De Eerste Kamer heeft dinsdag 2 juni een gedragscode ongewenste omgangsvormen aangenomen. In de gedragscode staan de gedragingen van Kamerleden onderling centraal, maar ook tegenover medewerkers en gasten. Het gaat erom ongewenste gedragingen tegen te gaan en te voorkomen. De fracties van GroenLinks-PvdA, Volt, ChristenUnie, CDA, SGP, D66, SP, PvdD, VVD, JA21, BBB, 50PLUS, OPNL, Visseren-Hamakers, Walenkamp en Van de Sanden stemden voor de gedragscode. De fracties van FVD, PVV en Beukering stemden tegen. De Fractie-Van Gasteren was afwezig. Drie amendementen van de PVV zijn verworpen. De Kamer debatteerde op 21 april en 26 mei over de gedragscode.
Nu de Kamer heeft ingestemd met het voorstel van het CVO zal een vertrouwenspersoon ongewenste omgangsvormen worden geworven en leden van de onafhankelijke klachtencommissie. Het is de bedoeling om de gedragscode zo snel mogelijk in werking te laten treden, bij voorkeur in 2026, aldus Eerste Kamervoorzitter Mei Li Vos.
De gedragscode was voorgesteld door het College van Voorzitter en Ondervoorzitters (CVO) en volgde uit de herziening van het Reglement van Orde van de Eerste Kamer in 2023. De code zorgt er bovendien voor dat personen die menen met ongewenst gedrag door Kamerleden te maken te hebben (gehad), hierover een melding kunnen doen bij een vertrouwenspersoon. Ook kunnen zij hierover een klacht indienen bij een onafhankelijke klachtencommissie. De klachtenprocedure is zo ingericht dat klager en beklaagde zoveel als mogelijk dezelfde rechten en plichten hebben. Anonieme klachten zijn niet mogelijk en de procedures zijn vertrouwelijk.
Amendementen
PVV-senator Van Hattem had drie amendementen ingediend. De amendementen zijn verworpen. Twee amendementen gaan over het eerste artikel van de conceptgedragscode (het artikel over de begripsbepalingen). Het derde amendement wilde de procedure via de klachtencommissie uit de gedragscode halen. Het CVO had de amendementen ontraden.