Een nieuw Europees verdrag



Fase

 

Voortraject

Onderhandelingen over een Europese Grondwet (oktober 2004 - december 2006)

Vergaderingen

 

Brondocumenten

 

Inleiding

Na het nee in het Franse en Nederlandse referendum over het Europees Constitutioneel Verdrag besloten de Europese regeringsleiders tot het instellen van een Europese reflectieperiode. Tijdens de Europese Raad van juni 2006 werd besloten deze periode met een jaar te verlengen. In juni 2007, onder Duits EU-voorzitterschap diende besloten te worden hoe de Europese toekomst met een Europees verdrag vormgegeven moest worden. Op basis van artikel 48 van het EU-Verdrag moet een intergouvernementele conferentie (IGC) in het leven geroepen worden om de bestaande Europese Verdragen te wijzigen.

In aanloop naar en tijdens de IGC spreken de regeringen van de EU-lidstaten (en de Europese supranationale instellingen) over de aanpassingen en vernieuwingen die zij wenselijk achten in een nieuw Europees Verdrag.


Parlementaire goedkeuring in Europese Lidstaten

Het Verdrag van Lissabon is weliswaar door de Europese regeringsleiders ondertekend, maar vervolgens moeten alle lidstaten van de Europese Unie deze volgens hun nationale procedures van een akkoord voorzien ofwel ratificeren. De inwerkingtreding van de Europese Grondwet was voorzien per 1 januari 2009.

Parlementen van de lidtstaten van de die het Verdrag inmiddels goedgekeurd hebben zijn:

  • Hongarije ( 17 december 2007 )
  • Slovenië ( 29 januari 2008 )
  • Malta ( 29 januari 2008 )
  • Roemenië ( 4 februari 2008 )
  • Frankrijk ( 7-8 februari 2008 )
  • Bulgarije ( 21 maart 2008 )
  • Polen ( 1-2 april 2008 )
  • Oostenrijk ( 9 april 2008 )
  • Slowakije ( 10 april 2008 )
  • Portugal ( 23 april 2008 )
  • Denemarken ( 24 april 2008 )
  • Litouwen ( 8 mei 2008 )
  • Letland ( 8 mei 2008 )
  • Duitsland ( 23 mei 2008 )
  • Luxemburg ( 29 mei 2008 )
  • Estland ( 11 juni 2008 )
  • Finland ( 11 juni 2008 )
  • Griekenland ( 11 juni 2008 )
  • Verenigd Koninkrijk ( 18 juni 2008 )
  • Cyprus ( 3 juli 2008 )
  • NEDERLAND ( 8 juli 2008 )
  • België ( 11 juli 2008 )
  • Spanje ( 15 juli 2008 )
  • Italië ( 31 juli 2008 )
  • Zweden ( 20 november 2008 )
  • Ierland ( 2 oktober 2009 )
  • Tsjechië ( 3 november 2009 )

Actualiteit: politiek krachtenveld/nieuws uit de EU (m.n. uit de media)

Het Verdrag van Lissabon is op 1 december 2009 inwerking getreden.

De Tsjechische president Vaclav Klaus heeft op 3 november 2009 zijn handtekening gezet onder het verdrag van Lissabon nadat het Constitutionele Hof van Tsjechië een klacht van zeventien senatoren afwees en de lidstaat een voorbehoud op het Handvest voor de Grondrechten kreeg tidjens de Europese Raad van 29-30 oktober 2009.

Op vrijdag 2 oktober 2009 vond in Ierland het tweede referendum plaats over het Verdrag van Lissabon. Met een respectabele opkomst en tweederde van de stemmen voor brengt dit referendum de inwerkingtreding van het Verdrag weer een stukje dichterbij.

Woensdag 7 juli 2009 maakte de Ierse premier Brian Cowen bekend dat het tweede Ierse referendum over het Verdrag van Lissabon zal worden gehouden op 2 oktober 2009.

Tijdens de Europese Raad op 18-19 juni 2009 hebben de regeringsleiders en staatshoofden enkele conclusiesPDF-document aangenomen ten aanzien van Ierland en het Verdrag van Lissabon. De Ierse premier liet weten dat Ierland naar aanleiding van een nationale verklaringPDF-document genoeg garanties heeft gekregen om begin oktober een nieuw referendum te organiseren in het land. De garanties betreffen onder andere de Ierse abortuspraktijk, de neutraliteit en de belastingwetgeving.

Tijdens de Europese Raad van 11-12 december 2008 is vervolgens een traject uitgestippeld waarmee tegemoet is gekomen aan de Ierse zorgen en wensen. Voorwaarde is wel dat de Ierse regering het Verdrag van Lissabon vóór het verstrijken van de zittingstermijn van de huidige Europese Commissie ratificeert. Afgesproken is dat de Europese Commissie tot januari 2010 aanblijft. Naar verwachting zal in oktober 2009 in Ierland een tweede referendum over het Verdrag van Lissabon plaatsvinden.

De zorgen van Ierland hadden betrekking op het behoud van een eigen Eurocommissaris, belastingen, sociaal/ethische vraagstukken en de Ierse neutraliteit in relatie tot het Europese Veiligheids- en Defensiebeleid.

  • De belangrijkste tegemoetkoming aan Ierland tijdens de Europese Raad van 11-12 december 2008 betrof het behoud van één Eurocommissaris per lidstaat. Het nu geldende Verdrag van Nice bepaalt dat het huidige aantal Eurocommissarissen in 2009 zal worden beperkt. Het Verdrag van Lissabon opent echter de mogelijkheid voor de Europese Raad om een besluit te nemen dat in de Europese Commissie nog steeds één onderdaan van elke lidstaat zitting zal hebben. De Europese Raad heeft nu toegezegd zo'n besluit te zullen nemen, op voorwaarde dat het Verdrag van Lissabon vóór de nieuwe termijn van de Europese Commissie in januari 2010 in werking treedt.

Verder zijn de volgende garanties gegeven:

  • het Verdrag van Lissabon verandert niets aan de reikwijdte of werking van de bevoegdheden van de Unie met betrekking tot belastingheffing;
  • het Verdrag van Lissabon laat het veiligheids- en defensiebeleid van de lidstaten onverlet, ook het traditionele neutraliteitsbeleid van Ierland en de verplichtingen van de meeste andere lidstaten;
  • de toekenning door het Verdrag van Lissabon van een juridische status aan het EU-Handvest van de grondrechten en de bepalingen van dat Verdrag betreffende justitie en binnenlandse zaken, laten de bepalingen van de Ierse grondwet inzake het recht op leven, en inzake onderwijs en gezin geheel onverlet.

Tot slot zijn tijdens deze Europese Raad afspraken gemaakt over het aantal Europarlementariërs per lidstaat. Het Verdrag van Lissabon vergroot voor twaalf lidstaten het aantal Europees Parlementsleden ten opzichte van het huidige Verdrag van Nice. Aangezien het Verdrag van Lissabon vrijwel zeker niet in werking zal treden vóór de verkiezingen van het Europees Parlement in juni 2009, is een afspraak gemaakt over overgangsmaatregelen waarmee die twaalf lidstaten, zodra het Verdrag van Lissabon in werking treedt, ook daadwerkelijk het grotere aantal Europarlementariërs zullen krijgen in de resterende parlementaire periode van 2009-2014.

De Nederlandse regering is tevreden met het bereikte compromis, gezien de duidelijke toezegging van de Ierse regering een tweede ratificatiepoging te ondernemen. Wel heeft de Nederlandse minister-president gesteld dat nu dit akkoord tot stand is gekomen, er geen sprake meer kan zijn van aanvullende concessies. Inzet van de regering was dat een gezamenlijke oplossing werd gevonden, dat het ratificatieproces zo spoedig mogelijk zou worden voortgezet en dat het Verdrag van Lissabon recht overeind zou blijven.

