Debat Wet uitstel van betaling exitheffingen



De Eerste Kamer heeft op dinsdag 23 april 2013 plenair gedebatteerd met staatssecretaris Weekers van Financiën over de Wet uitstel van betaling exitheffingen. Dit wetsvoorstel maakt het mogelijk om een belastingaanslag op te leggen aan een onderneming die haar feitelijke leiding wil verplaatsen naar het buitenland. Ondernemingen wordt hierbij de keus gegeven om ofwel direct, ofwel op een later moment de aanslag te voldoen. Om de belastingschuldige deze keuzemogelijkheid te bieden, wordt voorgesteld de Invorderingswet 1990 met terugwerkende kracht aan te passen tot en met 29 november 2011, zijnde de datum van het arrest inzake National Grid Indus. Woordvoerders van de fracties van de SP en het CDA vroegen de staatssecretaris onder meer naar de relatie tot het EU-beginsel van vrijheid van vestiging en de gevolgen voor het Nederlandse vestigingsklimaat. Op dinsdag 7 mei wordt over het wetsvoorstel gestemd.

Senator Essers (CDA) gaf aan dat de fundamentele EU-beginsel van vrijheid van vestiging betekent dat er geen belemmeringen mogen worden opgelegd aan bedrijven die van de ene naar de andere lidstaat willen emigreren. Dit neemt niet weg dat fiscale verplichtingen moeten worden nagekomen en dus is er een gerechtvaardigd belang om een exitheffing op te leggen. Volgens senator Essers wordt het bedrijven zeer onaantrekkelijk gemaakt om te kiezen voor uitstel van betaling, omdat hierbij zekerheden worden geëist zoals bankgaranties of hypotheken. Bovendien wordt er over de periode van uitstel rente gerekend door de fiscus. Volgens de senator zou dit pas aan de orde moeten zijn als er sprake is van twijfel over de solventie. Belemmeringen in de vrijheid van vestiging kunnen er toe leiden dat een bedrijf besluit niet te emigreren of in het uiterste geval zich überhaupt niet in Nederland vestigt.

Senator Reuten (SP) merkte op dat het vertrek van een bedrijf een vrije keuze is en dat het opleggen van een exitheffing (al dan niet in combinatie met een zekerheidstelling) niet disproportioneel hoeft te zijn. Staatssecretaris Weekers gaf aan dat hij overtuigd is van de proportionaliteit van het wetsvoorstel, te meer daar de zekerheidstelling zal afhangen van de omstandigheden van het geval. Hoe langer het uitstel is, hoe groter het risico en hoe omvangrijker de zekerheidsstelling. Deze omvang wordt beoordeeld door de ontvanger van de belastingaanslag. Senator Reuten vroeg of deze beoordeling een gevaar van ongelijke behandeling inhoudt en of de belastingplichtige voldoende weet waar hij aan toe is.

Staatssecretaris Weekers gaf aan dat dit inderdaad per geval kan verschillen, maar dat hiervoor handvaten zijn vastgelegd in de Invorderingsrichtlijn. Het vragen van rente bij uitstel van betaling is volgens Weeekers hoe dan ook gerechtvaardigd, aangezien de belastingschuld anders wordt "weg-geïnfleerd". Verder zegde de staatssecretaris de Kamer toe de ontwikkelingen rondom de Europese integratie van exitheffingen te volgen en hierover te rapporteren.


Deel dit item: