Gesprek over toekomstbestendig maken energie-intensieve industrie



De commissie voor Economische Zaken/Klimaat en Groene Groei ontving op dinsdagavond 24 maart leden van de Wetenschappelijke Klimaatraad (WKR). De WKR geeft strategisch en wetenschappelijk advies aan regering en parlement, gevraagd en ongevraagd. Aanleiding voor het gesprek met de commissie was het recente WKR-rapport ‘Kiezen of verliezen: Naar een industrie die past in een toekomstbestendig Nederland’.


Inleiding

Het rapport werd toegelicht door de WKR-voorzitter Jan Willem Erisman, plaatsvervangend voorzitter Heleen de Coninck en raadslid Henri de Groot, die de inleiding verzorgde. ‘Kiezen of verliezen’ is geschreven uit eigen beweging door de WKR en gaat vooral over de uitstoot van de energie-intensieve industrie. Dat zijn raffinaderijen, basismetaalindustrie, basischemie en kunstmestindustrie. Deze sectoren produceren basismaterialen op grote productielocaties en zijn verantwoordelijk voor bijna een kwart van de totale uitstoot van Nederland. Ze zijn daarnaast energie-intensief: hun energiegebruik beslaat ruim een derde van het totale energieverbruik in Nederland. Daarmee hebben ze een grote impact en is verduurzaming volgens de WKR nodig.


Verduurzaming

Uit het rapport blijkt dat klimaatdoelen niet worden gehaald, het klimaatbeleid staat onder druk. De CO2-uitstoot wordt nauwelijks teruggedrongen. De energie-intensieve industrie wil wel verduurzamen, maar de verdienmodellen zijn er niet naar. Gebrek aan een langetermijnbeleid vanuit de overheid en onvoldoende zekerheid voor de toekomst, maken dat investeren in duurzaamheid voor deze sectoren niet de moeite waard is. Verduurzaming is kostbaar en kost veel fysieke ruimte, en die is in Nederland beperkt. Als beleidsmakers geen keuzes maken, verlies je uiteindelijk alles, zegt de WKR, zowel in economisch en sociaal opzicht als wat het klimaat betreft. Er is een brede overtuiging dat er iets moet gebeuren.


Vragen senatoren

Verschillende fracties hadden vragen over het rapport. De VVD vroeg of niet beter kan worden ingezet op het verkleinen van de vraag, in plaats van op het terugdringen van de uitstoot. De BBB vroeg of in dit advies en toekomstige adviezen ook randvoorwaarden kunnen worden meegenomen. GroenLinks-PvdA vroeg hoe politici keuzes moeten maken om grote industrieën te schrappen en D66 vroeg waar we staan in de transitie: van welke industrieën zouden we afscheid moeten nemen? Waar zijn we goed in en wat moeten we behouden? De Fractie-Visseren-Hamakers vroeg hoe we als Europa met de huidige productiecapaciteit in onze behoeften kunnen voorzien. Hebben we, als we verduurzamen, geen overcapaciteit? Volt deelde de zorg over de klimaatdoelen en vroeg wat er nog meer kan worden gedaan in Europees verband om het tempo van verduurzaming te versnellen. OPNL vroeg tenslotte naar de rol van en effecten op de regio’s.


Antwoord WKR

De WKR zei dat het verkleinen van de vraag kan helpen, maar dat vraagt grote innovaties. Radicale keuzes zijn nodig, net als consistent en stabiel beleid. Door te investeren in specifieke economische sectoren, kunnen verdienmodellen tot stand worden gebracht. Het borgen van randvoorwaarden voor de toekomst is cruciaal om stabiel beleid tot stand te brengen. Eén van de sectoren waarin afgebouwd zou kunnen worden is die van de raffinaderijen. Uitfaseren van de staalproductie zal om verschillende redenen lastig worden. Afbouw zal in ieder geval in Europees verband plaatsvinden. Als landen hun eigen industrieën gaan beschermen, hindert dat het vinden van oplossingen. De WKR pleitte voor waakzaamheid als het gaat om investeren met forse sommen geld. Zeker als dit alleen uitstel van sluiting van industrieën betekent. Juist aanpassing van schaal kan ervoor zorgen dat een industrie voor Nederland kan worden behouden. In de regio’s waar industrieën worden uitgefaseerd, vaak gebieden waar het economisch toch al kwetsbaar is, moeten er nieuwe kansen worden geboden.