Naar hoofdinhoud Naar hoofdnavigatiemenu

Een politicus hoort midden in de samenleving te staan



4 februari 2000

Voor iemand die zo aan de politiek verknocht is, is het Eerste Kamerlidmaatschap, na meer dan twintig parlementaire tropenjaren, prachtig werk. Het slopende is voorbij, maar de politieke betrokkenheid blijft. Het politieke primaat ligt bij de Tweede Kamer. De Eerste Kamer is meer beschouwend. De debatten in de Eerste Kamer zijn van de scherpe kanten ontdaan en de hectiek van de politieke actualiteit ontbreekt.

Volgende week wordt de begroting van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij behandeld. Vele jaren heb ik deze voor de CDA-fractie in de Tweede Kamer behandeld. Nu merk ik hoe groot het onderscheid is. De politieke scherpte en confrontatie maken in de Eerste Kamer plaats voor beschouwing over de ontwikkeling in de sector, belangrijke trends en de vraag: wat is de positie en toekomst voor boer en tuinder. De Land- en Tuinbouw dreigt een ondergeschoven kind in de politiek te worden, terwijl het nog steeds een van onze economische speerpunten is.

In de fractie hebben we altijd een politieke rondblik. Als politicus vind ik dit een van de interessantste agendapunten. Deze week kwam de kwestie Oostenrijk en het rapport-Elzinga over de bestuurlijke vernieuwing aan de orde. Hoe moeten we omgaan met Haider's FPO? Geen misverstand: deze man heeft een aantal onacceptabele, zeer verwerpelijke opvattingen. Uiting van zorg is zeer op zijn plaats. Maar ik vind de reactie van de Europese Unie en velen in eigen land averechts werken. Het speelt Haider in de kaart. Het gaat om democratisch gekozen partijen die op hun daden afgerekend moeten worden. De Europese Unie en de Raad van Europa moeten reageren op het moment dat Oostenrijk politiek in strijd met de aangegane verplichtingen handelt. Pas dan moeten deze internationale organisaties hun tanden echt laten zien. Daartoe zijn ze helaas niet altijd bereid.

Vorige week heb ik als voorzitter van de fractie van de Europese Volkspartij (EVP) in de Raad van Europa - waar ik vanuit de Eerste Kamer in vertegenwoordigd ben - de geloofsbrieven van de Russische delegatie ter discussie gesteld vanwege het Russisch optreden in Tsjetsjeni. Als eerste stap zouden de Russische collega's een beperking van hun lidmaatschap opgelegd krijgen. Helaas heeft dit voorstel het net niet gehaald. De EVP heeft in de plenaire zitting als enige politieke groepering gesloten geopereerd. Alle andere fractievoorzitters hebben zich tegen deze stap verzet. Gelukkig waren de Nederlandse afgevaardigden uit de Eerste en Tweede Kamer van alle politieke partijen het met die aanpak wel eens. Een zo flagrante, massieve en langdurige schending van de mensenrechten - ook al is het op eigen territoir - kan en mag een internationale organisatie die democratie, rechtstaat, minderheden en mensenrechten tot kerntaak heeft, niet ongestraft op zijn beloop laten.

Zeer recent heeft de Raad van Europa nog een rapport besproken en aangenomen over de bedreiging van de democratie door extremistische partijen en bewegingen in Europa. In het verlengde van het Eerste Kamerlidmaatschap vormen de activiteiten in de Raad van Europa en de West Europese Unie voor mij - die zijn leven lang de combinatie met Europees werk gezocht heeft - een prachtige aanvulling. De hele samenleving internationaliseert, het probleemoplossend vermogen van de nationale lidstaten neemt af, grenzen vallen weg. We moeten oppassen dat de nationale politici niet te zeer inward looking worden. Daarom is participatie in het internationale parlementaire werk en contacten met andere parlementen van groot belang. De Eerste Kamer vergadert iedere week op dinsdag. Dat laat veel ruimte voor andere activiteiten. Zeer gevarieerd. Eigen advieswerk, voorzitterschappen in de agrarische business, internationale managementopleiding, bankwezen e.d., maar ook vrijwilligerswerk zoals voorzitter van het fameuze Europese Orgelconcours, verenigingsleven en hulporganisaties. Er is heel veel te doen. Juist de vrijwilligers en hun organisaties verdienen ook onze steun.

Tot slot: overigens blijf ik van mening dat de burgmeester gekozen moet worden. Ik sla de burgers in hun beoordelingsvermogen hoog aan.

Deze column is op persoonlijke titel geschreven