Plenair Andriessen bij voortzetting behandeling Belediging van bevriende staatshoofden en andere publieke personen en instellingen



Verslag van de vergadering van 12 maart 2019 (2018/2019 nr. 21)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 20.02 uur


Bekijk de video van deze spreekbeurt

Mevrouw Andriessen (D66):

Dank u wel, voorzitter. Dank ook aan de minister en de heer Verhoeven voor de beantwoording van de vele vragen. Er blijven wat mij betreft nog een paar puntjes ter verheldering over. Ten eerste het openbaar gezag. Daar hebben wij het over gehad. Daar heeft de heer Verhoeven een duidelijke opvatting over. Maar wat mij toch weer opviel, omdat we het ook hadden over kopjes boven artikelen, was dat boven artikel 267 staat: belediging, aangedaan aan het openbaar gezag. Is dat dan niet iets wat eigenlijk ook om verandering vraagt?

Ten tweede: ik heb u lastiggevallen met de vraag hoe het kan dat je voor belediging van een volksvertegenwoordiger minder gevangenisstraf krijgt dan voor belediging van een openbaar lichaam. Ik vond niet dat ik daar een heel duidelijk antwoord op kreeg. Dus nog even concreet de vraag: als ik een gemeente of een provincie beledig, dan krijg ik wel strafvermeerdering? Daar wil ik wel graag een duidelijk antwoord op, want dat lijkt me belangrijk voor het publiek debat.

Ten derde was onze fractie heel erg blij om van de minister te horen dat uitlevering vanwege belediging van een bevriend staatshoofd conform het oude artikel, niet meer mogelijk is omdat het feit nu voor een te korte periode strafbaar is gesteld.

Dat waren de opmerkingen naar aanleiding van de beantwoording van mijn vragen. Verder hebben we veel tijd besteed aan de brief uit Sint-Maarten. Er is veel overleg over geweest en het is ook voor mijn fractie aanleiding geweest om een motie op te stellen die ook is ondertekend door een aantal andere deelnemers aan het debat. Ik wil die graag indienen. De bedoeling daarvan is dat wij weer tot een goede relatie met de regering in Sint-Maarten komen, maar dat dit wetsvoorstel wel doorgang vindt.

De voorzitter:

Door de leden Andriessen, Köhler, Backer, Schouwenaar en Baay-Timmerman wordt de volgende motie voorgesteld:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat er vragen zijn gerezen bij het initiatiefwetsvoorstel-Verhoeven (34456) naar aanleiding van de brief van de gevolmachtigde minister van Sint-Maarten aan de commissie Justitie en Veiligheid d.d. 12 maart 2019 over het achterwege laten door de indiener van een verzoek om een zienswijze;

constaterende dat de indiener van oordeel is dat er in het voorstel geen sprake is van een ingrijpende wijziging zoals bedoeld in artikel 39, tweede lid, Statuut van het Koninkrijk;

van mening dat het desondanks wenselijk wordt geacht dat de regering, indien het voorstel door de Eerste Kamer wordt aanvaard, in overleg zal treden met de regering van Sint-Maarten met het oogmerk de concordantie te bevorderen,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt letter J (34456).

Ik geef het woord aan de heer Schouwenaar.