Naar hoofdinhoud Naar hoofdnavigatiemenu
E120015
  ruit icoon
Laatste revisie: 06-12-2016

E120015 - Voorstel voor een verordening betreffende elektronische identificatie en diensten voor elektronische transacties in de interne markt



Doel van dit voorstel is om burgers en bedrijven de mogelijkheid te geven om hun nationale elektronische legitimatiesysteem (eID's) te gebruiken om toegang te krijgen tot overheidsdiensten in andere EU-landen die gebruikmaken van eID's. Daarnaast heeft het voorstel als doelstelling dat daardoor een interne markt ontstaat voor elektronische handtekeningen en aanverwante grensoverschrijdende online trust services . Een en ander maakt deel uit van zowel de Digital Agenda for Europe als de Single Market Act .


Stand van zaken

Behandelfase Eerste Kamer: gepubliceerd in Europees publicatieblad.

nationaal

De Europese Commissie heeft op 12 december 2012 gereageerd op de vragen van de commissie BZK/AZ van 9 juli 2012. Op 18 december 2012 heeft de commissie de brief van de Europese Commissie voor kennisgeving aangenomen. 

Europees

Het Europees Parlement stelde op 3 april 2014 haar standpunt in eerste lezing vast. De verordening werd vervolgens op 23 juli 2014 aangenomen tijdens de Raad Algemene Zaken en werd op 28 augustus 2014 gepubliceerd in het officiële publicatieblad van de Europese Unie.


Kerngegevens

document Europese Commissie

COM(2012)238PDF-document, d.d. 4 juni 2012

rechtsgrondslag

artikel 114 van het Verdrag betreffende de werking van de EU

commissie Eerste Kamer

beleidsterreinen


Implementatie

Verordening (EU) nr. 910/2014 werd op 28 augustus 2014 gepubliceerd in Pb EU L257. De verordening is van toepassing vanaf 1 juli 2016.

Implementatie zal geschieden door middel van een Wijziging van de Telecommunicatiewet, de Boeken 3 en 6 van het Burgerlijk Wetboek, de Algemene wet bestuursrecht alsmede daarmee samenhangende wijzigingen van andere wetten (zie 34.413).


Behandeling Eerste Kamer

De Europese Commissie heeft op 12 december 2012 gereageerd op de vragen van de commissie BZK/AZ van 9 juli 2012. Op 18 december 2012 heeft de commissie de brief van de Europese Commissie voor kennisgeving aangenomen. 

De commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat/ Algemene Zaken en Huis der Koningin (BZK/AZ)heeft op 20 november 2012 de brief van de minister van Economische Zaken (EZ) voor kennisgeving aan genomen. 

De minister van Economische Zaken (EZ) heeft op 14 november 2012 gereageerd op de brief van 2 oktober 2012 van de commissie BZK/AZ. De minister geeft onder meer aan dat het kabinet de opvatting van de commissie deelt over het in potentie uitsluiten van de wederzijdse erkenning van private elektronische identificatiemiddelen.

Op 2 oktober 2012 heeft de commissie Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat/ Algemene Zaken en Huis der Koningin (BZK/AZ) een brief gestuurd aan de minister van Economische Zaken, Landbouw en Innvatie (ELI) met nadere vragen over het verordeningsvoorstel elektronische identificatie. Ook geeft de commissie aan het een ongewenste ontwikkeling te vinden dat de wederzijdse erkenning van private elektronische identificatiemiddelen in potentie wordt uitgesloten.

Op 25 september 2012 besloot de commissie BZK/AZ, naar aanleiding van de bespreking van de reactie van de minister op de commissievragen, op 2 oktober 2012  inbreng te leveren voor nader schriftelijk overleg.

De bespreking van de reactie van de minister ELI is op 11 september 2012 aangehouden tot 25 september aanstaande. 

De minister van Economische Zaken Landbouw en Innovatie (ELI) heeft op 3 september 2012 gereageerd op de vragen zoals gesteld in de commissiebrief van 4 juli 2012. 

Op 9 juli 2012 is de brief met vragen en opmerkingen over de ontwerpverordening namens de commissie aan de Europese Commissie gestuurd. De commissie vraagt de EC onder meer hoe reëel het is dat online authenticatiemogelijkheden op ieder moment en gratis beschikbaar worden gesteld (de brief aan de EC is als bijlage meegestuurd met de brief aan de regering).

Op 4 juli 2012 is de brief aan de regering verstuurd met vragen over het voorstel voor een verordening betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt. De commissie vraagt onder meer of de regering van plan is om de Telecommunicatiewet aan te passen in die zin dat de regeling van het toezicht door de OPTA in lijn wordt gebracht met de eisen die de onderhavige verordening stelt. De brief aan de Europese Commissie is als bijlage bij deze brief aan de regering gestuurd.

Op 3 juli 2012 heeft de commissie Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK/AZ) de brieven aan de regering en de Europese Commissie vastgesteld.