Tijdens de Europese Raad op 19 en 20 juni 2008 hebben de staatshoofden en regeringsleiders afgesproken om op 15 oktober 2008 aan de hand van een nadere analyse en voorstellen van de Ierse premier opnieuw over de ontstane situatie te overleggen - intern en na overleg met de andere lidstaten- over een gemeenschappelijke weg vooruit.

Op vrijdag 13 juni 2008 vond in Ierland het referendum met betrekking tot het Verdrag van Lissabon plaats. 46,60 % Stemde voor en 53,40 % tegen waarmee het Verdrag verworpen is.

De plenaire behandeling in de Tweede Kamer van wetsvoorstel 31384 ( Goedkeuring van het op 13 december 2007 te Lissabon totstandgekomen Verdrag van Lissabon tot wijziging van het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap) vond plaats op 3 en 4 juni 2008. Op 5 juni 2008 werd wetsvoorstel 31384 aangenomen door de Tweede Kamer.

De geconsolideerde versies van de diverse EU-Verdragen zijn offcieel gepubliceerd in het Publicatieblad C115 d.d. 9 mei 2008.

Tijdens een feestelijke ceremonie op 13 december 2007 hebben de 27 lidstaten van de Europese Unie het Verdrag van Lissabon ondertekend. Meer informatie over de ratificatie van dit verdrag vindt u op de themapagina van de Europese Commissie.

Op 3 december 2007 werd de definitieve tekstPDF-document plus slotaktePDF-document van het hervormingsverdrag gepubliceerd. Het Verdrag wordt op 13 december 2007 ondertekend in Lissabon.

In de vroege ochtend van 19 oktober 2007 heeft de (informele) Europese Raad een akoord bereiktPDF-document over de tekst van het Hervormingsverdrag. Dit zal naar verwachting tijdens de Europese Raad van december ondertekend worden.

De Raad Algemene Zaken en Externe betrekkingen heeft op 14 en 15 oktober 2007 gesproken over het nieuwe verdrag op basis van de teksten van de juridische experts. Voor een stand van zaken klikt u hier.

Op vrijdag 5 oktober 2007 zijn de door de juristen geaccordeerde teksten van het Hervormingsverdrag openbaar geworden (zie de vier raadsdocumenten van die datum in het documentenoverzicht onderaan de pagina).

Op dinsdag 2 oktober 2007 hebben de juristen in de Intergouvernementele Conferentie een akkoord bereikt over de tekst van het Hervormingsverdrag. Aansluitend is de tekst voorgelegd aan de vertaaldienst opdat zo snel mogelijk een integrale versie in alle officiële EU-talen beschikbaar is. Zie voor meer informatie ook dit nieuwsbericht.

Op vrijdag 21 september 2007 heeft de Nederlandse regering naar aanleiding van het advies van de Raad van State besloten dat een nieuw referendum inzake het nieuwe Europese Verdrag niet noodzakelijk is. Voor de ratificatie van het EU-wijzigingsverdrag zal dan ook de normale goedkeuringsprocedure via de Eerste en Tweede Kamer worden gevolgd. Een samenvatting van het advies en het nader rapport van de regering vindt u in dit memo.

Op maandag 16 juli 2007 werd formeel besloten, na positief advies van de Europese Commissie, het Europees Parlement en de Europese Centrale Bank, de IGC 2007 te openen op maandag 23 juli 2007. En marge van de Raad Algemene Zaken en Externe betrekkingen zal een korte ceremoniële bijeenkomst gehouden worden om de IGC officieel van start te laten gaan. Op basis van het mandaat vastgesteld tijdens de Europese Raad van juni 2007 presenteert het Portugese EU-voorzitterschap de amendementen die doorgevoerd moeten worden op de bestaande Europese verdragen. Een werkgroep van juridische experts zal vervolgens werken aan een nieuwe integrale Verdragstekst welke voor de eerste maal inhoudelijk besproken zal worden op de informele Europese Raad van 18-19 oktober 2007.

25 juni 2007:

De Europese Raad heeft na een marathonzitting op zaterdagochtend 23 juni 2007 overeenstemming bereikt over de contouren van een nieuw Europees Verdrag. De juridische details en de exacte formulering van de Verdragsartikelen zullen de komende maanden worden uitgewerkt tijdens een Intergouvernementele Conferentie. De Portugese premier Socrates, inkomend voorzitter van de Raad, heeft laten weten dat de IGC op 23 juli van start zal gaan en in beginsel in oktober haar werkzaamheden zal moeten afronden. Over de ratificatie van het nieuwe Verdrag wil Socrates zich voorlopig nog geen zorgen maken. De aanstaande Britse premier, Gordon Brown, heeft laten doorschemeren geen referendum te zullen uitschrijven over het nieuwe Verdrag.

20 juni 2007:

Op dinsdagavond 19 juni heeft het voorzitterschap een ontwerpmandaat voor de intergouvernementele conferentie naar de lidstaten gestuurd. Dit mandaatPDF-document zal tijdens de Europese Raad van 21 en 22 juni worden besproken. De belangrijkste punten zouden zijn:

  • de benamingen richtlijn en verordening blijven bestaan, ten koste van de in het grondwettelijk verdrag voorgestelde benamingen Europese wet en Europese kaderwet;
  • opname van een opt-in bepaling voor JBZ-beleid, zodat de lidstaten hier op meer snelheden kunnen samenwerken (wens van met name het Verenigd Koninkrijk). Indien een derde van de lidstaten samenwerking op een bepaald punt wenselijk acht, is dat mogelijk;
  • opname van de bepaling dat het gemeenschappelijk buitenlands beleid onderworpen is aan "specifieke procedures" en buiten de competentie valt van de Commissie, het EP en het Hof van Justitie;
  • introductie van een oranjekaartprocedure, waardoor de Commissie verplicht wordt de noodzaak van een wet te motiveren, indien een derde van de nationale parlementen een subsidiariteitsbezwaar constateert;
  • introductie van de mogelijkheid om de EU vrijwillig te verlaten;
  • vaststelling dat potentiële lidstaten de waarden van de EU moeten respecteren, onderschrijven en bevorderen. De Kopenhagencriteria voor toetreding worden niet expliciet opgenomen;
  • verbindendverklaring van het Handvest voor de Grondrechten door middel van een verwijzingsartikel;
  • verplaatsing naar een protocol van de bepaling dat Europees recht voorrang heeft boven nationaal recht;
  • opname van een bepaling over de socialezekerheidssystemen van de lidstaten: indien een lidstaat meent dat de reikwijdte, kosten of financiële structuur van het eigen systeem door EU-regelgeving zou kunnen worden aangetast, dan kan een voorstel worden besproken in de Europese Raad.

15 juni 2007:

Verschillende media melden op basis van een vertrouwelijk rapportWord-document [bron: The Times Online] dat het Duitse voorzitterschap aan de Europese Raad zal voorstellen om te komen dat een vereenvoudigd verdrag. Hierin zal echter een groot deel van de inhoud van de Europese Grondwet worden verwerkt. Een van de opvallende onderdelen uit het vertrouwelijke rapport zou zijn, dat de Europese Unie de beschikking krijgt over rechtspersoonlijkheid. Dit maakt onder meer toetreding tot andere internationale organisaties en verdragen mogelijk.

Het rapport identificeert verder een zevental punten waarover nog discussie nodig is. Deze punten zijn:

  • het al dan niet opnemen van de EU-symbolen;
  • de opname van een bepaling dat EU-recht voorrang heeft boven nationaal recht;
  • mogelijke "terminologische veranderingen";
  • de status van het Handvest voor de Grondrechten;
  • het buitenlands beleid;
  • de afbakening van de bevoegdheden tussen de lidstaten en de EU;
  • en de rol van de nationale parlementen.

