E190010
  ruit icoon
Laatste revisie: 15-04-2021

E190010 - Commissiemededeling: Versterking van de rechtsstaat binnen de Unie - Een blauwdruk voor actie



Deze mededelingPDF-document bouwt voort op die van 3 april 2019PDF-document, waarin de Europese Commissie onder andere een overzicht bood van het huidige instrumentarium voor de monitoring, beoordeling en bescherming van de rechtsstaat in de Unie, waaronder inbreukprocedures, het Europees semester, het EU-scorebord voor justitie en het mechanisme voor samenwerking en toetsing.


Stand van zaken

Behandelfase Eerste Kamer: behandeling in commissie Eerste Kamer.

nationaal

Op 13 april 2021 bespraken de commissies EUZA, J&V en BiZa/AZ de brief van de minister van Buitenlandse Zaken inzake de Nederlandse inzending over de toetsingscyclus voor de rechtsstaat 2021 (EK, N). Het tweede Rechtsstaatrapport van de Europese Commissie zal worden betrokken bij het themadebat over rechtsstatelijkheid, grondrechten en democratie in de EU dat in het najaar 2021 met een nieuw aangetreden kabinet zal worden gevoerd.

Europees

Het Europees Parlement heeft de mededeling betrokken bij het verslag over de controle op de toepassing van het recht van de Europese Unie 2017, 2018 en 2019. Middels het aannemen van een resolutiePDF-document werd de behandeling op 20 januari 2021 afgerond.


Kerngegevens

document Europese Commissie

COM(2019)343PDF-document, d.d. 17 juli 2019

rechtsgrondslag

Artikel 2 VWEU

commissies Eerste Kamer


Behandeling Eerste Kamer

Op 13 april 2021 bespraken de commissies EUZA, J&V en BiZa/AZ de brief van de minister van Buitenlandse Zaken inzake de Nederlandse inzending over de toetsingscyclus voor de rechtsstaat 2021 (EK, N). Het tweede Rechtsstaatrapport van de Europese Commissie zal worden betrokken bij het themadebat over rechtsstatelijkheid, grondrechten en democratie in de EU dat in het najaar 2021 met een nieuw aangetreden kabinet zal worden gevoerd.

Op 19 maart 2021 ontving de Kamer een brief inzake de Nederlandse inzending over de toetsingscyclus voor de rechtsstaat 2021 (EK, N).

Op 2 maart 2021 bespraken de commissies de brief van de minister van Buitenlandse Zaken inzake de kabinetsreactie op het overzichtsrapport van de Universiteit Utrecht over de rechtsstatelijkheid van de EU (EK, M) en besloten dit te betrekken bij het voorgenomen themadebat over rechtsstatelijkheid in de EU.

Op 12 januari 2021 besloten de commissie de brief van de de Eurocommissaris voor Justitie (EK, L) voor kennisgeving aan te nemen.

Daarnaast besloot de commissie om de Kabinetsreactie op het overzichtsrapport van Universiteit Utrecht over de rechtsstatelijkheid van de EU (EK, M), aan te houden tot na het Algemeen Overleg van de Tweede Kamer over Rechtsstatelijke ontwikkelingen in de Europese Unie, ingepland op 27 januari 2021.

Op 18 december 2020 ontving de Kamer een kabinetsreactie op het overzichtsrapportPDF-document van de Universiteit Utrecht over de rechtsstatelijkheid van de EU.

Op 14 december 2020 stuurde de Eurocommissaris voor Justitie een antwoord (EK, L) op de brief over de over de Nederlandse inzending inzake de EU-toetsingscyclus voor de rechtsstaat (EK, K).

Op 13 november 2020 stuurde de minister van Buitenlandse Zaken een antwoord (EK, J) op de nadere vragen over de insluiting van het Coronavirus in Hongarije.

De commissies bespraken dit verslag van een nader schriftelijk overleg op 17 november 2020 en besloten dit voor kennisgeving aan te nemen.

