigen of tot dit verdrag toe te treden.

Dit besluit volgt op het eerdere besluit 2003/93/EGPDF-document waarbij de lidstaten werden gemachtigd het verdrag te ondertekenen. Ondertekening heeft plaatsgevonden op 1 april 2003.


Stand van zaken

Behandelfase Eerste Kamer: implementatietraject gestart.

Europees

Beschikking 2008/341/EGPDF-document (en de vertalingPDF-document van het verdrag) is tijdens de JBZ-Raad van 5/6 juni 2008 aangenomen en gepubliceerd in Pb Eu L151 van 11 juni 2008.


Kerngegevens

document Europese Commissie

COM(2003)348PDF-document, d.d. 16 juni 2003

rechtsgrondslag

EG-Verdrag artikel 61, 67 en artikel 300 paragraaf 2 en 3

commissie Eerste Kamer

beleidsterreinen

verwant dossier


Implementatie

Het Verdrag, dat op 1 april 2003 is ondertekend (zie dossier E090199), dient gezamenlijk geratificeerd te worden door de EG-lidstaten. Conform onderhavig ontwerpbesluit zullen lidstaten de nodige stappen nemen om te bereiken dat hun nationale parlementaire procedures in verband met deze ratificatie vóór 1 oktober 2005 zijn voltooid. Nederland heeft hiertoe voorstellen voor een uitvoeringswet en een Goedkeuringswet opgesteld, welke op 2 februari 2005 zijn aangeboden aan de Tweede Kamer. Voor de nationale besluitvormingsprocedure zie kamerstukken in de series 29980 en 29981.


Samenvatting voorstel Europese Commissie

Op 17 juni 2003 heeft de Europese Commissie dit ontwerpbesluitPDF-document gepubliceerd, dat dient om de lidstaten te machtigen - in het belang van de Europese Gemeenschap - het Verdrag inzake de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning, de tenuitvoerlegging en de samenwerking op het gebied van ouderlijke verantwoordelijkheid en maatregelen ter bescherming van kinderen (het Verdrag van 's-Gravenhage van 1996) te bekrachtigen of tot dit verdrag toe te treden.

Dit besluit volgt op het afzonderlijke besluit 2003/93/EGPDF-document waarin de machtiging tot ondertekening werd vastgelegd.

  • PDF-document commissievoorstel
    Europese Commissie - COM(2003)348
    16 juni 2003

Behandeling Raad

JBZ-Raad 5 en 6 juni 2008 (agendapunt A2i)

Beschikking 2008/341/EGPDF-document is tijdens deze Raad aangenomen.

De onderhandelingen over de bekrachtiging door de lidstaten van het Haags Kinderrechtenverdrag heeft lang stilgelegen vanwege een geschil tussen het Verenigd Koninkrijk en Spanje over Gibraltar. Dit is inmiddels opgelost. Het Sloveense voorzitterschap streeft er naar de besluitvorming tijdens de juniraad af te ronden, zodat op korte termijn kan worden overgegaan tot ratificatie van het Verdrag. Naar verwachting is hier nog ongeveer twee jaar voor nodig, de maximale termijn die de lidstaten krijgen om de nationale goedkeuringsprocedures af te ronden. De Nederlandse goedkeuringswet is in 2006 reeds tot stand gekomen.

JBZ-Raad 27/28 november 2003 (agendapunt 2e)

Uit telefonisch contact met het ministerie is gebleken dat dit onderwerp uiteindelijk niet op de agenda heeft gestaan van de JBZ-Raad van 27/28 november 2003.

Blijkens de aanvullende geannoteerde agenda van de JBZ-Raad van 27/28 november 2003 hangt vaststelling van dit besluit (en dossier E090198) op een geschil tussen Spanje en het VK m.b.t. Gibraltar. Mogelijk wordt het onderwerp een B-punt i.p.v. een hamerstuk.

JBZ-Raad 6 november 2003 (agendapunt B14)

Blijkens de aanvullende geannoteerde agenda is dit onderwerp niet langer geagendeerd.