Met betrekking tot de rol van de nationale parlementen valt uit de berichtgeving op te maken dat de door Nederland gewenste rodekaartprocedure waarschijnlijk meer weg zal hebben van een 'oranjekaartprocedure'. Wanneer driekwart van de nationale parlementen bezwaar maakt tegen een voorstel zou de Europese Commissie verplicht zijn om het voorstel aan te passen. Het aantal benodigde parlementen zou in de onderhandelingen nog kunnen veranderen, maar zeker is dat er sprake zal moeten zijn van een aanzienlijke meerderheid.

In het document wordt ook bevestigd dat er een wijzigingsverdrag komt dat de twee bestaande verdragen zal aanpassen. Het (gewijzigde) EU-verdrag zal daarbij niet van naam veranderen. Het huidige EG-Verdrag wordt omgevormd tot het Verdrag inzake het functioneren van de Unie, met daarin onder meer de verdeling van de bevoegdheden.

14 juni 2007:

In een toespraak voor de Duitse Bondsdag heeft bondskanselier Angela Merkel aangegeven dat er een kans bestaat dat tijdens de Europese Top overeenstemming wordt bereikt over een routekaart voor een nieuw Europees verdrag. Het aantal knelpunten is de afgelopen maanden aanzienlijk afgenomen tot een te overzien aantal. Belangrijkste knelpunt op dit moment lijkt een dreigend Pools veto te zijn over de stemverhoudingen in de Raad. Een oplossing hiervoor is volgens Merkel nog niet in zicht.

11 juni 2007:

Uit de media wordt stilaan duidelijk dat overeenstemming over een nieuw verdrag mogelijk zeer dichtbij is. De European Voice en Die Welt van 11 juni melden dat een Intergouvernementele Conferentie mogelijk niet langer dan acht weken zal duren. Tijdens de komende Europese Raad (21 en 22 juni 2007) zouden de staats- en regeringsleiders het eens kunnen worden over 75-80% van het nieuwe Verdrag, waarna de IGC nog slechts de details hoeft uit te werken. Een van de belangrijkste voorstellen van het Duitse voorzitterschap zou zijn om het Grondwettelijk Verdrag om te zetten in twee afzonderlijke verdragen, die in de plaats komen van het EU- en het EG-Verdrag. Het nieuwe EU-Verdrag zou zich daarbij richten op de institutionele hervormingen, inclusief de vaste voorzitter van de Europese Raad en een minister van Buitenlandse Zaken, al krijgt deze laatste waarschijnlijk een andere naam. De onderhandelingen over de stemverhouding in de Raad lijken niet te worden heropend. Het nieuwe EG-Verdrag zou dan een gedetailleerd overzicht bevatten van de beleidsterreinen waarvoor de Gemeenschap/Unie bevoegd is. De pijlerstructuur lijkt hierdoor behouden te worden. Volgens de European Voice hebben Nederland en het VK aan het voorzitterschap laten weten de splitsing van de Verdragen te kunnen steunen.


Behandeling (voorstellen voor) nieuw Europees Verdrag in de Eerste Kamer

Op 13 maart 2007 heeft de Eerste Kamer het jaarlijkse Europadebat gevoerd met de Nederlandse regering. Het debat werd aangegrepen om meerdere punten uit de Nederlandse regeringsinzet voor een nieuw verdrag te bespreken, zoals de versterking van de rol van de nationale parlementen maar ook de reeds bestaande Eerste Kamerwens van een kleinere Europese Commissie.

Op 3 april 2007 werd voor de eerste maal in de geschiedenis van de Eerste Kamer een plenair debat gehouden over de regeringsverklaring. De senatoren waren vol lof over de prioriteit die de regering wil geven aan de rol van Nederland in Europa en de noodzaak een slagvaardig Europa te realiseren.

Tijdens de Voorzittersconferentie van de EU-lidstaten in Bratislava, Slowakije ( 24-26 mei 2007) heeft de Voorzitter van de Eerste Kamer in haar bijdrage bij het agendapunt the Future of Europa aangegeven welke drie punten de unanieme steun hebben van de Eerste Kamer voor incorporatie in een nieuw Europees Verdrag, te weten:

  • Een versterking van de rol van de nationale parlementen. Op die manier kan onder meer draagvlak voor nieuwe wet- en regelgeving worden gecreëerd. Tegelijkertijd kunnen de nationale parlementen er zo voor waken dat op het juiste niveau over regelgeving wordt beslist (subsidiariteit) en dat voorgestelde regelgeving niet verder gaat dan noodzakelijk om het beoogde doel te bereiken (proportionaliteit).
  • Een kleinere Europese Commissie, zodat de Unie slagvaardiger wordt dan nu het geval is.
  • Toetreding van de EU tot het EVRM. Om dit te realiseren dient de Europese Unie rechtspersoonlijkheid te krijgen.
  • Een meerderheid van de Eerste Kamer is daarenboven van mening dat meer besluitvorming met gekwalificeerde meerderheid moet worden opgenomen in een nieuw Verdrag.

De Eerste Kamer heeft voorafgaand aan de Europese Raad van 20 - 21 juni 2007, op 19 juni een plenair debat gevoerd met de minister van Buitenlandse Zaken en de staatssecretaris voor Europese Zaken over de inzet van de Nederlandse regering tijdens de Europese Raad. Het ongecorrigeerde stenogram van dit debat vindt u hier.

De vaste commissies voor Justitie en Europese Samenwerkingsorganisaties, met uitzondering van de leden van de SP-fractie, hebben op 11 oktober 2007 in een brief aan de minister van Buitenlandse Zaken een dringend beroep gedaan op de regering om in te zetten op een (gekwalificeerde) meerderheidsbesluit voor de toetreding van de EU tot het EVRM (in plaats van het voorgestelde unanimiteitsvereiste) en om te bewerkstelligen dat de betrokkenheid van het Europees Parlement en de nationale parlementen gegarandeerd wordt bij besluitvorming over de bescherming van persoonsgegevens.

De datum van het voorbereidend onderzoek werd vastgesteld op 24 juni 2008 . Het voorlopig verslag werd vastgesteld op 25 juni 2008. Op 2 juli 2008 werd, naar aanleiding van de beantwoording door de regering van de vragen, een nader voorlopig verslag vastgesteld.

Bij tijdige beantwoording van de vragen zal de Eerste Kamer op 7 en 8 juli wetsvoorstel 31384 plenair behandelen.

De permanent vertegenwoordiger van de Staten-Generaal in Brussel schreef ter ondersteuning van de behandeling een notitie over over de implicaties van het Verdrag van Lissabon voor het Europees Parlement en voor de behandeling van Europese onderwerpen in nationale parlementen.

Op 7 en 8 juli 2008 werd wetsvoorstel 31384 plenair behandeld en aangenomen door de Eerste Kamer.

Naar aanleiding van het referendum in Ierland op 2 oktober 2009 heeft de regering op 5 oktober 2009 een brief gestuurd naar de Kamers over de Nederlandse positie inzake de betekenis van de uitslag van het Ierse referendum voor Europa en voor de ratificatie en implementatie van het verdrag van Lissabon.

Er zijn (nog) geen documenten aanwezig.

Behandeling (voorstellen voor) nieuw Europees Verdrag in de Tweede Kamer

Het Parlement ontving op 19 maart 2007 een hoofdlijnenbrief van het kabinet over de Nederlandse inzet ten aanzien van de wijziging van de Verdragen van de Europese Unie.

Op dinsdag 24 april 2007 werd in het mondelinge vragenuur aandacht besteed aan het regeringsbeleid ten aanzien van een nieuw Europees Verdrag. De minister-president verwees voor de beantwoording van vragen hoofdzakelijk naar de brief van 19 maart 2007.