Tevens besloten de commissies Eurocommissaris Reynders uit te nodigen voor een videogesprek van een uur over het Rechtsstaatverslag 2020 van de Europese Commissie. Over eventuele vervolgstappen ten aanzien van het verslag en het landenrapport over Nederland wensen zij nadien te besluiten.

Op 27 oktober 2020 bespraken de commissies de inbreng bij het gesprek van de commissievoorzitter EUZA, Oomen-Ruijten voor het videogesprek op 29 oktober 2020 met Eurocommissarissen Jourova en Reynders over de rechtsstaat in de EU.

De commissies besloten daarnaast dat de leden Rombouts (CDA, commissie J&V) en Karimi (GL, commissie EUZA) vanuit de commissies EUZA en J&V op 10 november 2020 zullen deelnemen aan de Interparlementaire commissiebijeenkomst (ICM) over het eerste Rule of Law-verslag van de Europese Commissie en de rol van nationale parlementen.

De brief over de Nederlandse inzending inzake de EU-toetsingscyclus voor de rechtsstaat (EK, K) werd op 26 oktober 2020 aan de Europese Commissie verstuurd.

De brief met nadere vragen over de maatregelen voor insluiting van het coronavirus in Hongarije werd op 13 oktober 2020 aan de minister van Buitenlandse Zaken verstuurd.

Op 6 oktober 2020 leverde de FvD-fractie (Wely) inbreng voor een nader schriftelijk overleg met de regering over de maatregelen voor insluiting van het coronavirus in Hongarije en inbreng voor een schriftelijk overleg met de Europese Commissie inzake de Nederlandse inzending over de EU-toetsingscyclus voor de rechtsstaat.

Daarnaast besloten de commissies het verslagPDF-document van de Europese Commissie over de rechtsstaat 2020 in behandeling te nemen en om door middel van een commissiebrief de regering te vragen om de aangekondigde kabinetsappreciatie voor de Algemene Europese Beschouwingen op 3 november 2020 te kunnen ontvangen. De brief met dit verzoek werd op 9 oktober 2020 aan de minister van Buitenlandse Zaken verstuurd.

Op 22 september 2020 besloten de commissies om op 6 oktober 2020 inbreng te leveren ten behoeve van nader schriftelijk overleg inzake de maatregelen voor insluiting van het Coronavirus in Hongarije. Daarnaast besloten de commissies in afwachting van de publicatie van het Rechtsstaatrapport van de Europese Commissie om op 6 oktober 2020inbreng te leveren ten behoeve van nader schriftelijk overleg over de Nederlandse inzending over de EU-toetsingscyclus voor de rechtsstaat.

Op 14 juli 2020 stuurde de minister van Buitenlandse Zaken een antwoord op de brief over de kabinetsreactie inzake de maatregelen voor insluiting van het Coronavirus in Hongarije (EK, G) en de Nederlandse inzending over de EU-toetsingscyclus voor de rechtsstaat (EK, H en bijlagePDF-document). De commissies bespreken dit op 22 september 2020.

Op 19 juni 2020 werd de brief over de Nederlandse inzending van de EU-toetsingscyclus voor de rechtsstaat en de brief over de kabinetsreactie inzake de maatregelen voor insluiting van het Coronavirus in Hongarije aan de minister van Buitenlandse Zaken en de minister van Justitie en Veiligheid verstuurd.

Op 16 juni 2020 werden beide conceptbrieven ongewijzigd vastgesteld.

Op 9 juni 2020 leverden de leden van de fracties van CDA (Rombouts) en GroenLinks (Veldhoen) inbreng voor schriftelijk overleg met de regering over de Nederlandse inzending van de EU-toetsingscyclus voor de rechtsstaat (EK, F). De leden van de fracties van GroenLinks (Karimi) en SGP (Van Dijk) leverden inbreng voor schriftelijk overleg met de regering over de briefPDF-document van de Hongaarse parlementsvoorzitter inzake een verantwoording van de Hongaarse wetgeving ter bestrijding van het coronavirus en de kabinetappreciatie hiervan (EK, E). Een meerderheid in de commissies verzocht - op initiatief van de leden van de fractie van de PvdA (Koole) - in de conceptbrief tevens instemming tot uitdrukking te brengen met de Nederlandse kabinetsappreciatie ten aanzien van de maatregelen in het kader van de bestrijding van het Coronavirus in Hongarije. Het lid Stienen (D66) gaf aan dat zij binnenkort in het het kader van de PACE spreekt met een vertegenwoordiger van de Hongaarse overheid.

