Naar hoofdinhoud Naar hoofdnavigatiemenu
E050076
Laatste revisie: 23-07-2009

E050076 - Voorstel voor een richtlijn betreffende de bestrijding van aardappelcysteaaltjes



De bestaande Europese richtlijn voor de bestrijding van aardappelcysteaaltjes is ontoereikend en achterhaald, derhalve doet de Europese Commissie een voorstel voor herziening van de richtlijn. Het cysteaaltje is een kleine draadworm die op plantenwortels parasiteert, één van de soorten van het cysteaaltje veroorzaakt aardappelmoeheid.


Stand van zaken

Behandelfase Eerste Kamer: gepubliceerd in Europees publicatieblad.


Kerngegevens

document Europese Commissie

COM(2005)151PDF-document, d.d. 20 april 2005

rechtsgrondslag

Artikel 37 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap.

commissie Eerste Kamer

beleidsterrein


Implementatie

Richtlijn 2007/33/EGPDF-document dient voor 30 juni 2010 te zijn geïmplementeerd. Implementatie zal geschieden door een Algemene Maatregel van Bestuur (wijziging Besluit bestrijding aardappelmoeheid) en een Ministeriële Regeling (wijziging van de Regeling aanwijzing gebieden, terreinen en planten aardappelmoeheid).

Bron: Kwartaaloverzicht omzetting EG-Richtlijnen, stand per 1 april 2010


Behandeling Eerste Kamer

De commissie Europese samenwerkingsorganisaties heeft op 6 september 2005 besloten het onderhavige voorstel onder de aandacht te brengen van de commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.

Op 13 september 2005 heeft de vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, net als de regering, twijfels geuit ten aanzien van het nut van jaarlijks onderzoek op percelen. Zij beveelt aan de uitvoering van de richtlijn te doen plaatsvinden op basis van het in Nederland geldende systeem van regelgeving.

Op 7 oktober 2005 heeft de commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit een brief verzonden aan de minister van LNV waarin zij aanbeveelt de uitvoering van de richtlijn te doen plaatsvinden op basis van het in Nederland geldende systeem van regelgeving.


Standpunt Nederlandse regering

De Nederlandse regering stelt in fiche zes dat het onderhavige voorstel voldoet aan het subsidiariteitsbeginsel: indien de maatregelen niet op Europees niveau worden genomen zal slechts een beperkt effect worden gesorteerd. Ten aanzien van de proportionaliteit geeft de regering echter aan wel twijfels te hebben. De voorgestelde maatregelen en vereisten lijken relatief zwaar te zijn in vergelijking met het rendement van deze extra maatregelen. In het voorstel beargumenteert de Europese Commissie dat het voorstel wél voldoet aan het beginsel van proportionaliteit omdat het de ruimte laat aan de nationale lidstaten verdere beslissingen te nemen; Voorts wordt een richtlijn als enig juist instrument aangemerkt aangezien de nationale gewasbescherminginstanties de nationale procedures tot uitvoering van het voorstel moeten vaststellen.

Voor Nederland is het onderhavige voorstel van groot belang aangezien het van grote invloed zal zijn op de pootgoedsector, maar ook op de export van bloembollen en boomkwekerijproducten. In Nederland is het aardappelcysteaaltje wijd verspreid terug te vinden. Het voorstel zal derhalve grote gevolgen hebben voor telers in meerdere gebieden. In de voorbereiding van het voorstel heeft Nederland kritische geluiden laten horen, maar omdat er voor de specifieke ideeën geen draagvlak bestond, is er actief meegedacht voor de totstandkoming van een separate ontwerprichtlijn voor de bestrijding van aardappelcysteaaltjes. De regering is dan ook van mening dat het voorstel op een aantal belangrijke punten meevalt: er is gekozen voor de gulden middenweg.

Kanttekeningen die de regering alsnog wel bij het voorstel plaatst, zijn het nut van een jaarlijks onderzoek op percelen die worden gebruikt voor de teelt van consumptie- en zetmeelaardappelen en de financiële en administratieve lasten die het voorstel met zich meebrengt.

  • bnc-fiche
    Ministerie van Buitenlandse Zaken - 22.112, 385[6]
    27 juni 2005

Samenvatting voorstel Europese Commissie

Het aardappelcysteaaltje is een schadelijk organisme en derhalve stelt de Europese Commissie voor in de herziene richtlijn maatregelen in te stellen alsook onderzoeken te verrichten om de spreiding van het aardappelcysteaaltje in kaart te brengen, om de verspreiding ervan te voorkomen en het organisme te bestrijden.

De specifieke maatregelen zijn hieronder terug te vinden.

In het onderhavige voorstel voor een richtlijn worden de volgende maatregelen voorgesteld, te weten:

  • Uitvoeren van officiële onderzoeken om te garanderen dat er geen aardappelcysteaaltjes aanwezig zijn op percelen waar pootaardappels (bestemd voor de teelt van pootaardappels) worden gehouden of geplant en op percelen waar bepaalde planten voor de teelt van planten bestemd voor de opplant worden gehouden of geplant.
  • Invoering van jaarlijkse onderzoeken op percelen die worden gebruikt voor aardappelteelt die niet voor de teelt van pootaardappelen worden gebruikt. Dit betreft de percelen die worden gebruikt voor de teelt van consumptie- en zetmeelaardappelen.
  • Bestrijdingsmaatregelen indien aardappelcysteaaltjes worden aangetroffen
  • Ontsmettingsmaatregelen
  • Melding maken bij de Europese Commissie (en aan de andere lidstaten) door de lidstaat indien aardappelcysteaaltjes worden aangetroffen. Hiervoor dient een nationaal register ingesteld te worden waarin de gegevens van de verschillende onderzoeken worden opgenomen alsmede gegevens over besmette percelen.

Nieuwe/aangepaste elementen uit de ontwerprichtlijn zijn:

  • Minimaal drie jaren moeten worden gewacht alvorens een besmet perceel opnieuw mag worden bemonsterd
  • Indien een besmetverklaring over een perceel is afgegeven, is de lidstaat onder de nieuwe richtlijn verplicht het perceel te definiëren in overeenstemming met bepaalde vereisten
  • Voorafgaand aan de teelt moet grondonderzoek worden verricht om vast te stellen of het perceel vrij is van aardappelcysteaaltjes. Hiervoor dienen grotere (dan voorheen) monsters genomen te worden. Op de lange(re) termijn kan de monstergrootte verminderd worden
  • De eisen ten aanzien van het voortkwekingsmateriaal (anders dan pootaardappelen) worden versoepeld; Alleen de planten die gastheer kunnen zijn voor de aardappelcysteaaltjes en planten die in rotatie met aardappelen worden geteeld moeten aan bepaalde eisen voldoen.

  • PDF-document commissievoorstel
    Europese Commissie - COM(2005)151
    20 april 2005

Behandeling Raad

Richtlijn 2007/33/EGPDF-document werd op 11 juni 2007 aangenomen en gepubliceerd in Pb EU L156 d.d. 16 juni 2007.

In de databank EUR-Lex wordt de laatste stand van zaken in de Europese behandeling van het voorstel weergegeven.


Behandeling Europees Parlement

Het Europees Parlement heeft op 5 juli 2005 het voorstel zonder wijzigingen goedgekeurd.

In de databank OEIL van het Europees Parlement wordt de laatste stand van zaken in de behandeling van het voorstel weergegeven.


Alle bronnen

Sociale media menu


Volg via