Met betrekking tot het onderhandelingstraject Europese Grondwet stelde het lid De Roon (PVV) een aantal kamervragen. Deze werden bij brief op 15 mei 2007 beantwoord. Vragen en antwoorden vindt u hier.

Op 21 mei 2007 ontving het Parlement een vervolgbrief over de voortgang in de discussie over verdragswijziging in Europa. In het debat van dinsdag 23 mei 2007 over een nieuw Verdrag werden de volgende punten inhoudelijk besproken: de posities van het Europees Parlement en de nationale parlementen; de verdere overdracht van bevoegdheden aan Brussel; de omvang van de Europese Commissie; de komst van een Europese minister van Buitenlandse Zaken; de mogelijkheden tot verder uitbreiding van de Europese Unie; de gele- en rode kaartprocedure en de (on)wenselijkheid van een Nederlands referendum bij een nieuw Verdrag. Voor de reactie van de regering wordt verwezen naar de inzet van de regering.

De Tweede Kamer debatteerde op 20 juni 2007 met de minister van Buitenlandse Zaken over de inzet voor de Europese Raad d.d. 21 juni 2007. Een motie inzake het belang van de interne markt bij de onderhandelingen over een nieuw Europees verdrag zwaar te laten wegen en een motie over transparantie in de onderhandelingen over een nieuw Europees Verdrag werden tijdens de stemmingen op 21 juni 2007 verworpen.

De Tweede kamer heeft op 31 oktober 2007 gedebatteerd over de resultaten van de Europese Top die plaatsvond op 18 oktober 2007 en waar overeenstemming werd bereikt over het hervormingsverdrag.

De Tweede Kamerleden Van Bommel (SP), Van der Ham (D66), Ouwehand (PvdD), Peters (SP) en De Roon (PVV) hebben op 2 november 2007 een wetsvoorstel ingediend beteffende het houden van een raadplegend referendum over het Hervormingsverdrag van de Europese Unie (zie kamerstukken in de serie 31259). Plenaire behandeling van dit wetsvoorstel vond eind mei 2008 plaats. Het wetsvoorstel werd op 3 juni 2008 verworpen.

Op 24 januari 2008 stelde de heer Ten Broeke (VVD) enkele kamervragen over het fijnslijpen van het Verdrag van Lissabon tijdens het Sloveens voorzitterschap van de EU in de eerste helft van 2008.

De minister stuurde op 28 februari 2008 een brief met de geconsolideerde versies van de EU-Verdragen. Deze zijn ook beschikbaar via de website van het ministerie van Buitenlandse Zaken (zie paragraaf actualiteiten).

Het wetsvoorstel Goedkeuring van het op 13 december 2007 te Lissabon totstandgekomen Verdrag van Lissabon tot wijziging van het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, met Protocollen en Bijlagen werd op 10 maart 2008 aangeboden aan de Tweede Kamer ( zie kamerstukken in de serie 31384) Deze werd op 3 en 4 juni 2008 plenair behandeld.

Verdere kamerstukken behorende bij de behandeling van deze goedkeuringswet in de Tweede Kamer zijn terug te vinden op de website overheid.nl

Het voorstel van wet, de memorie van toelichting en het advies van de Raad van State plus nader rapport vindt u terug in het documentenoverzicht onderaan deze pagina.

Op 28 mei 2008 vond er een rondetafelgesprek plaats over het behandelingsvoorbehoud. Een stenografisch verslag van deze bijeenkomst vindt u hier.

Plenaire behandeling van het wetsvoorstel beteffende het houden van een raadplegend referendum over het Hervormingsverdrag van de Europese Unie (zie kamerstukken in de serie 31259) vond eind mei 2008 plaats. Het wetsvoorstel werd op 3 juni 2008 verworpen.

Er zijn (nog) geen documenten aanwezig.

Behandeling Raad

De Raad heeft een eigen themapagina ingericht waar alle IGC-documenten voor zover beschikbaar terug te vinden zijn.

De Europese Raad heeft op 23 juni 2007 een akkoord bereikt over de contouren van een nieuw Europees Verdrag (zie mandaat IGC in de bijlage van de raadsconclusiesPDF-document). De juridische details en de exacte formulering van de Verdragsartikelen zullen de komende maanden worden uitgewerkt tijdens een Intergouvernementele Conferentie.

Op basis van het Raadsbesluit van 16 juli 2007 gaat de IGC formeel en marge van de RAZEB - op 23 juli 2007 van start. Op basis van de uitkomst van de Europese Raad van juni 2007 zal een integrale verdragstekst worden opgesteld welke inhoudelijk wordt besproken tijdens de informele Europese Raad van 18-19 oktober 2007 in Lissabon.

Op 23 juli 2007 heeft het EU-voorzitterschap de eerste officiële documenten van de IGC 2007 gepresenteerd. Alle amendementen die worden doorgevoerd in de bestaande verdragen zijn hierin terug te vinden. Op 17 juli 2007 werd reeds een notitie over de werkwijzePDF-document van de IGC gepresenteerd

Er zijn (nog) geen documenten aanwezig.

Behandeling en inzet Europese Commissie

In aanloop naar de Europese Raad van juni 2007 heeft de Europese Commissie nog geen advies uitgebracht, ofwel haar inzet voor een nieuw Europees Verdrag kenbaar gemaakt. Uit de redevoeringen van de Europees Commissievoorzitter Barroso komen wél enige procedurele en mogelijk inhoudelijke punten naar voren zoals; het incorporeren van het energievraagstuk in een nieuw verdrag, het waarborgen van de stemverhouding zoals neergelegd in het Constitutioneel Verdrag en het streven naar eenduidig buitenlands EU-beleid. Qua tijdpad pleit de Europese Commissie voor het vaststellen van een gedetailleerd mandaat zodat de IGC zo spoedig mogelijk na de Europese Raad van juni 2007 kan aanvangen, en zo kort mogelijk zal duren.

Op 10 juli 2007 heeft de Europese Commissie positief advies uitgebracht over het bijeenroepen van de IGC eind juli 2007. In het stuk Europa hervormen voor de 21e eeuw stelt de Europese Commissie dat de afspraken gemaakt voor de hervormingen van de nieuwe verdragen, de Europese Unie meer slagvaardig, democratischer en transparanter zullen maken. De Europese Commissie pleit net als het Europees Parlement voor ratificatie van het nieuwe verdrag vóór de Europees Parlementsverkiezingen in 2009.


Behandeling en inzet Europees Parlement

Het Europees Parlement (EP) heeft meerdere malen aangegeven, ondanks het nee van Frankrijk en Nederland, vast te willen blijven houden aan het Constitutioneel Verdrag.

Op 17 april 2007 heeft de commissie Constitutionele Zaken van het Europees Parlement een stappenplan voor het constitutioneel proces van de Europese Unie gepresenteerd, op basis van een verslag van de Europarlementariërs Enrique Barón Crespo (PSE, Spanje) en Elmar Brok (PPE-DE, Duitsland), met daarin de volgende punten: de Europese Raad van juni 2007 dient zo spoedig mogelijk een IGC te beleggen met afronding eind 2007; volledige betrokkenheid van het EP; een Europees gecoördineerde ratificatieprocedure met afronding eind 2008. Op 21 mei 2007 is het stappenplan door de commissie Constitutionele Zaken aangenomen met daarin tevens de wens om op enkele beleidsterreinen een gemeenschappelijke aanpak te realiseren in het nieuwe verdrag. Deze beleidsterreinen zijn o.a.: duurzame ontwikkeling (klimaatverandering), energiesolidariteit, ontwikkeling van een migratiebeleid, verbeteren van het Europese sociale model en de strijd tegen het terrorisme. Expliciet staat in het rapport van het EP dat het Handvest van de grondrechten integraal opgenomen moet worden in het nieuwe verdrag en dat deel I van het Constitutioneel Verdrag (institutionalia) gewaarborgd moet worden.

