E090099
Laatste revisie: 17-09-2010

E090099 - Het post-Haags Programma: naar een nieuw JBZ-meerjarenkader



In 1999 heeft de Europese Unie in Tampere (Finland) voor het eerst een meerjarenkader opgesteld voor de zogenoemde derde pijler, het beleid met betrekking tot Justitie en Binnenlandse Zaken. Vijf jaar later werd onder Nederland voorzitterschap het zogenoemde Haags Programma vastgesteld. Het Haags Programma biedt aanknopingspunten voor het JBZ-beleid en geeft aan op welke deelterreinen nieuwe wetgevende initiatieven van de Europese Commissie te verwachten zijn. Aangezien de looptijd van het Haags Programma bijna verstreken is, zijn de voorbereidingen voor een nieuw JBZ-meerjarenkader - dat in 2009 moet worden vastgesteld - in volle gang. De Europese Commissie zal naar verwachting in de zomer van 2008 een mededeling presenteren, die de opmaat vormt voor het nieuwe meerjarenkader.


Stand van zaken

Behandelfase Eerste Kamer: behandeling in Eerste Kamer afgerond.


Kerngegevens

document Europese Commissie

COM(2009)263PDF-document, d.d. 10 juni 2009

commissie Eerste Kamer

beleidsterreinen

verwant dossier


Behandeling Eerste Kamer

Tijdens de vergadering op 16 juni 2009 werd gesproken over het Stockholmprogramma. De commissie uit haar interesse in het bijwonen van een te organiseren rondetafelbijeenkomst met deelnemers uit het maatschappelijk middenveld die naar verwachting op 9 september 2009 plaatsvindt in de Tweede Kamer. Daarnaast werd de suggestie gedaan om een gezamenlijk overleg met de JBZ-bewindslieden te organiseren op 30 september 2009 . De commissie benadrukt de voorkeur te geven aan een gezamenlijke behandeling van het Stockholmprogramma met de Tweede Kamer.

Op 26 mei 2009 besloot de commissie voor de JBZ-raad de brief d.d. 22 mei 2009 van de regering inzake het Programma van Stockholm aan te houden tot 9 juni 2009.

Op 17 juni 2008 heeft de regering per brief (met bijlage) gereageerd op de brief van de commissie voor de JBZ-raad van 8 april 2008. De commissie heeft de brief op 8 juli 2008 voor kennisgeving aangenomen.

Op 18 maart 2008 heeft de commissie voor de JBZ-Raad de inhoudelijke bespreking van het post-Haags Programma aangehouden. Op 1 april 2008 besluit ze de regering een aantal vragen voor te leggen. Daartoe is op 8 april 2008 een brief verstuurd.

De commissie voor de JBZ-Raad heeft de minister van Justitie verzocht kennis te mogen nemen van de inhoud van het document ten behoeve van het Post Haags programma dat in de annotatie bij het agendapunt "Future" Groep Justitie voor de informele raad van 25/26 januari 2008 wordt aangekondigd. De minister geeft aan dat het betreffende document mogelijk tijdens het Franse voorzitterschap (tweede helft 2008) zal worden afgerond. Zodra het document beschikbaar is, zal het de leden van de vaste commissie voor de JBZ-Raad worden toegestuurd.


Behandeling Tweede Kamer

De minister van Justitie stuurde op 21 oktober 2008 een brief aan de Tweede Kamer waarin hij voldeed aan het verzoek om een actuele schets van de besprekingen in het kader van de zogenoemde Future Group of Justice over het toekomstige JBZ-meerjarenprogramma.

Op 17 september 2008 heeft de staf van de commissie Europese Zaken van de Tweede Kamer een stafnotitie opgesteld met betrekking tot de behandeling van onderhavig besluit. In de notitie wordt onder meer voorgesteld in het najaar met de regering in overleg te treden over de Nederlandse inzet voor het nieuwe meerjarenprogramma.


