Naar hoofdinhoud Naar hoofdnavigatiemenu
E130013
  klaver icoon
Laatste revisie: 15-04-2020

E130013 - Richtlijnvoorstel tot uitvoering van de nauwere samenwerking op het gebied van belasting op financiële transacties (FTT)



Het onderhavige richtlijnvoorstel bouwt voort op een eerder door de Europese Commissie gepresenteerd voorstel uit 2011 (zie E110050) voor een belasting op financiële transacties. Over het oorspronkelijke richtlijnvoorstel bestond geen unanimiteit in de Raad Economische en Financiële Zaken (ECOFIN). Onder een zogenaamde versterkte samenwerkingsprocedure hebben 11 lidstaten de Commissie in oktober vorig jaar verzocht om, op basis van het richtlijnvoorstel uit 2011, nauwere samenwerking te mogen aangaan op het gebied van belasting op financiële transacties. Het gaat om België, Duitsland, Estland, Griekenland, Spanje, Frankrijk, Italië, Oostenrijk, Portugal, Slovenië en Slowakije. De Ecofin heeft, in navolging van het Europees Parlement, in januari 2013 ingestemd met een besluit om hiervoor toestemming te verlenen.


Stand van zaken

Behandelfase Eerste Kamer: behandeling in Eerste Kamer afgerond.

nationaal

De minister van Financiën stuurde op 18 december 2014 een brief naar de Kamer met een appreciatie van de voortgang in de onderhandelingen in dit dossier en de commissie nam deze brief op 13 januari 2015 voor kennisgeving aan.

Europees

De minister van Financiën stuurde op 15 april 2020 een kwartaalrapportage over de stand van zaken lopende EU-wetgevingsonderhandelingen op het terrein van het ministerie van Financiën mee bij het verslag van de Eurogroep van 7 en 9 april 2020. Daarin staat dat er geen consensus kan worden bereikt op dit dossier. Daarom is er besloten tot versterkte samenwerking tussen een aantal lidstaten. De onderhandelingen lopen zonder direct zicht op een akkoord. (bijlagePDF-document bij 21.501-07, BN).


Kerngegevens

document Europese Commissie

COM(2013)71PDF-document, d.d. 14 februari 2013

rechtsgrondslag

artikel 113 VWEU

commissie Eerste Kamer

beleidsterrein

verwant dossier


Behandeling Eerste Kamer

De minister van Financiën stuurde op 18 december 2014 een brief naar de Kamer met een appreciatie van de voortgang in de onderhandelingen in dit dossier en de commissie nam deze brief op 13 januari 2015 voor kennisgeving aan.

Naar aanleiding van nieuwe ontwikkelingen heeft de commissie Financiën op 30 september 2014 besloten dat zij een brief aan de regering zal sturen waarin zij verzoekt om een kabinetsappreciatie van de stand van zaken rond de vormgeving van de Financiële Transactiebelasting (FTT). De\e brief werd op 14 oktober 2014 verstuurd.

De commissie Financiën heeft de brief van de minister van Financiën van 1 oktober 2013 tijdens de vergadering op 8 oktober 2013 besproken en voor kennisgeving aangenomen.

De minister van Financiën heeft op 1 oktober 2013 een antwoord verzonden op de door de fracties van PvdA, CDA en GroenLinks gestelde vragen van 17 april 2013.

Op 17 april 2013 is er namens de fracties van de PVDA, CDA en Groenlinks een brief gestuurd aan de minister van Financiën met vragen en opmerkingen over het richtlijnvoorstel.

De commissie Financiën heeft op 12 maart 2013 het BNC-fiche van 8 maart 2013 besproken en besloten dat zij uiterlijk 2 april 2013 inbreng leveren voor schriftelijk overleg indien gewenst.

De commissie Financiën besloot op 5 maart 2013 een kabinetsappreciatie van het voorstel af te wachten teneinde het voorstel de week volgend op ontvangst daarvan opnieuw te agenderen. De commisie laat de regering verzoeken om spoedige toezending van de kabinetsappreciatie.

Naar aanleiding van de overzichten met wekelijks nieuw gepubliceerde Europese Commissievoorstellen heeft het lid Reuten (SP) tijdens de commissievergadering op 26 februari 2013 verzocht om agendering van het onderhavige richtlijnvoorstel.