Op 6 juni 2007 werd plenair gedebatteerd over het stappenplan voor het verder constitutionele proces van de Europese Unie; Dit stappenplan werd op 7 juni aangenomen. Inhoudelijk blijkt dat het Europees Parlement inzet op:

  • Het behoud van Deel I (institutionele bepalingen) en
  • Het behoud van Deel II (Handvest van de Grondrechten)

Op 27 juni 2007 debatteerde het Europees Parlement met de Duitse bondskanselier Merkel over de uitkomsten van de Europese Raad, en met name over het onderhandelingsresultaat voor de IGC. Bij binnenkomst in de plenaire zaal ontving Merkel een staande ovatie wegens het door haar geboekte resultaat. Het EP is op hoofdlijnen tevreden met de contouren voor het nieuwe verdrag, al klonk ook enige bezorgdheid over het niet integraal opnemen van het Handvest voor de Grondrechten. Ook werd kritiek geuit op de slechte leesbaarheid van de tekst: voor de burger wordt het er allemaal niet eenvoudiger op.

Het EP is wel tevreden over het toegenomen aantal eigen bevoegdheden, onder meer op het terrein van (mede)wetgeving en bij de samenstelling van de Europese Commissie.

Op woensdag 11 juli 2007 heeft het Europees Parlement het advies over het bijeenroepen van de IGC uitgebracht. Het EP uit tevredenheid over het nauwkeurige mandaat voor de IGC en het korte tijdpad, maar stelt dat het mandaat onvoldoende is om aan de uitdagingen waar de EU voor staat het hoofd te bieden. Het EP betreurt het verlies van de Europese symbolen, van de vereenvoudiging in benaming van rechtshandelingen, van een constitutioneel verdrag en is bezorgd over de toegenomen mogelijkheid voor opt-outs in het nieuwe verdrag.

Positief wordt geadviseerd over de rechtspersoonlijkheid voor de EU, het afschaffen van de pijlerstructuur, uitbreiding van stemmen met gekwalificeerde meerderheid, wettelijk bindende status van het Handvest van de Grondrechten en versterking van samenhang in het externe optreden van de Unie.

Ook wordt een vermelding van klimaatsverandering en energiesolidariteit verwelkomd. Het EP zegt toe op een later moment, na de verkiezingen in 2009, nogmaals te bezien of een andere samenstelling van het EP doorgevoerd moet worden en op welke wijze de Europese symbolen wél opgenomen kunnen worden in het eigen reglement van orde.

Op 29 november 2007 heeft het Europees Parlement zijn goedkeuring gehecht aan het Handvest voor de Grondrechten waarnaar een verwijzing is opgenomen in het hervormingsvedrag. Naar verwachting zal het handvest op 12 december 2007 (de dag voor de ondertekening van het Verdrag van Lissabon) ondertekend worden door de voorzitters van de Europese Commissie, het Europees Parlement en de Raad.

De commissie constitutionele zaken van het Europees Parlement publiceerde op 29 januari 2008 een verslag inzake het Verdrag van Lissabon. Dit verslag werd in februari 2008 plenair behandeld door het Europees Parlement.

Op 13 juni 2008 verscheen het ontwerprapport over de nieuwe rol en verantwoordelijkheden van het EP bij de implementatie van het Verdrag van Lissabon. De commissie constitutionele zaken zal dit ontwerprapport op 24 juni 2009 bespreken.

De commissie Constitutionele Zaken van het Europees Parlement heeft op 6 oktober 2008 een debat gehouden met de Ierse minister voor Buitenlandse Zaken en de vice-voorzitter van de Europese Commissie over onder andere het Ierse nee tijdens het referendum.

Op 17 november 2008 heeft de commissie voor Constitutionele Zaken gesproken over een ontwerpresolutie met betrekking tot de ratificatieprcedures voor het Verdrag van Lissabon.

Op 7 mei 2009 heeft het Europees Parlement twee resoluties aangenomen over de nieuwe rol en bevoegdheden van het Parlement bij de tenuitvoerlegging van het Verdrag van Lissabon en over de gevolgen van het verdrag voor de ontwikkeling van het institutioneel evenwicht van de EU.

Er zijn (nog) geen documenten aanwezig.

Inzet Nederlandse regering voor een nieuw Europees Verdrag

De inzet van de Nederlandse regering heeft op hoofdlijnen twee uitgangspunten: 1) geen Europese grondwet en 2) het wijzigen van de bestaande Europese Verdragen.

Op basis van uiteenlopende documenten, debatten en redevoeringen zet de Nederlandse regering in op de onderstaande punten. Per voorstel wordt tevens weergegeven in hoeverre de Nederlandse regeringsinzet is terug te vinden in het mandaat voor de IGC dat tijdens de Europese Raad van juni 2007 werd overeengekomen.

  • Geen Europese Grondwet: naam, vorm en inhoud die een grondwet schetsen verdienen niet in nieuw verdrag opgenomen te worden ( Bron: Redevoering minister-president in het Europees Parlement d.d. 23 mei 2007 )

Mandaat: De Europese symbolen en andere elementen die mogelijk wijzen op een Europese Grondwet worden niet opgenomen in het nieuwe verdrag dat ook niet de naam grondwet zal krijgen.

  • Een kleinere Europese Commissie dan de huidige omvang van 27 Eurocommissarissen ( Bron: reactie op de Norbert Schmelzerlezing door minister van Buitenlandse Zaken d.d. 18 april 2007 ).

Mandaat: Het artikel uit het Europees Constitutioneel Verdrag inzake de samenstelling van de Europese Commissie zal worden opgenomen in het nieuwe verdrag wat tevens een verkleining van de Commissie zal betekenen op termijn (2/3 van de lidstaten vertegenwoordigd tenzij de Europese Raad met unanimiteit anders beslist).

  • Nieuwe beleidsterreinen die de mondiale uitdagingen het hoofd moeten bieden, dienen in het nieuwe verdrag een basis te krijgen. Hierbij wordt met name gedoeld op de grensoverschrijdende uitdagingen, zoals de strijd tegen het terrorisme, het energiebeleid en de strijd tegen klimaatverandering. ( Bron: reactie op de Norbert Schmelzerlezing door minister van Buitenlandse Zaken d.d. 18 april 2007 ) In de brief van de regering aan de Staten-Generaal m.b.t. een nieuw Europees Verdrag (d.d. 18 maart 2007) worden ook milieu en extern beleid genoemd als beleidsterreinen waar meer Europees optreden wenselijk wordt geacht. In de brief van 21 mei 2007 voegt de regering aan dit rijtje toe: asiel, immigratie en grensoverschrijdende criminaliteit. Voor deze beleidsterreinen dient een verdragsrechtelijke basis gevonden te worden.

Mandaat: De genoemde beleidsterreinen worden alle expliciet vermeld in het nieuwe verdrag waarbij tevens sprake zal zijn van meer (mogelijkheden tot) Europese samenwerking op deze terreinen.

  • Een meer gelijkwaardige verdeling van (de afdracht aan) de Europese financiën tussen de lidstaten ( Bron: reactie op de Norbert Schmelzerlezing door minister van Buitenlandse Zaken d.d. 18 april 2007 )

Mandaat: Wordt geen melding van gemaakt.

  • Opnemen van de criteria van Kopenhagen (voor de uitbreiding van de EU) in het Verdrag ( Bron: reactie op de Norbert Schmelzerlezing door minister van Buitenlandse Zaken 18 april 2007; Redevoering minister-president in het Europees Parlement 24 mei 2007 ). Aangezien bij verschillende lidstaten weerstand tegen dit punt bestaat, wil de regering aan de bepaling over de criteria toevoegen dat toelating van nieuwe lidstaten altijd een unanieme beslissing van de Raad benodigd. (Bron: geannoteerde agenda Europese Raad d.d. 19 juni 2007 )

Mandaat: De Kopenhagen-criteria worden niet letterlijk opgenomen in het nieuwe verdrag, er wordt volstaan met een verwijzing naar de criteria welke door de Europese Raad zijn vastgesteld. Een besluit tot toetreding dient onder het nieuwe verdrag met unanimiteit genomen te worden.

