E140013
  ruit icoon
Laatste revisie: 24-04-2019

E140013 - Voorstel voor een richtlijn betreffende de werkzaamheden van en het toezicht op instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening (herziening IORP-richtlijn)



Het algemene doel van dit voorstel is om de ontwikkeling van het bedrijfspensioensparen in de lidstaten van de Europese Unie te vergemakkelijken. Dit zal het aandeel van aanvullende pensioenspaarregelingen in het pensioeninkomen vergroten. Daarnaast is het tweede doel van het voorstel om te garanderen dat pensioenen in een vergrijzende Europese samenleving toereikend, zeker gesteld en betaalbaar blijven. Om deze doelen te verwezenlijken stelt de Europese Commissie een herziening voor van de richtlijn uit 2003 (2003/41/EG) betreffende de werkzaamheden van en het toezicht op instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening (IBPV's) ofwel de IORP-richtlijn waarbij IORP staat voor Institution for Occupational Retirement Provisions.


Stand van zaken

Behandelfase Eerste Kamer: behandeling in Eerste Kamer afgerond.

nationaal

Op 18 oktober 2018 werd het wetsvoorstel tot wijziging van de Pensioenwet, de Wet verplichte beroepspensioenregeling en de Wet op het financieel toezicht in verband met de implementatie van Richtlijn 2016/2341/EU van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2016 betreffende de werkzaamheden van en het toezicht op instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening (IBPV’s), ingediend bij de Tweede Kamer. Het kamerstukdossier (34.934) geeft een volledig overzicht van de behandeling van dit wetsvoorstel in de Tweede en Eerste Kamer.

Europees

Op 23 december 2016 werd richtlijn (EU) 2016/2341 betreffende de werkzaamheden van en het toezicht op instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening (IBPV's), bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie (L354/37PDF-document).


Kerngegevens

document Europese Commissie

COM(2014)167PDF-document, d.d. 27 maart 2014

rechtsgrondslag

Artikel 53, 62 en 114(1) VWEU

commissie Eerste Kamer

beleidsterrein

verwant dossier


Implementatie

Op 23 december 2016 werd richtlijn (EU) 2016/2341 betreffende de werkzaamheden van en het toezicht op instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening (IBPV's), bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie (L354/37PDF-document). Lidstaten dienden uiterlijk 13 januari 2019 aan deze richtlijn te voldoen. De richtlijn is op 13 maart 2019 geïmplementeerd.

Het kamerstukdossier (34.934) geeft een volledig overzicht van de behandeling van dit wetsvoorstel in de Tweede en Eerste Kamer.

Bron: Stand van zaken implementatie richtlijnen eerste kwartaal 2019


Behandeling Eerste Kamer

De staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid stuurde op 13 april 2017 (33.931, 20) het implementatieplan (transponeringstabel 1PDF-document en 2PDF-document) van de IORP-richtlijn toe, die op 13 januari 2017 in werking is getreden.

Op 5 juli 2016 nam de commissie SZW kennis van de ontwikkelingen omtrent de herziening van de IORP-richtlijn en besloot zij de wijzigingen in de nationale wetgeving als gevolg hiervan af te wachten.

De commissie SZW heeft op 8 juli 2014 de reactie van de staatssecretaris van SZW van 7 juli 2014 besproken en voor kennisgeving aangenomen.

Tijdens de commissievergadering op 3 juni 2014 werd inbreng geleverd voor schriftelijk overleg met de regering door de fractie van de PvdA. De brief met vragen is op 11 juni 2014 verstuurd naar de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Uit een inventarisatie bleek op 22 mei 2014 dat er in de Eerste Kamer geen meerderheid bestaat voor het indienen van een subsidiariteitsbezwaar tegen dit voorstel.

Naar aanleiding van het negatieve subsidiariteitsoordeel van de Tweede Kamer, besloot de commissie SZW op 20 mei 2014 dat zij diezelfde week per e-mail zal inventariseren of een meerderheid van de fracties het subsidiariteitsbezwaar van de Tweede Kamer deelt en kan instemmen met een conceptbrief met een gemotiveerd advies van de Eerste Kamer aan de Europese Commissie. De fracties van CDA, PVV, SP (onder voorbehoud) en ChristenUnie hebben te kennen gegeven een dergelijke brief te willen steunen.

