E130018
  ruit icoon
Laatste revisie: 17-01-2014

E130018 - Groenboek: een EU-beleidskader op het gebied van klimaatverandering en energiebeleid voor 2030

De Europese Commissie heeft een groenboek gepubliceerd inzake een EU-beleidskader op het gebied van klimaatverandering en energiebeleid voor 2030. Met dit groenboek wil de Commissie onderzoeken hoe een dergelijk nieuw beleidskader eruit zou moeten zien. Burgers, organisaties en overheden worden uitgenodigd om op het groenboek te reageren. Reageren was mogelijk tot uiterlijk 2 juli 2013. De ontvangen reacties zijn beschikbaar via de website van de Europese Commissie.


Stand van zaken

Behandelfase Eerste Kamer: behandeling in Eerste Kamer afgerond.

nationaal

De commissie IMRO heeft de brief van de staatssecretaris van I&M met een reactie op de nadere vragen over over het groenboek klimaatverandering en de brief van 19 december 2013 met de definitieve kabinetsreactie op het groenboek zoals verzonden naar de Europese Commissie voor kennisgeving aangenomen op 14 januari 2014.  

Europees

De reacties op het groenboek werden gepresenteerd tijdens de informele Energieraad op 19 en 20 september 2013.


Kerngegevens

document Europese Commissie

COM(2013)169  pdf icoon, d.d. 27 maart 2013

commissie Eerste Kamer


beleidsterreinen



Behandeling Eerste Kamer

De commissie IMRO heeft de brief van de staatssecretaris van I&M met een reactie op de nadere vragen over over het groenboek klimaatverandering van 19  december 2013 en de brief van 19 december 2013 met de definitieve kabinetsreactie op het groenboek zoals verzonden naar de Europese Commissie voor kennisgeving aangenomen op 14 januari 2014.

De brief met nadere vragen van de fractie van GroenLinks over het groenboek klimaatverandering werd op 4 december 2013 verstuurd aan de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu. Zo wil de fractie van GroenLinks onder andere meer weten over de CO2-doelstelling. 

Op 26 november 2013 heeft de fractie van GroenLinks aangegeven inbreng te leveren voor nader schriftelijk overleg. Een conceptbrief word aangeboden zodat andere fracties zich eventueel kunnen aansluiten. 

Op 19 november 2013 heeft de commissie de antwoorden van de staatssecretaris van Infrastructuur & Milieu op de vragen van de fracties van PvdA en GroenLinks besproken en besloten dat er op 26 november 2013 de gelegenheid wordt geboden tot het leveren van inbreng voor nader schriftelijk overleg. 

Op 13 november 2013 heeft de staatssecretaris van Infrastructuur & Milieu de antwoorden op de vragen van de fracties van PvdA en GroenLinks van 16 oktober 2013 naar de Kamer gestuurd. Deze zullen besproken worden tijdens de commissievergadering IMRO op 19 november 2013 .

Op 6 november 2013 stuurde de staatssecretaris van Infrastructuur & Milieu een brief naar de Kamer met de mededeling dat de gestelde vragen in de brief van 16 oktober 2013 niet binnen de gestelde termijn beantwoordt kunnen worden omdat nader overleg nodig is. Men streeft naar verzending op 22 november 2013. 

De conceptkabinetsreactie gaf de fracties van GroenLinks en PvdA aanleiding tot het stellen van nadere vragen over het groenboek. Deze brief werd op 16 oktober 2013 verstuurd en bevat vragen over onder andere doelstellingen voor hernieuwbare energie en energiebesparing in 2030 en opslagmogelijkheden en transportnetten voor duurzaam opgewekte energie. 

Op 8 oktober 2013 lieten de fracties van de PvdA en GroenLinks weten inbreng te leveren voor schriftelijk overleg

met de regering naar aanleiding van de concept-kabinetsreactie van 19 september 2013. 

Op 24 september 2013 hebben de commissies voor Economische Zaken (EZ) en Infrastructuur, Milieu en Ruimtelijke Ordening (IMRO) de conceptkabinetsreactie besproken. Zij besloten dat de commissie IMRO de behandeling voortzet en stelde 8 oktober 2013 vast als inbrengdatum voor schriftelijk overleg met de regering naar aanleiding van deze conceptreactie.

