E190010
  ruit icoon
Laatste revisie: 09-10-2019

E190010 - Commissiemededeling: Versterking van de rechtsstaat binnen de Unie - Een blauwdruk voor actie



Deze mededelingPDF-document bouwt voort op die van 3 april 2019PDF-document, waarin de Europese Commissie onder andere een overzicht bood van het huidige instrumentarium voor de monitoring, beoordeling en bescherming van de rechtstaat in de Unie, waaronder inbreukprocedures, het Europees semester, het EU-scorebord voor justitie en het mechanisme voor samenwerking en toetsing.


Stand van zaken

Behandelfase Eerste Kamer: behandeling in commissie Eerste Kamer.

nationaal

Op 4 oktober 2019 is de brief met vragen van de PVV-fractie in het kader van de politieke dialoog met de Europese Commissie verstuurd (35.295, A).

Europees

De Duitse Bundesrat heeft op 20 september 2019 middels een politiek dialoog aan de Europese Commissie zijn standpunt ingediend over het voorstel.


Kerngegevens

document Europese Commissie

COM(2019)343PDF-document, d.d. 17 juli 2019

rechtsgrondslag

Artikel 2 VWEU

commissies Eerste Kamer


Behandeling Eerste Kamer

Op 4 oktober 2019 is de brief met vragen van de PVV-fractie in het kader van de politieke dialoog met de Europese Commissie verstuurd (35.295, A).

Op 24 september 2019 leverden de leden van de van de fracties van FVD (Van Wely), PvdA (Koole) en CU (Huizinga-Heringa) inbreng voor schriftelijk overleg met de regering. Inbreng voor schriftelijk overleg met de regering en/of politieke dialoog met de Europese Commissie wordt voorts overwogen door de leden van de fracties van de PVV (Faber-Van de Klashorst), de Fractie Otten (Rookmaker) en de fractie van 50PLUS (Baay-Timmerman).

De brief aan de regering werd op 4 oktober 2019 verstuurd.

Op 10 september 2019 besloten de commissies om de Mededeling in behandeling te nemen. Inbreng voor schriftelijk overleg met de regering/ Europese Commissie zal worden geleverd op 24 september 2019.

Mede naar aanleiding van de bespreking van de Mededeling wordt de staf verzocht een gezamenlijk overleg van de commissie EUZA in te plannen met haar zustercommissie in de Tweede Kamer, waarbij ook het onderwerp Rechtsstaat zal worden geagendeerd.


Behandeling Tweede Kamer

Op 12 september 2019 dienden de leden Paternotte en Omtzigt tijdens het VAO Raad Algemene Zaken van 16 september 2019 een motie in over de reikwijdte en toepassing van de toetsingscyclus rechtsstaat. De motie werd aangenomen.

Op 16 september 2019 heeft de Minister van Buitenlandse Zaken tijdens de bespreking van de Mededeling in de Raad Algemene Zaken het standpunt van de motie onder de aandacht gebracht.

Op 5 september 2019 besloot de commissie EUZA om de mededeling te betrekken bij een algemeen overleg over Rechtsstatelijke ontwikkelingen in de EU. De datum voor dit overleg is nog niet bekend.


Standpunt Nederlandse regering

Op 6 september 2019 stuurde de regering een BNC-fiche naar de Kamer over de mededeling.

De regering heeft een positieve grondhouding ten aanzien van de subsidiariteit van de mededeling. Het bevorderen en waarborgen van rechtsstatelijkheid is volgens de regering weliswaar een verantwoordelijkheid voor de lidstaten, maar de regering is ook van mening dat dit het functioneren van de Unie in den brede raakt en het wederzijds vertrouwen dat tussen lidstaten dient te bestaan. De regering heeft ook een positieve grondhouding ten aanzien van de proportionaliteit van de mededeling. Volgens de regering worden in de mededeling reeds enkele concrete initiatieven aangekondigd ter versterking van de rechtsstaat in de Unie, evenals een aantal verzoeken aan de instellingen van de Unie en de lidstaten en andere belanghebbende (justitiële netwerken, maatschappelijk middenveld), om na te denken over ideeën die verder dienen te worden uitgewerkt. De regering is hierbij van mening dat de Commissie niet verder gaat dan noodzakelijk om de gestelde doelen van de mededeling te bereiken. Over de aankondiging van een toetsingscyclus voor de rechtsstaat ter voorkoming van rechtsstatelijke problemen, is de regering van mening dat hiermee op passende en evenredige wijze kan worden bijgedragen aan een versterking van het rechtsstaatinstrumentarium. Vroegtijdige signalering van rechtsstatelijke problemen kan volgens de regering verdere escalatie voorkomen en een dialoog hierover tussen de lidstaten en de EU-instellingen stimuleren.


