Plenair Elzinga bij voortzetting behandeling Banenafspraak en quotum arbeidsbeperkten



Verslag van de vergadering van 24 maart 2015 (2014/2015 nr. 25)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 18.43 uur


De heer Elzinga i (SP):

Voorzitter. Ik begin met de constatering dat de heer Terpstra de eerste termijn van mijn fractie kennelijk anders heeft beluisterd dan de heer Backer. 125.000 banen: dat is geen onbelangrijke afspraak. Zeker niet, al is het wel minder dan eerder in het regeerakkoord was opgeschreven. Maar belangrijker is dat de doelgroep nog veel groter is. Daarom kan deze afspraak slechts een eerste stap zijn. Zoals senator Vos van de GroenLinksfractie opmerkte, zijn er nog meer kwetsbare groepen op de arbeidsmarkt. Juist omdat de doelgroep veel groter is dan het aantal banen uit het akkoord is de verdringing zo'n grote zorg van de SP-fractie. Het is goed om te horen dat participatie en verdringing breder gemonitord worden dan alleen rond deze wet. In dat verband heb ik in eerste termijn specifiek gevraagd naar de concurrentie op basis van de kosten van een noodzakelijke voorziening. Op dat punt heb ik geen antwoord gekregen.

Die concurrentie op basis van de kosten van een voorziening die noodzakelijk is, vreest mijn fractie ook. Mag ik een suggestie doen aan de staatssecretaris? De staatssecretaris was heel positief in reactie op een motie van de Tweede Kamer om sociaal ondernemerschap te belonen met positieve sociale prikkels. Zij wil dat in de boezem van het kabinet bespreken — zo begreep ik uit de inbreng van de ChristenUnie in eerste termijn — in de aanloop naar de besprekingen en coalitieonderhandelingen over het belastingplan. Zou het, als je toch het belastingstelsel gaat herzien, wellicht een goede en positieve prikkel zijn om voorzieningen ten behoeve van iedereen met een structurele functionele arbeidsbeperking voor werkgevers aftrekbaar te maken? Het is maar een gedachte.

Dan kom ik bij de evaluatie van dit wetsvoorstel over twee jaar en de toezegging die daarover is gedaan. Ik dank de staatssecretaris voor die toezegging. De doelgroep en de mogelijke verdringing daarvan moeten de belangrijkste parameters zijn, maar ook de hoogte van de heffing in relatie tot het gewenste gedragseffect. Om zeker te weten dat wij het over hetzelfde hebben en dat wij hetzelfde willen evalueren, dien ik de volgende motie in.

De voorzitter:

Door de leden Elzinga, Sent, Vos, Reuten en Ganzevoort wordt de volgende motie voorgesteld:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat een goede werking van de Wet banenafspraak en quotum arbeidsbeperkten van groot belang is om mensen met een arbeidsbeperking kansen op werk te geven;

constaterende dat het noodzakelijk is om de uitwerking van de verschillende onderdelen in de praktijk en in hun onderlinge samenhang in een vroegtijdig stadium te kunnen volgen en te kunnen evalueren;

constaterende dat de quotumregeling op zijn vroegst in 2017 in werking treedt;

constaterende dat een evaluatie pas resultaten oplevert nadat er minstens twee jaar ervaring met de quotumheffing is opgedaan;

verzoekt de regering vanwege bovengenoemde redenen om de onderhavige wet twee jaar na de inwerkingtreding van de quotumheffing te evalueren en daarbij een aantal aspecten te betrekken, zoals het aantal extra banen voor de doelgroep, het aantal heffingen, de hoogte van de heffing in relatie tot het gedragseffect en de mogelijke verdringing in relatie tot de doelgroepdefinitie, en de beide Kamers van de resultaten van deze evaluatie op de hoogte te stellen,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt letter F (33981).

Mevrouw Sent i (PvdA):

Ik zou graag van de heer Elzinga vernemen of hij, als deze motie wordt aangenomen, in staat is om zijn fractie te adviseren om voor het wetsvoorstel te stemmen.

De heer Elzinga (SP):

Er zijn nog een paar punten. Ik had nog een andere motie voorbereid, maar op dat punt hebben wij een toezegging gekregen. Met de toezeggingen en de uiteindelijke reactie op deze motie zijn onze zorgen niet weg, maar hebben we wel de mogelijkheid om die zorgen serieus te bespreken bij de evaluatie. Dat zijn zeker zaken die ik mee zal nemen en die ik met mijn fractie wil bespreken. Ik moet zeggen dat onder die omstandigheden wellicht het goede niet onder het betere moet lijden, zoals de heer Backer zei. Ik maak mijn betoog even af. We zijn nog niet aan het einde van het debat. We gaan de tweede termijn ook nog even afwachten.

De voorzitter:

U hebt nog maar twee seconden spreektijd.

De heer Elzinga (SP):

Ik zal me zeer beperken, voorzitter. Ik had nog een motie voorbereid over de kleinere werkgevers, maar ik noteerde op dit punt een heel heldere toezegging van de staatssecretaris. Zij gaat bedrijven met minder dan 25 werknemers via een gerichte campagne aanspreken en actief stimuleren om mensen uit het doelgroepenregister in dienst te nemen en hen gebruik te laten maken van alle voorzieningen die voor deze doelgroep gelden ter realisatie van additionele banen. Een korte bevestiging hiervan volstaat.

Ik kijk uit naar de reactie op mijn motie en op mijn suggestie voor het belastingplan. Dan zien we volgende week wel verder.