De leden van de fracties van de VVD, PvdA en mogelijk CDA leveren inbreng voor een brief aan de regering en aan de Europese Commissie. Op 3 juli 2012 zullen de conceptbrieven in de commissie Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK/AZ) ter vaststelling worden geagendeerd.

Op 12 juni 2012 besloten de commissies EL&I en BZK/AZ dat de commissie BZK/AZ dit voorstel in verdere behandeling neemt en om 26 juni 2012 vast te stellen als inbrengdatum.

De commissie voor Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I) heeft uit het Werkprogramma 2010 (dossier E100012) van de Europese Commissie het voorstel voor een richtlijn elektronische handtekening als prioritair dossier geselecteerd. De commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat/ Algemene Zaken en Huis der Koningin (BZK/AZ) heeft het voorstel voor wederzijdse erkenning van identificatie en e-authenticatie als prioritair dossier geselecteerd uit het Werkprogramma 2011 (dossier E100062) van de Europese Commissie. Op 12 juni 2012 bespreken de commissies de procedure.


Behandeling Tweede Kamer

De Tweede Kamer heeft dit voorstel niet als prioritair dossier geselecteerd. Naar aanleiding van het fiche over het voorstel is er tijdens het algemeen overleg Telecommunicatie op 7 november 2012 over het verordeningsvoorstel gesproken. 


Standpunt Nederlandse regering

In het BNC-fiche blijkt dat Nederland vindt dat vertrouwen in grensoverschrijdende elektronische communicatie noodzakelijk is voor elektronische dienstverlening van de overheid aan burgers en bedrijven en aan de totstandkoming van de digitale interne markt. Borging van de veiligheid middels grensoverschrijdend bruikbare elektronische identiteiten en vertrouwensdiensten levert een belangrijk bijdrage aan het benodigde vertrouwen. Hoewel Nederland verheugd is over de strekking en het doel van het voorstel, zijn er ook punten van aandacht:

  • veiligheidsoplossingen en daaraan gestelde eisen moeten aansluiten op de praktijk; 
  • het toezicht dient robuust en afdoende te zijn geregeld met voldoende mogelijkheden om in geval van veiligheidsincidenten effectief op te kunnen treden; 
  • wederzijdse erkenning dient uitsluitend mogelijk te zijn indien de betrouwbaarheid van veiligheidsoplossingen afdoende is gewaarborgd en deze minimaal gelijkwaardig zijn aan het niveau dat in Nederland wordt gehanteerd bij de betreffende dienst; 
  • er dient voldoende aandacht te zijn voor wederzijdse erkenning van nu en in de toekomst veel gebruikte oplossingen die niet op gekwalificeerde certificaten zijn gebaseerd; 
  • het voorstel dient niet teveel op delegatie geënt te zijn en de implementatiekosten dienen proportioneel te zijn. 

De eisen die de verordening stelt aan elektronische certificaten dienen afgestemd te worden met de eisen die de browserleveranciers stellen. Dit coördinatievraagstuk zal tussen de EU en internetoverlegorganen op het mondiale niveau moeten worden opgepakt.


Samenvatting voorstel Europese Commissie

De Europese Commissie heeft een voorstel gepubliceerd voor een verordening betreffende elektronische identificatie en diensten voor elektronische transacties in de interne markt. Doel van dit voorstel is om burgers en bedrijven de mogelijkheid te geven om hun nationale elektronische legitimatiesysteem (eID's) te gebruiken om toegang te krijgen tot overheidsdiensten in andere EU-landen die gebruikmaken van eID's. Daarnaast heeft het voorstel als doelstelling dat daardoor een interne markt ontstaat voor elektronische handtekeningen en aanverwante grensoverschrijdende online trust services . Een en ander maakt deel uit van zowel de Digital Agenda for Europe als de Single Market Act .

Met de voorgestelde regelgeving wordt getracht te voorzien in wederzijdse erkenning en aanvaarding van alle elektronische identificatiemiddelen die onder een volgens deze verordening aangemelde regeling vallen. Lidstaten kunnen de elektronische identificatieregelingen aanmelden die zij onder hun jurisdictie aanvaarden waarbij elektronische identificatie vereist is. De Commissie stelt voorts dat de verordening lidstaten niet verplicht om deze regelingen aan te melden of in te voeren, maar wel om de aangemelde elektronische identificatie te erkennen en te aanvaarden voor de onlinediensten waarbij elektronische identificatie vereist is om toegang te krijgen op nationaal niveau.

De Europese Commissie benadrukte bij de presentatie van het voorstel dat de verordening niet zal leiden tot:

  • een verplichting voor EU-lidstaten om nationale identiteitskaarten, elektronische identiteitskaarten of andere eID-oplossingen in te voeren, dan wel burgers te verplichten om een eID te hebben;
  • een verplichting om een Europese eID of een Europese database, in welke vorm ook, in te voeren;
  • het mogelijk maken of vereisen dat persoonlijke informatie aan derden wordt doorgegeven.