De Eerste Kamercommissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft op 6 mei 2014 het BNC-fiche besproken en besloten dat zij tijdens de vergadering op 3 juni 2014 inbreng zal leveren voor schriftelijk overleg met de regering en/of Europese instellingen.

Op 8 april 2014 heeft de Eerste Kamercommissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid dit voorstel albesproken en besloten dat zij het BNC-fiche afwachten voordat zij de behandeling voortzetten.

De Eerste Kamercommissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft dit voorstel al in 2010 geselecteerd als prioritair dossier.


Behandeling Tweede Kamer

Op 19 januari 2017 zijn tijdens de VAO Pensioenonderwerpen meerdere moties ingediend. Op 24 januari 2017 vond de stemming plaats en is de motie van het lid Van Weyenberg over toetsing door DNB van nog ongetoetste pensioenbestuurders (32.043, 353) aangehouden en de motie van het lid Van Weyenberg over afspraken met de pensioensector over de Code Pensioenfondsen (32.043, 354) aangenomen.

Naar aanleiding van het laatste schriftelijk overleg van de Tweede Kamer met de regering over de IORP-richtlijn en de Pensioenwet hebben de leden van de CDA-fractie aanvullende vragen gesteld. De staatssecretaris heeft op 1 november 2016 gereageerd (TK, 33.931, 19).

Op 14 september 2016 is het verslag van een schriftelijk overleg vastgesteld over de IORP-richtlijn en afwijking bepalingen in de Pensioenwet.

Op 30 juni 2016 heeft de staatssecretaris van SZW een brief aan de Tweede Kamer gestuurd over de openbaarmaking van de vertrouwelijke brieven die zijn gestuurd omtrent de IORP2-richtlijn.

De staatssecretaris van SZW heeft op 30 juni 2016 een brief gestuurd over het akkoord binnen de COREPER over de IORP-richtlijn en daarover een vertrouwelijke brief op 15 juni 2016 aan de Tweede Kamer toegestuurd.

Op 29 juni 2016 heeft de Tweede Kamer gedebatteerd over de herziening van de IORP-richtlijn. Hierbij zijn enkele moties ingebracht. Deze moties zijn na stemming verworpen.

Verschillende leden van de Tweede Kamer hebben op 28 juni 2016 vragen gesteld aan de staatssecretaris van SZW over de bedrijfspensioenvoorziening. De staatssecretaris heeft de Tweede Kamerleden op 28 juni 2016 per brief geantwoord.

Op 25 april 2016 is een verslag van een schriftelijk overleg vastgesteld tussen de commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de staatssecretaris voor dit gelijknamige ministerie over de triloogfase herziening IORP-richtlijn.

Het schriftelijk overleg dat gevoerd werd over de voortgangsrapportage van januari 2015 is besproken tijdens een algemeen overleg over pensioenonderwerpen.

Zoals gevraagd stuurde de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid op 27 januari 2015 wederom een voortgangsrapportage over de onderhandelingen inzake deze richtlijn naar de Kamer.

De staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid stuurde op 4 december 2014 een voortgangsrapportage aan de Tweede Kamer over de onderhandelingen over het richtlijnvoorstel. De voortgangsrapportage werd besproken in de procedurevergadering van de commissie SZW van 16 december 2014 en besloten werd deze brief desgewenst te betrekken bij een algemeen overleg pensioenonderwerpen dat plaatsvond op 9 december 2014.

Tijdens de procedurevergadering van de commissie SZW op 18 november 2014 heeft het lid Omtzigt (CDA) verzocht om een gesprek met de Eurocommissarissen voor Financiële Stabiliteit, Financiële Diensten en Kapitaalmarktenunie en Betere Regelgeving, Interinstitutionele Betrekkingen, Rechtsstatelijkheid en het Handvest van de grondrechten over de toekomst van de IOPRP-richtlijn. Besloten werd dit verzoek te honoreren en een gesprek zo mogelijk te plannen voor 17 december 2014 of anders in januari 2015. De pensioenwoordvoerders van de politieke fracties bereiden dit gesprek voor.