Standpunt Nederlandse regering


Plannen op het terrein van Binnenlandse Zaken

Het rapport van de FG Binnenlandse ZakenPDF-document geeft een overzicht van de onderwerpen die binnen de werkgroep besproken zijn. Nadrukkelijk wordt gesteld dat dit niet een definitief voorstel is waar alle leden van de FG achter staan. Hieronder volgt een puntsgewijs overzicht van de belangrijkste onderdelen van het discussiestuk:

  • Algemene beginselen
  • er is een noodzaak voor een juiste balans tussen mobiliteit, veiligheid en privacy
  • eerst bekijken of de bestaande maatregelen wel effectief zijn, volledig worden benut en, indien van toepassing, verbeterd kunnen worden om het gewenste resultaat te bereiken
  • Terrorisme
  • Het voorkomen van aanslagen blijft een essentieel onderdeel vormen van het EU-terrorismebeleid. Hieronder valt bijvoorbeeld ook het bestrijden van financiering van terroristische activiteiten
  • Gedacht wordt aan het uitbreiden van het begrip 'samenzwering' in relatie tot terrorisme. Hiervoor is het wel noodzakelijk om EU-breed tot één definitie te komen van zowel 'samenzwering' als 'terrorisme'.
  • Uitwisseling van informatie moet verder worden versterkt. De rechtshandhavings- en inlichtingendiensten dienen nog nauwer met elkaar samen te werken.
  • Meer aandacht besteden aan het gebruik van nieuwe technologieën en internet.
  • Migratie
  • Kern van het nieuwe meerjarenkader is de verdere harmonisatie van het asiel- en migratiebeleid, inclusief de totstandkoming van een gemeenschappelijk asielbeleid en goede mogelijkheden voor legale migratie naar de EU.
  • Voorkomen van illegale migratie, door betere samenwerking met landen van herkomst en effectievere inzet van Europese agentschappen als Europol en Frontex.
  • Uitwisseling van best practices tussen de lidstaten ten aanzien van het integratiebeleid (geen EU-regelgeving: integratie is nationaal beleid)
  • Opzetten van een effectief en gecoördineerd Europees terugkeerbeleid.
  • Modernisering van het Europese grens- en visumbeheer
  • Verdere voltooiing van de uitbreiding van het gemeenschappelijk grens- en visumbeheer naar de nieuwe lidstaten.
  • Onderzoeken met welke buurlanden en handelspartners akkoorden kunnen worden gesloten over vereenvoudigde toegang voor hun onderdanen tot de EU
  • Realiseren van synergie en interoperabiliteit tussen de verschillende voor het grens- en visumbeheer bestemde databanken (SIS [II], VIS, Eurodac)
  • Verdere versterking van Frontex, waarbij tevens door een aantal lidstaten wordt gedacht aan een gemeenschappelijke Europese grenspolitie.
  • Informatie-uitwisseling
  • Gedacht wordt aan een integraal beleid voor het uitwisselen van data, inclusief het aanmerken van verschillende categorieën data die door de rechtshandhavingsdiensten het meest nodig zijn;
  • Het ontwikkelen van een methode om de veiligheid en integriteit (kwaliteit) van gegevens te garanderen
  • Het creëeren van een gemeenschappelijk beleid, bijvoorbeeld door het opstellen van een modelovereenkomst, voor de uitwisseling van gegevens met derde landen. Hierdoor kan een goed niveau van gegevensbescherming worden gegarandeerd.
  • Externe dimensie
  • Samenwerking met derde landen en internationale organisaties is eveneens een essentieel onderdeel van de verdere ontwikkeling van de Europese ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid. De strategie voor de externe dimensie uit 2005 zou kunnen worden herzien.
  • Uitbreiding van de samenwerking met derde landen kan onder meer worden gezocht in het gemeenschappelijk beoordelen van dreigingen.
  • Civiele beveiliging
  • Kern van het beleid op dit deelterrein is het zoveel mogelijk voorkomen van (de gevolgen van) natuurlijke en door mensen veroorzaakte rampen
  • Mogelijk zal een mechanisme voor civiele beveiliging in het geval van rampen worden ontwikkeld. Hierin dient de balans te worden gezocht tussen de nationale verantwoordelijkheden van de lidstaten en de wens voor solidariteit tussen de lidstaten.
  • Gedacht wordt aan het creëeren van een "gereedsschapskist" van mensen en materieel dat kan worden ingezet bij rampen.

