Plenair Duthler bij behandeling Twee derden meerderheid van stemmen voor goedkeuring van EU-verdragen



Verslag van de vergadering van 24 januari 2017 (2016/2017 nr. 15)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 20.29 uur


Bekijk de video van deze spreekbeurt

Mevrouw Duthler (VVD):

Voorzitter. Namens mijn fractie dank ook ik de heer Van der Staaij en de minister voor hun antwoorden en reactie in eerste termijn. Ook spreek ik mijn complimenten uit voor de vurige wijze waarop de initiatiefnemer zijn voorstel heeft verdedigd.

Mijn fractie viel het volgende op. De heer Van der Staaij heeft een vurig pleidooi gehouden voor eerlijke constitutionele spelregels. Daarover hebben wij in eerste termijn al het een en ander gewisseld. Ik miste in de eerste termijn wel een beetje zijn appreciatie van of waardering voor de rol en betekenis van de EU. Ik heb daarover wel iets gelezen in de stukken, maar in eerste termijn ontbrak dat eigenlijk volledig.

Verschillende woordvoerders hebben de zorgen benoemd die er zijn: over de democratische legitimatie van de EU, over de onvrede bij burgers over de EU, over de behoefte aan betrokkenheid van burgers bij de EU. Die zorgen en overwegingen zijn precies de aanleiding voor het instellen van een staatscommissie en zij vertonen veel overeenkomsten met de overwegingen voor het indienen van dit wetsvoorstel. Niet voor niets heeft mijn fractie in eerste termijn reeds een motie ingediend. Aan de ene kant deelt mijn fractie de visie van de indieners dat de zorgen en overwegingen een plek moeten krijgen. Aan de andere kant zitten er volgens mijn fractie nog veel haken en ogen aan het antwoord dat dit wetsvoorstel hierop beoogt te geven. De vraag of überhaupt nog Europese verdragen of wijzigingen daarvan door beide Kamers zullen worden aanvaard, is een van die haken en ogen, net als het negatieve signaal dat je met dit wetsvoorstel afgeeft over de rol en betekenis van de EU voor Nederland en het signaal van het sluiten van vensters naar Europa. Is een ruimere interpretatie van artikel 91, lid 3 van de Grondwet niet een meer aangewezen weg?

De heer Köhler (SP):

Is de vraag of er überhaupt nog verdragswijzigingen het parlement zullen passeren na aanname van het voorstel-Van der Staaij een vraag die mevrouw Duthler ook aan de staatscommissie zou willen voorleggen?

Mevrouw Duthler (VVD):

Ik ga ervan uit dat de staatscommissie bij het uitvoeren van de opdracht heel nauwkeurig de Handelingen zal bestuderen, zowel de Handelingen ten aanzien van de in te stellen staatscommissie als de Handelingen die voor dit wetsvoorstel zullen worden vastgelegd. Hierdoor kan zij, neem ik aan, alle argumenten in ogenschouw nemen.

De heer Köhler (SP):

Een staatscommissie kan niet anders dan kijken naar de praktijk van het verleden, want zij heeft natuurlijk geen politiek voorspellende waarde. De praktijk van het verleden is dat bijna alle punten die onder het wetsvoorstel van de heer Van der Staaij vallen, met een tweederdemeerderheid beide Kamers hebben gepasseerd, op twee na. Dat is de praktijk. Die kennen wij allemaal en die kan nu gewogen worden.

Mevrouw Duthler (VVD):

Wij zien het wetsvoorstel als een van de instrumenten die een antwoord kunnen bieden op de vele zorgen en overwegingen die eerder zijn geuit. Wij zien ook de haken en ogen van dit wetsvoorstel. Wij willen dit wetsvoorstel nu niet geïsoleerd beoordelen. Wij willen het graag zien in het bredere advies dat de staatscommissie zal uitbrengen.

Tot slot, voor de volledigheid en voor zover het nodig is, wil ik het ordevoorstel doen om straks eerst over de motie te stemmen. Ik dank de minister voor zijn duiding van de motie. Zoals gezegd, stel ik het op prijs dat hij deze motie onder de aandacht van de staatscommissie zal brengen.