Plenair Van Weerdenburg bij behandeling



Verslag van de vergadering van 14 december 2015 (2015/2016 nr. 12)

Status: gerectificeerd

Aanvang: 18.19 uur


Bekijk de video van deze spreekbeurt

Mevrouw Van Weerdenburg i (PVV):

Voorzitter. Op 6 april aanstaande gaat de Nederlandse bevolking naar de stembus om te stemmen over het associatieverdrag tussen Oekraïne en de Europese Unie. Het zal de eerste keer zijn dat een dergelijk raadgevend referendum wordt gehouden op grond van de referendumwet, die op 1 juli jongstleden van kracht is geworden. Een burgerinitiatief, verenigd onder de naam GeenPeil verzamelde maar liefst 427.939 geldige handtekeningen, een geweldige prestatie, mede mogelijk gemaakt door de onvermoeibare inzet van duizenden vrijwilligers. Persoonlijk heb ik mij verbaasd over het chagrijn hierover bij veel van mijn collega-Kamerleden. Het leek wel alsof zij dit een ongewenste inmenging van de burger in hun besluitvorming vonden en dat, terwijl die burgers slechts gebruik hebben gemaakt van een instrument dat wij volksvertegenwoordigers hen hebben aangereikt. We moeten namelijk niet vergeten dat de referendumwet die hieraan ten grondslag ligt, door beide Kamers is aangenomen.

De PVV-fractie kan zich niet aan de indruk onttrekken dat door veel partijen deze referendumwet als een wassen neus gezien werd, omdat het minimum aantal handtekeningen dat moest worden behaald — 300.000 — als onhaalbaar werd geacht. Nu een burgerinitiatief hierin wel succesvol is gebleken, valt ze dat blijkbaar vies tegen. Hoe het ook zij, deze wet ligt er nu en we hebben de plicht om ervoor te zorgen dat hij ook zorgvuldig wordt uitgevoerd.

De PVV is wel ontzettend blij met het succes van GeenPeil. Wij zijn voorstander van referenda en we hopen dat we er meer gaan krijgen in de toekomst. Wij zien referenda ook als een middel bij uitstek om de kloof tussen burger en politiek kleiner te maken. Inmiddels heeft de vreugde bij ons plaatsgemaakt voor zorgen. De minister ligt nu al maanden in de clinch met de VNG over het budget voor de organisatie van het referendum. Dat is reden voor de PVV om de minister nogmaals hierover aan de tand te voelen. De VNG zegt dat de gemeenten twee keer zo veel geld nodig hebben om het referendum fatsoenlijk te kunnen organiseren, met evenveel stemlokalen als bij reguliere Tweede Kamerverkiezingen. De minister weigert dat extra geld beschikbaar te stellen en vindt het niet bezwaarlijk dat er straks minder stemlokalen beschikbaar zijn. Wat is de laatste stand van zaken van de gesprekken met de VNG?

De minister heeft eerder de vrees geuit dat we straks in een situatie belanden dat er vier à vijf referenda per jaar gehouden gaan worden en de kosten straks oplopen tot 0,25 miljoen euro per jaar. Zo ver zijn we nog niet. Voorlopig staat er maar één op de agenda en die is al over minder dan vier maanden. De voorbereidingen zijn in volle gang. De PVV-fractie maakt zich grote zorgen over de berichten dat diverse gemeenten inmiddels hebben besloten om minder stemlokalen in te richten dan tijdens reguliere verkiezingen en dat een groot aantal gemeenten nog overweegt of zij evenveel stemlokalen gaan inrichten. Dat is ronduit een schoffering van de burger.

Wij begrijpen de zorgen van de minister over de oplopende kosten en we staan open voor een discussie over hoe de kosten zo laag mogelijk kunnen blijven, maar niet nu. Door op dit moment deze discussie te voeren, komt de zorgvuldige uitvoering van het referendum op 6 april in gevaar. De PVV wil dat voorkomen. Wij vragen de minister om eenmalig het extra bedrag ter beschikking te stellen aan de gemeenten, zodat voldoende stemlokalen ingericht kunnen worden. Laten wij dan na 6 april nog eens rustig de discussie gaan voeren over de kosten en het budget voor mogelijke, toekomstige referenda.

Het is de eerste keer dat een raadgevend referendum wordt gehouden in deze vorm, dus het is van essentieel belang dat de uitvoering vlekkeloos verloopt. Mensen moeten nog wennen aan referenda en daardoor is het extra belangrijk dat zij gewoon daar kunnen stemmen waar zij altijd gaan stemmen en dat ze er niet de halve stad voor door moeten. Het is dan wel anders dan bij reguliere verkiezingen, maar dit referendum is zeker niet minder belangrijk.

Bij de behandeling van deze begrotingsstaten in de Tweede Kamer werd via amendementen getracht de extra financiering voor het referendum te regelen. De PVV wil dat daar ook in dit huis over wordt gestemd en daarom hebben wij de amendementen zo letterlijk mogelijk vertaald naar een motie. Ik hoop dat de collega's in dit huis begrijpen dat wij hier de unieke kans hebben om het gapende gat tussen burger en politiek ietsje kleiner te maken. Elke partij zegt zich hier oprecht zorgen over te maken. Welnu, dit is hun kans om de burgers van Nederland te laten zien dat zij het menen.

Omwille van de drukke agenda zal ik de motie gelijk in eerste termijn indienen. Ik wil dat daarover hoofdelijk wordt gestemd.

De voorzitter:

Dat verzoekt u, neem ik aan.

Mevrouw Van Weerdenburg (PVV):

Dat verzoek ik!

De voorzitter:

Door de leden Van Weerdenburg, Markuszower, Van Strien, Faber-van de Klashorst, Kok en Kops wordt de volgende motie voorgesteld:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat gemeenten volledig in de gelegenheid gesteld moeten worden een referendum op een goede wijze te organiseren;

overwegende dat voorkomen moet worden dat gemeenten als bezuinigingsmaatregel bijvoorbeeld het aantal stemlokalen verminderen;

overwegende dat het financiële gat gedicht moet worden tussen hetgeen gemeenten stellen nodig te hebben en hetgeen de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties bereid is beschikbaar te stellen;

verzoekt de regering om alsnog het extra bedrag van €22.200.000 ter beschikking te stellen van gemeenten voor de organisatie van het referendum op 6 april, ofwel door de financiële dekking te gebruiken uit de beide amendementen-Koşer Kaya/Van Raak (34300-B, nr. 9 en 34300-VII, nr. 19) ofwel door zelf een alternatieve financieringsmogelijkheid te zoeken,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt letter C (34300-VII).

Mevrouw Van Weerdenburg, als ik meteen één ding mag vragen? U had het op een gegeven moment over vier à vijf referenda in een jaar à raison van 0,25 miljoen in totaal, maar ik denk dat u 0,25 miljard bedoelde. Als dit ene referendum 22 miljoen moet kosten maal vijf, kom ik op een heel ander bedrag dan u noemde. Het gaat mij erom dat het in orde komt, voor het verslag ook.

Mevrouw Van Weerdenburg (PVV):

Ja, dat klopt. Excuses.

De voorzitter:

Oké, dank u wel. De minister is in de gelegenheid om direct te antwoorden.