Plannen op het terrein van Justitie

De werkgroep Justitie heeft in haar discussiestukPDF-document met name een aantal uitdagingen geformuleerd, waaraan in het post-Haags Programma tegemoet moet worden gekomen. Deze uitdagingen zijn:

  • Wetgeving: volledige implementatie in de lidstaten realiseren van aangenomen regelgeving;
  • Rechtstoegang: voor alle burgers, in alle lidstaten. Hiervoor is meer wederzijds vertrouwen vereist;
  • Juridische samenwerking: versterking met behulp van praktische maatregelen;
  • Externe dimensie: nog meer nadruk leggen op de 'rule of law' in relaties met derde landen, aanpakken van met name grensoverschrijdende familierechtelijke problemen, betere samenwerking met de buurlanden van de EU en internationale organisaties;
  • Kinderbescherming: ontwikkeling van een horizontaal, alomvattend beleid;
  • Rechten van burgers: minimumrechten in juridische procedures garanderen voor alle burgers in alle lidstaten;
  • Financiële instrumenten: zorgen dat voldoende financiële middelen beschikbaar zijn en blijven om de totstandkoming van de ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid te realiseren.

Samenvatting voorstel Europese Commissie

In 1999 heeft de Europese Unie in Tampere (Finland) voor het eerst een meerjarenkader opgesteld voor de zogenoemde derde pijler, het beleid met betrekking tot Justitie en Binnenlandse Zaken. Vijf jaar later werd onder Nederland voorzitterschap het zogenoemde Haags Programma vastgesteld. Het Haags Programma biedt aanknopingspunten voor het JBZ-beleid en geeft aan op welke deelterreinen nieuwe wetgevende initiatieven van de Europese Commissie te verwachten zijn.

Aangezien de looptijd van het Haags Programma bijna verstreken is, zijn de voorbereidingen voor een nieuw JBZ-meerjarenkader - dat in 2009 moet worden vastgesteld - in volle gang. De Europese Commissie zal naar verwachting in de zomer van 2008 een mededeling presenteren, die de opmaat vormt voor het nieuwe meerjarenkader.

De JBZ-Raad heeft in het voorjaar van 2007 besloten twee werkgroepen in te stellen die alvast een aantal gedachten op papier zullen zetten voor het nieuwe meerjarenkader, de "Future"-groepen (FG) Justitie en Binnenlandse Zaken. Hierin is, naast de Europese Commissie en een vertegenwoordiger van het Europees Parlement en het Raadssecretariaat, een tiental lidstaten vertegenwoordigd: Duitsland, Portugal en Slovenië (het huidige triovoorzitterschap), Frankrijk, Tsjechië en Zweden (het inkomende triovoorzitterschap) en Spanje, België en Hongarije (het daaropvolgende triovoorzitterschap). Het Verenigd Koninkrijk maakt deel uit van de werkgroep als waarnemer namens de landen met een 'common law'-traditie.

  • PDF-document commissievoorstel
    Europese Commissie - COM(2009)263
    10 juni 2009

Behandeling Raad

En in de marge van de informele bijeenkomst van de Raad van 15 en 16 januari 2009 hebben de terzake bevoegde Benelux-bewindslieden gesproken over een Benelux-memorandum met betrekking tot asiel- en immigratie en een memorandum met onderwerpen die voor België op het terrein van binnenlandse zaken liggen (in Nederland Justitie en Binnenlandse Zaken), met aandachtspunten voor de Commissie bij het opstellen van een voorstel voor een nieuw meerjarenprogramma voor de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht (het zogenaamde Stockholmprogramma). Het eerste memorandum heeft betrekking op: legale en illegale immigratie, terug-en overname, vrij verkeer en asiel. Het memorandum binnenlandse zaken omvat de onderwerpen: het versterken van de samenwerking tussen grensoverschrijdende rechtshandhavingsautoriteiten, het optimaliseren van informatie-uitwisseling tussen rechtshandhavingsautoriteiten en EU informatiesystemen, terrorismebestrijding en civiele bescherming. Daarbij wordt voortgebouwd op de inbreng van Nederland voor de Future Groups.

Beide documenten zullen op korte termijn namens de Benelux worden aangeboden aan de Europese Commissie.

