E170023
  ruit icoon
Laatste revisie: 05-04-2019

E170023 - Voorstel voor een verordening inzake een pan-Europees persoonlijk pensioenproduct (PEPP) 



PEPP is een vrijwillig persoonlijk pensioenproduct waarmee de Europese Commissie beoogt bij te dragen aan meer concurrerende producten op de pensioenmarkt. De consument zou op deze manier meer keuze krijgen bij het sparen voor het pensioen.


Stand van zaken

Behandelfase Eerste Kamer: behandeling in commissie Eerste Kamer.

nationaal

Op 12 februari 2019 bespraken de commissies SZW en Financiën de brief van de minister over de uitkomst van het onderhandelaarsakkoord over het Pan-Europees Persoonlijk Pensioenproduct (PEPP) (34.580, B) en besloten dit voor kennisgeving aan te nemen. Toezegging T02642 werd daarmee aangemerkt als voldaan.

Europees

Op 4 april 2019 heeft het Europees Parlement een wetgevingsresolutiePDF-document aangenomen over het Pan-Europees Pensioenproduct en een resolutiePDF-document over de fiscale behandeling van pensioenproducten, inclusief PEPP.


Kerngegevens

volledige titel

Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake een pan-Europees persoonlijk pensioenproduct (PEPP) 

document Europese Commissie

COM(2017)343PDF-document, d.d. 29 juni 2017

rechtsgrondslag

Artikel 114 VWEU

commissies Eerste Kamer


Behandeling Eerste Kamer

Op 12 februari 2019 bespraken de commissies SZW en Financiën de brief van de minister over de uitkomst van het onderhandelaarsakkoord over het Pan-Europees Persoonlijk Pensioenproduct (PEPP) (34.580, B) en besloten dit voor kennisgeving aan te nemen. Toezegging T02642 werd daarmee aangemerkt als voldaan.

Op 5 februari 2019 stuurde de minister van Financiën een brief over de uitkomst van het onderhandelaarsakkoord over het Pan-Europees Persoonlijk Pensioenproduct (PEPP) (34.580, B). De minister van Financiën heeft de Eerste Kamer tijdens de Algemene financiële beschouwingen van 20 november 2018 - naar aanleiding van een opmerking van het lid Rinnooy Kan (D66) - toegezegd de Kamer te informeren in het geval van nieuwe ontwikkelingen op het Pan-Europees Persoonlijk Pensioenproduct (PEPP)-dossier (zie T02642).

Op 22 mei 2018 namen de commissies FIN en SZW kennis van nadere informatie over de ontwerpverordening inzake een Pan-Europees persoonlijk pensioenproduct (PEPP), waaronder een brief van de minister van Financiën gericht aan de Tweede Kamer (22112, 2549).

Op 19 december 2017 bespraken de commissies FIN en SZW het verslag van een schriftelijk overleg over de ontwerpverordening (34.850, A) en besloten de reactie van de minister voor Financiën voor kennisgeving aan te nemen.

Op 3 oktober 2017 leverden de D66 en de PvDA fractie inbreng voor schriftelijk overleg met de regering. De brief aan de minister van Financiën werd op 11 oktober 2017 verstuurd. De Minister voor Financiën reageerde op 5 december 2017.

Op 26 september 2017 besloten de commissies FIN en SZW om inbreng te leveren voor schriftelijk overleg met de regering. De inbrengdatum werd gezet op 3 oktober 2017.

Op 4 juli 2017 besloten de commissies FIN en SZW het voorstel in behandeling te nemen en te agenderen zodra het BNC-fiche van de regering is ontvangen.

De ontwerpverordening inzake een pan-Europees persoonlijk pensioenproduct is door de commissie FIN als prioritair aangemerkt in het Europese Werkprogramma van de Eerste Kamer voor 2016-2017.


Behandeling Tweede Kamer

De minister van Financiën heeft op 6 februari 2019 geantwoord op Kamervragen van verschillende Leden van de Tweede Kamer over het op handen zijnde akkoord betreffende het Pan-Europees Persoonlijk Pensioenproduct (PEPP).

Op 6 september 2018 bespraken de vaste commissie voor Financiën en de vaste commissie voor Europese Zaken de Europgroep/Ecofinraad in een algemeen overleg met de minister van Financiën en de staatssecretaris van Financiën, waarbij o.a. is gesproken over de ontwerpverordening. Hierbij werd het verslag van een schriftelijk overleg over vragen van de commissie over de reactie op het verzoek van de commissie om de ambtelijke instructies voor de raadswerkgroep ten aanzien van de ontwerpverordening alsook de verslagen van de ambtelijke werkgroepen op EU-niveau aan de Kamer toe te zenden vastgesteld en betrokken bij het algemeen overleg.