Op 26 mei 2020 bespraken de commissies de brief inzake de Nederlandse inzending van de EU-toetsingscyclus voor de rechtsstaat (EK, F) en de briefPDF-document van de Hongaarse parlementsvoorzitter, László Kövér, inzake een verantwoording van de Hongaarse wetgeving ter bestrijding van het coronavirus en de kabinetsappreciatie (EK, E) hiervan en besloten om op 9 juni 2020 gelegenheid te bieden voor inbreng voor schriftelijke overleg met de regering.

Op 20 mei 2020 stuurde de regering een brief (EK, F) met haar beantwoordingPDF-document van een questionnaire van de Europese Commissie over de toetsingscyclus van de Rechtsstaat in de EU.

Op 19 mei 2020 stuurde de minister van Buitenlandse Zaken een afschrift (EK, E) van een kabinetsappreciatie over de maatregelen voor insluiting van het Coronavirus in Hongarije die de Tweede Kamer heeft gevraagd naar aanleiding van de brief van de Hongaarse Parlementsvoorzitter Kövér.

Op 4 april 2020 stuurde de Voorzitter van het Hongaarse Nationale Assemblee een briefPDF-document aan de Voorzitter van de Eerste Kamer met een toelichting op de Hongaarse wetgeving ter bestrijding van het coronavirus.

Op 21 april 2020 besloten de commissies de brief van de Hongaarse Parlementsvoorzitter Kövér inzake de Hongaarse wetgeving voor maatregelen ter bestrijding van het coronavirus voor kennisgeving aan te nemen. De commissies besloten om het agendapunt opnieuw te agenderen zodra de kabinetsappreciatie, die de Tweede Kamer heeft gevraagd naar aanleiding van de brief, is verschenen.

Op 3 maart 2020 leverden de leden van de FVD-fractie (Cliteur) inbreng voor nader schriftelijk overleg met de regering.

De brief met nadere vragen werd op 16 maart 2020 aan de minister van Buitenlandse Zaken verstuurd.

Op 3 maart 2020 stuurde de Europese Commissie een antwoord (EK, D) op de vragen in het kader van het politiek dialoog van de commissies (EK, A) . Op 10 maart 2020 bespraken de commissies de brief van de Europese Commissie en besloten dit voor kennisgeving aan te nemen.

Op 10 februari 2020 stuurden de ministers van Buitenlandse Zaken, van Justitie en Veiligheid, van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en voor Rechtsbescherming een antwoord (EK, C) op de brief van 17 december 2019. De commissies bespraken dit verslag van een nader schriftelijk overleg op 18 februari 2020 en besloten in nader schriftelijk overleg te treden. De inbrengdatum werd gesteld op 3 maart 2020.

Op 10 december 2019 leverden de leden van de FVD-fractie (Cliteur) inbreng voor nader schriftelijk overleg met de regering.

Op 17 december 2019 werd de brief met nadere vragen aan de minister van Buitenlandse Zaken verstuurd.

Op 26 november 2019 bespraken de commissies het verslag van een schriftelijk overleg (EK, B) met de regering van 19 november 2019 en besloten de mogelijkheid te bieden in nader schriftelijk overleg te treden met als inbrengdatum 10 december 2019.

Op 19 november 2019 stuurden de ministers van Buitenlandse Zaken, van Justitie en Veiligheid, van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en voor Rechtsbescherming een antwoord (EK, B) op de brief van 4 oktober 2019.