Het thans voorliggende concept-besluit geeft gevolg aan de in een verklaring van de Raad en de Commissie neergelegde wens om de besluitvorming over de ratificatie zo mogelijk tegelijk met de besluitvorming over de verordening inzake ouderlijke verantwoordelijkheid te doen plaatsvinden. Zie hierover agendapunt 13. In verband met een geschil tussen Spanje en het Verenigd Koninkrijk met betrekking tot de aanwijzing van een centrale autoriteit in Gibraltar, is onzeker of het besluit ook inderdaad bij deze gelegenheid tot stand zal komen.

JBZ-Raad 2/3 oktober 2003 (agendapunt B7)

Op 19 oktober 1996 is in het kader van de Haagse Conferentie voor Internationaal Privaatrecht tot stand gekomen het Verdrag inzake de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning, de tenuitvoerlegging en de samenwerking op het gebied van ouderlijke verantwoordelijkheid en maatregelen ter bescherming van kinderen. Het verdrag is inmiddels in werking getreden. De huidige verdragspartijen zijn Tsjechië, Slowakije, Monaco, Letland, Marokko en Australië. Het verdrag is in 1997 voor het Koninkrijk ondertekend, maar nog niet geratificeerd. Spoedige ratificatie is wenselijk. Uitvoeringswetgeving voor Nederland is in voorbereiding.

Ten tijde van de totstandkoming van het verdrag werd in Brussel onderhandeld over een overeenkomst inzake de bevoegdheid en de erkenning van beslissingen in huwelijkszaken en inzake ouderlijke verantwoordelijkheid ten aanzien van gemeenschappelijke kinderen. Die overeenkomst, die in 1997 gereed kwam, is na de totstandkoming van het Verdrag van Amsterdam omgezet in de verordening "Brussel II", welke verordening met ingang van 1 maart 2001 in werking is getreden. De verordening heeft met betrekking tot een kleine categorie beslissingen die onder het verdrag vallen externe bevoegdheid van de EG doen ontstaan. Dit betekent dat de lidstaten niet langer de vrijheid hebben zelfstandig te beslissen het verdrag te ratificeren. De Commissie heeft te kennen gegeven het wenselijk te achten dat de EG tot het verdrag toetreedt. In het verdrag is geen toetredingsclausule opgenomen. Conform een tijdens de Raad van 29 november 2002 genomen besluit hebben de lidstaten het verdrag op 1 april 2003 ondertekend "in het belang van de Gemeenschap". Bij de ondertekening van het verdrag is een verklaring afgelegd, die erop neerkomt dat de lidstaten onderling beslissingen zullen erkennen en ten uitvoer leggen overeenkomstig de criteria van de verordening "Brussel II". Beoogd wordt aldus te vermijden dat een additioneel protocol bij het verdrag tot stand zou moeten worden gebracht, waardoor de inwerkingtreding van het verdrag onnodig zou worden vertraagd.

Het thans voorliggende conceptbesluit geeft gevolg aan de in een verklaring van de Raad en de Commissie neergelegde wens om de besluitvorming over de ratificatie zo mogelijk tegelijk met de besluitvorming over de verordening inzake ouderlijke verantwoordelijkheid te doen plaatsvinden. De minister verwijst in de annotatie naar agendapunt B6 (zie dossier E090198) Aangezien het advies van het Europees parlement nog niet is ontvangen, is onzeker of het besluit ook inderdaad bij deze gelegenheid tot stand zal komen.

Van belang is de in het conceptbesluit opgenomen termijn waarbinnen beoogd wordt de ratificatie te doen plaatsvinden. De ratificatie zal pas kunnen plaatsvinden nadat de laatste van de (dan 25) lidstaten de vereiste parlementaire procedures heeft voltooid.

In de databank EUR-Lex wordt de laatste stand van zaken in de Europese behandeling van het voorstel weergegeven.


Behandeling Europees Parlement

Het EP heeft op 22 oktober 2003 een resolutie uitgebracht.

In de databank OEIL van het Europees Parlement wordt de laatste stand van zaken in de behandeling van het voorstel weergegeven.

  • PDF-document standpunt EP
    Europees Parlement - P5_TA(2003)0447
    22 oktober 2003
  • PDF-document definitief verslag EP-commissie
    Europees Parlement - A5-0319/2003
    2 oktober 2003

Alle bronnen

Sociale media menu


Volg via