Naar hoofdinhoud Naar hoofdnavigatiemenu

Debat discriminerend onderscheid tweedegraads bloedverwanten



26 mei 2020

De Eerste Kamer debatteerde dinsdag met staatssecretaris Van Ark (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) over het wetsvoorstel Opheffen van discriminerend onderscheid tussen bloedverwanten in de tweede graad en anderen die een gezamenlijke huishouding voeren waarbij sprake is van zorgbehoefte. De meeste fracties drongen er in het debat bij de staatssecretaris op aan om de wet terug te nemen en een andere keuze te maken voor het opheffen van de discriminatie. De staatssecretaris gaf aan dat voor haar het opheffen van de uitzonderingsbepaling de enige keuze is. De fracties van VVD, CDA, D66 en ChristenUnie lieten tijdens het debat weten het wetsvoorstel te steunen; zij hebben samen in de Eerste Kamer geen meerderheid. De Kamer stemt dinsdag 2 juni over het wetsvoorstel.

Debat discriminerend onderscheid tweedegraads bloedverwanten
Meer afbeeldingen

De regering heeft zich naar aanleiding van uitspraken van de Centrale Raad van Beroep en de Hoge Raad op het standpunt gesteld dat geen rechtvaardiging bestaat voor het laten voortbestaan van een afwijkende behandeling in de Participatiewet en enkele andere wetten van bloedverwanten in de tweede graad ten opzichte van niet-bloedverwanten. Momenteel wordt in relaties waarbij bloedverwanten in de tweede graad zijn betrokken en sprake is van een zorgbehoefte bij een uitkering geen rekening gehouden met het gezamenlijke inkomen of vermogen. De Hoge Raad constateerde in een uitspraak dat deze wettelijke uitzondering voor (uitsluitend) bloedverwanten in de tweede graad een discriminerend karakter heeft, waardoor de regering deze uitzondering met dit wetsvoorstel ongedaan wil maken.

In het debat keerde een groot deel van de senatoren die het woord voerden zich tegen de juridisering van het onderwerp, omdat het voor hen vooral om mensen gaat, hoe klein de groep die het treft ook moge zijn. Woordvoerders van oppositiepartijen FVD, GroenLinks, PvdA, SP, 50PLUS en SGP verweten de staatssecretaris dat zij de keus voor het opheffen van het onderscheid als enige mogelijke optie geeft, terwijl juist ook - om het discriminerend karakter van de huidige regeling tegen te gaan, de keus zou kunnen worden gemaakt voor een verbreding van de uitzonderingsbepaling waardoor de groep mensen die het betreft, groter wordt.

Veel senatoren uitten ook de zorg dat de mensen die geraakt zullen worden door de opheffing van het onderscheid, er financieel op achteruit zullen gaan wanneer zij als samenwonend worden beschouwd, zoals dat nu geldt voor de huwelijkse samenlevingsvorm die de norm is voor alle samenwonenden. Zij zullen dan niet ieder afzonderlijk meer bijstand kunnen krijgen, met behoud van uitkering, maar worden gerekend onder de samenwonenden waardoor zij in inkomen achteruit zullen gaan, terwijl bijvoorbeeld de zorgkosten toenemen.

Over het wetsvoorstel

Dit voorstel schrapt een uitzondering in de Participatiewet en enkele andere wetten waarmee het onderscheid tussen bloedverwanten in de tweede graad en anderen die een gezamenlijke huishouding voeren waarbij sprake is van zorgbehoefte wordt opgeheven. In de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW), en de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen (IOW) is een gelijkluidende bepaling opgenomen. In die wetten wordt de uitzondering eveneens geschrapt.

Directe aanleiding voor de wetswijziging zijn uitspraken van de Centrale Raad van Beroep en de Hoge Raad naar aanleiding waarvan de regering zich op het standpunt heeft gesteld dat geen rechtvaardiging bestaat voor een afwijkende behandeling van bloedverwanten in de tweede graad ten opzichte van niet-bloedverwanten. Vanwege het discriminerende karakter is een wettelijke uitzondering voor (uitsluitend) bloedverwanten in de tweede graad ongewenst. Het breder toepassen van de uitzondering strookt ook niet met een uitgangspunt van de Participatiewet dat bij de beoordeling of een persoon recht heeft op een bijstandsuitkering, in situaties van een gezamenlijke huishouding rekening wordt gehouden met de middelen van de partner.


Sociale media menu


Deel dit item:
Debat discriminerend onderscheid tweedegraads bloedverwanten
Debat discriminerend onderscheid tweedegraads bloedverwanten
Senator Pouw-Verweij (FVD)
Senator Pouw-Verweij (FVD)
Senator Ester (ChristenUnie)
Senator Ester (ChristenUnie)
Senator Sent (PvdA)
Senator Sent (PvdA)
Senator Essers (CDA)
Senator Essers (CDA)
Senator Van Gurp (GroenLinks)
Senator Van Gurp (GroenLinks)
Senator De Bruijn (VVD)
Senator De Bruijn (VVD)
Senator Schalk (SGP)
Senator Schalk (SGP)
Senator Stienen (D66)
Senator Stienen (D66)
Senator Van Rooijen (50PLUS)
Senator Van Rooijen (50PLUS)
Senator Janssen (SP)
Senator Janssen (SP)
Felicitaties voor senator Pouw-Verweij (FVD) die tijdens het debat haar maidenspeech hield
Felicitaties voor senator Pouw-Verweij (FVD) die tijdens het debat haar maidenspeech hield
Felicitaties voor senator Pouw-Verweij (FVD) die tijdens het debat haar maidenspeech hield
Felicitaties voor senator Pouw-Verweij (FVD) die tijdens het debat haar maidenspeech hield
Felicitaties voor senator Pouw-Verweij (FVD) die tijdens het debat haar maidenspeech hield
Felicitaties voor senator Pouw-Verweij (FVD) die tijdens het debat haar maidenspeech hield
Staatssecretaris Van Ark tijdens het debat op 26 mei 2020
Staatssecretaris Van Ark tijdens het debat op 26 mei 2020
Vooruit
Terug