Beantwoording vragen Europese politiesamenwerking



De Europese Commissie heeft vragen beantwoord van de commissie Justitie en Veiligheid (J&V) van de Eerste Kamer over het pakket EU-voorstellen over politiële samenwerking. De leden van de fractie van GroenLinks stelden op 29 maart 2022 vragen over dit pakket. De Europese Commissie antwoordde op 11 juli 2022.

Grotere versie foto

Vragen en antwoorden

De leden vroegen de Europese Commissie of en waarom zij het wenselijk vindt dat politiële samenwerking plaatsvindt met landen waarvan duidelijk is dat de rechtsstaat en/of de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht onder druk staat, zoals Hongarije en Polen. Ook vragen zij hoe de Europese Commissie kan voorkomen dat wordt ingeboet aan rechtsstatelijke waarborgen in de Europese Unie.

De Europese Commissie is van mening dat de uitvoering van het pakket niet zal leiden tot verminderde rechtsstatelijke garanties in enige lidstaat. Zij is vastbesloten om zo nodig gebruik te maken van de middelen waarover zij beschikt om dat te voorkomen. De Europese Commissie zet een aantal instrumenten in om de rechtsstaat te waarborgen, zoals het Europees rechtsstaatmechanisme. Ook bestaan er, aldus de Commissie, mechanismen om inbreuken op de rechtsstaat te bestraffen. Dit is onder andere de artikel-7 procedure die kan leiden tot schorsing van een EU-lidstaat bij ernstige en voortdurende schending. Er lopen op dit moment artikel-7 procedures tegen zowel Polen als Hongarije.

Voorstellen voor Europese politiële samenwerking

De Europese Commissie presenteerde de voorstellen voor een EU-code voor politiële samenwerking in december 2021. Het pakket bestaat uit:

  • Voorstel voor een Aanbeveling van de Raad inzake operationele politiële samenwerking (COM(2021)780);
  • Voorstel voor een Richtlijn betreffende de uitwisseling van informatie tussen de rechtshandhavingsinstanties van de lidstaten (COM(2021)782);
  • Voorstel voor een Verordening betreffende geautomatiseerde gegevensuitwisseling ten behoeve van politiële samenwerking ("Prüm II") (COM(2021)784).

Met deze voorstellen wil de Europese Commissie samenwerking tussen de lidstaten op het gebied van rechtshandhaving verbeteren en de instrumenten voor informatie-uitwisseling moderniseren.

Procedures in de Eerste Kamer en in de EU

De commissie J&V besprak de beantwoording van de Europese Commissie op 13 september 2022 en besloot dit voor kennisgeving aan te nemen. De commissie heeft in maart ook vragen gesteld de regering. Deze zijn op 26 april 2022 beantwoord. Op 10 mei 2022 nam de commissie de beantwoording voor kennisgeving aan.

De aanbeveling inzake operationele politiële samenwerking is op 13 juni 2022 in werking getreden. Over de voorstellen voor een richtlijn betreffende informatie-uitwisseling tussen rechtshandhavingsinstanties en voor een Prüm II-verordening hebben de EU-landen overeenstemming bereikt in de Raad. Het Europees Parlement heeft nog geen positie ingenomen. Wanneer het Europees Parlement en de Raad hebben ingestemd met de voorstellen, kunnen de richtlijn en de verordening in werking treden.

Lees meer:


Deel dit item:
Begin van een dialoog venster. Het bevat 1 afbeelding. Escape sluit dit venster.