Delegaties, Interparlementaire

Op Europees en mondiaal niveau overleggen landen met elkaar op het niveau van regeringsleiders of ministers over kwesties als veiligheid en mensenrechten. Eén van de bekende samenwerkingsverbanden is bijvoorbeeld de NAVO. Naast het overleg op regeringsniveau vindt op parlementair niveau ook afstemming plaats in een zogeheten parlementaire assemblee (vertegenwoordiging), kortweg PA. De Nederlandse delegatie in een PA bestaat altijd uit vertegenwoordigers van de Staten-Generaal, dus leden van de Tweede Kamer en de Eerste Kamer. Nederland neemt deel aan de parlementaire assemblees van de volgende samenwerkingsverbanden:  

Organisatie

Parlementaire assemblee

Verkorte naam /

afkorting assemblee

Raad van Europa (RvE)

Parlementaire Assemblee van de Raad van Europa 

PACE

Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO)

Parlementaire Assemblee van de NAVO

NAVO PA of NATO PA

Unie voor de Mediterrane Regio

Parlementaire Assemblee van de Unie voor de Mediterrane Regio

PA-UfM

Benelux

Raadgevende Interparlementaire Beneluxraad

Beneluxparlement

Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE

Parlementaire Assemblee van de OVSE

OVSE PA of OSCE PA

Nederlandse Taalunie (NTU)

Interparlementaire Commissie van de Nederlandse Taalunie 

IPC

 

Inter-Parlementaire Unie*

IPU

*De Inter-Parlementaire Unie (IPU) heeft geen tegenhanger op regeringsniveau.

Verdeling van fracties in een delegatie

Hoe komt de verdeling van de fracties van de Eerste en Tweede Kamer in een delegatie tot stand? Nederland bepaalt dit aan de hand van de methode-D’Hondt. Victor D’Hondt was een Belgische jurist en wetenschapper die in de 19e eeuw een rekensysteem bedacht om een beschikbaar aantal zetels te verdelen in relatie tot het aantal uitgebrachte stemmen of, in dit geval, het aantal Kamerleden per partij. 

De methode-D’Hondt

De methode-D’Hondt is in gebruik in diverse landen, onder meer in België, Finland, Bulgarije, Spanje, Zwitserland en Turkije. In essentie komt deze methode op het volgende neer:

  • 1. 
    Tel het aantal Kamerleden van elke partij afzonderlijk in beide Kamers bij elkaar op;
  • 2. 
    Deel de totalen van elke partij door 1, 2, 3, enzovoorts;
  • 3. 
    Zet de uitkomsten van die delingen (quotiënten) in volgorde van grootte. Beperk dit rijtje tot het aantal plaatsen dat er is te verdelen in de delegatie. De quotiënten van de partijen komen door elkaar te staan;
  • 4. 
    De hoogste quotiënten krijgen een zetel.

NB: bij de verdeling van de zetels over Eerste en Tweede Kamer wordt er steeds naar gestreefd deze zoveel mogelijk te laten plaatsvinden in de verhouding 1:2. Daarbij is het uiteraard aan de Eerste- en Tweede-Kamerfracties van de politieke partijen om in onderling overleg en op basis van de aan hen toekomende plaatsen in de delegatie, hun afgevaardigden aan te wijzen.

Het is ook mogelijk dat fracties van verschillende politieke partijen overeenkomen van deze verdeling af te wijken, bijvoorbeeld om een verzoek van een kleine fractie tot het innemen van een (plaatsvervangend) lidmaatschap te honoreren.

Verdeling aantal leden per land

Over de vraag hoe het aantal leden per land in een Assemblee wordt bepaald, is geen eenduidige uitleg voorhanden. Dit verschilt per Assemblee. Onder meer is bepalend de combinatie van bevolkingsaantal en het bedrag dat een land aan contributie betaalt. Maar de exacte formule daarvoor verschilt per Assemblee en is ook afhankelijk van het aantal landen dat lid is van een Assemblee. Zo kent de NAVO maar 28 lidstaten, terwijl de OVSE er 56 kent.