De commissies voor Economische Zaken (EZ) en Infrastructuur, Milieu en Ruimtelijke Ordening (IMRO) hebben op 9 april 2013 besloten de behandeling aan te houden tot na ontvangst van de conceptkabinetsreactie. 

De commissies voor Economische Zaken (EZ) en Infrastructuur, Milieu en Ruimtelijke Ordening (IMRO) hebben het groenboek geselecteerd uit het werkprogramma 2013 van de Europese Commissie. 


Behandeling Tweede Kamer

De definitieve kabinetsreactie op het groenboek werd op 15 januari 2014 besproken door de commissie I&M en de behandeling hiervan is aangehouden tot de volgende procedurevergadering in afwachting van het plenaire debat over de uitkomsten van de VN-klimaattop in Warschau van 15 januari 2014. 

De Tweede Kamercommissie voor Infrastructuur en Milieu heeft de conceptkabinetsreactie op het groenboek besproken tijdens de procedurevergadering op 2 oktober 2013 en besloten deze te betrekken bij een algemeen overleg Klimaat dat plaatsvond op 17 oktober 2013. 

In een schriftelijk overleg vastgesteld op 13 september 2013 over de informele Energieraad van september 2013 hebben diverse fracties nog vragen gesteld over het groenboek en de conceptkabinetsreactie daarop. De staatssecretaris laat hierin onder andere weten dat ook veel andere lidstaten zijn later met hun reactie dan de deadline van 2 juli 2013 (14 lidstaten hebben een reactie verstuurd). Het kabinet verwacht dat de Europese Commissie de later binnenkomende reacties, waaronder die van Nederland, nog zal meenemen in haar vervolgacties. 

Tijdens het algemeen overleg op 11 juni 2013 voorafgaand aan de Milieuraad van 18 juni 2013 heeft de staatssecretaris I&M aangegeven dat de conceptkabinetsreactie na het zomerreces zal worden toegestuurd en dat hij daarbij wel de reactietermijn van een maand in acht zal nemen. 

Op 24 april 2013 werd het groenboek besproken worden tijdens de procedurevergadering van de commissie Infrastructuur en Milieu. Onder anderen werden de antwoorden van de staatssecretaris van I&M op de gestelde vragen over het groenboek voor kennisgeving aangenomen. Verder werd nog een drietal besluiten genomen:

  • Agenderen voor algemeen overleg Milieuraad op 11 juni 2013.
  • De staatssecretaris verzoeken de conceptkabinetsreactie op het groenboek uiterlijk 3 juni aan de Kamer te sturen, zodat deze kan worden geagendeerd voor het algemeen overleg Milieuraad op dinsdag 11 juni 2013.
  • Het rapport ‘Kosten en effecten klimaat- en energiebeleid’ aan de Europese Commissie zenden zodat de Commissie ter inspiratie voor toekomstige Europese wetgeving kennis kan nemen van dit recente onderzoek naar het klimaat- en energiebeleid in Nederland, dat is uitgevoerd in opdracht van de Kamer.

De Tweede Kamercommissie voor Infrastructuur en Milieu heeft het groenboek ook als prioritair geselecteerd uit het werkprogramma 2013 van de Europese Commissie.


Standpunt Nederlandse regering

Op 19 september 2013 stuurde de staatssecretaris van Infrastructuur & Milieu een conceptkabinetsreacite naar de kamers. Kern van het Nederlandse standpunt is onder andere dat Nederland pleit voor een broeikasgasreductie van ten minste door de Europese Commissie in het groenboek voorgestelde 40% ten opzichte van 1990 in 2030. Bij de uiteindelijke hoogte zal rekening worden gehouden met de ontwikkelingen rond mondiale klimaatafspraken en de voorziene impact assessment van de Europese Commissie. De kosten die hieruit volgen voor Nederland worden meegenomen bij de verdere invulling van de Nederlandse positie. 