JBZ-Raad van 24 en 25 juli 2008 (agendapunt B7)

Tijdens de informele bijeenkomst van de Raad in Cannes van 7 en 8 juli jl. zijn de conclusies van beide Future Groepen gepresenteerd. Het rapport doet allerlei suggesties voor acties op het gebied van justitie en veiligheid. De groep heeft eerst geprobeerd de belangrijke uitdagingen in kaart te brengen, zoals op het gebied van technologische ontwikkelingen, de verdere mogelijkheden voor informatie-uitwisseling in de EU en betere en efficiëntere samenwerking tussen (operationele diensten) van de landen. De werkzaamheden van de groepen zijn erop gericht om de Commissie en de lidstaten ideeën aan de hand te doen voor toekomstige samenwerking. Het betreffen suggesties en elementen die kunnen worden meegenomen in het proces van het vervolg op het Haags Programma. Commissaris Barrot stelde dat de bijdragen van de Future Groepen van groot belang zijn voor de Commissie. Hij merkte op dat de mededeling van de Commissie over de toekomst in de tweede helft van 2009 zal uitkomen. Dit zal de basis zijn voor een nieuw programma dat onder voorzitterschap van Zweden geformuleerd zal worden.

Minister Hirsch Ballin verwelkomde het rapport van de Future Group en stemde in met de daarin aangegeven beleidsrichtingen. Hij benadrukte het belang van wederzijds vertrouwen voor de Europese samenwerking in de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht. Veel instrumenten die zijn ontwikkeld in EU-verband zijn immers afhankelijk van dit wederzijds vertrouwen. Minister Hirsch Ballin merkte op dat de uitwisseling van ervaringen en "best practices" betreffende het functioneren van de nationale rechtsstaten een bijdrage kan leveren aan de versterking van het wederzijds vertrouwen en toonde zich bereid mee te denken met de Commissie en het voorzitterschap over hoe deze uitwisseling vorm te geven. Hierop werd door Commissaris Barrot instemmend gereageerd Ook de voorzitter gaf aan hierover tijdens het Franse voorzitterschap graag verder van gedachten te willen wisselen.

Informele JBZ-Raad van 7/8 juli 2008 (lunchbespreking)

De Future Group Home Affairs en de Future Group Justice hebben hun eindrapportages tijdens de twee lunches van de bijeenkomst van de informele Raad aangeboden. In de eindrapportage Home AffairsWord-document worden enkele uitdagingen opgesomd die zijn geïdentificeerd voor de periode 2010-2014:

  • de samenhang tussen de situatie binnen de EU en externe problemen op het terrein van veiligheid en migratie;
  • de aanpassing aan de technologische ontwikkelingen, met name in verband met het belang van het delen van informatie tussen lidstaten;
  • het op EU-niveau op elkaar afstemmen van gegevensbescherming wegens de toenemende mobiliteit van burgers en de behoefte om in dat verband gebruik te maken van technologieën.

De eindrapportage van JusticeWord-document geeft aan dat de aandacht ten eerste uit moet gaan naar een aantal horizontale onderwerpen:

  • de rol, structuur en werkwijzen van de JBZ-Raad;
  • communicatie richting publiek;
  • kwaliteit en leesbaarheid van wetgeving;
  • implementatie, impact assessment en evaluatie van het bestaande instrumentarium;
  • financiële omstandigheden.

Daarnaast worden de volgende beleidsdoelen geïdentificeerd:

  • betere bescherming van burgers (versterking procedurele rechten, garanderen van kinderbescherming, effectieve dataprotectie, verbetering positie slachtoffers);
  • vergroting van de rechtszekerheid in familierecht, privaatrecht en handelsrecht(creëren van een familievriendelijk Europa, vermindering bureaucratie en administratieve lasten);
  • verbetering van de toegang tot justitie (gebruik van informatietechnologie, versterking European Judicial Network [EJN] en Eurojust, prioritering van E-justice, verbetering uitwisseling justitiële gegevens tussen autoriteiten van de lidstaten, creëren van een gemeenschappelijke cultuur van legal professionals;
  • verbetering van de bestrijding van georganiseerde misdaad;
  • versterking van recht, vrijheid en veiligheid in externe betrekkingen.