Op 4 oktober 2019 is de brief met vragen van de PVV-fractie in het kader van de politieke dialoog met de Europese Commissie verstuurd (EK, A).

Op 24 september 2019 leverden de leden van de van de fracties van FVD (Van Wely), PvdA (Koole) en CU (Huizinga-Heringa) inbreng voor schriftelijk overleg met de regering. Inbreng voor schriftelijk overleg met de regering en/of politieke dialoog met de Europese Commissie wordt voorts overwogen door de leden van de fracties van de PVV (Faber-Van de Klashorst), de Fractie Otten (Rookmaker) en de fractie van 50PLUS (Baay-Timmerman).

De brief aan de regering werd op 4 oktober 2019 verstuurd.

Op 10 september 2019 besloten de commissies om de Mededeling in behandeling te nemen. Inbreng voor schriftelijk overleg met de regering/ Europese Commissie zal worden geleverd op 24 september 2019.

Mede naar aanleiding van de bespreking van de Mededeling wordt de staf verzocht een gezamenlijk overleg van de commissie EUZA in te plannen met haar zustercommissie in de Tweede Kamer, waarbij ook het onderwerp Rechtsstaat zal worden geagendeerd.


Behandeling Tweede Kamer

Op 24 maart 2021 dienden de leden Paternotte en Kuik een motie in over de Europese Commissie vragen het rechtsstatelijkheidsmechanisme in werking te doen treden. De motie werd op dezelfde dag aangenomen.

Op 18 januari 2021 is het verslag van de co-rapporteurs Bosman (VVD) en Van der Graaf (CU) over de co-rapporteurs rechtsstatelijke ontwikkelingen in de EU vastgesteld en gepubliceerd.

Het voorstel werd betrokken bij een Algemeen Overleg over Rechtsstatelijke ontwikkelingen in de Europese Unie. Dit Algemeen Overleg werd gehouden op 27 januari 2021.

Op 29 juni 2020 dienden de leden Jetten (D66) en van Ojik (GL) tijdens een notaoverleg over de Staat van de Europese Unie een motie in over voortzetting van de artikel 7-procedure tegen Polen en Hongarije. Op 1 juli 2020 werd de motie aangenomen.

Op 14 april 2020 heeft de Tweede Kamercommissie voor Europese Zaken een appreciatie verzocht aan de regering van de brief van Parlementsvoorzitter Kövér over de insluiting van Covid-19. De commissie ontving de appreciatie op 14 mei 2020.

Op 2 december 2019 stuurde de commissie EUZA een brief aan de minister van Buitenlandse Zaken met onder andere vragen over rechtsstatelijkheid binnen de Unie. Op 6 december 2019 stuurde de minister van Buitenlandse Zaken een antwoord.

Op 12 september 2019 dienden de leden Paternotte en Omtzigt tijdens het VAO Raad Algemene Zaken van 16 september 2019 een motie in over de reikwijdte en toepassing van de toetsingscyclus rechtsstaat. De motie werd aangenomen.

Op 16 september 2019 heeft de Minister van Buitenlandse Zaken tijdens de bespreking van de Mededeling in de Raad Algemene Zaken het standpunt van de motie onder de aandacht gebracht.

Op 5 september 2019 besloot de commissie EUZA om de mededeling te betrekken bij een algemeen overleg over Rechtsstatelijke ontwikkelingen in de EU. De datum voor dit overleg is nog niet bekend.


Standpunt Nederlandse regering

Op 6 september 2019 stuurde de regering een BNC-fiche naar de Kamer over de mededeling.

