Tweede deelsessie van de Parlementaire Assemblee van de Raad van Europa



10 april 2014

Van maandag 7 tot en met vrijdag 11 april 2014 vond de tweede vergadering van de Parlementaire Assemblee van de Raad van Europa (PACE) plaats. De vergadering  stond vooral in het teken van twee debatten. Het eerste over het functioneren van de democratie en de democratische instituties in Oekraïne, het tweede over de credentials (geloofsbrieven)  van de delegatie uit de Russische Federatie na de annexatie door dat land van de Krim.

Democratie in Oekraïne

In het eerste debat pleitte senator Kox, voorzitter van de fractie van Verenigd Europees Links, ervoor de aandacht vooral te richten op de vraag wat de Raad van Europa kan doen om van Oekraïne een land te maken waarin sprake is van werkelijke democratie, van gelijkheid en solidariteit en waarin is afgerekend met de zo omvangrijke corruptie. Dit debat mondde uit in de aanvaarding van een resolutie waarin het referendum in de Krim ongrondwettig wordt genoemd en daardoor ook niet zal worden erkend door de PACE. De resolutie spreekt voorts uit dat de nieuwe regering en het parlement van Oekraïne een legitieme status hebben die het mogelijk maakt dat zij rechtsgeldige besluiten nemen.

Positie van de Russische delegatie

Aan het op donderdag 10 april gehouden debat over de positie van de Russische delegatie in de PACE is deelgenomen door de leden Kox en Omtzigt. Senator Kox, die wederom het woord voerde namens de fractie van Verenigd Europees Links, dit maal echter minus de Russische leden van die fractie, veroordeelde de annexatie van de Krim door Rusland als een duidelijke schending van het internationale recht en van de territoriale integriteit van Oekraïne, een lidstaat van de Raad van Europa. Hij deelde mee dat zijn fractie het belangrijk vindt dat de delegatie van de Russische Federatie deel blijft uitmaken van de PACE omdat deze assemblee het enige platform is waarin Rusland- eveneens lid van de PACE- kan worden duidelijk gemaakt dat het de ingeslagen, maar doodlopende weg moet verlaten.

Tweede Kamerlid Omtzigt wees er in het debat op dat vele afgevaardigden het belang van een voortgaande dialoog met de Russische delegatie hebben benadrukt. Een dergelijke dialoog is echter niet mogelijk omdat de Russische delegatie ervoor heeft gekozen niet aan dit debat deel te nemen. Hij riep zijn Russische collega's op zich in een debat te verdedigen en uit te leggen waarom zij zich niet wensen te houden aan het VN-Charter inzake de Fundamentele Rechten, het EVRM, de Helsinki Declaration en het akkoord van Budapest.

Het debat werd afgesloten met de aanvaarding van een resolutie waarin de PACE, met verwijzing naar het Statuut van de Raad van Europa en de verplichtingen die Rusland is aangegaan toen het zich in 1996 aansloot bij deze organisatie, besloot het stemrecht van de delegatie van de Russische Federatie in de assemblee op te schorten tot het einde van de zitting 2014. Na aanvaarding van een amendement van de heer Omtzigt besloot de assemblee ook het recht van de Russische delegatie om deel te nemen aan de werkzaamheden van bestuursorganen van de assemblee en om deel te nemen aan verkiezingswaarnemingsmissies van de Raad van Europa op te schorten tot het einde van de zitting van 2014. Deze duurt tot 26 januari 2015.

Kyrgyzstan

Senator Faber-Van de Klashorst heeft deelgenomen aan een debat over een verzoek van het parlement van de republiek Kyrgyzstan om de status van "Partner voor Democratie"  te verkrijgen. Zij verklaarde zich tegenstander van het verlenen van die status omdat Kyrgyzstan een overwegend islamitische staat is die sedert 1992 lid is van de Organisatie van Islamitische Samenwerking. Aan het slot van dit debat heeft de PACE besloten de verlangde status te verlenen.

Internettoegang

Senatoren Franken en Faber-Van de Klashorst hebben een bijdrage geleverd aan een debat over twee rapporten, het eerste over de toegang tot het internet als publieke doelstelling, het tweede over de bescherming en de veiligheid van gebruikers van het internet.