Op 18 juni 2018 stuurde de minister van Financiën een brief aan de Tweede Kamer met daarin de stand van zaken in de onderhandelingen met betrekking tot de ontwerpverordening. Deze brief werd geagendeerd voor het algemeen overleg over de Eurogroep/Ecofinraad van 6 september 2018.

Op 30 april 2018 stuurde de regering een brief met een reactie op het verzoek van de commissie voor Financiën om de ambtelijke instructies voor de raadswerkgroep ten aanzien van de ontwerpverordening als ook de verslagen van de ambtelijke werkgroepen op EU-niveau aan de Kamer toe te zenden. Omdat letterlijke verstrekking van dagelijkse ambtelijke instructies en verslagen geen onderdeel vormt van het reguliere verkeer tussen kabinet en parlement, geeft de minister van Financiën een overzicht van de stand van zaken met betrekking tot de onderhandelingen rondom het PEPP. De commissie voor Financiën besloot op 7 juni 2018 in nader schriftelijk overleg te treden met de regering en op 21 juni 2018 werden een aantal vragen en opmerkingen voorgelegd aan de minister van Financiën. Bij brief van 5 september 2018 zijn de vragen beantwoord.

Op 6 maart 2018 vond er in de Tweede Kamer een openbaar gesprek plaats met Europarlementariër en rapporteur Sophie In 't Veld over de ontwerpverordening.

Op 21 december 2017 stuurde de vaste commissie voor Financiën een brief aan de minister van Financiën waarin wordt verzocht om de ambtelijke instructies voor de Raadswerkgroep ten aanzien van de ontwerpverordening als ook de verslagen van de ambtelijke werkgroepen/briefings op EU-niveau op dit dossier aan de Tweede Kamer toe te zenden.

Op 20 december 2017 stelde de commissie voor Financiën het verslag van een schriftelijk overleg over de ontwerpverordening vast en besloot de reactie van de minister van Financien voor kennisgeving aan te nemen.

Op 18 september 2017 stuurde de commissie voor Financiën een brief aan de minister van Financiën met een aantal vragen en opmerkingen over de ontwerpverordening en het bijbehorende BNC-fiche. De reactie van de regering werd ontvangen op 5 december 2017.

Op 5 september 2017 werd de ontwerpverordening aangeboden ter informatie aan de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Het voortouw voor deze verordening ligt bij de vaste commissie voor Financiën.

Op 6 juli 2017 besprak de vaste commissie voor Financiën de Eurogroep/Ecofinraad in een algemeen overleg met de minister van Financiën, waarbij o.a. vragen zijn gesteld over de ontwerpverordening.

Op 6 juli 2017 besprak de vaste commissie voor Financiën de ontwerpverordening inzake een pan-Europees persoonlijk pensioenproduct en besloot in schriftelijk overleg te treden met de regering. De inbrengdatum werd gezet op 14 september 2017.

Op 12 april 2017 hield de Tweede Kamer een debat over een onderzoek door de Eurozone naar de fiscale houdbaarheid van pensioenstelsels, waarbij o.a. een motie is ingediend door de leden Lodders en Omtzigt, waarin het kabinet wordt verzocht, zich in de Europese onderhandelingsgremia uit te spreken tegen een raamwerk voor Europees persoonlijke pensioenproducten in de derde pijler Deze motie werd op 18 april 2017 aangenomen (21.501-07, 1435).


Standpunt Nederlandse regering

Op 1 september 2017 heeft de regering een brief aan de Kamer gestuurd met daarin de standpunten over de conceptverordening Pan-Europees Persoonlijk Pensioenproduct (PEPP).

De regering geeft in het BNC-fiche aan kritisch te staan tegenover het voorstel en schrijft dat de toegevoegde waarde van een standaard Europees pensioenproduct onvoldoende is aangetoond. Bij de regering roept het voorstel een aantal vragen op over de noodzaak en uitvoerbaarheid. De regering beoordeelt de proportionaliteit van het voorstel deels positief en deels negatief. Met name de uitvoering van een PEPP kent volgens de regering een aantal voorwaarden waarvan de proportionaliteit kan worden betwist. Het betreft de verplichting om drie jaar na de inwerkingtreding alle nationale compartimenten beschikbaar te hebben, wat volgens de regering een zware last is voor de aanbieders. Tevens dienen aanbieders bij emigratie de consument te adviseren over mogelijke fiscale consequenties, hetgeen volgens de regering de uitvoerbaarheid niet ten goede komt.

