E180015
  ruit icoon
Laatste revisie: 09-08-2019

E180015 - Voorstel voor een verordening ter bevordering van billijkheid en transparantie voor zakelijke gebruikers van online platforms



Op 26 april 2018 presenteerde de Europese Commissie een voorstel voor een verordening ter bevordering van billijkheid en transparantie voor zakelijke gebruikers van online tussenhandelsdiensten (online platforms).


Stand van zaken

Behandelfase Eerste Kamer: behandeling in commissie Eerste Kamer.

nationaal

Op 2 juli 2019 bespraken de commissies dit verslag van een schriftelijk overleg (34.978, D) en besloten het voor kennisgeving aan te nemen.

Op 17 juni 2019 reageerde de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat per brief op de vragen van de commissies J&V en EZK/LNV (34.978, D).

Europees

Op 20 juli 2019 werd de Verordening (EU) 2019/1150PDF-document van het Europees Parlement en de Raad ter bevordering van billijkheid en transparantie voor zakelijke gebruikers van onlinetussenhandelsdiensten aangenomen.


Kerngegevens

volledige titel

Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad ter bevordering van billijkheid en transparantie voor zakelijke gebruikers van onlinetussenhandelsdiensten

document Europese Commissie

COM(2018)238PDF-document, d.d. 26 april 2018

rechtsgrondslag

Artikel 114 VWEU

commissies Eerste Kamer


Implementatie

Op 20 juli 2019 werd de Verordening (EU) 2019/1150PDF-document van het Europees Parlement en de Raad ter bevordering van billijkheid en transparantie voor zakelijke gebruikers van onlinetussenhandelsdiensten aangenomen en op 11 juli gepubliceerd in het publicatieblad (L 186/57). De verordening treed in werking 20 dagen na publicatie in het publicatieblad.


Behandeling Eerste Kamer

Op 2 juli 2019 bespraken de commissies dit verslag van een schriftelijk overleg (34.978, D) en besloten het voor kennisgeving aan te nemen.

Op 17 juni 2019 reageerde de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat per brief op de vragen van de commissies J&V en EZK/LNV (34.978, D).

Op 2 oktober 2018 bespraken de commissies het verslag van het schriftelijk overleg met de Europese Commissie (34.978, C) in het kader van een politieke dialoog en besloten de reactie van de Europese Commissie voor kennisgeving aan te nemen.

Naar aanleiding van het verslag van een schriftelijk overleg met de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat (34.978, B) besloten de commissies om in nader schriftelijk overleg te treden. De brief werd op 10 oktober 2018 verstuurd.

Op 18 september 2018 reageerde de Europese Commissie per brief op de vragen van de commissies J&V en EZK/LNV (34.978, C).

Op 11 september 2018 bespraken de commissies het verslag van het schriftelijk overleg met de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat (34.978, B) en besloten het agendapunt aan te houden in afwachting van de reactie van de Europese Commissie.

Op 11 juli 2018 reageerde de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat per brief op de vragen van de commissies J&V en EZK/LNV (34.978, B).

Op 5 juli 2018 werd een brief verstuurd aan de Europese Commissie in het kader van een politieke dialoog.

Op 25 juni 2018 werd een brief verstuurd aan de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat met vragen over het voorstel.

Op 12 juni 2018 bespraken de commissies het BNC-fiche voor het voorstel en besloten om in schriftelijk overleg te treden met de regering en met de Europese Commissie.

Op 15 mei 2018 bespraken de commissies het voorstel en besloten dit in behandeling te nemen en inbreng voor schriftelijk overleg met de regering te leveren zodra het BNC-fiche over dit voorstel is ontvangen door de Eerste Kamer. Het BNC-fiche voor het voorstel werd ontvangen op 1 juni 2018.


Behandeling Tweede Kamer

Op 24 mei 2018 werd tijdens de bespreking van het verslag van een algemeen overleg over de Raad voor Concurrentievermogen van 28 en 29 mei 2018 een motie ingediend in het kader van de voorgestelde verordening (21.501-30, 431). Deze motie is na stemming aangenomen. In het verslag van de Raad voor Concurrentievermogen van 28 en 29 mei 2018 (21.501-30, 436) verklaart de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat hoe invulling is gegeven aan deze motie.

Op 23 mei 2018 besprak de Tweede Kamer het voorstel voor een verordening tijdens een algemeen overleg inzake de geannoteerde agenda voor de Raad voor Concurrentievermogen (21.501-30, 435). Tijdens het algemeen overleg is een motie ingediend met betrekking tot het voorstel voor een verordening. Deze motie (21.501-30, 431) is aangenomen op 24 mei 2018.


Standpunt Nederlandse regering

In het BNC-fiche van 1 juni 2018 geeft het kabinet zijn visie over het voorstel voor een verordening ter bevordering van billijkheid en transparantie voor zakelijke gebruikers van onlinetussenhandeldiensten (online platforms).

