Mondeling overleg met staatssecretaris Eerenberg over box 3



Op dinsdag 17 maart ging staatssecretaris Eelco Eerenberg van Financiën in gesprek met de commissie voor Financiën. Aanleiding voor het mondeling overleg was de brief van de staatssecretaris aan de Kamer over het proces rondom de Wet werkelijk rendement box 3 (36.748). De commissie voor Financiën wenste meer uitleg over deze brief en nodigde hem uit voor een gesprek.

Het mondeling overleg werd geleid door commissievoorzitter Pim van Ballekom (VVD) en ging voornamelijk over verzachting van de gevolgen van het wetsvoorstel en het tijdpad. De staatssecretaris gaf aan dat de verzachting een reactie was op de onrust die in de samenleving is ontstaan rondom box 3. Daarnaast wil het kabinet de Wet werkelijk rendement box 3 beter uitleggen. Bijvoorbeeld door beter te communiceren over de precieze gevolgen voor belastingplichtigen.


Niet optimaal

Het proces rondom de Wet werkelijk rendement box 3 noemde de staatssecretaris ‘niet optimaal’. Hij stelde desondanks een reguliere benadeling van het wetsvoorstel voor. Terwijl dit gebeurt, zal de staatssecretaris bestuderen hoe de verzachting eruit moet komen te zien. Eerenberg ging dieper in op een aantal aanpassingen: het kabinet verkent momenteel opties om een zogeheten “carry-back”-voorziening te treffen. Daarmee kunnen verliezen uit het verleden worden verrekend met latere winsten. Als hiervoor dekking kan worden gevonden, kan deze worden meegenomen in het pakket Belastingplan 2027. Dit kan bijvoorbeeld via een novelle, afhankelijk van de door te voeren aanpassingen.

Het kabinet werkt daarnaast aan een apart wetsvoorstel met een aangepaste definitie van startende ondernemingen, dat per 1 januari 2028 in werking moet treden. Verder ging de staatssecretaris in op bijzondere levensgebeurtenissen en de impact daarvan op de te heffen belasting. Het kabinet heeft aangekondigd in te zetten op een verdere doorontwikkeling van box 3 naar een vermogenswinstbelasting. Hierover zal de Kamer voor de zomer nader per brief worden geïnformeerd, met het oog op invoering zo spoedig mogelijk na 2028.


Vragen senatoren

De senatoren vroegen of het systeem niet te ingewikkeld is geworden. Vetrekken vermogenden straks naar het buitenland vanwege de belastingdruk in box 3? Daarnaast waren er vragen over het tijdpad en wanneer het wetsvoorstel en de verzachting ervan zouden moeten ingaan. Hierbij gaven de meeste commissieleden aan te vrezen voor een botsing met de behandeling van het Belastingplan 2027, die zoals gebruikelijk aan het eind van 2026 is gepland. Verschillende senatoren stelden dat de Eerste Kamer geen novelle kan behandelen die nog bij de Tweede Kamer ligt en dat ze een ordentelijke behandeling wensen. De Kamerleden benadrukten het belang van het zo snel mogelijk bekendmaken van de plannen. Ook werd gesproken over de dekking van de reparatie: hoe zal deze precies worden gefinancierd? Als de dekking uit het brede vermogensdomein komt, welke groepen profiteren dan? Ten slotte werd gevraagd naar de reactie van het kabinet op de maatschappelijke onrust: ook over andere onderwerpen lopen de mailboxen van senatoren over. Waarom kiest het kabinet juist bij dit wetsvoorstel voor reparatie?


Antwoord staatssecretaris

De staatssecretaris gaf aan dat er voor individuele belastingbetalers zinvollere manieren zijn om met box 3 om te gaan dan te verhuizen naar het buitenland. Hij bood de senatoren aan de meer technische vragen door te nemen met ambtenaren bij de technische briefing diezelfde avond, voor ‘een blik onder de motorkap’. De verzachting kwam na klachten uit de samenleving en leidt niet tot meer financiële ruimte. Eerenberg sprak over signalen van ongemak over het investeringsklimaat, waarop het kabinet wil handelen. Als staatssecretaris moet hij zich hiertoe verhouden en dat wil hij transparant en navolgbaar doen. Zijn voornemen is om de novelle op Prinsjesdag aan te bieden. Als aanpassingen in het wetsvoorstel leiden tot extra werkzaamheden in de uitvoering bij bijvoorbeeld de Belastingdienst, zal dat duidelijk worden na een uitvoeringstoets en moet er geprioriteerd worden.