Senator Franken benadrukte dat de vrije toegang tot het internet rechtstreeks raakt aan de basis van onze fundamentele rechten: de vrije meningsuiting - het recht op het uiten van de eigen opvattingen en het recht om informatie te verspreiden alsmede het recht om informatie te ontvangen en te verzamelen. Bij het tot stand brengen en in stand houden van de (technische) voorwaarden dient ervoor te worden gewaakt dat niemand, hetzij als gevolg van te hoge kosten dan wel door technische obstakels, in de uitoefening van dat recht wordt belemmerd. De overheid dient, aldus de heer Franken, " net neutraal"  te zijn. Artikel 10 van het EVRM fungeert als criterium bij het vaststellen van wettelijke voorwaarden ten aanzien van de toegang tot het internet.

Senator Faber-Van de Klashorst merkte op dat de afluisterpraktijken, zoals die de laatste tijd de gemoederen bezighouden, door de Europese Commissie en de VN worden aangegrepen om met plannen te komen om het internet naar de eigen hand te zetten. Om afluisterpraktijken vanuit de VS te voorkomen, oppert Bondskanselier Merkel plannen voor een afgebakend Europees digitaal netwerk dat het meest veilige ter wereld zou moeten zijn.

De Europese Commissie pleit voor een koppeling van het internet aan de mensenrechten. Daarmee kunnen die rechten straks worden gebruikt om het internet aan banden te leggen. Het internet moet echter worden overgelaten aan de belanghebbenden en de beleidsvoering moet zeker niet in handen worden gelegd van de Europese Unie en de Verenigde Naties, aldus mevrouw Faber-Van de Klashorst.

Recht op nationaliteit

Senator Strik heeft deelgenomen aan een debat over een rapport met betrekking tot het recht op nationaliteit en de uitvoering van de Europese Conventie inzake Nationaliteit. In dat rapport wordt verwezen naar het recht van ieder mens op het verkrijgen van een nationaliteit en op het beginsel dat niemand stateloos dient te zijn. Zij wees erop dat veel Oost- Europese landen hun naturalisatieprocedures hebben moeten aanpassen om te kunnen worden toegelaten tot de Raad van Europa. Ironisch genoeg hebben veel van de "oude" lidstaten van de Raad van Europa allerlei barrières opgeworpen voor de verkrijging van de nationaliteit. Zij herinnerde aan de eerder besproken integratietoetsen en taalexamens.

Door die maatregelen hebben veel mensen, vooral diegenen die minder goed opgeleid of analfabeet zijn en vooral ook ouderen hun kansen op naturalisatie zien verkleinen. Zij maken daardoor noodgedwongen deel uit van een samenleving waarin zij minder rechten hebben. Hun integratie wordt daardoor bemoeilijkt hetgeen tegelijkertijd de samenleving waarin zij leven niet ten goede komt. Een probleem dat serieuze aandacht en aanpak verdient is dat van de statenloosheid: volgens de UNHCR telt Europa 680.000 mensen die stateloos zijn. Ook dat feit dwingt ertoe de landen die de Europese Conventie inzake Nationaliteit nog niet hebben getekend op te roepen dat nu snel te doen.

Werkgelegenheid voor allen

Senator Elzinga heeft deelgenomen aan een debat over een rapport getiteld: " Decent work for all" waarin wordt vastgesteld dat er, in weerwil van het grote aantal wettelijke en bij verdrag vastgelegde regels in Europa, nog veel werk te doen is als het gaat om het scheppen van voorwaarden voor een vrije keuze in werk en voor gelijkheid, veiligheid en waardigheid van werknemers. Kinderarbeid dient beter dan nu te worden tegengegaan.

De heer Elzinga wees erop dat de "Decent Work Agenda" de kern vormt van de activiteiten van de Internationale Arbeids Organisatie (ILO) en gericht is op het wereldwijd terugdringen van armoede. Wereldwijd stijgt sedert 2012 de werkeloosheid en vooral ook de jeugdwerkloosheid gestaag. In sommige delen van de wereld wordt passend en fatsoenlijk werk meer en meer de uitzondering en worden losse dienstverbanden weer de norm.  De heer  Elzinga riep de vergadering en de regeringen van de lidstaten van de Raad van Europa op deze ontwikkeling te stoppen en Decent Work Programmes, in goed overleg met alle belanghebbenden op te zetten.

Sociale media menu


Deel dit item: