De Eerste Kamer stemde dinsdag 22 september over een aanpassing van dienstverlening aan huis voor houders van een persoonsgebonden budget (pgb). Dit zijn mensen die zelf zorg, hulp of ondersteuning inkopen. Met de aanpassing krijgen hun zorgverleners recht op uitkeringen zoals de Werkloosheidswet en de Ziektewet. Het wetsvoorstel van minister Vijlbrief van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is aangenomen. De fracties van PRO, Volt, CDA, D66, SP, PvdD, VVD, 50PLUS, Visseren-Hamakers en Van de Sanden stemden voor, de fracties van ChristenUnie, SGP, FVD, PVV, JA21, BBB, OPNL, Walenkamp en Beukering stemden tegen. De Fractie-Van Gasteren was afwezig. Ook een motie van de PVV is aangenomen.
De wet is op 1 januari 2026 al inwerking getreden, terwijl de behandeling in de Tweede en Eerste Kamer nog niet was afgerond. De Kamerleden waren tijdens het debat eensgezind niet te spreken over het proces. 'De Eerste Kamer staat voor een voldongen feit,' zei senator Ramsodit (PRO). 'Het parlement is niet serieus genomen en voor het blok gezet,' volgens senator Baumgarten (JA21). De andere woordvoerders sloten zich hierbij aan.
Minister Vijlbrief trok het boetekleed aan en zei dat het 'nooit zo had gemogen.' Hij noemde het 'een rommeltje'. Niet omdat het parlement bewust buiten spel zou zijn gezet, aldus de minister, maar omdat de uitvoering nog doorging toen het parlementaire proces langer duurde dan eerst gedacht. Vijlbrief besloot: 'Als ik dit nog een keer doe, dan moet u mij maar naar huis sturen.'
In de motie van PVV-senator Bezaan en anderen wordt de regering verzocht als uitgangspunt te hanteren dat, zolang de parlementaire behandeling van voorgenomen wetgeving niet is afgerond, geen onomkeerbare uitvoeringsstappen worden gezet die de beslissingsruimte van de Staten-Generaal als medewetgever feitelijk beperken.
De regering wordt ook verzocht, indien zij vanwege uitzonderlijke omstandigheden het zetten van dergelijke stappen noodzakelijk acht, beide Kamers voorafgaand aan het zetten daarvan te informeren en daarbij de juridische grondslag, noodzaak, proportionaliteit en terugdraaibaarheid toe te lichten.
Het voorstel zorgt ervoor dat zorgverleners die uit een persoonsgebonden budget (pgb) worden betaald vanaf 1 januari 2026 recht krijgen op uitkeringen zoals de WW en de Ziektewet. Zij vielen eerst onder de Regeling dienstverlening aan huis (Rdah), waardoor ze geen recht hebben op deze werknemersverzekeringen.
Met de aanpassing wordt invulling gegeven aan de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep, waarin de rechter oordeelde dat pgb-zorgverleners niet mogen worden uitgesloten van de verplichte verzekering voor de Werkloosheidswet (WW). Het uitsluiten van deze zorgverleners levert namelijk indirecte discriminatie op grond van geslacht, omdat het merendeel hiervan vrouw is.
Om dit te voorkomen vervalt met dit wetsvoorstel niet alleen de uitzondering op de verzekeringsplicht voor werknemersverzekeringen, maar wordt pgb-zorgverleners ook de volledige arbeidsrechtelijke bescherming geboden die werknemers buiten de Rdah ook ontvangen.