De regering is tevens van mening dat het voorstel ook de tweede pijler raakt (taakafbakening tussen pensioenuitvoerders), doordat de Pan-Europese Persoonlijke Pensioenproducten worden aangeboden door middel van de Europese Pensioenfondsrichtlijn (IORP). Dit zorgt er volgens de regering voor dat pensioenfondsen onder de reikwijdte van bepalingen in de Wet op het financieel toezicht worden gebracht voor zover het derde pijler-producten betreft. Volgens de regering is de Nederlandse markt van derde pijler-pensioenproducten goed ontwikkeld. Derhalve wordt de subsidiariteit van dit onderdeel van het voorstel als negatief beoordeeld.


Samenvatting voorstel Europese Commissie

De Europese Commissie signaleert dat de huidige Europese markt voor persoonlijke pensioenen gefragmenteerd en ongelijk is, waarbij het aanbod van producten zich concentreert in enkele lidstaten, terwijl het aanbod in andere lidstaten gering is. Met dit voorstel (COM(2017)343) wil de Commissie pensioenaanbieders de mogelijkheid geven een pan-Europees persoonlijk pensioenproduct (PEPP) aan te bieden. Het PEPP is een vrijwillig persoonlijk pensioenproduct waarmee de Europese Commissie beoogt bij te dragen aan meer concurrerende producten op de pensioenmarkt. Zo krijgt de consument meer keuze bij het sparen voor het pensioen. Het PEPP zal worden aangeboden door onder meer verzekeringsmaatschappijen, banken, bedrijfspensioenfondsen, beleggingsondernemingen en vermogensbeheerders. Het PEPP is een aanvulling op bestaande staats-, bedrijfs- en nationale persoonlijke pensioenen, maar zal deze niet vervangen of harmoniseren. Het pensioenproduct kan ook worden meegenomen bij verhuizing naar een andere EU-lidstaat. De Commissie doet deze verordening vergezeld van de aanbeveling aan lidstaten om het PEPP fiscaal te behandelen zoals vergelijkbare nationale pensioenproducten.

Het PEPP is een van de maatregelen die zijn aangekondigd in de midterm review van de kapitaalmarktunie van 8 juni 2017 (COM(2017)292).

Op 15 maart 20-19 publiceerde de Europese Commissie een Commissiemededeling (COM(2019)136PDF-document) inzake de vooruitgang van de Kapitaalmarktunie.


Behandeling Raad

Op 13 februari 2019 heeft de Coreper ingestemd met het akkoord tussen het voorzitterschap en het Europees Parlement van 13 december over het voorgestelde pan-Europese pensioenproduct (PEPP). De definitieve compromistekstPDF-document wordt nu in juridisch-taalkundig opzicht bijgewerkt. Vervolgens worden het Parlement en de Raad verzocht de definitieve tekst aan te nemen.

Op 5 februari 2019 stuurde de minister van Financiën een brief aan de Kamer over de onderhandelingen over het Pan-Europees Persoonlijk Pensioenproduct (PEPP). In de brief wordt aangegeven dat op 13 december 2018 het Oostenrijkse voorzitterschap van de Raad van de Europese Unie een onderhandelaarsakkoord heeft bereikt met de rapporteur van het Europees Parlement. De technische details van dit akkoord zijn op 21 januari 2019 aan de lidstaten verstrekt. Nederland dient uiterlijk op 6 februari 2019 haar positie ten aanzien van het akkoord kenbaar te maken. Het akkoord wordt vervolgens, via Coreper, doorgeleid naar de Raad. Indien zowel een gekwalificeerde meerderheid van de lidstaten als een meerderheid in het Europees Parlement zich achter dit akkoord schaart, is de verordening aangenomen.

Op 19 juni 2018 bereikte het comité van permanente vertegenwoordigers van de Raad overeenstemming over zijn onderhandelingsstandpuntPDF-document ten aanzien van de ontwerpverordening. De interinstitutionele onderhandelingen worden gestart zodra het Europees Parlement zijn standpunt heeft vastgesteld.

Op 28 april 2018 werd tijdens de informele Raad Economische en Financiele Zaken (21.501-07, G) een paperPDF-document over de fragmentatie in de kapitaalmarktunie gepresenteerd. Ook werd gesproken over het de ontwerpverordening inzake een Pan-Europees persoonlijk pensioenproduct, waarbij de regering nogmaals aangaf geen voorstander te zijn van dit voorstel.

In de databank EUR-Lex wordt de laatste stand van zaken in de Europese behandeling van het voorstel weergegeven.