Ook de voortgangsrapportage van de minister van SZW van 17 oktober 2014 over de onderhandelingen inzake dit dossier werd geagendeerd voor het algemeen overleg over pensioenonderwerpen dat plaatsvond op 5 november 2014.

Deze reactie werd tijdens de procedurevergadering van de commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid op 23 september 2014 besproken en men besloot deze te agenderen voor een algemeen overleg over pensioenonderwerpen dat naar verwachting plaats zal vinden op 5 november 2014.

De Europese Commissie heeft op 25 juli 2014 gereageerd op het negatieve subsidiariteitsoordeel van de Tweede Kamer ten aanzien van dit voorstel.

De plenaire vergadering van de Tweede Kamer heeft op 24 juni 2014 ingestemd met de brief inzake de beëindiging van het parlementair behandelvoorbehoud bij dit voorstel.

De commissie voor Europese Zaken heeft op 18 juni 2014 een brief aangeboden aan de Voorzitter van de Tweede Kamer waarin zij voorstel het parlementaire behandelvoorbehoud formeel te beëindigen met de volgende afspraken:

  • 1. 
    De staatssecretaris informeert de commissie SZW in een afzonderlijke rapportage perkwartaal en zo nodig vaker over de voortgang in de onderhandelingen en over opties die voorliggen ter besluitvorming in de Raad en onderliggende fora. Dit heeft met name betrekking op:
  • de gedetailleerde en uniforme bepalingen over pensioencommunicatie;
  • de ruime en gedetailleerde gedelegeerde bevoegdheden;
  • de bevoegdheden van de Europese toezichthouder;
  • de bepalingen inzake governance;
  • de financiële gevolgen voor pensioenfondsen, werkgevers en deelnemers;
  • de financiële en administratieve lasten.
  • 2. 
    Het conceptstandpunt van de Raad wordt voorafgaand aan de besluitvorming in de Raadtijdig en met een waardering van het kabinet aan de Tweede Kamer toegezonden.

De motie Omtzigt c.s. over het niet instemmen met gedelegeerde regelgeving uit het voorstel werd ingedien tijdens een verslag algemeen overleg op 12 juni 2014 en aangenomen tijdens de stemmingen op 17 juni 2014.

Op 10 juni 2014 vond een algemeen overleg plaats met de staatssecretaris SZW over het behandelvoorbehoud bij dit voorstel. Hierbij werd ook de reactie van de staatssecretaris op de initiatiefnota van het lid Omtzigt voor een gelekaartprtocedure op dit voorstel betrokken.

Tijdens een plenair debat in de Tweede Kamer op 27 mei 2014 over de inzet van het kabinet ten aanzien van een eerste gedachtenwisseling over de Europese agenda voor de komende periode heeft het lid Omtzigt een motie ingediend waarin de regering wordt verzocht om zich actief te verzetten tegen deze voorgestelde richtlijn met als doelstelling dat de nieuwe Eurocommissaris voor de interne markt het voorstel intrekt; en waarbij de regering wordt verzocht om deze doelstelling in samenwerking met Duitsland, het Verenigd Koninkrijk, Ierland en andere gelijkgestemde landen te bewerkstelligen en aan de Kamer na de benoeming van de nieuwe Commissie terug te rapporteren op welke wijze het kabinet dat gedaan heeft. Deze motie werd na een stemming op 3 juni 2014 verworpen.

De staatssecretaris voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid stuurde op 20 mei 2014 een brief in reactie op de initiatiefnota van het lid Omtzigt (CDA) waarin wordt gemeld dat voor een goede analyse van alle elementen van de initiatiefnota het kabinet meer tijd nodig heeft dan de gevraagde termijn. De Kamer ontvangt zo spoedig mogelijk een reactie van het kabinet.

De Tweede Kamer heeft op 20 mei 2014 plenair ingestemd met het plaatsen van een behandelvoorbehoud op dit voorstel.

Op 15 mei 2014 is de brief met het subsidiariteitsbezwaar van de Tweede Kamer verzonden naar de Europese Commissie.

