Naar hoofdinhoud Naar hoofdnavigatiemenu
E100036
  ruit icoon
Laatste revisie: 08-09-2016

E100036 - Groenboek over de ontwikkeling van een Europees contractenrecht



De Europese Commissie wil contractenrecht gebruiken om de toegang van consumenten en ondernemingen tot de eengemaakte markt te versoepelen. Daarom heeft de Commissie op 1 juli 2010 in een strategisch beleidsdocument meerdere opties voor een meer samenhangende benadering van het contractenrecht gepresenteerd. Het doel is te zorgen voor meer rechtszekerheid voor ondernemingen en voor eenvoudiger regels voor consumenten. De openbare raadpleging over dit beleidsdocument loopt tot 31 januari 2011.


Stand van zaken

Behandelfase Eerste Kamer: behandeling in Eerste Kamer afgerond.

Nationaal

De commissie heeft op 8 februari 2011 het antwoord van de minister van 31 januari 2011 voor kennisgeving aangenomen en wacht met belangstelling de impact assessment af. De commissie voor Veiligheid en Justitie heeft het voorstel voor een verordening inzake het facultatief gemeenschappelijk Europees kooprecht in behandeling genomen (zie dossier E110054). Bij dit voorstel is de impact assesment gepubliceerd.

Europees

Het Groenboek is op 1 juli 2010 gepresenteerd. Reageren kon tot en met 31 januari 2011. Op deze website kunt u de reacties op het Groenboek vinden. Op 3 mei 2011 heeft de Commissie een haalbaarheidsstudie van het Europese contractenrecht gepubliceerd, geschreven door een expertgroep. Geïnteresseerden konden tot 1 juli 2011 feedback geven over de artikelen die de expertgroep heeft ontworpen. Op 11 oktober 2011 heeft de EC het voorstel voor een verordening inzake het facultatief gemeenschappelijk Europees kooprecht gepubliceerd (zie dossier E110054).


Kerngegevens

volledige titel

Groenboek over beleidsopties voor de ontwikkeling van een Europees contractenrecht voor consumenten en ondernemingen

document Europese Commissie

COM(2010)348PDF-document, d.d. 1 juli 2010

commissies Eerste Kamer

beleidsterreinen

verwante dossiers


Behandeling Eerste Kamer

De commissies JBZ en Justitie hebben tijdens de commissievergadering van 6 juli 2010 besloten het groenboek in behandeling te nemen. De commissie voor Justitie is belast met de behandeling. Na het zomerreces zal een inbrengvergadering worden gehouden.

De commissie besloot op 28 september 2010 dat zij op 2 november 2010 mogelijk inbrengt levert voor schriftelijk overleg met de minister voor Justitie.

Op 26 oktober 2010 heeft de commissie Justitie gesproken over de mogelijke opties van behandeling van het Groenboek.

Op 2 november 2010 werd besloten dat de fractie van de VVD inbreng zal leveren voor een brief aan de regering. De fracties van het CDA en de PvdA leveren inbreng voor een brief aan de Europese Commissie (EC). Deze brief dient als Kamerstandpunt vastgesteld te worden. De inbrengen voor de brief aan de EC zullen circuleren en worden op 23 november 2010 geagendeerd voor nadere bespreking. De conceptbrief aan de regering wordt voor volgende week geagendeerd.

Op 9 november 2010 is de brief aan de minister van Veiligheid en Justitie en de minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie over onderhavig Groenboek vastgesteld en verstuurd. De fractie van de VVD heeft onder meer vragen gesteld over de noodzaak van een Europees contractenrecht, rechtszekerheid en de rol en inbreng van het bedrijfsleven. De commissie besluit vast te houden aan een oriënterende bespreking over de brief aan de Europese Commissie op 23 november 2010.

De commissie heeft op 23 november 2010 besloten het Groenboek nader te bespreken op 14 december 2010, aannemende dat de concept-kabinetsreactie dan beschikbaar is.

De commissie Justitie heeft op 14 december 2010 besloten om geen reactie van de Kamer op het Groenboek te sturen aan de Europese Commissie. De fractie van de PvdA wenst nog een aantal standpunten kenbaar te maken aan de regering. Op 21 december 2010 zal daartoe een conceptbrief worden besproken.

De minister van V&J heeft op 20 december 2010 mede namens de minister van EL&I een brief met antwoorden aan de commissie gestuurd als reactie op de brief die 9 november 2010 aan hem is verstuurd met vragen van de fractie van de VVD. De minister gaat vereenvolgens in op de noodzaak van een Europees contractenrecht, rechtszekerheid en de rol en inbreng van het bedrijfsleven.