Behandeling Tweede Kamer

Op 5 november 2014 vond een algemeen overleg plaats met de staatssecretaris en minister van Financiën waarbij ook weer de FTT aan bod kwam. De minister liet wederom weten dat het Nederlandse standpunt ongewijzigd was. De regering blijft alert op de uitkomsten van de onderhandelingen.

In een verslag van een algemeen overleg op 12 juni 2014 met de minister en staatssecretaris van Financiën over de Raad ECOFIN van 19-20 juni 2014 laat de minister in reactie op vragen over de nauwere samenwerking inzake de financiële transactietaks (FTT) weten dat de stelling van de regering steeds is geweest dat de deur open stond mits er aan een aantal voorwaarden werd voldaan. Dit is echter (nog) niet gebeurd.

De commissie Financiën besloot op 9 oktober 2013 dat zij de beantwoording van de vragen door de minister van Financiën zal betrekken bij een algemeen overleg Eurogroep/ECOFIN-raad dat naar plaatsvond op 7 november 2013. Hierin liet de minister van Financiën onder andere weten dat het FTT-voorstel zoals het er ligt, gewoon slecht is, slecht voor de Nederlandse economie en slecht voor de Nederlandse financiële sector.

De minister van Financiën stuurde op 1 oktober 2013 een schriftelijke beantwoording van de vragen die de vaste commissie voor Financiën op 12 april 2013 heeft voorgelegd. Het betreft een aantal vragen dat de leden van de fracties van de VVD, de PvdA, de PVV, het CDA, D66 en de ChristenUnie heeft gesteld naar aanleiding van het fiche bij het onderhavige richtlijnvoorstel.

Na een rappel stuurde de staatssecretaris van Financiën op 2 juli 2013 een brief naar de Tweede Kamer waarin hij laat weten dat de antwoorden op eerder gestelde vragen niet eerder dan na het zomerreces kunnen worden aangeboden.

De commissie Financiën besloot tijdens de procedurevergadering op 13 maart 2013 dat men schriftelijk overleg zal voeren over het BNC-fiche. De termijn voor het inbrengen van vragen is gesteld op 11 april 2013.


Standpunt Nederlandse regering

De regering laat in het BNC-fiche van 8 maart 2013 onder andere weten over haar positie ten aanzien van dit voorstel dat in het regeerakkoord is afgesproken dat Nederland zich zal kunnen aansluiten bij de nauwere samenwerking met het oog op een mogelijke heffing op de financiële sector wanneer het voorstel aan de volgende voorwaarden voldoet: de Nederlandse pensioenfondsen blijven hiervan gevrijwaard, er is geen disproportionele samenloop met de huidige bankenbelasting en de inkomsten vloeien terug naar de lidstaten.

Dit voorstel voldoet niet aan de voorwaarden van het regeerakkoord. Zo worden pensioenfondsen belast door de FTT. Nederland zal daarom op dit moment niet toetreden tot de nauwere samenwerking. Verder stelt de Commissie dat de FTT inkomsten geheel of gedeeltelijk gebruikt kunnen worden als eigen middel voor de EU-begroting, ter gedeeltelijke vervanging van bestaande eigen middelen.

Daarnaast is er onduidelijkheid over de economische effecten van dit voorstel voor Nederland. Hetzelfde geldt voor de uitvoeringskosten voor de overheid en de administratieve lasten voor het bedrijfsleven. Ook zijn er vraagtekens of met name de extraterritoriale werking van dit voorstel de interne markt niet verstoort en dat daarmee het voorstel niet voldoet aan de voorwaarden die worden gesteld aan nauwere samenwerking. Verder lijkt dit voorstel op gespannen voet te staan met het principe van fiscale soevereiniteit. Tot slot blijft de zorg dat de invoering van een FTT de stabiliteit van de financiële markten onder druk zet.

Op basis van het nieuwe Commissievoorstel zal verder worden onderhandeld. Nederland zal zich er voor blijven inzetten om de Nederlandse wensen onder de aandacht te brengen bij de Commissie en de overige lidstaten. Mochten de Commissie en de andere lidstaten gedurende het onderhandelingsproces aan de Nederlandse voorwaarden tegemoet komen, dan kan Nederland alsnog besluiten toe te treden tot de versterkte samenwerking.


