De Eerste Kamer houdt zich intensief bezig met een betere toets op uitvoerbaarheid van regels en wetten voor uitvoeringsorganisaties en medeoverheden. Ook let de senaat op de doenbaarheid van deze regels en wetten voor burgers en bedrijven. Eind 2025 stuurde de Kamer daarom een brief met elf verbetervoorstellen voor de uitvoerbaarheidstoetsen aan de regering. Daaronder was bijvoorbeeld het verzoek om voortaan bij elk nieuw wetsvoorstel zo’n toets uit te laten voeren door de uitvoeringsorganisaties. Dat gebeurt nu te vaak niet: uit de Verantwoordingsonderzoeken van 2024 en 2025 van de Algemene Rekenkamer bleek bijvoorbeeld dat bij een derde van de wetsvoorstellen een of meerdere uitvoerbaarheidstoetsen missen.
Antwoord regering
De Kamer ontving een eerste antwoord per brief van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid en de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid op 27 november 2025. Deze brief leidde in januari 2026 tot vervolgvragen. Deze vervolgvragen zijn op 11 mei 2026 door de regering schriftelijk beantwoord. De regering onderschrijft hierin het belang om bij wetsvoorstellen de uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid goed in beeld te brengen en doet een aantal toezeggingen.
Toezeggingen
De antwoorden van de regering zijn op 26 mei 2026 in de commissie voor Binnenlandse Zaken besproken. Uit de brief van 11 mei is een aantal toezeggingen te destilleren. Bijvoorbeeld dat elke uitvoerbaarheidstoets uniform is en daarmee goed herkenbaar. Ook is belangrijk dat duidelijk is in welk stadium de uitvoerbaarheid is getoetst: een wet kan erna nog zijn aangepast en dan is de toets eigenlijk achterhaald. Verder is toegezegd dat de Eerste Kamer kan vragen om een sneltoets op uitvoerbaarheid van een door de Tweede Kamer aanvaard amendement.
Senator Mary Fiers (GroenLinks-PvdA): ‘We zijn verheugd met de toezeggingen van de regering. Maar papier is geduldig. De toets is natuurlijk geen doel op zichzelf, maar een middel om ervoor te zorgen dat wetten en regels beter uitvoerbaar zijn voor uitvoeringsorganisaties én bovenal doenbaar voor burgers en bedrijven. De afspraken zijn nu duidelijk: de regering moet zorgen dat bij elk wetsvoorstel een uitvoerbaarheidstoets zit en dat deze kwalitatief in orde is. Aan alle Kamerleden en fracties de noodzakelijke taak om bij de behandeling van wetsvoorstellen de uitvoerbaarheid nadrukkelijk te betrekken bij het oordeel over de voorliggende wet.’