Minister Hirsch Ballin benadrukte het belang van coördinatie tussen de twee Future Groups. Het Voorzitterschap bevestigde expliciet dat belang. Met het oog op de toekomst van JBZ suggereerde minister Hirsch Ballin de introductie van een systeem waarbij elke lidstaat rapporteert over de stand van zaken van de eigen rechtsstaat. Het gaat daarbij, bijvoorbeeld, om procedurele rechten zoals het recht op juridische bijstand, de duur en snelheid van gerechtelijke procedures en de duur van voorarrest. Doel van een dergelijk mechanisme is het vertrouwen in elkaars rechtssystemen te helpen opbouwen met het oog op de verdere ontwikkeling van wederzijdse erkenning in de Unie. Minister Hirsch Ballin kondigde een voorstel hiertoe aan.

Mede op basis van de rapportages van de Future Groups zal de Commissie een mededeling doen inzake een post-Haags Programma. Deze mededeling is in het voorjaar van volgend jaar te verwachten. Naar verwachting zullen de onderhandelingen over een post-Haags Programma pas plaatsvinden tijdens het Zweedse Voorzitterschap, in de tweede helft van 2009.

JBZ-Raad van 5/6 juni 2008 (lunchbespreking)

De Franse minister van Justitie, Dati gaf een overzicht van de prioriteiten van het Franse voorzitterschap op haar beleidsterrein. Veiligheid zal hoog op de agenda staan.

Minister Dati vestigde vervolgens de aandacht op het alerteringssysteem voor vermiste kinderen: samen met de Luxemburgse minister van Justitie Frieden zal zij op 12 juli a.s. een presentatie geven.

Staatssecretaris Albayrak legde in haar interventie de nadruk op wederzijds vertrouwen, volledige benutting van het bestaande instrumentarium en verdere ontwikkeling van het EU-acquis op basis van de ervaringen en behoeften van de praktijk. Tevens benadrukte zij dat de rapporten van de Future Group Justitie en de Future Group Binnenlandse Zaken goed op elkaar moeten worden afgestemd, gelet op de verbanden die er bestaan, zoals bijvoorbeeld tussen georganiseerde criminaliteit en illegale immigratie.

Commissaris Barrot sprak over het belang van een alerteringssysteem voor vermiste kinderen en de elektronische uitwisseling van gegevens uit strafregisters.

Informele JBZ-Raad van 24-26 januari 2008

Blijkens het verslag van de informele Raad zijn de discussiedocumenten Binnenlandse ZakenPDF-document en JustitiePDF-document van de Future-werkgroepen (FG) afzonderlijk aan de orde geweest. Eurocommissaris Frattini heeft benadrukt dat deze stukken enkel bijdragen aan het debat betreffen en geen formele voorstellen inhouden. Minister Ter Horst vroeg aandacht voor drie prioriteiten die eveneens in het post-Haags Programma zouden moeten worden opgenomen: radicalisering, geweld tegen overheidsfunctionarissen en het ontstaan van no go areas in sommige steden. Minister Hirsch Ballin gaf aan dat het van belang is dat de ministers van Justitie - ongeacht of zij op dit terrein de eerste verantwoordelijkheid hebben - volop betrokken zijn bij de future-discussies over terrorismebestrijding, nu daarbij strafrechtelijke vragen met betrekking tot terroristische voorbereidingshandelingen en samenspanning aan de orde zijn. Minister Ter Horst kondigde tevens een schriftelijke bijdrage van Nederland aan als inbreng voor de Future Groep voor zowel Binnenlandse Zaken als Justitie. Voorts werd door enkele lidstaten naar voren gebracht dat er vaak synergie zit tussen de onderwerpen van de twee Future Groepen. De twee FG-formaties moeten derhalve gezamenlijk werken.

De discussie op het gebied van Binnenlandse Zaken concentreerde zich vervolgens op de volgende onderwerpen:

  • Uitwisseling van informatie

Minister Ter Horst vroeg aandacht voor de praktijkbehoeften van het politie-apparaat en stelde dat dit leidend moet zijn bij de besluitvorming over het al of niet ontwikkelen van nieuwe systemen. Andere lidstaten steunden eveneens het belang van een dergelijke evaluatie: er zou een lijst moeten worden opgesteld van ongeveer 12 typen informatie waaraan de politie behoefte heeft. Vervolgens zal er gekeken moeten worden of dit het beste kan door middel van nationale of Europese databanken. Veel lidstaten pleitten voor het verder ontwikkelen van het beschikbaarheidsbeginsel, waarbij telkens een keuze gemaakt moet worden tussen enerzijds nationale databanken die onderling verbonden worden, danwel anderzijds een centrale Europese databank. Commissaris Frattini merkte op dat er grenzen zijn aan wat met wetgeving bereikt kan worden: uiteindelijk is de uitwisseling van informatie een kwestie van wederzijds vertrouwen.

