Mondeling overleg met staatssecretaris over de milieueffectrapportage



De commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) sprak dinsdag 16 juni 2026 met staatssecretaris Bertram van Infrastructuur en Waterstaat over een aantal toezeggingen die de regering vanaf 2017 heeft gedaan met betrekking tot de milieueffectrapportage (mer). De mer is een wettelijk verplicht hulpmiddel dat de gevolgen van een plan of project voor het milieu en de leefomgeving voor de start ervan in kaart brengt. Het resulteert in een milieueffectrapport (MER). Milieubelangen worden op deze manier volwaardig meegewogen in de besluitvorming.


Schriftelijke vragen

De Eerste Kamer is eind 2024 per brief door de regering geïnformeerd over de stand van de openstaande toezeggingen. Deze brief leidde tot aanvullende schriftelijke vragen van de commissie. Na beantwoording van deze vragen, in juli 2025, zijn opnieuw vragen gesteld. Hierop is opnieuw een brief gekomen, op 2 februari 2026. Omdat dit schriftelijk overleg te weinig opleverde, wilde de commissie een mondeling overleg houden. Hierbij werd ook de motie-Kluit (GroenLinks) c.s. over gemeentelijke milieueffectrapportages (33.118 / 34.986, EZ) betrokken.


Vragen commissie

De commissieleden vroegen naar het verschil tussen nationale en regionale projecten. Hun indruk was dat de mer beter is geborgd op nationaal niveau. Is het kennisniveau van gemeenten voldoende, wilde de commissie weten. Ook vroegen leden hoe er grip kan worden gehouden op de afweging tussen alle verschillende belangen. Is voor iedereen duidelijk wanneer een milieueffectrapport verplicht is en wanneer niet? Zou het Rijk een stappenplan kunnen maken, eventueel in samenwerking met de VNG? Ten slotte werd gevraagd of de Omgevingsdiensten kunnen worden versterkt. Zeker in kleine gemeenten hebben deze diensten niet altijd de capaciteit om een milieueffectrapport te maken.


Antwoord regering

Staatssecretaris Bertram zei dat ze hoopt dat steeds meer burgers en bedrijven de milieueffectrapportage zullen gaan gebruiken. De digitale ontsluiting zal in het derde of vierde kwartaal van 2026 van start gaan. Aan de kwantitatieve monitoring wordt volgens haar gewerkt. De staatssecretaris gaf verder aan dat het ministerie werkt aan de kennisvermeerdering over de milieueffectrapportage. Soms zijn de rapporten lokaal niet verplicht en moet het lokale gezag, oftewel de gemeenten en provincies, worden aangesproken om het maken van een MER te bevorderen. Over handhaving zei ze in het najaar 2026 te komen met een brief over verbeteringen in het VTH-stelsel (vergunningverlening, toezicht en handhaving). De staatssecretaris wil bijvoorbeeld onderzoeken of de Omgevingsdienst is toegerust om onafhankelijk een milieueffectrapport te maken. Over het vinden van balans zei Bertram de signalen serieus te nemen. Ze zei de vragen van senatoren te beschouwen als aanmoediging en zei de instructies nog eens te zullen bekijken en eventueel een meldpunt in te stellen voor vragen en problemen over milieueffectrapporten.