Samenvatting voorstel Europese Commissie

Het onderhavige richtlijnvoorstel bouwt voort op eeen eerder door de Europese Commissie gepresenteerd voorstel uit 2011 voor een belasting op financiële transacties. Over het oorspronkelijke richtlijnvoorstel bestond geen unanimiteit in de Raad Economische en Financiële Zaken (ECOFIN) . Onder een zogenaamde versterkte samenwerkingsprocedure hebben 11 lidstaten de Commissie in oktober vorig jaar verzocht om, op basis van het richtlijnvoorstel uit 2011, nauwere samenwerking te mogen aangaan op het gebied van belasting op financiële transacties. Het gaat om België, Duitsland, Estland, Griekenland, Spanje, Frankrijk, Italië, Oostenrijk, Portugal, Slovenië en Slowakije. De Ecofin heeft, in navolging van het Europees Parlement, in januari 2013 ingestemd met een besluit om hiervoor toestemming te verlenen.

Het voorliggende voorstel komt dan ook op hoofdlijnen overeen met het oorspronkelijke voorstel uit 2011. Volgens de Commissie heeft het voorstel tot doel om:

  • belastingen op financiële transacties binnen de interne markt te harmoniseren
  • de financiële sector een bijdrage te laten leven aan de overheidsfinanciën
  • ongewenst gedrag op de financiële markten te ontmoedigen

Ook het voorgestelde toepassingsgebied is grotendeels gelijk. De FTT heeft een brede grondslag die alle transacties door financiële instellingen in alle financiële instellingen op alle financiële markten omvat. De tariefstructuur is ongewijzigd gebleven ten opzichte van het voorstel uit 2011: 0,1% voor aandelen en obligaties en 0,01% voor derivaten. Uitgezonderd van de belasting zijn courante financiële activiteiten van burgers en bedrijven, primaire aandelen- en obligatie uitgiften en transacties met centrale banken en het EFSF en het ESM. Ook het 'woonplaatsbeginsel' blijft gehandhaafd, zodat vestiging van een financiële instelling in de FTT-zone bepalend is en niet de locatie van de transactie. De Europese Commissie voorziet dat de belasting 30 tot 35 miljard euro per jaar zal opleveren. Ten opzichte van het voorstel uit 2011 kent het onderhavige FTT-voorstel ook enkele wijzigingen. Zo is het beginsel van de plaats van uitgifte geïntroduceerd, wat betekent dat een transactie in financiële instrumenten die zijn uitgegeven in één van de deelnemende lidstaten zal worden belast, ongeacht waar en wanneer zij wordt verricht.

Het richtlijnvoorstel zal nu door de lidstaten worden besproken om het in het kader van de nauwere samenwerking ten uitvoer te kunnen leggen. Alle 27 lidstaten kunnen aan deze bespreking deelnemen, maar alleen de lidstaten die aan de nauwere samenwerking deelnemen, kunnen hun stem uitbrengen, en zij moeten het voorstel unaniem goedkeuren voordat het ten uitvoer kan worden gelegd. Ook het Europees Parlement zal geraadpleegd worden.


Behandeling Raad

De minister van Financiën stuurde op 15 april 2020 een kwartaalrapportage over de stand van zaken lopende EU-wetgevingsonderhandelingen op het terrein van het ministerie van Financiën mee bij het verslag van de Eurogroep van 7 en 9 april 2020. Daarin staat dat er geen consensus kan worden bereikt op dit dossier. Daarom is er besloten tot versterkte samenwerking tussen een aantal lidstaten. De onderhandelingen lopen zonder direct zicht op een akkoord. (bijlagePDF-document bij 21.501-07, BN).

De minister van Financiën stuurde op 27 januari 2020 een kwartaalrapportage over de stand van zaken lopende EU-wetgevingsonderhandelingen op het terrein van het ministerie van Financiën mee bij het verslag van de bijeenkomst van de Eurogroep en Ecofinraad op 20 en 21 januari 2020. Daarin staat dat er geen consensus kan worden bereikt op dit dossier. Daarom is er besloten tot versterkte samenwerking tussen een aantal lidstaten. De onderhandelingen lopen zonder direct zicht op een akkoord. (bijlagePDF-document bij 21.501-07, BC).

De minister van Financiën stuurde op 14 oktober 2019 een kwartaalrapportage over de stand van zaken lopende EU-wetgevingsonderhandelingen op het terrein van het ministerie van Financiën mee bij het verslag van de bijeenkomst van de Eurogroep en Ecofinraad op 9 en 10 oktober 2019. Daarin staat dat de onderhandelingen met betrekking tot de belasting op financiële transacties niet tot consensus hebben geleid. Om die reden is besloten om tot versterkte samenwerking tussen een aantal lidstaten over te gaan. Er is geen zicht op een akkoord (bijlage bij 21.501-07, AW).