Tijdens de commissievergadering van 21 december 2010 heeft de commissie Justitie een brief vastgesteld en verstuurd aan de minister van V&J, een afschift van deze brief is verstuurd aan de minister van EL&I, met nog een aantal vragen en opmerkingen van de fractie van de PvdA. Zij geven de minister een aantal accenten in overweging om toe te voegen aan de keuze voor beleidsopties in de kabinetsreactie.

Op 18 januari 2011 heeft de commissie Justitie de brief van de minister van V&J van 20 december 2010 voor kennisgeving aangenomen. De commissie ziet met belangstelling uit naar de reactie op de brief die 21 december 2010 is verstuurd aan de minister van V&J.

Op 31 januari 2011 heeft de commissie een antwoord ontvangen van de minister van V&J op de brief van 21 december 2010 waarin de leden van de fractie van de PvdA nog enkele aanvullende vragen hebben gesteld. De minister gaat onder meer in op het toepassingsgebied van het Europees contractenrecht.

De antwoordbrief van de minister van V&J is op 8 februari 2011 besproken door de commissie Justitie en voor kennisgeving aangenomen. De commissie geeft aan de impact assessment met belangstelling af te wachten. De regering heeft de Europese Commissie verzocht om een impact assessment, zoals blijkt uit de brief van de minister van V&J met de conceptreactie van de regering van 7 december 2010.


Behandeling Tweede Kamer

Op 18 juli 2011 is het verslag schriftelijk overleg vastgesteld dat de commissie voor Veiligheid en Justitie heeft gevoerd met de minister van Veiligheid en Justitie over de geannoteerde agenda van de informele JBZ-Raad van 18 en 19 juli 2011. Er zijn onder meer vragen gesteld over het Europees contractenrecht. De minister stelt dat, voorzover thans bekend, in het Europese krachtenveld geen steun bestaat voor een dwingend Europees contractenrecht. Naar verwachting zal tijdens de JBZ-Raad in oktober 2011 Raadsconclusies geformuleerd worden.


Standpunt Nederlandse regering

Nederland erkent de behoefte van contractspartijen aan voorspelbaarheid, eenvoud en rechtszekerheid. Aan die behoefte wordt op dit moment niet op alle rechtsgebieden voldaan. Nederland streeft zowel naar een instrument voor Europees contractenrecht dat rechtszekerheid, voorspelbaarheid en eenvoud biedt als naar een hoog beschermingsniveau voor zwakkere partijen. Dit kan op verschillende manieren worden bereikt. Een manier is volledige harmonisatie van het nationale contractenrecht van de lidstaten. Een dergelijke harmonisatie kan bijdragen aan voorspelbaarheid, eenvoud en rechtszekerheid en daardoor aan verbetering van de werking van de interne markt. Harmonisatie zal echter niet alle problemen oplossen: ook bij volledige harmonisatie van het contractenrecht zal de interne markt belemmeringen blijven ondervinden door onder meer verschillen tussen de lidstaten in taal en (kosten, inrichting en duur van) civiele procedures. Bovendien grijpt een dergelijke volledige harmonisatie vergaand in op het nationale recht van de lidstaten en is deze daarom niet haalbaar. In dat geval zou een optioneel instrument voor Europees contractenrecht een alternatief zijn dat lidstaten niet dwingt tot aanpassing van hun nationale regeling inzake contractenrecht.


Samenvatting voorstel Europese Commissie

In dit Groenboek presenteert de Europese Commissie meerdere opties voor een samenhangende benadering van het Europese contractenrecht. De Commissie constateert dat verschillen tussen nationale stelsels van contractenrecht kunnen leiden tot extra transactiekosten, rechtsonzekerheid voor ondernemingen en een gebrek aan consumentenvertrouwen in de interne markt. In het Groenboek bespreekt de Commissie verschillende mogelijke instrumenten voor Europees contractenrecht. De raadpleging door de Commissie loopt van 1 juli 2010 tot 31 januari 2011 en staat open voor iedere belanghebbende. Daarna zal de Commissie rond 2012 concrete voorstellen uitwerken.

Lees meer: uitgebreide samenvattingPDF-document

Op 3 mei 2011 heeft de Commissie een haalbaarheidsstudie van het Europese contractenrecht gepubliceerd. Deze studie omvat onder andere ontwerp-regels van de expertgroep die de EC in april 2010 heeft geformeerd om te onderzoeken op welke manieren het contractenrecht in de EU verbeterd zou kunnen worden. Geïnteresseerden kunnen tot 1 juli 2011 feedback geven over de artikelen die de expertgroep heeft ontworpen.

De EC komt naar verwachting in het najaar van 2011 met een politiek voorstel.