  • Een duidelijke bevoegdhedenverdeling in het nieuwe verdrag. Daarbij staat voor de Nederlandse regering voorop dat het beleid inzake pensioenen, hypotheken, gezondheid en onderwijs een nationale bevoegdheid blijft ( Bron: reactie op de Norbert Schmelzerlezing door minister van Buitenlandse Zaken 18 april 2007 ). In een gesprek met de commissie Constitutionele Zaken van het Europees Parlement voegde de Staatssecretaris voor Europese Zaken het sociaal beleid toe aan dit rijtje. Ook de Minister-president noemde sociaal beleid in de speech voor het Europees Parlement (d.d. 23 mei 2007). Fiscaliteit en cultuur werden in de brief van de regering van 18 maart 2007 expliciet gemeld.

Mandaat: In het nieuwe verdrag zal de verduidelijking van de bevoegdhedenverdeling zoals neergelegd in het Europees Constitutioneel Verdrag worden overgenomen, dat houdt in dat er sprake is van een opsomming van de verschillende bevoegdheden in combinatie met de daarbij behorende beleidsterreinen. Door middel van enkele additionele bepalingen zal de bevoegdhedenverdeling nader vastgelegd worden.

Ten aanzien van de genoemde beleidsterreinen geldt dat de wijzigingen in het IGC-mandaat gelden op het Europees Constitutioneel Verdrag waarin is opgenomen dat de EU aanvullend, coördinerend of ondersteunend mag optreden op terrein van cultuur, onderwijs (inhoud en opzet blijft verantwoordelijkheid van de lidstaten), bescherming en verbetering van de gezondheidszorg en het sociaal beleid (deels ook gedeelde bevoegdheid).

  • Het Handvest van de Grondrechten zou niet integraal opgenomen moeten worden in het nieuwe verdrag: een referentie naar het handvest zou moeten volstaan. De regering hecht er wel aan dat het Handvest een juridisch bindende status krijgt, zodat de grondrechten tegen de EU en haar instellingen kunnen worden ingeroepen. (Bron: Geannoteerde agenda Europese Raad d.d. 19 juni 2007 ).

Mandaat: het Handvest wordt niet integraal opgenomen maar een verwijzingsartikel zal worden opgenomen waarin de werking van het Handvest richting de Europese instellingen maar ook richting de lidstaten voor zover deze EU wetgeving uitvoeren rechtsgeldig is.

  • Het verdrag moet een bepaling bevatten dat een Raadsbesluit mogelijk maakt om de EU te laten toetreden tot het EVRM. (Bron: geannoteerde agenda Europese Raad d.d. 19 juni 2007 )

Mandaat: De EU zal toetreden tot het EVRM. In tegenstelling tot het Europees Constitutioneel Verdrag dient dit toetredingsbesluit nu genomen te worden met unanimiteit en niet met Qualified Majority Voting (QMV).

  • Invoeren van de zogenoemde 'gele kaart procedure' om de positie van de nationale parlementen te versterken bij toetsing van EU-wetgeving aan de beginselen van subsidiariteit en proportionaliteit. ( Bronnen o.a.: reactie op de Norbert Schmelzerlezing door minister van Buitenlandse Zaken 18 april 2007; brief van de regering van 18 maart 2007 ). De minister van Buitenlandse Zaken stelde op 18 april 2007 voor dat indien er sprake is van kritische geluiden, maar geen voldoende meerderheid wordt gehaald om de Europese Commissie het voorstel te laten intrekken, de bezwaren van de nationale parlementen aan de Raad moeten worden aangeboden. Indien de Raad het met de bezwaren eens is, moet de Europese Commissie alsnog haar voorstel intrekken. In de brief van 21 mei schrijft de regering dat een nader te bepalen meerderheid van nationale parlementen een Europees voorstel zou moeten kunnen tegenhouden. In een regeringsbrief van 7 juni 2007 over de tijdigheid van BNC-fiches wordt het idee nader uitgewerkt met de mogelijkheid dat de Raad zich dient uit te spreken over de subsidiariteit en proportionaliteit van een wetgevingsvoorstel indien dat voorstel op verzet stuit bij een substantieel aantal nationale parlementen of dat een regeling getroffen zou moeten worden waarbij een meerderheid van de nationale parlementen de Raad kan dwingen een voorstel niet in behandeling te nemen. De opties zouden ook in combinatie kunnen terugkomen in een nieuwe regeling.

Mandaat: de rol van de nationale parlementen zal op meerdere punten worden versterkt. Het protocol rol nationale parlementen en het protocol subsidiariteit en proportionaliteit zal in werking treden, daarbij zal de termijn van zes weken voor een nationaal parlement om richting de Europese Commissie te regering opgerekt worden naar acht weken (zogenoemde gele kaart procedure). Hieraan toegevoegd wordt bepaald dat indien een meerderheid van de parlementen (per Kamer één stem) kritiek heeft op een wetsvoorstel de Europese Commissie deze kan intrekken, herzien of handhaven. Indien de Commissie besluit tot handhaving moet een beargumenteerd advies worden aangeboden aan de Raad en het Europees Parlement.

Ook worden de nationale parlementen betrokken bij de evaluaties en het democratische toezicht op Europol en Eurojust, kunnen de parlementen een overgang naar QMV bij het familierecht tegenhouden (1 stem tegen houdt in geen besluit), worden ze betrokken bij een vereenvoudigde herziening van het verdrag en worden de bestaande procedures inzake het informeren van parlementen gehandhaafd.

  • Het Burgerinitiatief wordt door de regering in de brief van 18 maart 2007 bestempeld als een goed element uit het Constitutioneel Verdrag. Met dit initiatief kunnen een vaststaand aantal burgers vanuit een vaststaand aantal lidstaten een voorstel indienen dat de Europese Commissie ter overweging moet nemen.

Mandaat: Het artikel over het burgerinitiatief uit het Europees Constitutioneel Verdrag wordt gehandhaafd in het nieuwe verdrag.

  • In de brief van 21 mei 2007 geeft de regering aan te hechten aan de introductie van de bevolkingssleutel bij de stemmenweging in de Raad, de bepalingen over transparantie uit het Constitutioneel Verdrag als ook de voorgestelde vereenvoudiging van de wetgevingsprocedures.

Mandaat: De nieuwe stemmenweging die per 2014 in werking zal treden kent ook de introductie van de bevolkingssleutel bij de stemmenweging.

  • Meer besluitvorming met gekwalificeerde meerderheid indien de overgang limitatief is en zeer nauwkeurig omschreven wordt. Het kabinet denkt daarbij onder meer aan bepaalde onderdelen van het JBZ-beleid, bijvoorbeeld bij het verzamelen van informatie of bij de opsporing van ernstige grensoverschrijdende criminaliteit. Voor operationele bevoegdheden en familierechtelijke aspecten wil het kabinet vasthouden aan het veto. Als voorwaarde voor de overgang naar meerderheidsbesluitvorming dient ook een noodremprocedure te worden ingevoerd, waardoor een lidstaat die zich in een minderheidspositie bevindt in uitzonderlijke gevallen een voorstel aan de Europese Raad kan voorleggen. (Bron: geannoteerde agenda Europese Raad d.d. 19 juni 2007 )

Mandaat: Er is sprake van een overgang naar QMV op ruim 40 beleidsterreinen waaronder enkele aspecten op JBZ-terrein. Overgang naar QMV inzake familierecht kan door een nationaal parlement worden tegengehouden. De noodremprocedure wordt op enkele van deze nieuwe QMV-terreinen doorgevoerd.