Het kabinet hecht waarde aan een gelijk speelveld en erkent het belang van eerlijke en transparante handel tussen platforms en ondernemers. Aangezien platforms veelal actief zijn in meerdere lidstaten, acht het kabinet het wenselijk dat regelgeving die ziet op de relatie tussen platforms en ondernemers op Europees niveau wordt vastgesteld.

Het kabinet beoordeelt de proportionaliteit van het voorstel als positief. De vereisten zijn algemeen geformuleerd, gaan niet verder dan noodzakelijk en laten ruimte voor platforms om zelf verdere invulling te geven. Het kabinet steunt de uitzondering voor kleine platforms om een intern geschillenbeslechtingsmechanisme in te stellen. Daarnaast vindt het kabinet het positief dat de Commissie kiest voor een generieke aanpak met een brede reikwijdte en een basisniveau van transparantie. Het kabinet wil voorkomen dat het voorstel te veel gedetailleerde eisen aan platforms stelt met hoge uitvoeringskosten ten gevolg, hetgeen ten koste zou gaan van de voordelen die platforms met zich meebrengen.


Samenvatting voorstel Europese Commissie

Op 26 april 2018 presenteerde de Europese Commissie een voorstel voor een verordening ter bevordering van billijkheid en transparantie voor zakelijke gebruikers van online tussenhandelsdiensten (platforms). Het doel van dit voorstel is om een eerlijk, voorspelbaar, duurzaam en betrouwbaar wettelijk kader te scheppen voor zowel zakelijke gebruikers en gebruikers van zakelijke websites, als aanbieders van onlinetussenhandelsdiensten en onlinezoekmachines. Met dit nieuwe wettelijke kader zou schadelijke handelspraktijken tussen platforms en zakelijke klanten zich bij bepaalde online-activiteiten minder voordoen en de impact ervan beperkt worden, zodat het vertrouwen in de online-platformeconomie behouden blijft en de digitale eengemaakte markt niet verder versnippert.


Behandeling Raad

Op 14 juni 2019 werd het voorstel voor een verordening aangenomen in de Raad in eerste lezing.

Op 28 mei 2018 werd tijdens de Raad voor Concurrentievermogen een beleidsdebat gehouden over het voorstel voor een verordening over 'Platforms-to-business'.

In de databank EUR-Lex wordt de laatste stand van zaken in de Europese behandeling van het voorstel weergegeven.


Behandeling Europees Parlement

Op 29 april 2019PDF-document liet de minister van Economische Zaken en Klimaat weten middels een kwartaalrapportage van EU-wetgevingsonderhandelingen dat de onderhandelingen in de triloog zijn afgerond en er een politiek akkoord is bereikt tussen de Commissie, de Raad en het Europees Parlement. Het voorstel zit in de afrondende fase.

Op 17 april 2019 nam de plenaire vergadering van het Europees Parlement het voorstel voor verordening aan in eerste lezing.

Op 21 september 2018 publiceerde de Onderzoeksdienst van het Europees Parlement een briefingPDF-document met een eerste beoordeling van het impact assessment van de Europese Commissie met betrekking tot de ontwerpverordening.

Op 7 september 2018 bracht de commissie voor Interne Markt en Consumentenbescherming een ontwerpverslagPDF-document uit met betrekking tot de ontwerpverordening.

Op 17 juli 2018 publiceerde de Onderzoeksdienst van het Europees Parlement een briefingPDF-document over de stand van zaken van de onderhandelingen over de ontwerpverordening.

De voorstellen worden behandeld door de commissie voor de Interne Markt en Consumentenbescherming (IMCO) van het Europees Parlement. Daarnaast zijn de commissies voor Industrie, Onderzoek en Energie (ITRE), Vervoer en Toerisme (TRAN) en Juridische Zaken (JURI) ingesteld als adviescommissie.

In de databank OEIL van het Europees Parlement wordt de laatste stand van zaken in de behandeling van het voorstel weergegeven.


Standpunten andere lidstaten (IPEX)

De deadline voor het indienen van subsidiariteitsbezwaren stond op 29 juni 2018.

Het Parlement van Portugal nam op 29 juni 2018 een resolutie aan waarin wordt gesteld dat het voorstel in overeenstemming is met het subsidiariteitsbeginsel. Deze resolutie is in het kader van de politieke dialoog met de Europese instellingen gedeeld.

Het Huis van Afgevaardigden van Tsjechië nam op 6 juni 2018 een resolutiePDF-document aan betreffende de conformiteit van het voorstel met het subsidiariteitsbeginsel. In de resolutie wordt gesteld dat het voorstel in overeenstemming is met het subsidiariteitsbeginsel.

De Senaat van Tsjechië nam op 29 mei 2018 een resolutiePDF-document aan waarin wordt gesteld dat het voorstel in overeenstemming is met het subsidiariteitsbeginsel. Deze resolutie is in het kader van de politieke dialoog met de Europese instellingen gedeeld.

In de databank IPEX wordt de behandeling van het voorstel in de diverse (kandidaat) lidstaatparlementen weergegeven.


Alle bronnen

Sociale media menu


Volg via