Behandeling Raad

Informele JBZ-Raad 18 en 19 juli 2011

Tijdens de informele JBZ-raad is er gesproken over de haalbaarheidsstudie van het Europees contractenrecht die de Europese Commissie op 3 mei 2011 heeft gepubliceerd. Nederland heeft gereageerd op de haalbaarheidsstudie overeenkomstig de kabinetsreactie die is gegeven op het groenboek. Herhaald is dat Nederland de ontwikkeling van een gereedschapskist voor de Europese wetgever voor het maken van betere wetgeving steunt. Een optioneel Europees contractenrecht steunt Nederland onder een aantal voorwaarden. Zo moet er eerst een gedegen impact assessment worden uitgevoerd waarin de gevolgen van het bestaan of ontbreken van een optioneel Europees contractenrecht voor handelaren en consumenten worden onderzocht.

De Eurocommissaris voor Justitie, grondrechten en burgerschap gaf aan dat er in de voorstellen geen sprake zal zijn van harmonisatie, maar van een nieuwe mogelijkheid die aan bedrijven wordt geboden. De Commissie meent dat een optioneel systeem zowel garanties als zekerheid moet bieden om meerwaarde te hebben. Zij is zich bewust van het subsidiariteitsbeginsel en van de vraag naar flexibiliteit. Daarom zal het voorstel van de Commissie er voor die bedrijven zijn die ervoor willen kiezen, en niet opgelegd worden aan diegenen die dat niet willen.

Het voorstel voor een optioneel instrument zou op grensoverschrijdende contracten van toepassing zijn, maar met de mogelijkheid voor lidstaten om te kiezen voor een eveneens nationale toepassing. De Commissie wil nu niet verder gaan dan een optioneel instrument. Vermoedelijk zal de Eurocommissaris het voorstel presenteren tijdens de JBZ-Raad in december 2011.

In de databank EUR-Lex wordt de laatste stand van zaken in de Europese behandeling van het voorstel weergegeven.


Behandeling Europees Parlement

Het Europees Parlement heeft op 8 juni 2011 een resolutie aangenomen over beleidsopties voor de ontwikkeling van een Europees contractenrecht voor consumenten en ondernemingen.

Op 12 april 2011 heeft de commissie voor juridische zaken het ontwerpverslag aangenomen over de beleidsopties voor de ontwikkeling van een Europees contractenrecht voor consumenten en ondernemingen.

In de databank OEIL van het Europees Parlement wordt de laatste stand van zaken in de behandeling van het voorstel weergegeven.


Behandeling EESC

Het Comité heeft op 19 januari 2011 een advies vastgesteld over het Europees contractenrecht. Van de verschillende opties die de Commissie voorstelt, verkiest het EESC een gecombineerde oplossing waarbij wordt gestreefd naar zowel een beperking van de kosten als voldoende rechtszekerheid.


Standpunten andere lidstaten (IPEX)

In de databank IPEX wordt de behandeling van het voorstel in de diverse (kandidaat) lidstaatparlementen weergegeven.


Reacties Derden

Om de grensoverschrijdende handel te bevorderen en de consumentenrechten te versterken, heeft de Europese Commissie een nieuwe deskundigengroep bijeengeroepen om na te gaan hoe het contractenrecht in de Europese Unie kan worden verbeterd. De groep is 21 mei 2010 voor het eerst bijeengekomen en zal eenmaal per maand samenkomen in Brussel.

De leden van de expertgroep zijn:

Ms Susanne Czech, European E-commerce and Mail Order Trade Association

Professor Fernando Gomez, Universitat Pompeu Fabra, Barcelona

Professor Luc Grynbaum, Université Paris-Descartes

Professor Torgny Håstad, Justiteråd Högsta domstolen, Stockholm

Professor Martijn W. Hesselink, University of Amsterdam

Professor Miklos Kiraly, Eötvös Loránd University, Budapest

Professor Irene Kull, Faculty of Law, Tartu

Maître Pierre Levêque, Avocat au Barreau de Paris

Professor Paulo Mota Pinto, Universidade de Coimbra

Professor Jerzy Pisulinski, University Jagiellonian, Krakow

Mr Bob Schmitz, European Consumer Consultative Group, Luxembourg

Professor Hans Schulte-Nölke, European Legal Studies Institute, Osnabrück

Professor Jules Stuyck, Avocat au Barreau de Bruxelles

Professor Anna Veneziano, Università degli Studi di Teramo

Maître Ioana Lambrina Vidican, Notary, Bucharest

Professor Simon Whittaker, University of Oxford

Professor Hugh Beale, University of Warwick

Professor Eric Clive, University of Edinburgh


Alle bronnen

Sociale media menu