Kamerleden kunnen twee soorten internationale reizen maken: de interparlementaire assemblees en de commissiereizen. De Eerste en Tweede Kamer wijzen samen de Kamerleden aan die Nederland in de interparlementaire assemblees mogen vertegenwoordigen. De commissiereizen zijn de reizen voor de vaste commissies waarvan Kamerleden lid zijn. Van elke Kamerreis wordt een inhoudelijk verslag gepubliceerd op de website van de Eerste Kamer.
De reis en het verblijf van deze internationale reizen worden rechtstreeks door de Kamer of de Staten-Generaal geboekt en betaald. Daarnaast kan een deel van de gemaakte kosten worden gedeclareerd op basis van de CAO Rijk. Leden bepalen zelf of zij gemaakte kosten willen declareren. Onderstaande links bevatten een overzicht van de bedragen die in 2025 zijn uitbetaald. Het kan hierbij gaan om reizen die eerder zijn gemaakt, het jaar van uitbetaling geldt.
De Eerste Kamer is een deeltijdparlement. Veel Kamerleden hebben naast het Kamerlidmaatschap ergens anders een hoofdfunctie. Ook bekleden zij vaak diverse nevenfuncties. Bij internationale dienstreizen kan het voorkomen dat zij vrije dagen moeten opnemen en daardoor inkomsten mislopen, of geen betaald werk kunnen aannemen. In artikel 9a van de Wet vergoedingen leden Eerste Kamer is bepaald dat de Kamerleden hiervoor een compensatie kunnen ontvangen. Deze compensatie geldt voor de interparlementaire assemblees en voor het Interparlementaire Koninkrijksoverleg (IPKO).
De dinsdag is de reguliere vergaderdag en komt daarom samen met weekenddagen en reisdagen niet in aanmerking voor compensatie op grond van artikel 9a. Sommige assemblees geven zelf een onkostenvergoeding uit aan de deelnemende leden. Dit is een onkostenvergoeding (per diem) en geen honorering voor verrichtte werkzaamheden waarvoor artikel 9a is bedoeld. De Kamerleden bepalen zelf of zij gebruik willen maken van de compensatieregeling.
De Eerste Kamer hanteert ook een reizenregister. Dit gebeurt op basis van de Gedragscode integriteit Eerste Kamer. In dit register moeten de leden de reizen registreren die:
-
-zij als Kamerlid maken;
-
-op uitnodiging van derden zijn én door derden zijn betaald.
Reizen die door de Eerste Kamer of de Staten-Generaal worden betaald, hoeven niet in het reizenregister te worden opgenomen.
Vanaf 2026 publiceert de Eerste Kamer jaarlijks een overzicht van de reiskosten, de verblijfskosten en declaraties van internationale reizen van Kamerleden. In dit overzicht staan ook vergoedingen die zijn uitgekeerd op basis van artikel 9a van de Wet vergoedingen leden Eerste Kamer. De reden voor deze openbaarmaking is de Wet open overheid (Woo). De Eerste Kamer spant zich in om relevante informatie actief openbaar te maken. Van elke reis die leden maken voor de Kamer staat een verslag op de website.
Leeswijzer bij het overzicht: tabel 1 gaat over de artikel 9a-vergoedingen, tabel 2 over de commissiereizen en de reizen van de Kamervoorzitter en tabel 3 over de reizen voor de interparlementaire assemblees.