Behandeling Raad

De verordening werd op 23 juli 2014 aangenomen tijdens de Raad Algemene Zaken.

Op 28 februari 2014 werd een akkoord bereikt over het compromis tussen de Raad van de EU en het Europees Parlement over het onderhavige voorstel. Nadat het Europees Parlement naar verwachting in april 2014 de tekst zal goedkeuren, zal de Raad deze hierna formeel vaststellen. 

Tijdens de Raad voor Telecommunicatie op 5 december 2013 heeft het Voorzitterschap de Raad geïnformeerd over de laatste stand van zaken. Naar verwachting zal een eindakkoord bereikt worden vóór de verkiezingen van het Europees Parlement (mei 2014).

Op 6 juni 2013 is er een voortgangsrapport van het Voorzitterschap besproken tijdens de Raad voor Telecommunicatie. Nederland benadrukte tijdens de Raad  dat zij naast toezicht op de zogeheten gekwalificeerde vertrouwensdiensten ook sterk hecht aan een vorm van toezicht op niet-gekwalificeerde vertrouwensdiensten.  Nederland vroeg hiervoor aandacht in het licht van de ervaringen in Nederland met Diginotar. Zonder toezicht is het moeilijk om deze niet-gekwalificeerde diensten grensoverschrijdend te vertrouwen en kan niet ingegrepen worden als het mis gaat bij een niet-gekwalificeerde vertrouwensdienst, zoals dat bij de Diginotaraffaire aanvankelijk het geval was. Als het vertrouwen in een niet gekwalificeerde dienst wegvalt, staat bovendien de geloofwaardigheid van alle diensten van de betreffende aanbieder ter discussie. De Europese Commissie steunde het Nederlandse standpunt. In raadsverband zal hier verder over gediscussieerd worden. Andere lidstaten hebben het voortgangsverslag voor kennisgeving aangenomen.

Op 10 oktober 2012 heeft het voorzitterschap een verslag gepubliceerd over de voortgang van de implementatie van conclusies van de Europese Raad. Hieruit blijkt dat het voorstel nu in behandeling is in de bevoegde Raadsgroep. Het voorzitterschap verwacht dat in de Vervoer, Telecom en Energieraad van december een voortgangsverslag zal worden aangenomen.

De Europese Commissie heeft het verordeningsvoorstel inzake elektronische identificatie en diensten voor elektronische transacties tijdens de Raad Vervoer, Telecommunicatie en Energie (VTE) op 8 juni 2012 gepresenteerd.

In de databank EUR-Lex wordt de laatste stand van zaken in de Europese behandeling van het voorstel weergegeven.


Behandeling Europees Parlement

Het Europees Parlement stelde op 3 april 2014 haar standpunt in eerste lezing vast met 543 stemmen voor, 73 tegen en 7 onthoudingen

De commissie voor Industrie, onderzoek en energie (ITRE) is de verantwoordelijke commissie in het EP. 

In de databank OEIL van het Europees Parlement wordt de laatste stand van zaken in de behandeling van het voorstel weergegeven.

  • Standpunt van het Europees Parlement in eerste lezing over het verordeningsvoorstel betreffende elektronische identificatie en diensten voor elektronische transacties in de interne markt standpunt EP
    Europees Parlement - P7_TA-PROV(2014)0282
    3 april 2014
    www.europarl.europa.eu/...

Behandeling EESC

Op 18 september 2012 heeft het Europees Economisch en Sociaal Comité een advies uitgebracht over het verordeningsvoorstel elektronische identificatie. 


Standpunten andere lidstaten (IPEX)

De Tsjechische senaat heeft op 26 oktober 2012 een resolutie aangenomen over het verordeningsvoorstel elektronische vertrouwensdiensten.

De commissie voor Europese Zaken van de Nationale Raad van Oostenrijk heeft op 4 september 2012 een mededeling aan de Raad van de Eu het Europees Parlement gestuurd over het voorstel. De commissie maakt onder meer opmerkingen over het aantal formats van elektronische handtekeningen en over de hoeveelheid gedelegeerde handelingen die de Europese Commissie voorstelt. 

De commissie voor Europese Zaken van de Federale Raad van Oostenrijk heeft op 18 juli 2012 een mededeling aan de Raad van de EU en het Europees Parlement gestuurd over het verordeningsvoorstel elektronische identificatie. De commissie maakt een aantal opmerkingen over onder meer artikel 20 en 28 van het voorstel en geeft aan dat volgens haar de lidstaten zelf moeten kunnen beslissen over het ontwerp van veiligheidsnormen. 

In de databank IPEX wordt de behandeling van het voorstel in de diverse (kandidaat) lidstaatparlementen weergegeven.


Reacties Derden

Op 27 september 2012 publiceerde de Europese Dataprotectie Autoriteit een advies over het verordeningsvoorstel elektronische vertrouwensdiensten. 


Alle bronnen

Sociale media menu