De regering heeft een positieve grondhouding ten aanzien van de subsidiariteit van de mededeling. Het bevorderen en waarborgen van rechtsstatelijkheid is volgens de regerin weliswaar een verantwoordelijkheid voor de lidstaten, maar de regering is ook van mening dat dit het functioneren van de Unie in den brede raakt en het wederzijds vertrouwen dat tussen lidstaten dient te bestaan. De regering heeft ook een positieve grondhouding ten aanzien van de proportionaliteit van de mededeling. Volgens de regering worden in de mededeling reeds enkele concrete initiatieven aangekondigd ter versterking van de rechtsstaat in de Unie, evenals een aantal verzoeken aan de instellingen van de Unie en de lidstaten en andere belanghebbende (justitiële netwerken, maatschappelijk middenveld), om na te denken over ideeën die verder dienen te worden uitgewerkt. De regering is hierbij van mening dat de Commissie niet verder gaat dan noodzakelijk om de gestelde doelen van de mededeling te bereiken. Over de aankondiging van een toetsingscyclus voor de rechtsstaat ter voorkoming van rechtsstatelijke problemen, is de regering van mening dat hiermee op passende en evenredige wijze kan worden bijgedragen aan een versterking van het rechtsstaatinstrumentarium. Vroegtijdige signalering van rechtsstatelijke problemen kan volgens de regering verdere escalatie voorkomen en een dialoog hierover tussen de lidstaten en de EU-instellingen stimuleren.


Samenvatting voorstel Europese Commissie

Deze mededelingPDF-document bouwt voort op die van 3 april 2019PDF-document, waarin de Europese Commissie onder andere een overzicht bood van het huidige instrumentarium voor de monitoring, beoordeling en bescherming van de rechtsstaat in de Unie, waaronder inbreukprocedures, het Europees semester, het EU-scorebord voor justitie en het mechanisme voor samenwerking en toetsing. De Commissie stelt vast dat de verantwoordelijkheid voor de bescherming van de rechtsstaat in de eerste plaats bij iedere lidstaat afzonderlijk berust, maar dat het tevens een verantwoordelijkheid van de lidstaten gezamenlijk én van de Unie is. De rechtsstaat is immers een vereiste voor een doeltreffende toepassing van het EU-recht, is een kernwaarde die ten grondslag ligt aan het externe optreden van de EU en diverse Europese verdragsbepalingen zien op het eerbiedigen van de rechtsstaat, de waarborging van grondrechten e.d.

In deze mededeling wordt vastgesteld dat de rechtsstaat in sommige lidstaten gevaar loopt. De onafhankelijkheid van de rechtspraak is in het geding, er is sprake van regeren bij decreet, van corruptie en machtsmisbruik, en de onafhankelijke en pluriforme media liggen onder vuur. Voortbouwend op de mededeling van 3 april 2019 en op het maatschappelijk debat dat daarop volgde, schetst de Commissie drie richtingen om de rechtsstaat verder te beschermen:

  • 1. 
    Kennisvergroting en het bevorderen van een gemeenschappelijke rechtstatelijke cultuur door voorlichting, debat en onderwijs, i.s.m. maatschappelijk middenveld, media, academische wereld en onderwijs, alsmede met Europese juridische en rechterlijke netwerken, nationale parlementen en organisaties als de Raad van Europa, OVSE, OECD, VN et cetera.
  • 2. 
    Samenwerking en ondersteuning ter versterking van de rechtsstaat op nationaal niveau. De EU zou ondersteuning moeten bieden bij het waarborgen van de rechtsstaat in de lidstaten, niet in de laatste plaats om te voorkomen dat problemen met de rechtsstaat escalatie naar het Europese niveau vergen. Om hiertoe in staat te zijn zou de Europese monitoring van de rechtsstaat in de lidstaten moeten worden omgevormd tot “toetsingsproces voor de rechtstaat” met specifieke, in de mededeling genoemde, kenmerken. Dit proces zou gebaseerd moeten zijn op een intensieve dialoog met de lidstaten en belanghebbenden over rechtsstatelijkheid en het opzetten van een netwerk van nationale contactpunten. Over de staat van de rechtsstaat in de Unie zou de Commissie dan jaarlijks een jaarverslag moeten publiceren, dat als basis kan dienen voor debat in het Europees Parlement en de Raad.
  • 3. 
    Handhaving op EU-niveau van de rechtsstaat in de lidstaten als nationale mechanismen falen. In de mededeling wordt het belang van (de normstelling in de) jurisprudentie van het Hof van Justitie met betrekking tot rechtsstatelijkheid onderstreept, alsmede het belang van inbreukprocedures inzake de rechtsstaat. Formele processen uit hoofde van het EU-kader voor de rechtsstaat en artikel 7 VEU zouden gebaat zijn bij duidelijkere en snellere procedures. Wanneer een lidstaat eenmaal de nodige stappen heeft genomen tot herstel van de rechtsstaat, zou steun kunnen worden verleend gekoppeld aan een follow-uptoezicht. Aangezien problemen op het gebied van de rechtsstaat in een lidstaat ook gevolgen (kunnen) hebben voor het functioneren van de EU op andere beleidsterreinen (bijvoorbeeld financiën en economie), zou uiterlijk eind 2020 moeten zijn onderzocht of in dit verband aanvullende maatregelen noodzakelijk zijn.