In een brief van 5 september 2013 met daarin de agenda voor de informele Energieraad van september (zie paragraaf behandeling Raad ) laat de minister van Economische Zaken onder andere weten dat Nederland het groenboek een belangrijke eerste stap vindt om de discussie over de doelen voor 2030 op gang te brengen. De Nederlandse conceptkabinetsreactie op het groenboek wordt op dit moment in het licht van het beoogde SER akkoord nader bezien voordat deze naar het parlement wordt verzonden. 

Nederland juicht een kosteneffectieve aanpak bij de interactie van klimaat- en energiedoelen voor 2030 toe. Doelen en instrumenten moeten daarbij goed op elkaar worden afgestemd. Daarnaast vindt Nederland het belangrijk dat de contouren van het klimaat- en energiebeleid voor 2030 rekening houden met de concurrentiekracht van de Europese economie. Nederland acht een structurele versterking van het Europese emissiehandelssysteem (ETS) nodig en pleit er zodoende voor het emissieplafond na 2020 aan te scherpen en af te stemmen op de Europese reductiedoelstellingen voor 2030 en 2050 (Kamerstuk 21 501-08, nr. 455). Een goed functionerend emissiehandelssysteem is een belangrijke voorwaarde voor een succesvolle integratie van hernieuwbare energie en draagt bij aan een snelle transitie naar een meer duurzame energiehuishouding. Daarbij mag het level playing field  van de internationaal concurrerende industrie niet in gevaar komen. Een nieuw staatssteunkader voor hernieuwbare energie moet zich in elk geval richten op kostprijsreductie van in 2030 en 2050 benodigde energietechnologieën.

De minister van Economische Zaken stuurde op 26 juni 2013 een brief naar de Eerste Kamer waarin hij aangeeft dat de kabinetsreactie pas na de deadline van de Europese Commissie gereed zal zijn. Volgens de brief hecht het kabinet aan een zorgvuldige discussie over het Groenboek klimaat en energie. Daarvoor is meer tijd nodig dan werd voorzien.

De reden is dat dit Groenboek raakt aan beleidsvelden waarover tegelijk op Europees niveau en nationaal niveau (SER-proces) gesproken wordt. Met inachtneming van deze raakvlakken, streeft het kabinet ernaar de reactie zo spoedig mogelijk aan de Kamer te doen toekomen. Daarbij zal de maximale voorhangtermijn van vier weken uiteraard volledig worden gerespecteerd. Wij zullen na de voorhangperiode met de Europese Commissie in gesprek gaan om onze zienswijze uiteen te zetten. Wij verwachten dat een latere reactie richting de Europese Commissie de effectiviteit van de Nederlandse inbreng niet zal schaden. Ook andere lidstaten nemen thans nog geen positie in. 

Tijdens het algemeen overleg in de Tweede Kamer op 11 juni 2013 voorafgaand aan de Milieuraad van 18 juni 2013 heeft de staatssecretaris I&M aangegeven dat de conceptkabinetsreactie na het zomerreces zal worden toegestuurd en dat hij daarbij wel de reactietermijn van een maand in acht zal nemen. 

Zoals gebruikelijk zal de regering een conceptreactie voorleggen aan het parlement alvorens een definitieve reactie op het groenboek naar de Europese Commissie wordt verzonden. Een eerste aanzet voor de positie van de Nederlandse positie treft u in de paragraaf behandeling Raad .


Samenvatting voorstel Europese Commissie

De Europese Commissie heeft een groenboek gepubliceerd inzake een EU-beleidskader op het gebied van klimaatverandering en energiebeleid voor 2030. Met dit groenboek wil de Commissie onderzoeken hoe een dergelijk nieuw beleidskader eruit zou moeten zien. Burgers, organisaties en overheden worden uitgenodigd om op het groenboek te reageren. Reageren is mogelijk tot uiterlijk 2 juli 2013.