  • Migratie- en visumbeleid

Commissaris Frattini hield een sterk pleidooi voor een gemeenschappelijk visumbeleid, inclusief biometrie en kondigde een pakket voorstellen aan in de maand februari op het gebied van controle van de grenzen (zie dossiers 2.3.195, 2.3.196 en 2.3.197). Voor een gemeenschappelijk visumbeleid kwam steun van verschillende lidstaten, waaronder Nederland. Enkele ministers pleitten voor meer controles in de landen van oorsprong, in plaats van alleen maar controles aan de EU-buitengrenzen.

  • Externe dimensie van veiligheid

Met het oog op versterking van de interne veiligheid van de EU benadrukten de ministers dat de samenwerking met derde landen verder moet worden ontwikkeld. Enkele ministers (onder wie minister Ter Horst) hielden een pleidooi voor een geïntegreerde benadering waarbij JBZ-beleid en Ontwikkelingssamenwerking (OS) hand in hand gaan.

De ministers van Justitie benadrukten de noodzaak van een ambitieus post-Haags Programma, gebruik makend van de nieuwe mogelijkheden die door het Verdrag van Lissabon gecreëerd worden. Minister Hirsch Ballin stelde vervolgens dat het goed is na te gaan wat uit het Haagse Programma nog (volledig) moet worden uitgevoerd, bijvoorbeeld met betrekking tot het Europees Bewijsverkrijgingsbevel (EBB). Verdere ontwikkeling van het programma moet vooral zijn gericht op de praktische behoeften aan een Europese aanpak. Hij achtte het essentieel dat de wederzijdse erkenning wordt verankerd in een structuur die het vertrouwen van de burgers daarin versterkt. Daarbij wordt gedacht aan het wederzijds monitoren en aan versterking van procedurele rechten.

Raad 8-9 november 2007

En marge van de JBZ-Raad in november hield minister Hirsch Ballin een toespraak, waarin hij de Nederlandse visie op de toekomst van het JBZ-beleid uiteen heeft gezet. De minister pleitte onder meer voor versterkte Europese aandacht voor mensenhandel, betere bescherming van slachtoffers, meer maatregelen gericht op preventie en een sterkere coördinerende rol van de Europese Commissie. Daarnaast zouden de lidstaten elkaar onderling meer technische assistentie kunnen verlenen.

In de databank EUR-Lex wordt de laatste stand van zaken in de Europese behandeling van het voorstel weergegeven.


Behandeling Europees Parlement

Op 9 juli 2008 heeft het Europees Parlement een resolutie aangenomen over de taak van de nationale rechter binnen het Europees gerechtelijk apparaat. Het EP kijkt daarin naar de toekomst.

In de databank OEIL van het Europees Parlement wordt de laatste stand van zaken in de behandeling van het voorstel weergegeven.


Standpunten andere lidstaten (IPEX)

In de databank IPEX wordt de behandeling van het voorstel in de diverse (kandidaat) lidstaatparlementen weergegeven.


Reacties Derden

De voorzitter van de Working Party on Police and Justice (WPPJ) laat via een briefPDF-document van 14 januari 2009 weten kennisgenomen te hebben van het rapport van de twee Future-groepen.

Hierin vindt de WPPJ dat onder andere er geen adequate evaluatie heeft plaatstgevonden naar de recentelijk aangenomen maatregelen m.b.t. uitwisseling van de justitiële gegevens. De WPPJ dringt derhalve aan tot een uitgebreid overzicht van alle bestaande maatregelen om tot een beoordeling te komen en of deze bestaande maatregelen wel effectief genoeg zijn.

Op 11 september 2008 publiceerde Statewatch een analyse van het rapport van de Future Group.


Alle bronnen

Sociale media menu


Volg via