De Eerste Kamer herdacht dinsdag 24 maart oud-senator Jan Nico Scholten, die op 21 januari op 93-jarige leeftijd overleed. Hij was ruim een jaar lid van de Eerste Kamer voor de PvdA, van 31 maart 1998 tot 8 juni 1999.
Scholten studeerde theologie aan de Theologische Hogeschool in Kampen en later politicologie en Nederlands recht aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. In 1997 kreeg hij een eredoctoraat van de Universiteit van de Westkaap in Kaapstad voor zijn 'solidariteit met de onderdrukten en behoeftigen'. Op 31-jarige leeftijd werd hij de jongste burgemeester van Nederland, van de Brabantse plaatsen Andel, Giessen en Rijswijk. Tegelijkertijd was hij lid van de protestants-christelijke fractie in de Provinciale Staten van Noord-Brabant.
In de periode van 1970 tot 1986 was hij lid van de Tweede Kamer. Eerst voor de ARP, daarna voor het CDA, vervolgens voor de groep-Scholten/Dijkman en het laatste jaar als eenmansfractie. Voor de ARP en het CDA was Scholten onder andere woordvoerder op de onderwerpen volkshuisvesting, mediabeleid en buitenlandse zaken. Hij kwam in die rol regelmatig tegenover zijn eigen fractie te staan wanneer hij de kant van de linkse partijen koos. Zo steunde hij een motie van afkeuring over geen olieboycot van Zuid-Afrika en een motie tegen de plaatsing van kruisraketten. Het vormde de opmaat naar zijn afsplitsing van het CDA in 1983.
Toen Scholten in 1998 lid werd van de Eerste Kamer, was dat voor de PvdA waar hij politiek onderdak had gevonden. In de senaat hield Scholten zich bezig met migratiebeleid en buitenlandse zaken. In een interview met het Brabants Dagblad zei hij eens: 'Alles heb ik kunnen doen wat ik graag wilde: lokaal, nationaal en internationaal. Mijn leven is niet zonder stormen geweest en ik realiseer me fouten te hebben gemaakt. Maar ik ben een christenpoliticus gebleven.'
Eerste Kamervoorzitter Mei Li Vos zei tijdens de herdenking: 'Jan Nico Scholten was een principieel volksvertegenwoordiger met als levensmotto opkomen voor de naaste. Dat ons respect voor zijn persoon en zijn verdiensten voor de samenleving en de Nederlandse parlementaire democratie tot steun mag zijn voor zijn familie en vrienden.'