Ten behoeve van deze consultatie wordt door de Commissie in dit groenboek eerst een kort overzicht gegeven van de huidige stand zaken op het beleidsterrein en het huidige beleidskader. Vervolgens gaat de Commissie in op enkele issues die spelen met het oog op het nieuwe beleidskader. Tot slot worden ter consultatie verschillende vragen opgeworpen. Het gaat hierbij in algemene zin om welke lessen van het 2020-beleidskader en het huidige Europese energiesysteem het belangrijkst zijn bij het ontwikkelen van het nieuwe beleidskader. Voorts zijn er meerdere vragen geformuleerd ten aanzien van de volgende onderwerpen: de te kiezen doelstellingen, de te gebruiken instrumenten, concurrentievermogen en energievoorzieningszekerheid en tot slot de capaciteit van verschillende landen en verdelingsvraagstukken.


Behandeling Raad

Volgens het verslag van de minister van Economische Zaken van 2 oktober 2013 over de informele Energieraad deed de Europese Commissie tijdens deze raad verslag van de resultaten van de publieke consultatie. Met name de (veertien) lidstaten die reeds een reactie op het groenboek hebben gegeven intervenieerden. Nederland heeft geen interventie gepleegd en heeft informeel aangegeven pas met een officiële reactie te komen nadat de kabinetsreactie heeft voorgehangen aan de Kamer.

De Europese Commissie gaf onder andere aan dat het toekomstige beleid breder moet zijn dan klimaatbescherming, zoals dat in de periode 2007-2009 het geval was bij de totstandkoming van de klimaat- en energiedoelen voor 2020. Er moet rekening gehouden worden met prijzen, concurrentiekracht, groei, energiearmoede en sociaal welzijn. Er werd geconcludeerd dat er consensus is over de behoefte aan een nieuw CO2-reductiedoel, maar dat de hoogte van het reductiedoel nog ter discussie staat. De uiteindelijke hoogte van het CO2-reductiedoel hangt mede af van wat andere geïndustrialiseerde en ontwikkelde landen aan ambities stellen en het al dan niet bindende karakter van deze ambitie, maar het hangt er ook vanaf of CCS voldoende in de markt staat. De Eurcommissaris voor Eenergie gaf aan medio 2015 met een raamwerk te komen.

Op 5 september 2013 stuurde de minister van Economische Zaken een agenda van de informele Energieraad op 19-20 september 2013 naar de Kamer. Hierin staat onder andere dat er aan het einde van deze Raad een presentatie plaatsvindt van de resultaten van de publieke consultatie van het groenboek. Er is geen gedachtewisseling voorzien.

Na de sluitingsdatum van de consultatie, had de Europese Commissie 12 reacties van lidstaten ontvangen. De Commissie heeft de resterende lidstaten nogmaals uitgenodigd met een reactie te komen. Nederland heeft de Commissie reeds voor de deadline van 2 juli laten weten met een verlate reactie te komen en de Commissie heeft hiervoor begrip getoond. Het parlement is hierover geïnformeerd per brief op 3 juni 2013 (Kamerstuk 22 112, nr. 1631). De Nederlandse conceptreactie op het groenboek wordt op dit moment in het licht van het beoogde SER akkoord nader bezien. Bij het versturen van de definitieve (kabinets)reactie aan de Europese Commissie wordt de gebruikelijke vier weken termijn ten aanzien van de voorhangprocedure in het parlement in acht genomen. 

Er vond op 23-24 april 2013 een informele Energieraad plaats waar het groenboek gepresenteerd werd door de

Europese Commissie. Tijdens de lunchbijeenkomst pleitte een aantal lidstaten naast een bindend doel voor CO2-emissies ook voor een bindend doel voor hernieuwbare energie aldus het verslag van het ministerie van Infrastructuur en Milieu (I&M). Een aantal andere lidstaten wilde alleen een doel voor CO2-reductie en benadrukte vooral dat we oog moeten hebben voor de concurrentiekracht van de EU. Daarnaast gaven meerdere lidstaten aan dat een hervorming van het emissiehandelssysteem nodig is.