Behandeling Raad

Tijdens de Raad Algemene Zaken van 26 mei 2020 lichtte de Europese Commissie de stand van zaken toe met betrekking tot de toetsingscyclus voor de rechtsstaat.

Tijdens de Raad Algemene Zaken op 19 november 2019 is er een openbare gedachtewisseling geweest met de directeur van het EU-Grondrechtenagentschap (FRA) waarbij werd ingegaan op de versterking van rechtsstatelijkheid binnen de EU.

Tijdens de Raad Algemene Zaken op 16 september 2019 vond er een debat plaatst over rechtsstatelijkheid in de Unie.

Tijdens de JBZ-raad op 18 en 19 juli 2019 vond er een werksessie plaats over het versterken van rechtsstatelijkheid. Het overgrote deel van de lidstaten gaf aan dat rechtsstatelijkheid ook in de JBZ-Raad besproken moet worden en steunde het pleidooi voor een actieve rol voor de Ministers van Justitie. Hierbij gaf de JBZ-raad aan dat de verhouding met andere Raadsformaties en met name de Raad Algemene Zaken ook goed in het oog gehouden moet worden.

In de databank EUR-Lex wordt de laatste stand van zaken in de Europese behandeling van het voorstel weergegeven.


Behandeling Europees Parlement

Het Europees Parlement heeft de mededeling betrokken bij het verslag over de controle op de toepassing van het recht van de Europese Unie 2017, 2018 en 2019. Middels het aannemen van een resolutiePDF-document werd de behandeling op 20 januari 2021 afgerond.

Het voorstel wordt behandeld door de commissie voor burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken van het Europees Parlement. De commissies voor constitutionele zaken (AFCO) is ingesteld als adviescommissie.

In de databank OEIL van het Europees Parlement wordt de laatste stand van zaken in de behandeling van het voorstel weergegeven.


Standpunten andere lidstaten (IPEX)

De Duitse Bundesrat heeft op 20 september 2019 middels een politiek dialoog aan de Europese Commissie zijn standpunt ingediend over het voorstel.

In de databank IPEX wordt de behandeling van het voorstel in de diverse (kandidaat) lidstaatparlementen weergegeven.


Reacties Derden

Op 15 juni 2020 publiceerde de Commissie Meijers een notitiePDF-document over bestaande instrumenten, procedures en beleidsmaatregelen die binnen en buiten de EU beschikbaar zijn om de rechtsstaat in de EU-lidstaten en op EU-niveau zelf te beschermen.

Op 4 april 2020 stuurde de Voorzitter van het Hongaarse Nationale Assemblee een briefPDF-document aan de Voorzitter van de Eerste Kamer met een toelichting op de Hongaarse wetgeving ter bestrijding van het coronavirus.

Op 31 maart 2020 ontving de Kamer van de Hongaarse Ambassade een vertalingPDF-document van het ministerie van Justitie van Hongarije van de wet ter bestrijding van het coronavirus. Het wetsvoorstel werd op 30 maart 2020 door de Hongaarse Assemblee aangenomen en trad op 31 maart 2020 in werking.


Alle bronnen