Behandeling Europees Parlement

Op 4 april 2019 heeft het Europees Parlement een wetgevingsresolutiePDF-document aangenomen over het Pan-Europees Pensioenproduct en een resolutiePDF-document over de fiscale behandeling van pensioenproducten, inclusief PEPP.

Op 1 april 2019PDF-document bracht het Europees Parlement een kort memo uit over het voorstel voor PEPP.

Op 13 februari 2019 is er een voorlopig akkoordPDF-document bereikt over PEPP. Dit heeft geleid tot een compromis.

Op 12 september 2018 werd het besluit om interinstitutionele onderhandelingen aan te gaan, in een plenaire vergadering van het Europees Parlement bevestigd.

Op 6 september 2018 werd het verslag van de commissie voor Economische en Monetaire Zaken (ECON) aangenomen in een plenaire vergadering van het Europees Parlement. Het Europees Parlement stelde hierbij in een resolutiePDF-document zijn standpunt in eerste lezing vast.

Op 6 juli 2018 bracht de commissie voor de Interne Markt en Consumentenbescherming (IMCO) een adviesPDF-document uit over de ontwerpverordening.

Op 29 juni 2018 bracht de commissie voor Werkgelegenheid en Sociale Zaken (EMPL) een adviesPDF-document uit over de ontwerpverordening.

Op 21 maart 2018 publiceerde de Onderzoeksdienst van het Europees Parlement een diepteanalysePDF-document over de Europese toegevoegde waarde van het Pan-Europees Pensioenproduct. Het onderzoek richt zich met name op het belastingonderdeel en de impact van de kosten op het uiteindelijke pensioen.

Op 26 februari 2018 stelde de commissie voor Economische en Monetaire Zaken (ECON) een ontwerpverslagPDF-document vast met betrekking tot de ontwerpverordening.

Op 8 januari 2018 presenteerde de rapporteur voor de ontwerpverordening in het Europees Parlement een werkdocumentPDF-document waarin enkele van de belangrijkste kwesties en dilemma's worden opgesomd die moeten worden besproken, met het oog op het opstellen van een ontwerpverslag en amendementen in de commissie voor Economische en Monetaire Zaken (ECON).

Op 27 oktober 2017 publiceerde de Onderzoeksdienst van het Europees Parlement een briefingPDF-document inzake de effectbeoordeling van de Europese Commissie voor de ontwerpverordening.

Op 8 oktober 2017 publiceerde de Onderzoeksdienst van het Europees Parlement een briefingPDF-document over de stand van zaken in de onderhandelingen inzake de ontwerpverordening.

Het voorstel wordt behandeld door de commissie voor Economische en Monetaire Zaken (ECON) van het Europees Parlement. Daarnaast zijn de commissie voor de Begroting (BUDG), de commissie voor Werkgelegenheid en Sociale Zaken (EMPL), de commissie voor Industrie, Onderzoek en Energie (ITRE), de commissie voor de Interne Markt en Consumentenbescherming (IMCO) en de commissie voor Juridische Zaken (JURI) ingesteld als adviescommissie.

In de databank OEIL van het Europees Parlement wordt de laatste stand van zaken in de behandeling van het voorstel weergegeven.


Standpunten andere lidstaten (IPEX)

Op 14 november 2017 nam de Kamer van Afgevaardigden van Roemenië een resolutiePDF-document aan waarin wordt gesteld dat het voorstel in overeenstemming is met het subsidiariteitsbeginsel. Deze resolutie is in het kader van de politieke dialoog met de Europese instellingen gedeeld.

Op 27 oktober 2017 verstreek de deadline voor het indienen van subsidiariteitsbezwaren.

Op 27 oktober 2017 nam het Parlement van Portugal een resolutie aan waarin wordt gesteld dat het voorstel in overeenstemming is met het subsidiariteitsbeginsel. Deze resolutie is in het kader van de politieke dialoog met de Europese instellingen gedeeld.

Op 26 oktober 2017 nam de Senaat van Roemenië een resolutiePDF-document aan waarin wordt gesteld dat het voorstel in overeenstemming is met het subsidiariteitsbeginsel. Deze resolutie is in het kader van de politieke dialoog met de Europese instellingen gedeeld.

Op 16 oktober 2017 nam de Senaat van Italië een resolutie aan waarin wordt gesteld dat het voorstel in overeenstemming is met het subsidiariteitsbeginsel. Deze resolutie is in het kader van de politieke dialoog met de Europese instellingen gedeeld.

In de databank IPEX wordt de behandeling van het voorstel in de diverse (kandidaat) lidstaatparlementen weergegeven.


Alle bronnen

Sociale media menu


Volg via