De Nederlandse delegatie heeft aangegeven dat het groenboek een eerste belangrijke stap is om de discussie over de doelen voor 2030 op gang te brengen en dat snelle besluitvorming van belang is om investeringen te genereren, lock-ins te vermijden en innovatie te stimuleren. Daarnaast wil Nederland een versterkt emissiehandelssysteem dat zorgt voor minder CO2 uitstoot en juichte Nederland een kosteneffectieve aanpak bij de interactie van klimaat- en energiedoelen voor 2030 toe. 

Naar aanleiding van de agenda van deze raad is er op 17 april 2013 een verslag schriftelijk overleg vastgesteld waarin diverse fracties nog vragen hebben voorgelegd aan de minister van Economische Zaken over het groenboek. 

Tijdens de Milieuraad van 22-23 april 2013 vindt er naar verwachting een lunchdiscussie plaats over het groenboek. In de geannoteerde agenda laat de minister met betrekking tot dit onderwerp weten dat 

Nederland de presentatie van het Groenboek kan verwelkomen. De regering ziet dit als een belangrijke eerste stap om de discussie over de doelen voor 2030 op gang te brengen. Nederland kan onderstrepen dat snelle besluitvorming over het klimaat- en energiepakket in 2030 van belang is om investeringen te genereren, lock-ins te vermijden en innovatie te stimuleren. Een slim klimaatbeleid is een aanjager van innovatie, export van water- en energiekennis, grondstofbesparingen, energie efficiency en de clean tech industry. Een ambitieus en stabiel beleidskader met een breed draagvlak voor 2030 is daarvoor nodig.

De regering zal haar visie op een effectief en ambitieus energie- en klimaatpakket voor 2030 verder ontwikkelen en haar inzet om dit in Europees verband te realiseren. Een kosteneffectieve aanpak bij de interactie van klimaat- en energiedoelen voor 2030 wordt toegejuicht. Ook is van belang dat de contouren van het klimaat- en energiebeleid voor 2030 rekening houden met de concurrentiekracht van de Europese economie.

Als laatste wil de Nederlandse regering een versterkt emissiehandelssysteem dat zorgt voor minder CO2 uitstoot en dat tegelijkertijd investeringen in koolstofarme technologieën bevordert.  Daarvoor moet het emissieplafond na 2020 worden aangescherpt. Een hogere jaarlijkse reductiefactor van het ETS-plafond sluit immers het meest aan bij het lange termijn pad, op weg naar 2050. Het kabinet pleit in de lopende Europese onderhandelingen tevens voor uitstel van de CO2-veilingen (backloading). Een versterkt emissiehandelssysteem heeft tot doel koolstofarme investeringen te stimuleren en is een belangrijke voorwaarde voor een succesvolle integratie van hernieuwbare energie en draagt bij aan de transitie naar een meer duurzame energiehuishouding. Tegelijkertijd is het van belang dat het gelijke speelveld van de internationaal concurrerende industrie wordt gewaarborgd.

In de databank EUR-Lex wordt de laatste stand van zaken in de Europese behandeling van het voorstel weergegeven.


Behandeling Europees Parlement

In de databank OEIL van het Europees Parlement wordt de laatste stand van zaken in de behandeling van het voorstel weergegeven.


Standpunten andere lidstaten (IPEX)

De Roemeense Senaat heeft op 25 juni 2013 in een standpunt onder andere laten weten dat alhoewel er nog geen standpunt is ten aanzien van het onderhavige kader, de Senaat toch haar zorgen wil uiten ten aanzien van een nieuwe internationale overeenkomst terwijl de Europese partners hun betrokkenheid bij het multilaterale proces maar blijven uitstellen. 

In de databank IPEX wordt de behandeling van het voorstel in de diverse (kandidaat) lidstaatparlementen weergegeven.


Reacties Derden

Consulting Groep ECOFYS heeft op 11 juni 2013 in opdracht van Greenpeace een rapport gepubliceerd waaruit onder andere blijkt dat de EU de uitstoot van broeikasgassen nog eens met 7% moet verlagen als onderdeel van de klimaatmaatregelen voor 2030 tenzij de EU het falen van het systeem voor de handel in broeikasgasemissierechten door de uitgifte van teveel rechten corrigeert.