Het Tweede Kamerlid Omtzigt (CDA) diende op 14 mei 2014 tijdens het debat over aansturing vanuit Europa op sociaal en economisch gebied een motie in over de deadline van 29 mei 2014 voor het trekken van een gele kaart voor de IORP-richtlijn. Hierover werd dezelfde dag gestemd en deze is aangenomen.

Tijdens de procedurevergadering van de commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid op 13 mei 2014 werd besloten dat er een subsidiariteitstoets zal worden uitgevoerd op dit voorstel met als deadline voor het leveren van inbreng op 21 mei 2014.

Tevens werd de initiatiefnota van het lid Omtzigt omtrent een gele kaart procedure met betrekking tot een ingrijpend voorstel van de Europese Commissie aangaande het Nederlandse pensioenstelsel (zie kamerstukdossier 33.933) besproken en besloten werd de regering te verzoeken voor 20 mei 2014 een schriftelijke reactie op deze initiatiefnota te sturen.

Op 8 mei 2014 stuurde de voorzitter van de commissie voor Europese Zaken een brief aan de Voorzitter van de Tweede Kamer met het verzoek het advies voor het plaatsen van een behandelvoorbehoud voor te leggen aan de plenaire vergadering.

De Tweede Kamercommissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft dit voorstel op 15 april 2014 besproken tijdens de procedurevergadering en besloten dat zij een technische briefing over het voorstel wenste. Deze vond plaats op 23 april 2014. Gezien het belang heeft de commissie ook besloten dat zij voornemens is een behandelvoorbehoud te plaatsen op dit voorstel.

Daarnaast zal de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid worden verzocht om versnelde toezending van het BNC-fiche over de voorgestelde herziening van de richtlijn.


Standpunt Nederlandse regering

De Nederlandse regering laat in het BNC-fiche weten dat Nederland in grote lijnen kan instemmen met de doelstellingen inhet voorstel. Voorwaarden om ook daadwerkelijk in te kunnen stemmen met het voorstel zijn dat de uiteindelijke regels doelmatig en niet te gedetailleerd zijn en dat bij de verdere uitwerking voldoende rekening moet worden gehouden met de rol van sociale partners, met nationale verschillen en nationale verantwoordelijkheden. Conform de Nederlandse inzet zoals vermeld in de subsidiariteitsexercitie, heeft Nederland zich ingezet om deze herziening van de IORP-richtlijn te beïnvloeden. Nederland is het herzieningstraject kritisch blijven volgen en heeft ervoor gewaakt dat het voorstel niet raakt aan de inhoud van pensioenregelingen.


Samenvatting voorstel Europese Commissie

Het algemene doel van dit voorstel is om de ontwikkeling van het bedrijfspensioensparen in de lidstaten van de Europese Unie te vergemakkelijken. Dit zal het aandeel van aanvullende pensioenspaarregelingen in het pensioeninkomen vergroten. Daarnaast is het tweede doel van het voorstel om te garanderen dat pensioenen in een vergrijzende Europese samenleving toereikend, zeker gesteld en betaalbaar blijven. Om deze doelen te verwezenlijken stelt de Europese Commissie een herziening voor van de richtlijn uit 2003 (2003/41/EG) betreffende de werkzaamheden van en het toezicht op instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening (IBPV's) ofwel de IORP-richtlijn waarbij IORP staat voor Institution for Occupational Retirement Provisions.

De voorgenomen herziening betreffende de IBPV's probeert dit algemene doel te bereiken door te verzekeren dat instellingen beter worden bestuurd, transparanter zijn en grensoverschrijdende activiteiten kunnen ontwikkelen waardoor de interne markt zal worden versterkt. Om te voorkomen dat tal van lidstaten uiteenlopende oplossingen blijven ontwikkelen is het noodzakelijk om het toezicht- en regelgeving kader in de EU te harmoniseren.