  • Een verduidelijking (opname van criteria) van de bijzondere status van diensten van algemeen belang ten opzichte van de regels van de Interne Markt ( Bron: brief van de regering van 21 mei 2007 ).

Mandaat: Een apart Protocol zal worden gehecht aan het nieuwe verdrag inzake diensten van algemeen (economisch) belang waarin in wordt gegaan op de bevoegdheden en de beginselen van deze diensten.

  • De voorgestelde Europese Minister van Buitenlandse Zaken dient een coördinator/hoge vertegenwoordiger te worden waartoe met unanimiteit wordt beslist. Het mandaat van deze coördinator dient verkregen te worden van de Raad ( Bron: Handelingen debat Tweede Kamer d.d. 23 mei 2007 ).

Mandaat: De Minister van Buitenlandse Zaken zal de titel gaan dragen van Hoge Vertegenwoordiger. In het mandaat zijn geen expliciete bepalingen opgenomen m.b.t. mandaat en instelling, maar wordt gewezen op de institutionele bepalingen uit het Europees Constitutioneel Verdrag waarin gesteld werd dat de Raad mandataris is van de Hoge Vertegenwoordiger en dat deze laatste met een gekwalificeerde meerderheid wordt aangesteld.

  • Mogelijk behoud van de pijlerstructuur die voortvloeit uit het wijzigen van de bestaande Europese Verdragen, mogelijk onder een andere naam met behoud van verschillende besluitvormingsprocedures in de verschillende pijlers ( Bron: Handelingen debat Tweede Kamer d.d. 23 mei 2007 )

Mandaat: De bestaande pijlerstructuur wordt opgeheven.

Er zijn (nog) geen documenten aanwezig.

Standpunten EU-lidstaten

Hieronder wordt op basis van (vooralsnog hoofdzakelijk) berichtgeving uit de media weergegeven welke voorstellen volgens de verschillende lidstaten wél of niet opgenomen moeten worden in een nieuw Europees verdrag. Per voorstel wordt tevens aangegeven wat tijdens de Europese Raad van juni 2007 (mandaat IGC) werd besloten .

  • Vereenvoudigd en verkort Verdrag:
    • steun van Spanje;
    • steun (en idee) van Frankrijk;
    • Italië heeft steun toegezegd;
    • EU-voorzitter (jan - juni 2007) Duitsland steunt het idee;
    • Het Verenigd Koninkrijk (VK) en Polen worden gezien als grootste tegenstanders. Tsjechië en Nederland worden ook niet beschouwd als aanhangers van een mini-verdrag.

Mandaat: De bestaande Verdragen (EU en EG-Verdrag) blijven bestaan; het EG-Verdrag wordt omgedoopt tot het Verdrag betreffende de werking van de Unie. Er zal geen sprake zijn van een vereenvoudigd en verkort verdrag zoals voorgesteld door Frankrijk in het voorjaar van 2007.

  • Stemverhouding:
    • Polen wenst de vierkantswortel van het inwonertal mee te wegen -in plaats van het volledige inwonertal- bij besluitvorming met gekwalificeerde meerderheid. De invloed van de kleinere lidstaten lijkt hierdoor toe te zullen nemen, ten koste van de grote lidstaten (waaronder Polen zelf) in vergelijking met de voorgestelde stemmenweging in het Constitutioneel Verdrag. Een besluit kan op basis van het Poolse voorstel alleen genomen worden als 14 van de 27 lidstaten vóór zijn en deze lidstaten minimaal 62% van de Europese bevolking vertegenwoordigen. Het Poolse voorstel wordt gesteund door Tsjechië.
    • Spanje heeft aangegeven de stemmenweging uit het Constitutioneel Verdrag te kunnen aanvaarden. Tijdens de vorige IGC vocht het samen met Polen voor een stemmenweging die meer tegemoet zou komen aan de omvang van de bevolking van de lidstaten;
    • Ierland wenst het institutionele pakket uit het Constitutioneel verdrag te behouden, specifiek zou niet getornd mogen worden aan de stemverhoudingen in de Raad;
    • Frankrijk is voorstander van een stemverhouding die mede is gebaseerd op de bevolkingsomvang van de lidstaten.

Mandaat: Tot 2014 blijft de stemmenweging van het Verdrag van Nice van kracht, vanaf dat moment geldt de nieuwe weging van een dubbele meerderheid: 55 procent van de lidstaten (tenminste 15 in aantal) die 65 procent van de bevolking vertegenwoordigen. Tussen 2014 en 2017 mag een lidstaat wel verzoeken terug te vallen op de stemmenweging uit het Verdrag van Nice. In deze overgangsfase en na 1 april 2017 geldt dat indien 75 procent (na 2017 55 procent) van de blokkerende minderheid, lidstaten of bevolking, tegen een voorstel is de Raad zal bezien of op een andere wijze een oplossing gevonden kan worden.

  • Wel/geen overdracht bevoegdheden en/of meer gekwalificeerde meerderheid:
    • Het VK wenst geen uitbreiding van de beleidsterreinen waarop met gekwalificeerde meerderheid besluiten kunnen worden genomen en wil in ieder geval veto op het gebied van buitenlands beleid, werkgelegenheid en strafrecht handhaven;
    • Polen wenst een exclusieve lijst van beleidsterreinen die een nationale bevoegdheid moeten blijven;
    • Frankrijk wenst méér besluitvorming met gekwalificeerde meerderheid;
    • Spanje en Italië hebben aangegeven (in elk geval) te willen vasthouden aan de lijst zoals opgenomen in het Constitutioneel Verdrag.

Mandaat: Op 40 beleidsterreinen zal worden overgegaan naar besluitvorming met een gekwalificeerde meerderheid, o.a. op gebied van politiële, justitiële en strafrechtelijke samenwerking (met toevoeging dat een groep lidstaten verder mag gaan indien andere lidstaten niet nader wensen samen te werken; het Verenigd Koninkrijk wenst de mogelijkheid van een opt-out), sport, toerisme, cultuur en civiele bescherming.

  • Handvest van de Grondrechten:
    • Het VK wenst geen integrale opname van het Handvest van de Grondrechten in het nieuwe Verdrag;
    • Tsjechië deelt de opvatting van het VK.

Mandaat: het Handvest van de Grondrechten wordt niet integraal opgenomen in het Verdrag, maar er komt een verwijzingsartikel waarmee het Handvest wél bindend recht wordt voor de EU-instellingen en de lidstaten voor zover deze uitvoering geven aan het EU-recht. In een protocol gehecht aan het nieuwe verdrag wordt gesteld dat geen Hof de bevoegdheid heeft om maatregelen in het Verenigd Koninkrijk in strijd te verklaren met het Handvest. Polen en Ierland wensen mogelijk aan dit Protocol toegevoegd te worden. Polen heeft in een separate verklaring laten vastleggen dat het Handvest geen beperking oplegt aan de lidstaat om op specifieke beleidsterreinen (o.a. openbare zeden, familierecht) wetgeving vast te stellen.

  • Drie pijler structuur:
    • Italië pleit vóór opheffing van de bestaande drie pijlers in het nieuwe Verdrag
    • Finland noemt opheffing pijlerstructuur een harde eis voor een nieuw Verdrag.

Mandaat: de pijlerstructuur wordt opgeheven; het Gemeenschappelijk Buitenlands- en Veiligheidsbeleid (de huidige tweede pijler van het EU-Verdrag) blijft wel een separaat kader in het nieuwe verdrag.