Op de agenda van de Ecofinraad van 9 december 2014 staat een discussie over de voortgang van de versterkte samenwerking voor een financiële transactie-belasting (FTT) op de agenda. De kopgroep van elf lidstaten is nog op zoek naar een gemeenschappelijk gedragen uitwerking van een FTT. Ze bespreken mogelijke aanpassingen op het voorstel van de Commissie. Er liggen nog geen concrete voorstellen op tafel.

Op de Ecofinraad van 7 november 2014 is gesproken over het effect van de Financiële Transactiebelasting op niet-participerende lidstaten; er was overeenstemming over het feit dat deze belasting geen negatieve gevolgen mag hebben voor deze niet-participerende lidstaten.

Nederland heeft zich niet aangesloten bij de versterkte samenwerking voor een FTT. Het regeerakkoord stelt dat Nederland zich aansluit bij een nauwere samenwerking voor een heffing op de financiële sector, indien aan drie voorwaarden wordt voldaan:

  • 1. 
    De Nederlandse pensioenfondsen blijven gevrijwaard van een financiële sector belasting;
  • 2. 
    Er is geen disproportionele samenloop met de huidige bankenbelasting, en;
  • 3. 
    De inkomsten vloeien terug naar de lidstaten.

Het voorstel, gedaan door de Commissie, voldoet niet aan de voorwaarden van het regeerakkoord. Zo worden pensioenfondsen belast door de FTT.

Tijdens de Raad voor Economische en Financiële Zaken op 5-6 mei 2014 is er wederom gesproken over onderhavig voorstel.

Tien van de elf lidstaten hebben een verklaring gegeven waarin zij hun commitment om een FTT in te voeren herhalen, met als doelstelling dit uiterlijk per 1 januari 2016 te doen. De landen voorzien een invoering in verschillende stappen, waarbij in eerste instantie alleen aandelentransacties en sommige derivatentransacties worden belast. Slovenië behoort tot de groep van elf lidstaten maar heeft de verklaring uiteindelijk niet gesteund. De Nederlandse regering heeft gewezen op de noodzaak om meer inzicht te krijgen in de onderhandeling om de beoordeling te kunnen maken of aansluiten bij de kopgroep opportuun is. Een aantal lidstaten heeft zich kritisch uitgelaten over het proces.

In de databank EUR-Lex wordt de laatste stand van zaken in de Europese behandeling van het voorstel weergegeven.


Behandeling Europees Parlement

Het Europees Parlement heeft op 3 juli 2013 een wetgevingsresolutie aangenomen over dit voorstel. De aangenomen tekst bied bepaalde voorzieningen die het ontwijken van de financiële transactietaks mogelijkerwijs duuder maken dan het te betalen.

De commissie voor Economische en Monetaire Zaken heeft op 27 mei 2013 gestemd over de 150 amendementen op het richtlijnvoorstel. In het ontwerpverslag van het Europees Parlement wordt ervoor gepleit dat de wetgeving geen ruimte moet bieden voor bedrijven om transacties uit te voeren of zich te vestigen buiten de elf deelnemende deelnemende landen te vestigen zodat het vermijden van belasting duurder wordt dan het te betalen. Naar verwachting wordt er eind juni plenair gestemd over dit voorstel.

In de databank OEIL van het Europees Parlement wordt de laatste stand van zaken in de behandeling van het voorstel weergegeven.


Standpunten andere lidstaten (IPEX)

In de databank IPEX wordt de behandeling van het voorstel in de diverse (kandidaat) lidstaatparlementen weergegeven.


Reacties Derden

Volgens een artikel van Reuters van 12 september 2015 is een deal tussen de elf lidstaten die voor de 'transactietaks' zijn dichtbij. Naar verwachting zullen de ministers hier snel een akkoord over bereiken.

Op 8 april 2013 heeft de International Capital Market Association (ICMA) European Repo Council in een persconferentie laten weten dat zij de Europese Commissie, de Europese Bankautoriteit en de Europese Centrale Bank een open brief hebben gestuurd waarin zij oproepen de markt voor kortlopende obligaties uit te sluiten in het voorstel voor een financiële transactietaks.


Alle bronnen

Sociale media menu