Naar hoofdinhoud Naar hoofdnavigatiemenu
E090276
Laatste revisie: 03-12-2012

E090276 - Besluit tot instelling van een Europees Netwerk van aanspreekpunten inzake personen die verantwoordelijk zijn voor genocide, misdrijven tegen de menselijkheid en oorlogsmisdrijven. Initiatief van Nederland



Nu in Nederland het Joegoslaviëtribunaal gevestigd is en het Internationaal Strafhof gevestigd zal worden, heeft Nederland op verzoek van de Tweede Kamer - het initiatief genomen tot nauwere samenwerking tussen de lidstaten d.m.v. nationale aanspreekpunten, teneinde een vollediger overzicht te krijgen van verdachten van oorlogsmisdaden die zich binnen de EU hebben gevestigd en die wellicht voorwerp van onderzoek zijn.


Stand van zaken

Behandelfase Eerste Kamer: gepubliceerd in Europees publicatieblad.

Europees

Besluit 2002/494/JBZPDF-document is aangenomen tijdens de JBZ-Raad van 13 juni 2002 en gepubliceerd in Pb EG L167 op 26 juni 2002.


Kerngegevens

commissie Eerste Kamer

beleidsterreinen


Implementatie

Besluit 2002/494/JBZPDF-document is aangenomen tijdens de JBZ-Raad van 13 juni 2002 en gepubliceerd in Pb EG L167 op 26 juni 2002.


Behandeling Eerste Kamer

  • p. 1339
    Eerste Kamer - 26, 1322-1363
    23 april 2002

Behandeling Tweede Kamer

Tijdens AO 26 sept. 2001 met VC Justitie TK werd door Hoekema geïnformeerd naar de relatie tussen het Nederlandse initiatief m.b.t. meldpunten oorlogsmisdadigers en de discussie over NOVO-team en gezochte Afghaanse oorlogsmisdadigers.

Hij gaf aan niet afkerig te zijn van informatie-uitwisseling ook indien het NOVO-team informatie heeft die niet kan leiden tot berechting. De MvJ verwees naar een overleg over NOVO-team begin oktober 2001. Er is inmiddels een plan van aanpak opgesteld (kamerstuk 28317, 1).


Standpunt Nederlandse regering

Geen fiche. Het betreft hier een Nederlands initiatief.


Samenvatting voorstel Europese Commissie

Nu in Nederland het Joegoslaviëtribunaal gevestigd is en het Internationaal Strafhof gevestigd zal worden, heeft Nederland op verzoek van de Tweede Kamer - het initiatief genomen tot nauwere samenwerking tussen de lidstaten d.m.v. nationale aanspreekpunten, teneinde een vollediger overzicht te krijgen van verdachten van oorlogsmisdaden die zich binnen de EU hebben gevestigd en die wellicht voorwerp van onderzoek zijn.

Zo'n overzicht is nodig vanwege het complementaire karakter van het internationaal strafhof en kan bijdragen aan de effectiviteit van de opsporings- en vervolgingswerkzaamheden. De vervolging van personen die verdacht zijn van voornoemde delicten blijft, evenals de opsporing, een nationale verantwoordelijkheid, waarbij de lidstaten uiteraard onderling kunnen overleggen over de feitelijke opsporing en vervolging.

Het ontwerpbesluit is zodanig uitgewerkt, dat de uitvoering ervan zo eenvoudig mogelijk is gehouden en de lidstaten aan die uitvoering zoveel mogelijk naar eigen inzicht invulling kunnen geven.

Artikel 1 regelt het aanwijzen van aanspreekpunten en de melding daarvan aan de SG van de Raad. Artikel 2 regelt de verzameling en uitwisseling van informatie op basis van nationale bevoegdheden. Artikel 3 regelt de toelichting op verzoeken tot informatie met weergave van reeds bekende feiten en duiding van het gebruik van de gevraagde informatie.

Bij kans op het schaden van nationaal onderzoek of onderzoek bij het internationaal strafhof hoeft geen informatie verstrekt te worden, evenmin indien een beroep op art 72 van het statuut van het strafhof van toepassing zou zijn.

Artikel 4 regelt het gebruik van informatie, vooral het condities stellen bij het verstrekken van informatie en regels betreffende vertrouwelijkheid en bescherming persoonsgegevens (tenminste de nationale regels van de verzoekende staat overeenkomstig RvE-verdrag 28-1-1981 en RvE-aanbeveling R(87)15 van 17-9-1987 m.b.t. gebruik persoonsgegevens op politieel gebied.

Volgens artikel 5 zijn op gegevensverstrekking uit eigen beweging dezelfde regels van toepassing. Artikel 6 stelt de implementatietermijn op 1 jaar na inwerkingtreding. Artikel 7 regelt dat alle lidstaten zelf verantwoordelijk blijven voor de opsporing en vervolging en de uitwisseling van informatie.


Behandeling Raad

Tijdens de JBZ-Raad van 12/13 juni 2007 zouden de conclusies van de vierde bijeenkomst van het netwerk besproken worden. Deze bijeenkomst stond in het teken van de Rwandese genocide. Uiteindelijk stond dit onderwerp echter niet op de lijst met A-punten.

Het besluit is aangenomen tijdens de JBZ-Raad van 13 juni 2002.

Onderhandelingen verkeren in eindstadium. Het advies van het EP moet nog verwerkt worden. Er is een overweging ingelast waarin wordt gesteld dat onderzoek en vervolging en informatie-uitwisseling daaromtrent de verantwoordelijkheid zijn van nationale autoriteiten, tenzij internationaal recht anders bepaalt.

Het ontwerpbesluit is ingekort tot 4 artikelen (aanwijzing, informatieuitwisseling, implementatie en inwerkingtreding). Artikel 1 lid 1 is in die zin aangescherpt dat de contactpunten aan gewezen worden voor de informatie-uitwisseling m.b.t de opsporing van genocide, oorlogsmisdrijven en misdrijven tegen de menselijkheid.

In artikel 2 wordt gerefereerd aan de relevante arrangementen tussen de lidstaten m.b.t. informatie-uitwisseling en het geldende nationale recht. In Nederland zal het Wet Oorlogsstrafrecht-team ("WOS") bij het parket te Arnhem als nationaal contactpunt worden aangewezen.

Het voorstel werd door Nederland gepresenteerd tijdens de JBZ-Raad van 27/28 september 2001. CATS moet een werkgroep aanwijzen die het verder gaat bespreken (werd Multidisciplinaire groep georganiseerde criminaliteit).


Behandeling Europees Parlement

Het EP stelt overwegingen voor:

  • betreffende het respecteren van de grondrechten m.n. bescherming persoonsgegevens;
  • de aanspreekpunten dienen deel uit te maken van politie- of justitiediensten;
  • de samenwerking dient onderworpen te zijn aan adequate politiële en justitiële controle in de lidstaten;

De volgende amendementen in de artikelen:

  • voorschrift bijzonderheden betreffende de aanspreekpunten in het PbEG te publiceren (art1,lid2);
  • geen verplichting tot het verspreiden van informatie die ten koste zou kunnen gaan van de rechten van de verdediging van het individu (art3, lid 3);
  • gegevens uitsluitend gebruiken voor de doeleinden vermeld in art. 2, lid 2 (art.4, lid 1);
  • de raad stelt het EP op de hoogte van de doeltreffendheid van het netwerk i.h.k.v. het jaarlijks debat o.g.v. art. 39 VEU (inlas art. 7bis);

  • PDF-document standpunt EP
    Europees Parlement - P5_TA(2002)0149
    9 april 2002

Alle bronnen

Sociale media menu


Volg via