Onderwijsbeleid in Nederland en Vlaanderen



Op maandag 23 maart 2026 vergaderde de Interparlementaire Commissie (IPC) van de Nederlandse Taalunie over het onderwijsbeleid in Nederland en Vlaanderen. Zes Nederlandse Kamerleden en zeven Vlaamse Kamerleden namen deel aan de vergadering in het Vlaams parlement in Brussel.


In het kort

In de ochtend blikte staatssecretaris Judith Tielen van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap terug op de zitting van het Comité van Ministers van de Taalunie. Ook beantwoordde zij vragen van Kamerleden over innovatieprojecten, taalkennis in het onderwijs, streektalen, AI en de economische kracht van taal. Gunther van Neste, algemeen secretaris van de Taalunie, sprak over de uitdagingen voor de internationale neerlandistiek. De middag ging over taal-, cultuur- en onderwijsbeleid in Nederland en Vlaanderen. Ook de Nederlandse ambassadeur in België, Brechje Schwachöfer, en de diplomatiek vertegenwoordiger van Vlaanderen in Nederland, Nic Van der Marliere, waren aanwezig.


Van streektaal tot digitalisering

Senator Theo Bovens (CDA) vroeg de staatssecretaris naar de inzet voor streektalen, de samenwerking met lagere overheden, en de manier waarop Limburgs naar niveau 3 wordt gebracht, zoals ook bij Papiaments gebeurt. Tielen benadrukte dat er een groeiende aandacht is voor streektalen, met overleg tussen rijk en medeoverheden en initiatieven zoals de jaarlijkse Streektaalconferentie in Gent.

Op de vragen van senator Hetty Janssen-van Helvoort (GroenLinks-PvdA) hoe de nieuwe Nederlandse regering kijkt naar de ambities van de Taalunie en in hoeverre de activiteiten effectief en meetbaar bijdragen aan het versterken van onderwijs en het behalen van de eerste vijf doelstellingen, antwoordde Tielen dat de plannen goed aansluiten bij het coalitieakkoord. Hierbij ligt de nadruk op taal als fundament voor onderwijs, democratie en handel, basisvaardigheden, digitalisering en AI-toepassingen, en aandacht voor het Caribisch deel van het Koninkrijk.

Tot slot vroeg senator Daan Roovers (GroenLinks-PvdA) naar de verdere ontwikkeling van het GPT-NL taalmodel (een Nederlands alternatief voor digitale taalmodellen), de stappen die de Nederlandse regering de komende jaren wil zetten en de betrokkenheid van de Taalunie. Tielen gaf aan dat de Taalunie nauw betrokken is om gezamenlijk een actieplan op te stellen. Het vervolgplan zal worden toegelicht tijdens de presentatie van de resultaten op 1 juni bij het Comité van Ministers, aldus de staatssecretaris.


Nederlandse taal in beweging

In de middag lag de focus op het taal-, cultuur- en onderwijsbeleid in Nederland en Vlaanderen. Van Neste gaf een toelichting op de werking en het doel van de Taalunie. Sjef Barbiers, directeur instituut voor de Nederlandse taal, benadrukte dat de Taalunie een schatkamer van de Nederlandse taal is, met digitale woordenboeken en wetenschappelijke grammatica-informatie.

Catia Cucchiarini, hoofd beleid Taalunie, sprak over de impact van AI op de taalinfrastructuur. Ze lichtte toe dat een werkgroep van experts uit Suriname, Vlaanderen en Nederland werkt aan een plan voor het versterken van het Nederlands binnen het AI-ecosysteem hetgeen in juni a.s. wordt gepresenteerd aan het Comité van Ministers.

Paul Hermans (Literatuur Vlaanderen) en Annemieke Hoorntje toonden de rijkdom van de Nederlandstalige woordcultuur en hoe cultuur fungeert als bindweefsel. Tot slot stonden de onderwijsprogramma's van beide landen centraal, zoals Ieder kind taalheld in Vlaanderen en het Masterplan basisvaardigheden in Nederland.

Daniel Muijs, professor aan de University Belfast, Paul van den Broek, hoogleraar Universiteit Leiden, en Steven Vanhooren, teamverantwoordelijke Taalunie, deelden hun inzichten over taal in het onderwijs.


Nederlandse delegatie

Namens het Nederlands parlement namen Eerste Kamerleden Daan Roovers (GroenLinks-PvdA, delegatieleider), Hetty Janssen-vanHelvoort (GroenLinks-PvdA), Andrea vanLangen-Visbeek (BBB), TheoBovens (CDA) en Antoon Kanis (D66) en het Tweede Kamerlid IlanaRooderkerk (D66) deel vaan de vergadering. Vanuit het Vlaams Parlement namen zeven leden deel onder leiding van delegatieleider en IPC-voorzitter Griet Vanryckegem (N-VA).