  • EU President/EU Minister van Buitenlandse Zaken:
    • Frankrijk is voorstander van opname van beide functies in een nieuw Verdrag;
    • Het VK wenst de benaming van Minister van Buitenlandse Zaken niet te behouden (Nederland zet in op de titel coordinator);
    • Tsjechië pleit niet voor instelling van beide functies;
    • Spanje kan ook akkoord gaan met incorporatie van beide functies in nieuw verdrag;
    • Italië steunt Frankrijk en Spanje.

Mandaat: De term Minister van Buitenlandse Zaken van de Unie komt te vervallen en deze functie zal worden aangeduid met de titel Hoge Vertegenwoordiger van de Unie voor Buitenlandse Zaken en Veiligheidsbeleid. Het artikel inzake deze functie zal worden overgenomen uit het Europees Constitutioneel Verdrag. Ook de functie van Voorzitter van de Europese Raad wordt opgenomen in het nieuwe Verdrag.

  • Versterken van de rol van de nationale parlementen:
    • Polen en Tsjechië wensen (net als Nederland) een grotere rol van de nationale parlementen, specifiek de mogelijkheid voor parlementen om EU-wetgeving te kunnen tegenhouden.

Mandaat: de rol van de nationale parlementen zal op meerdere punten worden versterkt. Het protocol rol nationale parlementen en het protocol subsidiariteit en proportionaliteit zal in werking treden, daarbij zal de termijn van zes weken voor een nationaal parlement om richting de Europese Commissie te regering opgerekt worden naar acht weken (zogenoemde gele kaart procedure). Hieraan toegevoegd wordt bepaald dat indien een meerderheid van de parlementen (per Kamer één stem) kritiek heeft op een wetsvoorstel de Europese Commissie deze kan intrekken, herzien of handhaven. Indien de Commissie besluit tot handhaving moet een beargumenteerd advies worden aangeboden aan de Raad en het Europees Parlement.

Ook worden de nationale parlementen betrokken bij de evaluaties en het democratische toezicht op Europol en Eurojust, kunnen de parlementen een overgang naar QMV bij het familierecht tegenhouden (1 stem tegen houdt in geen besluit), worden ze betrokken bij een vereenvoudigde herziening van het verdrag en worden de bestaande procedures inzake het informeren van parlementen gehandhaafd.

  • Energie/klimaatverandering als nieuwe Europese uitdaging:
    • Polen wenst in het nieuwe Verdrag een energie-solidariteits-clausule op te nemen.

Mandaat: in het artikel over moeilijkheden met de levering van bepaalde producten wordt een specifieke verwijzing opgenomen naar energie in combinatie met een beroep op de solidariteit onder de lidstaten en wordt een verwijzing opgenomen naar de koppeling tussen energienetwerken. De raad kan dan op voorstel van de Europese Commissie maatregelen treffen. Ten aanzien van klimaatverandering wordt in het betreffende milieuartikel specifiek gewezen op de bevordering op internationaal vlak van maatregelen in de strijd tegen de klimaatverandering.

  • Rechtspersoonlijkheid:
    • België is van mening dat de EU rechtspersoonlijkheid moet krijgen met het nieuwe Verdrag;
    • Frankrijk steunt rechtspersoonlijkheid binnen het bredere compromis;
    • Het VK heeft aangegeven geen voorstander te zijn van rechtspersoonlijkheid voor de EU;
    • Italië is groot voorstander voor rechtspersoonlijkheid.

Mandaat: De EU krijgt rechtspersoonlijkheid; de EG wordt opgeheven. In een verklaring gehecht aan het Verdrag wordt gesteld dat de rechtspersoonlijkheid van de Unie niet de machtiging inhoudt om bevoegdheden uit te voeren welke niet in het Verdrag aan de Unie zijn toegeschreven.

  • Samenstelling Europese Commissie:
    • Frankrijk vindt dat een verkleining van de Europese Commissie zou kunnen worden uitgesteld.

Mandaat: De bepalingen uit het Europees Constitutioneel Verdrag aangaande de samenstelling van de Europese Commissie zullen in het nieuwe verdrag opgenomen worden, dat houdt onder meer in een verkleining van de Commissie.

Op de website van IPEX (Interparliamentary EU information exchange) is een dossier gemaakt waar parlementen van de lidstaten informatie met betrekking tot de IGC kunnen uitwisselen.

Er zijn (nog) geen documenten aanwezig.

Commentaar derden

In mei 2007 publiceerde de onafhandelijke denktank Friends of Europe een discussiedocument met de titel 'Europe's Future - where to now?'

Op 16 mei 2007 liet de European Trade Union Confederation (ETUC) in een persbericht weten de haar steun voor de grondwet, zoals geratificeerd door 18 lidstaten, te herhalen en benadrukt tevens dat een eventueel nieuw verdrag ook een stap vooruit moet zijn voor een socialer Europa.

Het Action Committee for European Democracy (ACED) -waar onder andere Wim Kok deel van uitmaakt- publiceerde op 4 juni 2007 een rapport met een bijdrage voor het debat omtrent een nieuw Europees Verdrag. 

De Europese Centrale Bank publiceerde op 5 juli 2007 haar oordeel over de opening van een Intergouvernementele Conferentie. Op 2 augustus 2007 volgde een aanvulling.

In juli 2007 heeft het European Policy Centre een notitie gepubliceerd onder de titel ' The EU reform Treaty: easier signed than ratified '. In het stuk wordt uiteengezet welke eventuele struikelblokken de weg naar ratificatie vóór juni 2009, de maand van de Europees Parlementsverkiezingen, kent. In een overzicht wordt per lidstaat aangegeven (op basis van een inschatting door nationale experts) hoe een eventueel nieuwe verdrag geratificeerd gaat worden.

Zowel op 16 juli 2007 als op 10 augustus 2007 heeft de Europese rekenkamer brieven gestuurd inzake het nieuwe Europese verdrag.

The European Data Protection Supervisor stuurde op 23 juli 2007 het commentaar op de nieuwe tekst van het Verdrag.

Het Britse House of Lords publiceerde op 23 juli 2007 een rapport over de IGC 2007.

Op 24 juli 2007 publiceerde het Britse House of Commons een research paper met de titel 'EU Reform: a new treaty or an old constitution?'.

Op 28 augustus 2007 stuur het Comité van de Regio's een brief waarin wordt verzocht om een versterking van de rol van het Comité in het toekomstige Verdrag.

Het Europees Economisch en Sociaal Comité stuurde op 3 oktober 2007 een brief waarin zij haar steun bekend maakt aan het bereiken van een akkoord m.b.t. het hervormingsverdrag tijdens de informele Europese Raad d.d. 18 en 19 oktober 2007.

Op 9 oktober 2007 heeft het House of Commons een rapport gepubliceerd over de IGC, gevolgd door een follow-up rapport op 14 november 2007.

In november 2007 heeft het Britse House of Lords een voortgangsverslag gepubliceerd over het Hervormingsverdrag. Onder andere is gekeken naar een aantal specifieke vragen ten aanzien van de rol van nationale parlementen.

De Franse Assemblée Nationale heeft op 28 november 2007 een geconsolideerde versie van het Verdrag van Lissabon gepubliceerd.

Op 17 december 2007 publiceerde het Britse House of commons een special report met de commentaren op eerder verschenen rapporten met betrekking tot de IGC 2007.

Op 3 januari 2008 heeft de Permanente commissie van deskundigen in internationaal vreemdelingen-, vluchtelingen- en strafrecht (Commissie-Meijers) een notitie uitgebracht over het behoud van het JBZ-instemmingsrecht voor de Staten-Generaal, ook na inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon.

Op 10 november 2009 heeft de Permanente commissie van deskundigen in internationaal vreemdelingen-, vluchtelingen- en strafrecht (Commissie-Meijers) een notitie uitgebracht over het parlementaire behandelvoorbehoud na inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon.

De genoemde documenten vindt u terug in de documentenladder of door het klikken op onderstaande link.

Er zijn (nog) geen documenten aanwezig.

Alle bronnen