Openbaar gesprek over demonstratierecht



Op dinsdag 3 maart spraken deskundigen met leden van de Eerste Kamercommissie voor Binnenlandse Zaken over het demonstratierecht. Het gesprek spitste zich toe op het WODC-onderzoek ‘Het recht om te demonstreren in de democratische rechtsstaat’PDF-document. Dat onderzoek werd uitgevoerd door een samenwerkingsverband van onafhankelijke onderzoekers, werkzaam bij de Rijksuniversiteit Groningen, Pro Facto, de Universiteit van Amsterdam en Tilburg University. De belangrijkste conclusie is dat de huidige wet- en regelgeving voldoende ruimte biedt voor zowel de uitoefening van het demonstratierecht als het beperken van de demonstraties waar dat noodzakelijk is gelet op andere rechten, vrijheden en belangen. In slechts in 3% van de demonstraties tussen 2015 en 2022 sprake was van incidenten. Volgens de onderzoekers is het om die reden niet nodig om het demonstratierecht in te perken of uit te breiden.


Knelpunten

Het openbaar gesprek werd ingeleid door projectleider Berend Roorda (Rijksuniversiteit Groningen). Hij zei dat er ondanks de zeldzaamheid van incidenten wel knelpunten uit het onderzoek naar voren kwamen. Zo verloopt het contact tussen demonstranten en autoriteiten soms moeizaam en passen burgemeester geregeld standaardregelgeving toe. Ook zijn er zorgen over politieoptredens, zoals wanneer er huisbezoeken aan demonstranten worden gebracht. Een van de aanbevelingen uit het onderzoek is om de Wet openbare manifestaties in lijn te brengen met het EVRM, om grondrechten te waarborgen. Bij demonstraties waar bewust de grenzen worden overschreden, zou eerder strafrechtelijk kunnen worden opgetreden. Het EVRM biedt hiervoor ruimte.


Vragen senatoren

Een aantal senatoren vroeg zich af hoe het gevoel in de samenleving komt dat er te weinig wordt opgetreden tegen demonstranten die grenzen overschrijden. Hoe kunnen we in de uitvoering recht doen aan excessen bij demonstraties die veel Nederlanders zien en niet toelaatbaar vinden, vroegen zij. Werd de conclusie dat aanpassing van het demonstratierecht niet direct nodig is ook gedeeld door politie, openbaar ministerie, justitie en bestuurders? De senatoren vroegen verder naar de weging van belangen van niet-demonstranten, of ook aan hun grondrechten is gedacht. Ze signaleerden dat ongeorganiseerde demonstraties toenamen en vroegen naar handvatten voor preventie. Ook werd gevraagd of burgerlijke ongehoorzaamheid, het bij demonstraties op een geweldloze manier bewust overtreden van de wet, niet ook bijdraagt aan maatschappelijke veranderingen? Hoe dit te wegen? Ten slotte werd gevraagd waarom extra wetgeving voor demonstraties bij abortusklinieken nodig is, terwijl de hoofdconclusie van het onderzoek was dat aanvullende wetgeving niet nodig was.


Balans

In hun antwoorden gingen de onderzoekers vooral in op de balans tussen het demonstratierecht en de mogelijkheden tot ingrijpen. De mogelijkheden om in te grijpen bij excessen, worden volgens de onderzoekers niet volledig benut. Hieraan kan capaciteitsgebrek bij politie en justitie ten grondslag liggen. Ze gingen verder in op communicatie en voorlichting door gemeentes: in gesprek blijven met demonstranten voorkomt problemen. Een te hoge drempel opwerpen, bijvoorbeeld door mensen te verplichten zich voor demonstraties aan te melden met hun DigiD, zou niet goed werken. Maatwerk per demonstratie is nodig. Dat voor demonstraties bij abortusklinieken aanvullende wetgeving wordt aanbevolen, is omdat hier verschillende grondrechten botsen.