Naar hoofdinhoud Naar hoofdnavigatiemenu

De Eerste Kamer heeft twee gezichten



10 december 1999

De Eerste Kamer heeft twee gezichten. Daar kwam ik al snel achter toen ik er deze zomer lid van werd. De senaat is een chambre de reflexion, een juridisch orgaan waar men wetsvoorstellen nog eens kritisch tegen het licht houdt, een plek waar gewerkt wordt aan de kwaliteit van de wetgeving. De senaat is ook een politiek reservetoneel waar men als kwesties de Tweede Kamer gepasseerd zijn, opnieuw partijpolitieke afwegingen maakt. De ideale senator kan moeiteloos, en soms binnen een en dezelfde volzin, van register wisselen. Hij of zij maakt zich zorgen over de democratische rechtsstaat en de mensenrechten om meteen ook te denken aan het regeerakkoord of het oppositionele streven en schrikt er zelfs niet voor terug zich te beroepen op 'de mensen in het land'. De senator is half jurist en half politicus.

Het is dan ook geen wonder dat er soms verwarring heerst over de taak van de Eerste Kamer. De tegenstem van Wiegel die verwerping tot gevolg had van het voorstel om een correctief wetgevingsreferendum in te voeren, was niet meer dan een incident. Die ene tegenstem gaf trouwens niet de doorslag, dat waren de gezamenlijke stemmen van de leden van het CDA die de regering graag een gevoelige nederlaag wilden bezorgen (er waren naar verluidt voorstanders van het wetgevingsreferendum in de CDA-fractie). Het kabinet viel en stond meteen weer op, een stuk scherper en gemotiveerder (om het in voetbaltermen te zeggen). Tekenend voor de verwarring over de rol van de Eerste Kamer is dat er meteen voorstellen werden gedaan om de Eerste Kamer in zijn vermeende macht te beperken. Moet er nu een terugzendrecht komen, waarvan de portee is dat een ondeugdelijke wet voor heroverweging terug wordt gezonden naar de Tweede Kamer? Als de senaat zijn politieke gezicht eens een keer laat zien (zoals bij de referendumkwestie) zal dat niet veel uithalen, want dan kiest de senaat gewoon voor verwerping van het voorstel (iets wat heel zelden gebeurt). Als het gaat om het juridische werk, is het terugzendrecht een interessant voorstel dat diepgaand moet worden onderzocht. Want het nut schuilt in de details. Zelf denk ik dat een terugzendrecht van de Eerste Kamer alleen zin heeft als er ook binnen de werkwijze van de Tweede Kamer maatregelen worden genomen om de kwaliteit van de wetgeving drastisch te verbeteren. Ik vermoed zo dat hierover nog veel gezegd gaat worden. Hopelijk ook door burgers die ernst willen maken met democratische vernieuwing.

Deze column is op persoonlijke titel geschreven