Samenvatting voorstel Europese Commissie

Deze mededelingPDF-document bouwt voort op die van 3 april 2019PDF-document, waarin de Europese Commissie onder andere een overzicht bood van het huidige instrumentarium voor de monitoring, beoordeling en bescherming van de rechtstaat in de Unie, waaronder inbreukprocedures, het Europees semester, het EU-scorebord voor justitie en het mechanisme voor samenwerking en toetsing. De Commissie stelt vast dat de verantwoordelijkheid voor de bescherming van de rechtsstaat in de eerste plaats bij iedere lidstaat afzonderlijk berust, maar dat het tevens een verantwoordelijkheid van de lidstaten gezamenlijk én van de Unie is. De rechtsstaat is immers een vereiste voor een doeltreffende toepassing van het EU-recht, is een kernwaarde die ten grondslag ligt aan het externe optreden van de EU en diverse Europese verdragsbepalingen zien op het eerbiedigen van de rechtstaat, de waarborging van grondrechten e.d.

In deze mededeling wordt vastgesteld dat de rechtstaat in sommige lidstaten gevaar loopt. De onafhankelijkheid van de rechtspraak is in het geding, er is sprake van regeren bij decreet, van corruptie en machtsmisbruik, en de onafhankelijke en pluriforme media liggen onder vuur. Voortbouwend op de mededeling van 3 april 2019 en op het maatschappelijk debat dat daarop volgde, schetst de Commissie drie richtingen om de rechtstaat verder te beschermen:

  • 1. 
    Kennisvergroting en het bevorderen van een gemeenschappelijke rechtstatelijke cultuur door voorlichting, debat en onderwijs, i.s.m. maatschappelijk middenveld, media, academische wereld en onderwijs, alsmede met Europese juridische en rechterlijke netwerken, nationale parlementen en organisaties als de Raad van Europa, OVSE, OECD, VN et cetera.
  • 2. 
    Samenwerking en ondersteuning ter versterking van de rechtsstaat op nationaal niveau. De EU zou ondersteuning moeten bieden bij het waarborgen van de rechtstaat in de lidstaten, niet in de laatste plaats om te voorkomen dat problemen met de rechtstaat escalatie naar het Europese niveau vergen. Om hiertoe in staat te zijn zou de Europese monitoring van de rechtstaat in de lidstaten moeten worden omgevormd tot “toetsingsproces voor de rechtstaat” met specifieke, in de mededeling genoemde, kenmerken. Dit proces zou gebaseerd moeten zijn op een intensieve dialoog met de lidstaten en belanghebbenden over rechtsstatelijkheid en het opzetten van een netwerk van nationale contactpunten. Over de staat van de rechtstaat in de Unie zou de Commissie dan jaarlijks een jaarverslag moeten publiceren, dat als basis kan dienen voor debat in het Europees Parlement en de Raad.
  • 3. 
    Handhaving op EU-niveau van de rechtstaat in de lidstaten als nationale mechanismen falen. In de mededeling wordt het belang van (de normstelling in de) jurisprudentie van het Hof van Justitie met betrekking tot rechtsstatelijkheid onderstreept, alsmede het belang van inbreukprocedures inzake de rechtstaat. Formele processen uit hoofde van het EU-kader voor de rechtsstaat en artikel 7 VEU zouden gebaat zijn bij duidelijkere en snellere procedures. Wanneer een lidstaat eenmaal de nodige stappen heeft genomen tot herstel van de rechtstaat, zou steun kunnen worden verleend gekoppeld aan een follow-uptoezicht. Aangezien problemen op het gebied van de rechtstaat in een lidstaat ook gevolgen (kunnen) hebben voor het functioneren van de EU op andere beleidsterreinen (bijvoorbeeld financiën en economie), zou uiterlijk eind 2020 moeten zijn onderzocht of in dit verband aanvullende maatregelen noodzakelijk zijn.

Behandeling Raad

Tijdens de Raad Algemene Zaken op 16 september 2019 vond er een debat plaatst over rechtsstatelijkheid in de Unie.

Tijdens de JBZ-raad op 18 en 19 juli 2019 vond er een werksessie plaats over het versterken van rechtsstatelijkheid. Het overgrote deel van de lidstaten gaf aan dat rechtsstatelijkheid ook in de JBZ-Raad besproken moet worden en steunde het pleidooi voor een actieve rol voor de Ministers van Justitie. Hierbij gaf de JBZ-raad aan dat de verhouding met andere Raadsformaties en met name de Raad Algemene Zaken ook goed in het oog gehouden moet worden.

In de databank EUR-Lex wordt de laatste stand van zaken in de Europese behandeling van het voorstel weergegeven.


Behandeling Europees Parlement

Het voorstel wordt behandeld door de commissie voor burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken van het Europees Parlement. De commissies voor constitutionele zaken (AFCO) is ingesteld als adviescommissie.

In de databank OEIL van het Europees Parlement wordt de laatste stand van zaken in de behandeling van het voorstel weergegeven.


Standpunten andere lidstaten (IPEX)

De Duitse Bundesrat heeft op 20 september 2019 middels een politiek dialoog aan de Europese Commissie zijn standpunt ingediend over het voorstel.

In de databank IPEX wordt de behandeling van het voorstel in de diverse (kandidaat) lidstaatparlementen weergegeven.


Alle bronnen

Sociale media menu


Volg via