De volgende doelstellingen worden nagestreefd met het wetgevingsvoorstel:

  • 1. 
    Garanderen dat deelnemers aan een pensioenregeling afdoende zijn beschermd tegen risico's en dat deelnemers en pensioengerechtigden heldere en relevante informatie ontvangen;
  • 2. 
    Belemmeringen voor grensoverschrijdende dienstverlening weg te nemen, onder meer door te eisen dat de toepasselijke beleggingsvoorschriften en regels voor de informatieverstrekking aan deelnemers en pensioengerechtigden die van de lidstaat van herkomst zijn, door de procedures voor het ontplooien van grensoverschrijdende activiteiten te verduidelijken en door het werkterrein van de lidstaat van herkomst en van de lidstaat van ontvangst duidelijk af te bakenen;
  • 3. 
    Bedrijfspensioenfondsen beter in staat stellen te beleggen in financiële activa met een economisch langetermijnprofiel, waardoor zij de financiering van de groei van de reële economie kunnen ondersteunen;
  • 4. 
    Waarborgen dat toezichthouders over de benodigde instrumenten beschikken om op doelmatige wijze toezicht op IBPV's te kunnen uitoefenen.

Het voorstel betreffende de werkzaamheden van en het toezicht op de IBPV's past in een reeks van initiatieven die voortbouwen op het witboek van de Europese Commissie in 2012 "Een agenda voor adequate, veilige en duurzame pensioenen" en het groenboek over de langetermijnfinanciering van de Europese economie. Deze initiatieven hebben als doel om de lidstaten te helpen een beter evenwicht tot stand te brengen tussen de tijd die aan werken en de tijd die aan het pensioen wordt besteed en aanvullend particulier pensioensparen te ontwikkelen. Aansluitend op het groenboek wordt met de richtlijn ook beoogd IBPV's beter in staat te stellen in activa met een economisch langetermijnprofiel te beleggen en zodoende de financiering van duurzame economische groei te ondersteunen.


Behandeling Raad

Het Coreper heeft op 10 december 2014 namens de raad een akkoord bereikt over een onderhandelingspositie inzake onderhavig voorstel. Hierdoor worden de onderhandelingen met het Europees Parlement mogelijk met als doel de tekst in eerste lezing goed te keuren.

In de databank EUR-Lex wordt de laatste stand van zaken in de Europese behandeling van het voorstel weergegeven.


Behandeling Europees Parlement

Het Europees Parlement heeft op 18 november 2016 een briefing over de stand van zaken met betrekking tot de herziening van de IORP-II richtlijn uitgebracht.

Op 27 september 2016 heeft het Europees Parlement een briefing uitgebracht over de herziening van de IORP-II richtlijn.

Het Europees Parlement, de Raad en de Europese Commissie hebben op 30 juni 2016 een akkoord bereikt over de herziening van de IORP-richtlijn. De COREPER heeft haar formeel akkoord diezelfde dag gegeven.

In de databank OEIL van het Europees Parlement wordt de laatste stand van zaken in de behandeling van het voorstel weergegeven.


Standpunten andere lidstaten (IPEX)

Na de deadline van 29 mei 2014 heeft het Engelse House of Lords in het kader van de politieke dialoog met de Europese Commissie op 9 juli 2014 een brief verstuurd waarin wordt aangegeven dat er een subsidiariteitsbezwaar tegen dit voorstel is vastgesteld. Onder andere het gebrek aan een kwalitatieve en kwantitatieve onderbouwing van de noodzaak voor Europese actie op dit gebied wordt genoemd.

Op 15 mei 2014 heeft de Tweede Kamer een subsidiariteitsbezwaar verzonden naar de Europese Commissie. De deadline voor het indienen van subsidiariteitsbezwaren was 29 mei 2014 waarop duidelij werd dat geen andere parlementen op die datum een subsidiariteitsbezwaar hadden ingediend.

In de databank IPEX wordt de behandeling van het voorstel in de diverse (kandidaat) lidstaatparlementen weergegeven.


Reacties Derden

Op 15 mei 2014 publiceerde Ulko Jonker (correspondent van het Financieele Dagblad bij de Europese Unie) een weblog slot-icoon over het optreden van Tweede Kamerlid Pieter Omtzigt (CDA) met betrekking tot dit voorstel met als titel 'Pieter Omtzigts Schwalbe'.


Achtergrondartikelen

Op 15 mei 2014 publiceerde onder andere het Financieel Dagblad een artikel met als titel 'Gele kaart' voor Europees pensioen over het subsidiariteitsbezwaar van de Tweede Kamer.


Alle bronnen

Sociale media menu


Volg via